Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
herstellen 3
herwint 1
herziene 1
het 2114
heten 1
hetgeen 1
hetzelfde 7
Frequency    [«  »]
-----
3455 de
2476 van
2114 het
1854 en
1008 in
880 een
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

het

1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2114

     Chapter, Paragraph, Number
501 I, 5,28 | komen van haar Heer, om het Evangelie van het leven 502 I, 5,28 | Heer, om het Evangelie van het leven te verkondigen, te 503 II | christelijke boodschap betreffende het leven~ 504 II, 1 | Het leven heeft zich geopenbaard, 505 II, 1 | geopenbaard, en wij hebben het gezien”(1 Joh 1,2): met 506 II, 1 | blik gericht op Christus, “het Woord van leven”~ 507 II, 1,29 | ernstige bedreigingen van het leven die de moderne wereld 508 II, 1,29 | door pure machteloosheid: het goede kan nooit machtig 509 II, 1,29 | machtig genoeg zijn om over het kwaad te zegevieren! ~Op 510 II, 1,29 | Op zulke momenten wordt het Volk van God, en daarin 511 II, 1,29 | Jezus Christus te belijden, “het Woord des levens”(1 Joh 512 II, 1,29 | des levens”(1 Joh 1,1). Het Evangelie van het leven 513 II, 1,29 | 1,1). Het Evangelie van het leven is niet enkel een 514 II, 1,29 | nieuw en diep ook, over het menselijk leven; evenmin 515 II, 1,29 | menselijk leven; evenmin is het louter een gebod, gericht 516 II, 1,29 | samenleving. Nog minder is het een bedrieglijke belofte 517 II, 1,29 | van een betere toekomst. Het Evangelie van het leven 518 II, 1,29 | toekomst. Het Evangelie van het leven is een concrete en 519 II, 1,29 | personele werkelijkheid, want het bestaat in de verkondiging 520 II, 1,29 | ben de Weg, de Waarheid en het Leven”(Joh 14,6). Op deze 521 II, 1,29 | Ik ben de Verrijzenis en het Leven; wie in Mij gelooft, 522 II, 1,29 | die van alle eeuwigheid het leven ontvangt van de Vader ( 523 II, 1,29 | Ik ben gekomen opdat zij het leven zouden hebben, leven 524 II, 1,29 | kennenm.b.t. de waarde van het menselijk leven; uit deze “ 525 II, 1,29 | dezebronontvangt hij in het bijzonder het vermogen om 526 II, 1,29 | ontvangt hij in het bijzonder het vermogen om deze waarheid 527 II, 1,29 | verantwoordelijkheid tot het beminnen, dienen, verdedigen 528 II, 1,29 | verdedigen en bevorderen van het menselijk leven te aanvaarden 529 II, 1,29 | vervullen. ~In Christus wordt het Evangelie van het leven 530 II, 1,29 | wordt het Evangelie van het leven definitief verkondigd 531 II, 1,29 | volledig gegeven, dit is het Evangelie dat, reeds aanwezig 532 II, 1,29 | aanwezig in de Openbaring van het Oude Testament, en inderdaad 533 II, 1,29 | inderdaad geschreven in het hart van iedere man en vrouw, 534 II, 1,29 | in ieder gewetenvanaf het begin”, vanaf de tijd van 535 II, 1,29 | gevolgen van de zonden, het ook door de menselijke rede 536 II, 1,29 | wezenlijke trekken. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie 537 II, 1,29 | en ons op te wekken tot het eeuwige leven22. ~ 538 II, 1,30 | en opnieuw mediteren over het Evangelie van het leven. 539 II, 1,30 | mediteren over het Evangelie van het leven. De diepste en oorspronkelijke 540 II, 1,30 | openbaring ons zegt over het menselijk leven werd door 541 II, 1,30 | geschreven: “Dat wat van het begin af bestond, dat wat 542 II, 1,30 | daarover spreken wij, over het Woord dat leven is. Want 543 II, 1,30 | Woord dat leven is. Want het leven is verschenen, het 544 II, 1,30 | het leven is verschenen, het eeuwige leven dat bij de 545 II, 1,30 | geopenbaard, wij hebben het gezien, wij getuigen ervan 546 II, 1,30 | getuigen ervan en maken het ook aan u bekend, opdat 547 II, 1,30 | ons”. (1,1-3). ~In Jezus, hetWoord van leven”, wordt 548 II, 1,30 | eeuwige leven is in feite het doel waarheen de mens, terwijl 549 II, 1,30 | geroepen wordt. Zo sluit het Evangelie van het leven 550 II, 1,30 | sluit het Evangelie van het leven alles in dat de menselijke 551 II, 1,30 | vertellen over de waarde van het leven, door het te aanvaarden, 552 II, 1,30 | waarde van het leven, door het te aanvaarden, te zuiveren, 553 II, 2 | redding geworden”(Ex 15,2): het leven is altijd een goed~ 554 II, 2,31 | evangelieboodschap over het leven werd voorbereid in 555 II, 2,31 | leven werd voorbereid in het Oude Testament. Vooral in 556 II, 2,31 | gebeurtenissen van de Exodus, het hart van de geloofservaring 557 II, 2,31 | van de geloofservaring van het Oude Testament, ontdekte 558 II, 2,31 | in de ogen van God. Toen het tot uitroeiing gedoemd scheen 559 II, 2,31 | waren. Zo krijgt Israël het duidelijke besef dat zijn 560 II, 2,31 | afhangt van een farao die