Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | dat geboren wordt (vgl. Joh 16,21). ~Wanneer Hij de
2 Inl, 0,1 | hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10). In waarheid duidt
3 Inl, 1,2 | in de eeuwigheid (vgl.1 Joh 3,1-2). Tegelijkertijd onderstreept
4 Inl, 1,2 | eniggeboren Zoon heeft gegeven”(Joh 3,16) maar ook de onvergelijkelijke
5 Inl, 2,3 | dat is mens geworden (vgl.Joh 1,14), toevertrouwd aan
6 I, 1,8 | begin af aan geweest is”(Joh 8,44), zoals de apostel
7 I, 1,8 | soms op mijn broer passen?”(Joh 4,9). “Ik weet het niet”:
8 I, 3,20 | bedrijft is slaaf van de zonde”(Joh 8,34). ~
9 I, 5,25 | aan het kruis vloeit (vgl.Joh 19,34) “spreekt welluidender”
10 I, 5,25 | wegschenkende liefde (vgl.Joh 13,1), leert de gelovige
11 I, 5,25 | eeuwig leven zou hebben”(vgl.Joh 3,16)!”20. ~Bovendien openbaart
12 I, 5,25 | en in Jezus vertoeft (vgl.Joh 6,56) wordt meegetrokken
13 I, 5,28 | hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10): het is een zaak
14 II, 1 | wij hebben het gezien”(1 Joh 1,2): met onze blik gericht
15 II, 1,29 | het Woord des levens”(1 Joh 1,1). Het Evangelie van
16 II, 1,29 | de Waarheid en het Leven”(Joh 14,6). Op deze wijze ook
17 II, 1,29 | Mij, zal nooit sterven”(Joh 11,25-26). Jezus is de Zoon
18 II, 1,29 | ontvangt van de Vader (vgl.Joh 5,26) en die onder de mensen
19 II, 1,29 | hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10). ~Door de woorden,
20 II, 1,29 | waarheid volmaakt te “doen”(vgl.Joh 3,21), dwz. om de verantwoordelijkheid
21 II, 1,30 | eens “de woorden van God”(Joh 3,34) horen, en opnieuw
22 II, 3,33 | leven voor alle mensen (vgl.Joh 12,32). Op zijn tocht temidden
23 II, 5 | mij, zal nooit sterven”(Joh 11,26); de gave van het
24 II, 5,37 | het licht van de mensen”(Joh 1,4), bestaat in het verwekt
25 II, 5,37 | maar uit God geboren zijn”(Joh 1,12-13). ~Soms verwijst
26 II, 5,37 | rijk van God niet zien”(Joh 3,3). Dit leven te geven
27 II, 5,37 | leven geeft aan de wereld”(Joh 6,33), aldus kan Hij naar
28 II, 5,37 | licht van het leven hebben”(Joh 8,12). ~Op andere momenten
29 II, 5,37 | heeft eeuwig leven (vgl.Joh 3,15; 6,40), omdat hij van
30 II, 5,37 | de Heilige van God bent”(Joh 6,68-69). Wanneer Hij tot
31 II, 5,37 | gezonden hebt, Jezus Christus”(Joh 17,3). God en zijn Zoon
32 II, 5,38 | Hem zien zoals Hij is”(1 Joh 3,1-2). ~Hier bereikt de
33 II, 5,38 | in Mij zal nooit sterven”(Joh 11,25.26). ~
34 II, 9,47 | offer aan de Vader (vgl.Joh 10,17) en aan de zijnen (
35 II, 9,47 | 17) en aan de zijnen (vgl.Joh 10,15). De dood van Johannes
36 II, 10,49 | voor zijn vrienden (vgl.Joh 15,13), is de zelfgave in
37 II, 11 | die zij doorstoken hebben”(Joh 19,37): het Evangelie van
38 II, 11,50 | naar zich toe trekt (vgl.Joh 19,37; 12,32). Kijkend naar “
39 II, 11,50 | opgeheven in de woestijn (Joh 3,14-15); vgl.Nu 21,8-9)
40 II, 11,51 | het hoofd en gaf de geest”(Joh 19,30). Nadien “doorboorde”
41 II, 11,51 | vloeide er bloed en water uit”(Joh 19,34). ~Alles heeft nu
42 II, 11,51 | beminde Hij hen tot het einde”(Joh 13,1), door zich helemaal
43 II, 11,51 | geeft voor zijn vrienden”(Joh 15,13). En Hij stierf voor
44 III, 2,53 | en vader van de leugen”(Joh 8,44). Door de mens te misleiden
45 III, 4,65 | vastgestelde “uur”aanvaarden (vgl. Joh 13,1), die alleen kan zeggen
46 III, 6,75 | waait waar Hij wil (vgl. Joh 3,8), iedere mens die in
47 IV, 1,77 | vruchtbaarheid halen (vgl. Joh 15,5). Innerlijk vernieuwd
48 IV, 2,80 | van de wereld zijn (vgl. Joh 15,19; 17,16), met de kracht
49 IV, 2,80 | wereld overwonnen heeft (vgl. Joh 16,33). ~
50 IV, 3,84 | geven voor de beminde (vgl. Joh 15,13); zij zijn een deelname
51 Slot, 0,100| mensheid kwam schenken (vgl.Joh 10,10). Door haar opneming
52 Slot, 1,101| heeft het niet aangenomen”(Joh 1,4-5). ~Net als de Kerk
53 Slot, 1,101| Naast het kruis van Jezus”(Joh 19,25) wordt Maria deelgenote
54 Slot, 1,101| Vrouw, zie daar uw zoon””(Joh 19,26). ~
|