Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,4 | aldus haar gelaat, spreekt zichzelf tegen en haalt de waardigheid
2 I, 2,15 | vooral wanneer zij niet voor zichzelf kunnen zorgen - en terminale
3 I, 3,18 | die deze keuzes - die op zichzelf slecht zijn - maken, verminderen.
4 I, 3,19 | vervulling door de gave van zichzelf en door de openheid jegens
5 I, 3,19 | vrijheid ontkent en vernietigt zichzelf, en wordt een factor die
6 I, 3,19 | Wanneer de vrijheid, omdat zij zichzelf wil ontworstelen aan alle
7 I, 3,20 | onderlinge band. Iedereen wil zichzelf onafhankelijk van de ander
8 I, 4,22 | is niet langer in staat zichzelf te zien als “geheimnisvol
9 I, 4,22 | schepsels; hij beschouwt zichzelf louter als één van de vele
10 I, 4,23 | liefde, dwz. van de gave van zichzelf en het ontvangen van de
11 I, 5,25 | Christus, het teken van zijn zichzelf wegschenkende liefde (vgl.
12 II, 1,29 | wijze ook sprak Hij over zichzelf tot Martha, de zuster van
13 II, 2,31 | 22), openbaarde de Heer zichzelf aan Israël als zijn verlosser,
14 II, 2,31 | God en de ontdekking van zichzelf hand in hand gaan. De Exodus
15 II, 3,32 | materiële goederen alleen, houdt zichzelf voor de gek. Het leven ontglipt
16 II, 3,33 | het Kruis: “Hij vernederde zichzelf en werd gehoorzaam tot de
17 II, 4,34 | gave waardoor God iets van zichzelf deelt met zijn schepsel. ~
18 II, 5,38 | plaats”kan worden waar God zichzelf toont, waar we Hem ontmoeten
19 II, 9,47 | voorbeelden. Jezus aarzelt niet zichzelf te offeren en Hij maakt
20 II, 10,48 | getekend door een waarheid van zichzelf. Door Gods gave aan te nemen
21 II, 10,48 | deze waarheid betekent: zichzelf veroordelen tot zinloosheid
22 II, 10,49 | van de Heer: “Wanneer hij zichzelf tot een offer maakt voor
23 III, 1,52 | dingen maar vooral over zichzelf 39, en in zekere zin over
24 III, 2,54 | het leven en de plicht om zichzelf niet minder dan anderen
25 III, 2,54 | vooronderstelt liefde voor zichzelf als de basis van vergelijking: “
26 III, 2,54 | liefde voor het leven of voor zichzelf, alleen uit kracht van een
27 III, 2,54 | liefde die de liefde voor zichzelf verdiept en omvormt tot
28 III, 2,56 | geoorloofd zijn, noch als doel in zichzelf noch als middel tot een
29 III, 2,56 | dodelijke handeling voor zichzelf of voor een ander, die aan
30 III, 3,58 | zich ontwikkelt op en voor zichzelf. Dit zal nooit menselijk
31 III, 3,60 | geoorloofd maken die in zichzelf ongeoorloofd is, aangezien
32 III, 3,61 | uitgevoerd voor doelen die in zichzelf gewettigd zijn, onvermijdelijk
33 III, 4,62 | verwaarloost, dat hij voor zichzelf maatstaf en norm is, met
34 III, 4,63 | er een morele plicht om zichzelf te laten verzorgen en behandelen,
35 III, 4,65 | Niemand van ons leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf:
36 III, 4,65 | zichzelf en niemand sterft voor zichzelf: leven wij, dan leven wij
37 III, 4,65 | lijden, ook wanneer het op zichzelf een kwaad en een beproeving
38 III, 5,67 | afzonderlijke individuen voor zichzelf de meest volledige zedelijke
39 III, 5,71 | zich te voegen naar een in zichzelf onrechtvaardige wet, zoals
40 III, 5,72 | dat het doorvoeren van in zichzelf onbepaalde of zelfs positieve
41 IV, 1,76 | evangeliserende activiteit hoort in zichzelf iedere dag het waarschuwende
42 IV, 4,85 | Zo is ook het geloof op zichzelf, wanneer het geen werken
43 IV, 4,86 | hen die niet langer voor zichzelf kunnen zorgen, en de terminale
44 IV, 4,87 | verlangt dat hij of zij zichzelf verbindt tot absoluut respect
45 IV, 5,92 | een nutteloze last en aan zichzelf overgelaten. Hier kan de
46 IV, 6,95 | vaak miskende toewijding, zichzelf wijden aan de studie en
47 IV, 6,96 | moeten bemind worden om zichzelf, en zij verrijken ons door
48 IV, 6,96 | authentieke idealen voor zichzelf te koesteren en aan anderen
49 IV, 6,96 | kracht van het Evangelie en zichzelf in dienst stellen van een
50 Slot, 1,101| de gave die de Zoon van zichzelf maakt: zij offert Jezus,
51 Slot, 2,102| persoon, openbaart Christus zichzelf voortdurend, en treedt Hij
|