het kan uitbuiten met despotische 561 II, 2,31 | Integendeel, Israëls leven is het voorwerp van Gods tedere 562 II, 2,31 | onvernietigbare waardigheid en het begin van een nieuwe geschiedenis, 563 II, 2,31 | ervaring komt Israël tot het besef dat wanneer zijn bestaan 564 II, 2,31 | bestaan bedreigd wordt, het zich slechts tot God hoeft 565 II, 2,31 | vordert Israël, terwijl het de waarde leert kennen van 566 II, 2,31 | betekenis en van de waarde van het leven zelf. Deze overweging 567 II, 2,31 | van de onbestendigheid van het leven en van het besef van 568 II, 2,31 | onbestendigheid van het leven en van het besef van de bedreigingen 569 II, 2,31 | van de bedreigingen die het belagen. Tegenover de tegenstellingen 570 II, 2,31 | Tegenover de tegenstellingen van het bestaan wordt het geloof 571 II, 2,31 | tegenstellingen van het bestaan wordt het geloof uitgedaagd tot een 572 II, 2,31 | Meer dan iets anders is het het probleem van het lijden 573 II, 2,31 | Meer dan iets anders is het het probleem van het lijden 574 II, 2,31 | is het het probleem van het lijden dat het geloof uitdaagt 575 II, 2,31 | probleem van het lijden dat het geloof uitdaagt en op de 576 II, 2,31 | wanneer we mediteren over het boek Job. De onschuldige 577 II, 2,31 | begrijpelijkerwijs, afvragen: “Waarom is het licht gegeven aan hem die 578 II, 2,31 | diepste duisternis dwingt het geloof naar de erkenning 579 II, 2,31 | geloof naar de erkenning van hetmysterie”, vol vertrouwen 580 II, 2,31 | die door de Schepper in het mensenhart is geplant steeds 581 II, 3 | in de onzekerheden van het menselijk bestaan brengt 582 II, 3 | brengt Jezus de betekenis van het leven tot vervulling~ 583 II, 3,32 | 32. De ervaring van het volk van het Verbond wordt 584 II, 3,32 | ervaring van het volk van het Verbond wordt vernieuwd 585 II, 3,32 | gerustgesteld temidden van het gevaar, zo verkondigt de 586 II, 3,32 | verminderdis, horen zo van Hem het goede nieuws van Gods bekommernis 587 II, 3,32 | 6,25-34). ~Bovenal zijn het dearmentot wie Jezus 588 II, 3,32 | Hetzelfde vindt vanaf het begin plaats in de zending 589 II, 3,32 | ontberingen en de armoede van het menselijk leven weerklinkt. 590 II, 3,32 | wandel!”(Hnd 3,6). Door het geloof in Jezus, “de Leidsman 591 II, 3,32 | leven”(Hnd 3,15) herwint het leven dat verlaten ligt 592 II, 3,32 | zij de ware betekenis van het leven van elke mens in zijn 593 II, 3,32 | hun leven getekend is door het kwaad van de zonde, kunnen 594 II, 3,32 | leven zeker kan stellen door het bezit van materiële goederen 595 II, 3,32 | houdt zichzelf voor de gek. Het leven ontglipt hem, en hij 596 II, 3,32 | ontglipt hem, en hij zal het zeer spoedig verliezen, 597 II, 3,33 | eigen leven vinden we van het begin tot het eind, een 598 II, 3,33 | vinden we van het begin tot het eind, een bijzondere “dialectiek” 599 II, 3,33 | ervaring van de onzekerheid van het menselijk leven en de bevestiging 600 II, 3,33 | door onzekerheid, al vanaf het moment van zijn geboorte. 601 II, 3,33 | Maar er is ook, vanaf het begin, de afwijzing door 602 II, 3,33 | die vijandig optreedt en het Kind zoekt om “het te doden”( 603 II, 3,33 | optreedt en het Kind zoekt omhet te doden”(Mt 2,13); een 604 II, 3,33 | t.a.v. de vervulling van het mysterie van dit leven dat 605 II, 3,33 | heerlijkheid door, die uitgaat van het huis in Nazareth en van 606 II, 3,33 | tegenstellingen en risicos van het leven werden door Jezus 607 II, 3,33 | kwetsbaarste omstandigheden van het menselijk leven (vgl.Fil 608 II, 3,33 | zijn leven lang, tot aan het hoogtepunt van het Kruis: “ 609 II, 3,33 | tot aan het hoogtepunt van het Kruis: “Hij vernederde zichzelf 610 II, 3,33 | dood, zelfs tot de dood aan het kruis. Daarom heeft God 611 II, 3,33 | schittering en waarde van het leven, omdat zijn zelfgave 612 II, 3,33 | omdat zijn zelfgave aan het kruis de bron wordt van 613 II, 3,33 | tegenstellingen en zelfs in het verlies van zijn leven wordt 614 II, 3,33 | handen is van de Vader. Aan het kruis kan Hij dan ook tot 615 II, 3,33 | groot moet de waarde van het menselijk leven zijn als 616 II, 3,33 | zijn als de Zoon van God het aangenomen heeft en het 617 II, 3,33 | het aangenomen heeft en het gemaakt heeft tot middel 618 II, 4 | tot gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon”(Rom 619 II, 4 | heerlijkheid schijnt op het gelaat van de mens~ 620 II, 4,34 | 34. Het leven is altijd een goed. 621 II, 4,34 | te begrijpen. ~Waarom is het leven een goed? Deze vraag 622 II, 4,34 | verbazingwekkend antwoord. Het leven dat God aan de mens 623 II, 4,34 | geheel verschillend van het leven van alle andere levende 624 II, 4,34 | mens, ofschoon gevormd uit het stof van de aarde (vgl.Gn 625 II, 4,34 | werkelijkheid van God zelf. ~Het boek Genesis bevestigt dit 626 II, 4,34 | Genesis bevestigt dit wanneer het in het eerste scheppingsverslag 627 II, 4,34 | bevestigt dit wanneer het in het eerste scheppingsverslag 628 II, 4,34 | de bekroning ervan, aan het einde van een proces dat 629 II, 4,34 | leidt van ordeloze chaos tot het meest volmaakte schepsel. 