Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
herstellen 3
herwint 1
herziene 1
het 2114
heten 1
hetgeen 1
hetzelfde 7
Frequency    [«  »]
-----
3455 de
2476 van
2114 het
1854 en
1008 in
880 een
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

het

1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2114

     Chapter, Paragraph, Number
1001 III, 1,52 | onontbeerlijk aspect van het evangelie, ja het wordt 1002 III, 1,52 | aspect van het evangelie, ja het wordt zelfevangelie”, 1003 III, 1,52 | dwz: Blijde Boodschap. Het Evangelie van het leven 1004 III, 1,52 | Boodschap. Het Evangelie van het leven is zowel een grote 1005 III, 1,52 | verplichtende taak voor de mens. Het wekt verbazing en dankbaarheid 1006 III, 1,52 | van de mens, aan wie Hij het leven geeft dat hij dat 1007 III, 1,52 | wordt de gave een gebod en het gebod is zelf een gave. ~ 1008 III, 1,52 | mens werd geschapen naar het beeld van Hem die het heelal 1009 III, 1,52 | naar het beeld van Hem die het heelal bestuurt. Alles laat 1010 III, 1,52 | menselijke natuur vanaf het begin door koningschap getekend 1011 III, 1,52 | gelijkenis met de Koning van het heelal; hij is het levende 1012 III, 1,52 | Koning van het heelal; hij is het levende beeld dat door zijn 1013 III, 1,52 | deelt in de volmaaktheid van het goddelijk model38. Geroepen 1014 III, 1,52 | en in zekere zin over het leven dat hij heeft ontvangen 1015 III, 1,52 | Bij zijn heerschappij gaat het echter niet om een absolute, 1016 III, 1,52 | absolute, maar om een dienende: het is een werkelijke afspiegeling 1017 III, 1,52 | geboren uit en gekoesterd door het besef dat de voorschriften 1018 III, 1,52 | dingen, maar meer nog m.b.t. het leven, niet de absolute 1019 III, 1,52(39)| SINT JOHANNES DAMASCENUS, Het rechte geloof, II, 12: PG 1020 III, 1,52 | uitvoerder van Gods plan40. ~Het leven wordt aan de mens 1021 III, 2 | Voor het leven van de mens vraag 1022 III, 2 | rekenschap van de mens”(Gn 9,5): het menselijk leven is heilig 1023 III, 2,53 | 53. “Het menselijk leven is heilig 1024 III, 2,53 | menselijk leven is heilig omdat het vanaf zijn ontstaan “het 1025 III, 2,53 | het vanaf zijn ontstaanhet handelen van de Schepper 1026 III, 2,53 | de Schepper vereist”, en het blijft altijd in een bijzondere 1027 III, 2,53 | God alleen is Heer van het leven van het begin tot 1028 III, 2,53 | is Heer van het leven van het begin tot het einde: niemand 1029 III, 2,53 | leven van het begin tot het einde: niemand kan onder 1030 III, 2,53 | omstandigheid ook, voor zich het recht opeisen om rechtstreeks 1031 III, 2,53 | de onaantastbaarheid van het menselijk leven. ~De Heilige 1032 III, 2,53 | De Heilige Schrift brengt het voorschriftGij zult niet 1033 III, 2,53 | zich in de Decaloog, in het hart van het Verbond dat 1034 III, 2,53 | Decaloog, in het hart van het Verbond dat de Heer sluit 1035 III, 2,53 | zijn uitverkoren volk; maar het was al vervat in het oorspronkelijk 1036 III, 2,53 | maar het was al vervat in het oorspronkelijk verbond tussen 1037 III, 2,53 | de absolute Heer is van het leven van de mens, die gevormd 1038 III, 2,53 | gelijkenis (vgl.Gn 1, 26-28). Het menselijk leven krijgt zo 1039 III, 2,53 | van iedere schending van het gebodGij zult niet doden”, 1040 III, 2,53 | gebodGij zult niet doden”, het gebod dat de grondslag vormt 1041 III, 2,53 | dat de grondslag vormt van het gehele menselijke samenleven. 