Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,7 | deur, begerig u te grijpen. Zult gij hem meester kunnen blijven?”~
2 I, 1,7 | de grond tot mij! Daarom zult ge vervloekt zijn, verbannen
3 I, 1,7 | zwerver en een vagebond zult ge zijn op de aarde!”~Toen
4 I, 2,13 | het goddelijke gebod “Gij zult niet doden”. ~Maar ondanks
5 I, 5,28 | kies daarom het leven, dan zult gij met uw nakomelingen
6 I, 5,28 | voorschriften en bepalingen, dan zult gij leven(...); kies daarom
7 I, 5,28 | kies daarom het leven, dan zult gij met uw nakomelingen
8 II, 2,31 | mijn dienaar; o Israël, u zult door Mij niet vergeten worden”(
9 II, 6,40 | verbiedt dat gebod moord: “Gij zult niet doden”(Ex 20,13); “
10 II, 6,40 | niet doden”(Ex 20,13); “Gij zult geen onschuldigen en rechtvaardigen
11 II, 6,40 | naaste als voor onszelf: “Gij zult uw naaste liefhebben als
12 II, 6,41 | 41. Het gebod “Gij zult niet doden”, ingesloten
13 II, 6,41 | van deze geboden aan: “Gij zult niet doden”. In de Bergrede
14 II, 6,41 | gezegd werd tot de ouden: Gij zult niet doden; en alwie doodt
15 II, 6,41 | richt: “De geboden: “Gij zult niet echtbreken, niet doden,
16 II, 8,44 | mij gevormd en gemaakt; zult U zich dan afwenden en mij
17 II, 8,44 | gevormd hebt uit klei; en zult U mij tot stof doen weerkeren?
18 II, 10,48 | het specifieke gebod “Gij zult niet doden (Ex 20,13; Dt
19 II, 10,48 | voorschriften en bepalingen, dan zult u leven en talrijk worden
20 II, 10,48 | moeilijk is om het gebod “Gij zult niet doden”trouw te blijven
21 II, 10,48 | geschiedenis zullen de woorden “Gij zult niet doden”weer stralen
22 II, 10,49 | water besprenkelen en ge zult rein worden; van al uw ongerechtigheden
23 II, 11,50 | Voorwaar, Ik zeg u, heden zult ge met Mij zijn in het paradijs”(
24 III | Hoofdstuk III~Gij zult niet doden~Gods heilige
25 III, 1,52 | inclusief het gebod: “Gij zult niet doden”. Dit is het
26 III, 1,52 | onderhouden: “Jezus zei: “Gij zult niet doden, gij zult geen
27 III, 1,52 | Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij
28 III, 1,52 | geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen(...)””(Mt 19,
29 III, 2,53 | brengt het voorschrift “Gij zult niet doden”in feite als
30 III, 2,53 | schending van het gebod “Gij zult niet doden”, het gebod dat
31 III, 2,54 | 54. Het gebod “Gij zult niet doden”bezit een uitgesproken,
32 III, 2,54 | dat “het gebod (...) gij zult niet doden (...) en ieder
33 III, 2,54 | worden samengevat: “Gij zult uw naaste beminnen als uzelf””(
34 III, 2,54 | Wet, staat het gebod “Gij zult niet doden”als een onmisbare
35 III, 2,54 | geschrift - het gebod “Gij zult niet doden”categorisch herhaald: “
36 III, 2,54 | voorschrift van de leer: Gij zult niet doden (...), gij zult
37 III, 2,54 | zult niet doden (...), gij zult een kind niet afdrijven
38 III, 2,54 | geleerd van het gebod “Gij zult niet doden”. Het is bekend
39 III, 2,54 | basis van vergelijking: “Gij zult uw naaste liefhebben als
40 III, 2,56 | dan heeft het gebod “Gij zult niet doden”absolute waarde
41 III, 3,59 | vereisen dat Gods gebod: “Gij zult niet doden”ook wordt uitgebreid
42 III, 3,59(61)| Gij zult geen kind doden door abortus
43 III, 6 | Gij zult uw naaste liefhebben als
44 III, 6,74 | 76. Het gebod “gij zult niet doden”bepaalt dus het
45 III, 6,75 | wordt ook het gebod “gij zult niet doden”bezield en gevormd.
46 III, 6,75 | 1Joh 3,16). ~Het gebod “gij zult niet doden”, verplicht iedere
47 IV, 6,97 | en vrede aan te bieden. U zult merken dat er niets verloren
48 IV, 6,97 | niets verloren is, en u zult ook uw kind om vergeving
49 IV, 6,97 | en raad van andere mensen zult u, met uw doorleefde getuigenis,
50 IV, 6,97 | behoefte hebben aan nabijheid, zult u scheppers zijn van een
|