630 II, 4,34 | soortgelijke boodschap staat ook in het tweede scheppingsverslag: “ 631 II, 4,34 | duidelijke bevestiging van het primaat van de mens over 632 II, 4,34 | a.h.w. teruggebracht tot het niveau van een ding. ~In 633 II, 4,34 | bijbelse vertelling wordt het verschil tussen de mens 634 II, 4,34 | schepselen vooral getoond door het feit dat alleen de schepping 635 II, 4,34 | gepresenteerd wordt als het resultaat van een speciale 636 II, 4,34 | onze gelijkenis”(Gn 1,26). Het leven dat God de mens aanbiedt 637 II, 4,34 | tussen de mens en God. Ook het boek Sirach erkent dat God 638 II, 4,34 | geestelijke vermogens die het meest eigen zijn aan de 639 II, 4,34 | zijn aan de mens, zoals het verstand, het onderscheid 640 II, 4,34 | mens, zoals het verstand, het onderscheid tussen goed 641 II, 4,34 | en kwaad zien”(Sir 17,7). Het vermogen om waarheid en 642 II, 4,34 | van de mens geschapen naar het beeld van zijn Schepper, 643 II, 4,34 | kennen en te beminnen24. Het leven dat God de mens geeft 644 II, 4,34 | louter bestaan in de tijd. Het is een streven naar de volheid 645 II, 4,34 | naar de volheid van leven; het is de kiem van een bestaan 646 II, 4,34 | onbederflijkheid en maakte hem naar het beeld van zijn eigen Wezen”( 647 II, 4,35 | 35. Het scheppingsverhaal van de 648 II, 4,35 | Heer God vormde de mens uit het stof van de grond en ademde 649 II, 4,35 | hart is onrustig totdat het rust in U25. ~Vol betekenis 650 II, 4,35 | is de onvoldaanheid die het leven van de mens in Eden 651 II, 4,35 | bevredigen die zo vitaal is voor het menselijk bestaan. In de 652 II, 4,35 | weerspiegeling van God zelf, het definitieve doel en de vervulling 653 II, 4,35 | met de onmetelijkheid van het heelal is de mens erg klein; 654 II, 4,35 | heerlijkheid van God licht op in het gezicht van de mens. In 655 II, 4,35 | levende schepselen en als het ware de kroon is van het 656 II, 4,35 | het ware de kroon is van het heelal en de hoogste schoonheid 657 II, 4,36 | Schepper en komt tenslotte tot het aanbidden van schepselen: “ 658 II, 4,36 | door een leugen en aanbaden het schepsel liever dan de Schepper”( 659 II, 4,36 | vervormt de mens niet alleen het beeld van God in zijn eigen 660 II, 4,36 | de mensen aangetast. ~In het leven van de mens licht 661 II, 4,36 | beeld opnieuw op en wordt het opnieuw geopenbaard in al 662 II, 4,36 | komst van de Zoon van God in het menselijk vlees: “Christus 663 II, 4,36 | menselijk vlees: “Christus is het beeld van de onzichtbare 664 II, 4,36 | heerlijkheid van God en is het evenbeeld van zijn wezen”( 665 II, 4,36 | wezen”(Heb 1,3). Hij is het volmaakte beeld van de Vader. ~ 666 II, 4,36 | volmaakte beeld van de Vader. ~Het plan van het leven dat aan 667 II, 4,36 | de Vader. ~Het plan van het leven dat aan de eerste 668 II, 4,36 | van Adam Gods plan voor het menselijk leven had vernield 669 II, 4,36 | bron van genade die over het mensenras is uitgestort, 670 II, 4,36 | iedereen de poorten van het koninkrijk des levens ver 671 II, 4,36 | ontvangen de volheid van leven: het goddelijke beeld wordt in 672 II, 4,36 | volmaaktheid gebracht. Dit is het plan van God met de mensen: 673 II, 4,36 | gelijkvormig zouden worden aan het beeld van zijn Zoon”(Rom 674 II, 5 | Joh 11,26); de gave van het eeuwig leven~ 675 II, 5,37 | 37. Het leven dat de Zoon van God 676 II, 5,37 | louter bestaan in de tijd. Het leven dat altijdin Hem” 677 II, 5,37 | in Hemwas, en dat ishet licht van de mensen”(Joh 678 II, 5,37 | mensen”(Joh 1,4), bestaat in het verwekt zijn door God en 679 II, 5,37 | verwekt zijn door God en het delen in de volheid van 680 II, 5,37 | bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van 681 II, 5,37 | brengen eenvoudig als naarhet leven”; en Hij presenteert 682 II, 5,37 | leven”; en Hij presenteert het geboren zijn uit God als 683 II, 5,37 | noodzakelijke voorwaarde als de mens het doel wil bereiken waarvoor 684 II, 5,37 | opnieuw geboren wordt, kan hij het rijk van God niet zien”( 685 II, 5,37 | Dit leven te geven is het ware doel van Jezuszending: 686 II, 5,37 | Wie mij volgt(...) zal het licht van het leven hebben”( 687 II, 5,37 | volgt(...) zal het licht van het leven hebben”(Joh 8,12). ~ 688 II, 5,37 | eeuwig leven”: hier doet het bijvoeglijk naamwoord meer 689 II, 5,37 | verder dan de tijd reikt. Het leven dat Jezus belooft 690 II, 5,37 | geeft iseeuwig”, omdat het een volle deelname is aan 691 II, 5,37 | een volle deelname is aan het leven van deEeuwige”. 