1042 III, 2,53(41)| GELOOFSLEER, Instructie over het respect voor het menselijk 1043 III, 2,53(41)| Instructie over het respect voor het menselijk leven bij zijn 1044 III, 2,54 | 54. Het gebodGij zult niet doden” 1045 III, 2,54 | sterk negatieve inhoud: het wijst op de uiterste grens 1046 III, 2,54 | Maar impliciet moedigt het een positieve houding aan 1047 III, 2,54 | houding aan van eerbied voor het leven; het leidt tot de 1048 III, 2,54 | eerbied voor het leven; het leidt tot de bevordering 1049 III, 2,54 | leidt tot de bevordering van het leven en tot voortgang langs 1050 III, 2,54 | geeft, ontvangt en dient. Het volk van het Verbond heeft, 1051 III, 2,54 | ontvangt en dient. Het volk van het Verbond heeft, ofschoon 1052 III, 2,54 | verkondiging van Jezus dat het gebod van de naastenliefde 1053 III, 2,54 | de naastenliefde lijkt op het gebod van de liefde tot 1054 III, 2,54 | Sint Paulus benadrukt dathet gebod (...) gij zult niet 1055 III, 2,54 | in de Nieuwe Wet, staat het gebodGij zult niet doden” 1056 III, 2,54 | te kunnenbinnengaan in het leven”(vgl.Mt 19,16-19). 1057 III, 2,54 | weet dat geen moordenaar het eeuwige leven in zich heeft”( 1058 III, 2,54 | heeft”(1Joh 3,15). ~Vanaf het begin heeft de levende Traditie 1059 III, 2,54 | zoals de Didachè laat zien, het oudste niet-bijbelse christelijke 1060 III, 2,54 | christelijke geschrift - het gebodGij zult niet doden” 1061 III, 2,54 | twee wegen, een weg van het leven en een weg van de 1062 III, 2,54 | verschil tussen hen (...) Naar het voorschrift van de leer: 1063 III, 2,54 | onveranderlijke waarde geleerd van het gebodGij zult niet doden”. 1064 III, 2,54 | gebodGij zult niet doden”. Het is bekend dat in de eerste 1065 III, 2,54 | hoeft niet te verbazen: het doden van een mens, in wie 1066 III, 2,54 | Alleen God is de Heer van het leven! Maar in het licht 1067 III, 2,54 | Heer van het leven! Maar in het licht van de vele, vaak 1068 III, 2,54 | tragische gebeurtenissen die in het individuele en sociale leven 1069 III, 2,54 | leven plaatsvinden, heeft het christelijk denken gezocht 1070 III, 2,54 | gebeurt bijvoorbeeld in het geval van wettige zelfverdediging, 1071 III, 2,54 | zelfverdediging, waarin het recht om het eigen leven 1072 III, 2,54 | zelfverdediging, waarin het recht om het eigen leven te verdedigen 1073 III, 2,54 | de innerlijke waarde van het leven en de plicht om zichzelf 1074 III, 2,54 | op zelfverdediging. Zelfs het veeleisende gebod van de 1075 III, 2,54 | van de naastenliefde, in het Oude Testament verkondigd 1076 III, 2,54 | 31). Niemand kan dan ook het recht op zelfverdediging 1077 III, 2,54 | uit gebrek aan liefde voor het leven of voor zichzelf, 1078 III, 2,54 | van de Zaligsprekingen in het evangelie (vgl.Mt 5,38-40). 1079 III, 2,54 | evangelie (vgl.Mt 5,38-40). Het sublieme voorbeeld van deze 1080 III, 2,54 | voor andermans leven, voor het algemeen welzijn van het 1081 III, 2,54 | het algemeen welzijn van het gezin of van de gemeenschap44. 1082 III, 2,54(43)| 2269; vgl. Catechismus van het Concilie van Trente III, 1083 III, 2,54 | gemeenschap44. Helaas gebeurt het dat de noodzaak om de aanvaller 1084 III, 2,55 | 56. In deze context moet het probleem van de doodstraf 1085 III, 2,55 | afschaffing ervan bepleit. Het probleem moet men zien in 1086 III, 2,55 | probleem moet men zien in het geheel van een strafrecht 1087 III, 2,55 | voor mens en maatschappij. Het eerste doel van de straf 1088 III, 2,55 | overtreding ontstaan is46. Het openbaar gezag moet de aantasting 1089 III, 2,55 | herkrijgen. Op deze wijze bereikt het gezag ook het doel om de 1090 III, 2,55 | wijze bereikt het gezag ook het doel om de openbare orde 1091 III, 2,55 | mensen te verzekeren, terwijl het tevens de schuldige ertoe 1092 III, 2,55 | verbeteren en te herstellen 47. ~Het is duidelijk dat, wil men 1093 III, 2,55 | mogelijk zou zijn - tot het uiterste gaan, nl, de terechtstelling 1094 III, 2,55 | verbeteringen in de organisatie van het strafwezen, uiterst zeldzaam 1095 III, 2,55 | meer. ~In elk geval blijft het door de nieuwe Katechismus 1096 III, 2,55 | concrete voorwaarden van het algemeen welzijn en ook 1097 III, 2,56 | 57. Als aan het eerbiedigen van ieder leven, 1098 III, 2,56 | worden geschonken, dan heeft het gebodGij zult niet doden” 1099 III, 2,56 | absolute waarde wanneer het verwijst naar