Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | van onszelf aan God en aan onze broeders. ~De Kerk weet
2 Inl, 3,5 | van het menselijk leven in onze tijd was het Buitengewoon
3 Inl, 3,6 | treden die wij tegenkomen op onze weg. ~En terwijl ik terugdenk
4 Inl, 3,6 | uitnodiging om samen aan deze onze wereld nieuwe tekenen van
5 I, 2,10 | conflicten bevordert die onze wereld doordrenken met bloed.
6 I, 3,18 | mensen die samenleven”worden onze steden tot gemeenschappen
7 I, 5,26 | ontbreken dan ook niet in onze maatschappijen en culturen,
8 II, 1 | gezien”(1 Joh 1,2): met onze blik gericht op Christus, “
9 II, 1,30 | 30. En dus willen we met onze blik gericht op de Heer
10 II, 1,30 | hebben aanschouwd en wat onze handen hebben aangeraakt,
11 II, 4,34 | maken naar ons beeld en onze gelijkenis”(Gn 1,26). Het
12 II, 4,35 | 66,1-2). Ik dank de Heer onze God die een zo prachtig
13 II, 6,40 | verantwoordelijk te zijn voor onze naaste als voor onszelf: “
14 II, 10,49 | naar het leven, omdat we onze broeders liefhebben”(1Joh
15 II, 11,51 | wordt. ~Op dit punt wordt onze overweging tot lofprijzing
16 II, 11,51 | ons leven te geven voor onze broeders en zusters, en
17 III, 3,59 | vanaf het begin tot in onze dagen duidelijk overeen
18 III, 3,61 | kalmte waarmee zovelen van onze broeders en zusters die
19 III, 4,65 | alleen kan zeggen wanneer onze aardse weg ten einde is.
20 III, 5,67 | democratische cultuur van onze tijd de mening wijd verbreid
21 III, 5,68 | de menselijkheid waarmee onze eeuw zulke treurige ervaringen
22 III, 5,69 | dat “in de denkwijze van onze tijd het algemene welzijn
23 III, 6,74 | daardoor vervullen wij onze verantwoordelijkheid tegenover
24 III, 6,74 | toevertrouwd hebben en brengen in onze daden en in de waarheid
25 III, 6,74 | en in de waarheid aan God onze dankbaarheid voor het grote
26 III, 6,75 | zo moeten ook wij voor onze broeders het leven geven”(
27 III, 6,75 | liefdesdienst die wij verplicht aan onze naaste bieden, opdat zijn
28 III, 6,75 | eraan te werken, dat in onze tijd, die al te veel tekenen
29 IV, 1,77 | verkondigt”(1Pe 2,9). Op onze weg leidt ons en draagt
30 IV, 2,78 | gehoord hebben, wat wij met onze ogen gezien hebben, wat
31 IV, 2,78 | aanschouwd hebben en wat onze handen hebben aangeraakt,
32 IV, 3,81 | wereld gezonden zijn, moet onze verkondiging ook tot een
33 IV, 3,82 | en als gemeenschap, God onze Vader, die ons vormde in
34 IV, 3,82 | Wij worden opgeroepen om onze verbazing en dankbaarheid
35 IV, 3,82 | betekenis van deze riten zullen onze liturgische vieringen, vooral
36 IV, 3,84 | ander. Op deze wijze zullen onze levens een echte en verantwoordelijke
37 IV, 4,85 | 87. Krachtens onze deelname aan Christus”koninklijke
38 IV, 4,88 | waarde van het leven in onze steeds ingewikkelder en
39 IV, 4,89 | positieve samenwerking met onze broeders en zusters van
40 IV, 5,92 | worden als het voorwerp van onze zorg, nabijheid en dienst.
41 IV, 6,93 | duisternis”(Ef 5,8; 10-11). In onze huidige maatschappelijke
42 IV, 6,93 | groepen en gemeenschappen in onze bisdommen. Met gelijke duidelijkheid
43 IV, 6,98 | het oog van zovelen van onze broeders en zusters - en
44 IV, 7,99 | Drieëenheid (vgl.1Joh 1,3). Onze eigen vreugde zou niet volkomen
45 Slot, 3,103| liefde ~aan de mensen van onze tijd. ~Verkrijg voor hen
|