692 II, 5,37 | zijn bestaan de volheid van het leven openbaren en meedelen; 693 II, 5,37 | tot de Vader spreekt in het hogepriesterlijk gebed, 694 II, 5,37 | verklaart Jezus zelf waar het eeuwige leven in bestaat: “ 695 II, 5,37 | leven in bestaat: “Dit is het eeuwige leven: dat zij U 696 II, 5,37 | God en zijn Zoon kennen is het mysterie aanvaarden van 697 II, 5,37 | nu reeds openstaat naar het eeuwig leven omdat het deelt 698 II, 5,37 | naar het eeuwig leven omdat het deelt in het leven van God. ~ 699 II, 5,37 | leven omdat het deelt in het leven van God. ~ 700 II, 5,38 | 38. Het eeuwig leven is daarom het 701 II, 5,38 | Het eeuwig leven is daarom het leven van God zelf en tegelijk 702 II, 5,38 | van God zelf en tegelijk het leven van de kinderen van 703 II, 5,38 | God genoemd, en we zijn het ook!(...) Dierbaren, nu 704 II, 5,38 | christelijke waarheid omtrent het leven het hoogtepunt. De 705 II, 5,38 | waarheid omtrent het leven het hoogtepunt. De waardigheid 706 II, 5,38 | verbonden met zijn begin, met het feit dat het van God komt, 707 II, 5,38 | begin, met het feit dat het van God komt, maar ook met 708 II, 5,38 | van en liefde voor Hem. In het licht van deze waarheid 709 II, 5,38 | de levende mens”, maarhet leven van de mens bestaat 710 II, 5,38 | leven van de mens bestaat in het zien van God27. ~Onmiddellijke 711 II, 5,38 | komen hieruit voort voor het menselijk leven in zijn 712 II, 5,38 | aardse staat, waarin trouwens het eeuwig leven reeds ontkiemt 713 II, 5,38 | mens instinctief houdt van het leven, omdat het een goed 714 II, 5,38 | houdt van het leven, omdat het een goed is, zal deze liefde 715 II, 5,38 | menselijk wezen heeft voor het leven, niet zo maar herleid 716 II, 5,38 | zelfontplooiing en voor het aangaan van relaties met 717 II, 5,38 | een vreugdevol besef dat het leven deplaatskan worden 718 II, 5,38 | gemeenschap met Hem komen. Het leven dat Jezus geeft vermindert 719 II, 5,38 | ons bestaan in de tijd; het neemt het op en richt het 720 II, 5,38 | bestaan in de tijd; het neemt het op en richt het op zijn 721 II, 5,38 | het neemt het op en richt het op zijn uiteindelijke bestemming: “ 722 II, 5,38 | Ik ben de verrijzenis en het leven(...); wie leeft en 723 II, 6,39 | 39. Het leven van de mens komt van 724 II, 6,39 | van de mens komt van God; het is zijn gave, zijn beeld 725 II, 6,39 | mensen onderling, zal ik het leven van de mens terugeisen”( 726 II, 6,39 | nadrukkelijk hoe de heiligheid van het leven haar basis heeft in 727 II, 6,39 | naar zijn beeld”(Gn 9,6). ~Het leven en de dood van de 728 II, 6,39 | macht: “In zijn hand is het leven van ieder levend ding 729 II, 6,39 | alleen kan zeggen: “Ik ben het die zowel de dood als het 730 II, 6,39 | het die zowel de dood als het leven breng”(Dt 32,39). ~ 731 II, 6,39 | met zijn schepselen. Als het waar is dat het menselijk 732 II, 6,39 | schepselen. Als het waar is dat het menselijk leven in de handen 733 II, 6,39 | handen is van God, dan is het niet minder waar dat dit 734 II, 6,39 | God alle mogelijkheden van het leven samenbrengt en de 735 II, 6,40 | 40. Uit de heiligheid van het leven ontstaat zijn onschendbaarheid, 736 II, 6,40 | onschendbaarheid, die vanaf het begin in het mensenhart 737 II, 6,40 | die vanaf het begin in het mensenhart geschreven staat, 738 II, 6,40 | de onaantastbaarheid van het leven - zijn eigen leven 739 II, 6,40 | dat niet van hem is, omdat het eigendom en gave is van 740 II, 6,40 | God de Schepper en Vader. ~Het gebod betreffende de onaantastbaarheid 741 II, 6,40 | de onaantastbaarheid van het menselijk leven weerklinkt 742 II, 6,40 | menselijk leven weerklinkt in het hart van de “tien woorden” 743 II, 6,40 | van de “tien woordenin het Verbond van de Sinaï (vgl. 744 II, 6,40 | latere wetgeving - verbiedt het ook iedere persoonlijke 745 II, 6,40 | moeten we erkennen dat in het Oude Testament deze betekenis 746 II, 6,40 | betekenis van de waarde van het leven, ofschoon reeds zeer 747 II, 6,40 | omvattende boodschap, die het Nieuwe Testament tot volmaaktheid 748 II, 6,40 | de onaantastbaarheid van het fysieke leven en de integriteit 749 II, 6,40 | integriteit van de persoon. Het vindt zijn hoogtepunt in 750 II, 6,40 | vindt zijn hoogtepunt in het