Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1 | broer Abel en doodde hem”(Gn 4,8): aan de wortel van
2 I, 1,7 | vol en volmaakt leven (vgl.Gn 2,7;W 9,2-3), wordt tegengesproken
3 I, 1,7 | afgunst van de duivel (vgl.Gn 3,1&4-5) en vanwege de zonde
4 I, 1,7 | zonde van de voorouders (vgl.Gn 2,17;3,17-19). En hij komt
5 I, 1,7 | broer aan en vermoordde hem”(Gn 4,8). ~Die eerste moord
6 I, 1,7 | Nod, ten oosten van Eden.(Gn 4,2-16). ~
7 I, 1,8 | neerzag op Abel en zijn offer”(Gn 4,4). De bijbeltekst onthult
8 I, 1,8 | moet die meester blijven!”(Gn 4,7). ~Na de waarschuwing
9 I, 1,9 | gerechtigheid laat wedervaren (vgl.Gn 37,26; Js 26,21; Ez 24,7-
10 I, 1,9 | haar vruchten weigert (vgl.Gn 4,11-12). En hij wordt gestraft:
11 I, 1,9 | land van de “tuin van Eden”(Gn 2,15), een plaats van overvloed,
12 I, 1,9 | God, wordt “land van Nod”(Gn 4,16) plaats van “ellende”,
13 I, 1,9 | voortvluchtig zijn op de aarde”(Gn 4,14): onzekerheid en onbestendigheid
14 I, 1,9 | ontmoette, hem doden zou”(Gn 4,15). Hij gaf hem dus een
15 I, 2 | Wat heb je gedaan?”(Gn 4,10): de verduistering
16 I, 2,10 | roept uit de grond tot Mij!”(Gn 4,10). De stem van het bloed,
17 I, 3 | ik mijn broeders hoeder?”(Gn 4,9): een pervers idee van
18 I, 3,18 | Heer: “Wat heb je gedaan?”(Gn 4,10) schijnt a.h.w. een
19 I, 3,19 | ik mijn broeders hoeder?”(Gn 4,9). Ja, iedere mens is
20 I, 4 | ver van U moeten blijven”(Gn 4,14): de verduistering
21 I, 4,21 | mij ontmoet kan mij doden”(Gn 4,13-14). Kaïn is ervan
22 I, 5,25 | tot Mij vanaf de grond”(Gn 4,10). Het is niet alleen
23 I, 5,25 | volheid te brengen (vgl.Gn 1,17; 2,18-24). ~Uit dit
24 II, 4,34 | het stof van de aarde (vgl.Gn 2,7; 3,19; Job 34,15; Ps
25 II, 4,34 | van zijn heerlijkheid (vgl.Gn 1,26-27; Ps 8,6). Dit is
26 II, 4,34 | bewerken en te bewaken”(Gn 2,15). We zien hier een
27 II, 4,34 | beeld en onze gelijkenis”(Gn 1,26). Het leven dat God
28 II, 4,35 | mens werd een levend wezen”(Gn 2,7). ~De goddelijke oorsprong
29 II, 4,35 | planten en dieren is (vgl.Gn 2,20). Alleen de verschijning
30 II, 4,35 | van zijn beenderen (vgl.Gn 2,23), en in wie de geest
31 II, 6 | vragen over zijn medemens”(Gn 9,5): verering en liefde
32 II, 6,39 | van de mens terugeisen”(Gn 9,5). De bijbelse tekst
33 II, 6,39 | gemaakt naar zijn beeld”(Gn 9,6). ~Het leven en de dood
34 II, 6,40 | vraag “Wat heb je gedaan?”(Gn 4,10), die God aan Kaïn
35 II, 7 | aarde en onderwerpt haar”(Gn 1,28): de verantwoordelijkheid
36 II, 7,42 | wat beweegt op de aarde””(Gn 1, 28). ~De bijbelse tekst
37 II, 7,42 | verzorgen en te bewaken (vgl.Gn 2,15), heeft de mens een
38 II, 7,42 | van de boom te eten”(vgl Gn, 2,16-17) toont voldoende
39 II, 7,43 | dat hij alleen blijft (Gn 2,18) en die “in het begin
40 II, 7,43 | vruchtbaar en vermenigvuldigt u”(Gn 1,28) 30. ~Door te spreken
41 II, 7,43 | betreft die “een vlees”(Gn 2,24) vormen, en God die
42 II, 7,43 | moeder van alle levenden”(Gn 3,20). Zich bewust van Gods
43 II, 7,43 | met de hulp van de Heer”(Gn 4,1). Daarom wordt bij de
44 II, 7,43 | was, en noemde hem Seth”(Gn 5,1-3). Precies in hun rol
45 II, 8,44 | zal uw nageslacht zijn”(Gn 15,5). Maar meer dan iets
46 III, 1,52 | over lagere schepselen (vgl.Gn 1,28), is de mens heer en
47 III, 2 | rekenschap van de mens”(Gn 9,5): het menselijk leven
48 III, 2,53 | van zonde en geweld (vgl.Gn 9,5-6). ~God verkondigt
49 III, 2,53 | beeld en gelijkenis (vgl.Gn 1, 26-28). Het menselijk
50 III, 2,53 | van de onschuldigen (vgl.Gn 4,9-15; Js 41,14; Jr 50,
51 III, 4,64 | goed en kwaad kent”(vgl. Gn 3,5). God alleen heeft de
52 IV, 3,81 | levend beeld ontdekt (vgl. Gn 1,27; Ps 8,6). Deze visie
53 Slot, 1,101| moeder van de “levenden”(vgl. Gn 3,20). ~Het geestelijk moederschap
|