positieve gebod, dat ons 751 II, 6,41 | 41. Het gebodGij zult niet doden”, 752 II, 6,41 | vollediger uitgedrukt in het positieve gebod van liefde 753 II, 6,41 | voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”, 754 II, 6,41 | antwoordt Hij: “Als je het leven wilt binnengaan, onderhoud 755 II, 6,41 | ook m.b.t. de eerbied voor het leven: “Gij hebt gehoord 756 II, 6,41 | zal strafbaar zijn voor het gerecht. Maar ik zeg u, 757 II, 6,41 | strafbaar zal zijn voor het gerecht”(Mt 5,21-22). ~Door 758 II, 6,41 | positieve vereisten zien van het gebod dat betrekking heeft 759 II, 6,41 | de onaantastbaarheid van het leven. Deze vereisten waren 760 II, 6,41 | waren reeds aanwezig in het Oude Testament, waar de 761 II, 6,41 | bescherming en verdediging van het leven behandelde wanneer 762 II, 6,41 | zwak en bedreigd was: in het geval van vreemdelingen, 763 II, 6,41 | de zieken en de armen in het algemeen, inclusief de kinderen 764 II, 6,41 | Ze gaan van de zorg voor het leven van zijn broeder ( 765 II, 6,41 | hoort, of een vreemde die in het land van Israël leeft) tot 766 II, 6,41 | land van Israël leeft) tot het tonen van bekommernis met 767 II, 6,41 | de vreemdeling, zelfs tot het beminnen van de vijand. ~ 768 II, 6,41 | slechten en goeden en doet het regenen over de rechtvaardigen 769 II, 6,41 | vgl.Lc 6,28.35). ~Zo is het diepste element van Gods 770 II, 6,41 | element van Gods gebod om het menselijk leven te beschermen 771 II, 7 | verantwoordelijkheid van de mens voor het leven~ 772 II, 7,42 | verdediging en bevordering van het leven, de eerbiediging ervan 773 II, 7,42 | heerschappij die God de mens geeft. Het is in de eerste plaats een 774 II, 7,42 | elk levend wezen, zoals het boek der Wijsheid duidelijk 775 II, 7,42 | runderen, en ook de dieren van het veld, de vogels in de lucht 776 II, 7,42 | leven, niet alleen voor het heden maar ook voor toekomstige 777 II, 7,42 | toekomstige generaties. Het ecologische vraagstuk - 778 II, 7,42 | ecologische vraagstuk - van het behoud van het natuurlijke 779 II, 7,42 | vraagstuk - van het behoud van het natuurlijke leefgebied van 780 II, 7,42 | leidt tot een oplossing die het grote goed van het leven 781 II, 7,42 | oplossing die het grote goed van het leven eerbiedigt, van ieder 782 II, 7,42 | die de Schepper zelf vanaf het begin opgelegd heeft en 783 II, 7,42 | symbolisch uitgedrukt is door het verbod omde vrucht van 784 II, 7,43 | die hem gegeven is voor het menselijk leven als zodanig. 785 II, 7,43 | menselijk leven als zodanig. Het is een verantwoordelijkheid 786 II, 7,43 | bereikt in de schenking van het leven door de voortplanting 787 II, 7,43 | voortplanting door man en vrouw in het huwelijk, zoals het Tweede 788 II, 7,43 | vrouw in het huwelijk, zoals het Tweede Vaticaans Concilie 789 II, 7,43 | zelf die gezegd heeft: “het is niet goed voor de mens, 790 II, 7,43 | blijft (Gn 2,18) en diein het begin de mens als man en 791 II, 7,43 | deelnamevan man en vrouw in hetscheppingswerkvan God, 792 II, 7,43 | scheppingswerkvan God, wil het Concilie duidelijk maken 793 II, 7,43 | Concilie duidelijk maken dat het krijgen van een kind een 794 II, 7,43 | menselijk wezen, hebben we het niet alleen over de biologische 795 II, 7,43 | God zelf aanwezig is in het menselijk vader- en moederschap, 796 II, 7,43 | gelijkenisdie eigen zijn aan het menselijk wezen en die bij 797 II, 7,43 | voortplanting, door de schenking van het leven van ouders aan kind, 798 II, 7,43 | de onsterfelijke ziel 32. Het begin van het “boek van 799 II, 7,43 | onsterfelijke ziel 32. Het begin van hetboek van het nakomelingschap 800 II, 7,43 | begin van het “boek van het nakomelingschap van Adam” 801 II, 7,43 | nakomelingschap van Adamdrukt het als volgt uit: “Toen God 802 II, 7,43 | zijn beeld doorgeeft aan het nieuwe schepsel zien we 803 II, 7,43 | prees bisschop Amphilochius “het heilig huwelijk, gekozen 804 II, 7,43 | man en vrouw, verenigd in het huwelijk, deelgenoten in 805 II, 7,43 | ouders betreft de taak van het opnemen en dienen van het 806 II, 7,43 | het opnemen en dienen van het leven iedereen; en deze 807 II, 7,43 | bovenal vervuld worden voor het leven wanneer het op zijn 808 II, 7,43 | worden voor het leven wanneer het op zijn zwakst is. Het is 809 II, 7,43 | wanneer het op zijn zwakst is. Het is Christus zelf die ons 810 II, 8 | 13): de waardigheid van het ongeboren kind~ 811 II, 8,44 | 44. Het menselijke leven is het 812 II, 8,44 | Het menselijke leven is het meest kwetsbaar wanneer 813 II, 8,44 | meest kwetsbaar wanneer het in de wereld komt en wanneer 814 II, 8,44 | de wereld komt en wanneer het uit de tijd weggaat om zich 815 II, 8,44 | de eeuwigheid te begeven. Het woord van God herhaalt vaak 816 II, 8,44 | te tonen, bovenal wanneer het leven ondermijnd wordt door 817 II, 8,44 | uitdrukkelijke oproepen om het menselijk leven te beschermen 818 II, 8,44 | leven te beschermen vanaf het eerste begin, speciaal het 819 II, 8,44 | het eerste begin, speciaal het nog niet geboren leven, 820 II, 8,44 | nog niet geboren leven, en het leven dat ten einde gaat: 821 II, 8,44 | gemakkelijk verklaren uit het feit dat zelfs maar de mogelijkheid 822 II, 8,44 | maar de mogelijkheid om het leven in deze omstandigheden 823 II, 8,44 | culturele denkwijze van het Volk van God. ~In het Oude 824 II, 8,44 | van het Volk van God. ~In het Oude Testament wordt onvruchtbaarheid 825 II, 8,44 | stoelt ook op Israëls besef het volk van het Verbond te 826 II, 8,44 | Israëls besef het volk van het Verbond te zijn, geroepen 827 II, 8,44 | werkt hier de zekerheid dat het leven dat de ouders doorgeven 828 II, 8,44 | ontvangenis, de vorming van het leven in de moederschoot, 829 II, 8,44 | en de intieme band tussen het beginmoment van het leven 830 II, 8,44 | tussen het beginmoment van het leven en het werk van God 831 II, 8,44 | beginmoment van het leven en het werk van God de Schepper. ~“ 832 II, 8,44 | je aan Mij toe”(Jr 1,5): het leven van ieder individu 833 II, 8,44 | diepte van zijn pijn in, om het werk van God te overdenken 834 II, 8,44 | spieren ineengezet. U hebt me het leven gegund, en bestendige 835 II, 8,44 | over Gods tussenkomst in het leven van een kind in de 836 II, 8,44 | proces van de ontplooiing van het leven gescheiden zou kunnen 837 II, 8,44 | gescheiden zou kunnen worden van het wijze en liefdevolle werk 838 II, 8,44 | God, bron en garantie van het leven vanaf de conceptie 839 II, 8,44 | van de wereld: Hij bewerkt het ontstaan van de mens, zoals 840 II, 8,45 | 45. De openbaring van het Nieuwe Testament bevestigt 841 II, 8,45 | erkenning van de waarde van het leven vanaf zijn eerste 842 II, 8,45 | gretige verwachting van het leven klinken door in de 843 II, 8,45 | waarde van de persoon vanaf het moment van de ontvangenis 844 II, 8,45 | kinderen openbaren de komst van het Messiaanse tijdperk: in 845 II, 8,45 | God onder de mensen voor het eerst werkzaam. De H. Ambrosius 846 II, 8,45 | stem, maar Johannes ervoer het eerste de genade; zij hoorde 847 II, 8,45 | orde, hij sprong op vanwege het mysterie; zij merkte de 848 II, 8,45 | vrouw de komst van de vrouw, het kind de komst van het Kind. 849 II, 8,45 | vrouw, het kind de komst van het Kind. De vrouwen spreken 850 II, 8,45 | hun moeder de genade en het mysterie van de barmhartigheid 851 II, 8,45 | inspiratie van hun kinderen. Het kind sprong op van vreugde, 852 II, 9,46 | laatste ogenblikken van het leven zou het anachronistisch 853 II, 9,46 | ogenblikken van het leven zou het anachronistisch zijn om 854 II, 9,46 | problematiek betreffende het respect voor ouderen en 855 II, 9,46 | uw wonderen”(Ps 71,5.18). Het ideaal van de Messiaanse 856 II, 9,46 | onvermijdelijke neergang van het leven staan? Hoe moet men 857 II, 9,46 | Hoe moet men handelen in het zicht van de dood? De gelovige 858 II, 9,46 | hij aanvaardt van Hem ook het sterven: “Dit is het bevel 859 II, 9,46 | ook het sterven: “Dit is het bevel van de Heer voor alle 860 II, 9,46 | De mens is niet baas over het leven, evenmin over de dood. 861 II, 9,46 | de avond; ik verdor als het gras (Ps 102,11)- zelfs 862 II, 9,46 | mij hadt herschapen ben ik het graf ontgaan”(Ps 30,3-4). ~ 863 II, 9,47 | Gods grote bekommernis met het lichamelijk leven van de 864 II, 9,47 | werd, alsde dokter van het lichaam en de geest37 door 865 II, 9,47 | door de Vader gezonden om het goede nieuws te brengen 866 II, 9,47 | met de verkondiging van het Evangelie: “En gaat op weg 867 II, 9,47 | op weg en verkondigt dat het rijk der hemelen nabij is. 868 II, 9,47 | Mt 6,13;16,18). ~Zeker is het leven van het lichaam in 869 II, 9,47 | Zeker is het leven van het lichaam in zijn aardse staat 870 II, 9,47 | zijn leven wil redden zal het verliezen; en alwie zijn 871 II, 9,47 | Mijnentwil en omwille van het Evangelie, zal het redden”( 872 II, 9,47 | omwille van het Evangelie, zal het redden”(Mc 8,35). Het Nieuwe 873 II, 9,47 | zal het redden”(Mc 8,35). Het Nieuwe Testament geeft hiervan 874 II, 9,47 | Verlosser, getuigt ook dat het aards bestaan niet een absoluut 875 II, 9,47 | goed is; belangrijker is het om trouw te blijven aan 876 II, 9,47 | om trouw te blijven aan het woord van de Heer zelf met 877 II, 10,48 | 48. Het leven wordt onuitwisbaar 878 II, 10,48 | nemen is de mens verplicht het leven in deze waarheid te 879 II, 10,48 | een bedreiging worden voor het bestaan van anderen, aangezien 880 II, 10,48 | voor en verdediging van het leven garanderen, zijn doorgebroken. ~ 881 II, 10,48 | doorgebroken. ~De waarheid van het leven wordt geopenbaard 882 II, 10,48 | geopenbaard in Gods gebod. Het woord van de Heer toont 883 II, 10,48 | toont concreet de koers die het leven moet volgen wil het 884 II, 10,48 | het leven moet volgen wil het zijn eigen waarheid eerbiedigen 885 II, 10,48 | bewaren. De bescherming van het leven is niet alleen verzekerd 886 II, 10,48 | niet alleen verzekerd door het specifieke gebodGij zult 887 II, 10,48 | dient de bescherming van het leven, omdat zij die waarheid 888 II, 10,48 | waarheid openbaart waarin het leven zijn volle betekenis 889 II, 10,48 | betekenis krijgt. ~Daarom is het niet verwonderlijk dat Gods 890 II, 10,48 | zo nauw verbonden is met het levensperspectief, ook in 891 II, 10,48 | levensweg: “Ik houd u vandaag het leven en het geluk voor, 892 II, 10,48 | houd u vandaag het leven en het geluk voor, maar ook de 893 II, 10,48 | voor, maar ook de dood en het ongeluk. Als u luistert 894 II, 10,48 | Heer uw God u zegenen in het land dat u in bezit gaat 895 II, 10,48 | Dt 30,15-16). Niet alleen het land Kanaän en het bestaan 896 II, 10,48 | alleen het land Kanaän en het bestaan van het volk staan 897 II, 10,48 | Kanaän en het bestaan van het volk staan op het spel, 898 II, 10,48 | bestaan van het volk staan op het spel, maar ook de huidige 899 II, 10,48 | en toekomstige wereld, en het bestaan van de hele mensheid. 900 II, 10,48 | de hele mensheid. Want is het absoluut onmogelijk dat 901 II, 10,48 | absoluut onmogelijk dat het leven volkomen geloofwaardig 902 II, 10,48 | geloofwaardig blijft als het zich van het goede verwijdert; 903 II, 10,48 | blijft als het zich van het goede verwijdert; en het 904 II, 10,48 | het goede verwijdert; en het goede is op zijn beurt wezenlijk 905 II, 10,48 | Heer, dwz: met dewet van het leven”(Sir 17,11). Het goede 906 II, 10,48 | van het leven”(Sir 17,11). Het goede dat gedaan moet worden, 907 II, 10,48 | worden, komt niet extra bij het leven als een drukkende 908 II, 10,48 | drukkende last, aangezien het doel van het leven juist 909 II, 10,48 | aangezien het doel van het leven juist dat goede is, 910 II, 10,48 | goede is, en alleen door het te doen kan het leven opgebouwd 911 II, 10,48 | alleen door het te doen kan het leven opgebouwd worden. ~ 912 II, 10,48 | opgebouwd worden. ~Zo is het dus de wet als geheel die 913 II, 10,48 | dus de wet als geheel die het menselijk leven volledig 914 II, 10,48 | beschermt. Dit verklaart waarom het zo moeilijk is om het gebod “ 915 II, 10,48 | waarom het zo moeilijk is om het gebodGij zult niet doden” 916 II, 10,48 | Losgemaakt uit dit kader is het gebod gedoemd om niet meer 917 II, 10,48 | inzien van de passage in het boek Deuteronomium die Jezus 918 II, 10,48 | Door te luisteren naar het woord van de Heer zijn wij 919 II, 10,49 | Israël laat zien hoe moeilijk het is om trouw te blijven aan 920 II, 10,49 | te blijven aan de wet van het leven die God heeft gegrift 921 II, 10,49 | die God heeft gegrift in het mensenhart en die Hij op 922 II, 10,49 | die Hij op de Sinaï aan het volk van het Verbond gaf. 923 II, 10,49 | de Sinaï aan het volk van het Verbond gaf. Wanneer de 924 II, 10,49 | Gods plan negeren dan zijn het vooral de profeten die hen 925 II, 10,49 | mensen schenden: “Ze trappen het hoofd van de arme in het 926 II, 10,49 | het hoofd van de arme in het stof van de aarde”(Am 2, 927 II, 10,49 | hebben deze plaats gevuld met het bloed van onschuldigen”( 928 II, 10,49 | stad Jeruzalem, waarbij hij hetde bloedige stad”(22,2; 929 II, 10,49 | profeten de vergrijpen tegen het leven veroordelen, zijn 930 II, 10,49 | mogelijkheden te openen voor het begrijpen en uitvoeren van 931 II, 10,49 | uitvoeren van alle eisen die in het Evangelie van het leven 932 II, 10,49 | die in het Evangelie van het leven vervat liggen. Dit 933 II, 10,49 | 34). Ditnieuwe hartzal het mogelijk maken de diepste 934 II, 10,49 | en echtste betekenis van het leven te waarderen en te 935 II, 10,49 | te bereiken: namelijk dat het een gave is die helemaal 936 II, 10,49 | boodschap over de waarde van het leven die tot ons komt door 937 II, 10,49 | zien en lang leven(...) Na het doorstane lijden zal hij 938 II, 10,49 | doorstane lijden zal hij het licht mogen zien”(Js 53, 939 II, 10,49 | wet eens en voor altijd hetevangelie”, het goede nieuws 940 II, 10,49 | altijd het “evangelie”, het goede nieuws van Gods heerschappij 941 II, 10,49 | heerschappij over de wereld, dat het leven terugbrengt naar zijn 942 II, 10,49 | overgegaan van de dood naar het leven, omdat we onze broeders 943 II, 11 | doorstoken hebben”(Joh 19,37): het Evangelie van het leven 944 II, 11 | 19,37): het Evangelie van het leven wordt vervuld aan 945 II, 11 | vervuld aan de stam van het Kruis~ 946 II, 11,50 | 50. Aan het einde van dit hoofdstuk, 947 II, 11,50 | christelijke boodschap over het leven hebben overwogen, 948 II, 11,50 | 37; 12,32). Kijkend naarhet schouwspelvan het Kruis ( 949 II, 11,50 | naar “het schouwspelvan het Kruis (vgl.Lc 23,48) zullen 950 II, 11,50 | volledige openbaring van het hele Evangelie van het leven 951 II, 11,50 | van het hele Evangelie van het leven ontdekken. ~In de 952 II, 11,50 | zon geen licht meer gaf. Het voorhangsel van de tempel 953 II, 11,50 | middendoor”(Lc 23,44.45). Dit is het symbool van een grote kosmische 954 II, 11,50 | strijd tussen de krachten van het goede en de krachten van 955 II, 11,50 | goede en de krachten van het kwade, tussen leven en dood. 956 II, 11,50 | dooden decultuur van het leven”. Maar de glorie van 957 II, 11,50 | leven”. Maar de glorie van het Kruis wordt door deze duisternis 958 II, 11,50 | duisternis niet overwonnen; het licht, integendeel, steeds 959 II, 11,50 | leven. ~Jezus wordt aan het Kruis genageld en opgeheven 960 II, 11,50 | van de aarde. Hij ervaart het ogenblik van zijn grootste “ 961 II, 11,50 | Mc 15,39). Aldus wordt in het ogenblik van zijn grootste 962 II, 11,50 | geopenbaard als wie Hij is: aan het Kruis wordt zijn heerlijkheid 963 II, 11,50 | Jezus licht op de zin van het leven en de dood van ieder 964 II, 11,50 | zult ge met Mij zijn in het paradijs”(Lc 23,43). Na 965 II, 11,50 | bewerkt is de schenking van het leven en de verrijzenis. 966 II, 11,50 | en in zijn opwekking tot het leven zelf van God. ~Aan 967 II, 11,50 | leven zelf van God. ~Aan het Kruis wordt het wonder van 968 II, 11,50 | God. ~Aan het Kruis wordt het wonder van de slang die 969 II, 11,51 | azijn genomen had, zei Hij: “Het is volbracht”. Daarop boog 970 II, 11,51 | volbracht”. Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest”(Joh 971 II, 11,51 | volledige voltooiing bereikt. Hetgevenvan de geest beschrijft 972 II, 11,51 | iedere andere mens, maar het lijkt een toespeling op 973 II, 11,51 | opent voor een nieuw leven. ~Het is het leven van God zelf 974 II, 11,51 | een nieuw leven. ~Het is het leven van God zelf dat nu 975 II, 11,51 | met de mens gedeeld wordt. Het is het leven dat door de 976 II, 11,51 | mens gedeeld wordt. Het is het leven dat door de sacramenten 977 II, 11,51 | Kerk - gesymboliseerd door het bloed en water die uit Christus” 978 II, 11,51 | Gods kinderen en hen tot het volk van het Nieuwe Verbond 979 II, 11,51 | en hen tot het volk van het Nieuwe Verbond maakt. Vanaf 980 II, 11,51 | Nieuwe Verbond maakt. Vanaf het Kruis, de bron van leven, 981 II, 11,51 | leven, ontstaat en groeit hetvolk van het leven”. ~De 982 II, 11,51 | en groeit het “volk van het leven”. ~De beschouwing 983 II, 11,51 | leven”. ~De beschouwing van het Kruis brengt ons zo tot 984 II, 11,51 | Kruis brengt ons zo tot het hart van alles dat heeft 985 II, 11,51 | waren, beminde Hij hen tot het einde”(Joh 13,1), door zich 986 II, 11,51 | Mc 10,45), bereikt aan het Kruis de hoogste liefde: “ 987 II, 11,51 | Zo verkondigt Jezus dat het leven zijn centrum, zijn 988 II, 11,51 | vervulling vindt wanneer het geschonken wordt. ~Op dit 989 II, 11,51 | zijn omdat U, o Heer, ons het voorbeeld hebt gegeven en 990 II, 11,51 | we leren om niet alleen het gebod te gehoorzamen, om 991 II, 11,51 | mensenleven te doden, maar ook om het leven te eerbiedigen, te 992 III, 1 | Als je het leven wilt binnengaan, onderhoud 993 III, 1,52 | voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?””( 994 III, 1,52 | Jezus antwoordde: “Als je het leven wilt binnengaan, onderhoud 995 III, 1,52 | De Meester spreekt over het eeuwig leven, dwz: een delen 996 III, 1,52 | leven, dwz: een delen in het leven van God zelf. Dit 997 III, 1,52 | te onderhouden, inclusief het gebod: “Gij zult niet doden”. 998 III, 1,52 | zult niet doden”. Dit is het eerste voorschrift van de 999 III, 1,52 | gescheiden van zijn liefde: het is altijd een gave tot vreugde 1000 III, 1,52 | zodanig vertegenwoordigt het een wezenlijk en onontbeerlijk


1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2114

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License