de onschuldige 1100 III, 2,56 | mens. En dit te meer in het geval van zwakke en weerloze 1101 III, 2,56 | absolute onaantastbaarheid van het onschuldige mensenleven 1102 III, 2,56 | geïnspireerd door de heilige Geest, het Volk van God vrijwaart van 1103 III, 2,56 | vrijwaart van dwaling wanneerhet algemene overeenstemming 1104 III, 2,56 | geloof en zeden49. ~Omdat in het bewustzijn van de mensen 1105 III, 2,56 | mensen en in de samenleving het besef van de absolute en 1106 III, 2,56 | zedelijke ongeoorloofdheid van het rechtstreekse doden van 1107 III, 2,56 | steeds verder verzwakt, heeft het kerkelijk Leergezag zijn 1108 III, 2,56 | en onaantastbaarheid van het menselijk leven te verdedigen, 1109 III, 2,56 | verdedigen, versterkt. Bij het pauselijk Leergezag, dat 1110 III, 2,56 | bisschoppen uitgegeven. Het Tweede Vaticaans Concilie 1111 III, 2,56 | verklaar ik daarom dat het directe en vrijwillige doden 1112 III, 2,56 | ongeschreven wet die de mens, in het licht van het verstand, 1113 III, 2,56 | de mens, in het licht van het verstand, vindt in zijn 1114 III, 2,56 | Kerk en onderwezen door het gewone en algemene Leergezag 51. ~ 1115 III, 2,56 | een onschuldige mens van het leven te beroven is altijd 1116 III, 2,56 | middel tot een goed doel. Het is inderdaad een ernstige 1117 III, 2,56 | menselijk wezen wordt gedood, of het nu een foetus is of een 1118 III, 2,56 | doodstrijd verkeert. Bovendien is het niemand geoorloofd deze 1119 III, 2,56 | opleggen of toestaan52. ~Wat het recht op leven betreft is 1120 III, 2,56 | Voor de morele norm die het directe doden van het leven 1121 III, 2,56 | die het directe doden van het leven van een onschuldig 1122 III, 3,57 | alle misdaden die tegen het leven kunnen worden begaan 1123 III, 3,57 | Maar tegenwoordig is in het geweten van velen het besef 1124 III, 3,57 | in het geweten van velen het besef van de zwaarte ervan 1125 III, 3,57 | abortus in de mentaliteit, in het gedrag en zelfs in de wet 1126 III, 3,57 | uiterst gevaarlijke crisis van het morele bewustzijn dat steeds 1127 III, 3,57 | en kwaad, zelfs wanneer het fundamentele recht op leven 1128 III, 3,57 | fundamentele recht op leven op het spel staat. Gegeven zon 1129 III, 3,57 | In deze samenhang klinkt het verwijt van de Profeet categorisch: “ 1130 III, 3,57 | categorisch: “Wee hen die het kwade goed noemen en het 1131 III, 3,57 | het kwade goed noemen en het goede kwaad, die duisternis 1132 III, 3,57 | duisternis tot licht en het licht tot duisternis maken”( 1133 III, 3,57 | maken”(Js 5,20). Vooral in het geval van abortus is er 1134 III, 3,57 | veranderen: abortus provocatus is het opzettelijk doden, hoe hij 1135 III, 3,57 | wanneer men erkent dat men het over moord heeft en in het 1136 III, 3,57 | het over moord heeft en in het bijzonder wanneer men de 1137 III, 3,57 | wezen gedood, dat net pas het leven binnengaat, dwz het 1138 III, 3,57 | het leven binnengaat, dwz het absoluut onschuldigste wezen 1139 III, 3,57 | onrechtvaardige agressor! Het is zwak, weerloos, zozeer 1140 III, 3,57 | zwak, weerloos, zozeer dat het zelfs dat minimum aan verdediging 1141 III, 3,57 | dat de smekende kracht van het schreien en van de tranen 1142 III, 3,57 | een pasgeboren baby vormt. Het ongeboren kind is helemaal 1143 III, 3,57 | beschermende zorg van de vrouw die het in haar schoot draagt. En 1144 III, 3,57 | schoot draagt. En toch is het soms juist de moeder zelf 1145 III, 3,57 | gezinsleden. Soms vreest men dat het ongeboren kind zodanige 1146 III, 3,57 | levensomstandigheden te wachten staan dat het beter zou zijn als de geboorte 1147 III, 3,57 | ernstig en tragisch ook, het opzettelijk doden van een 1148 III, 3,58 | mensen die besluiten tot het doden van het kind in de 1149 III, 3,58 | besluiten tot het doden van het kind in de moederschoot. 1150 III, 3,58 | kan vooral de vader van het kind zijn, niet alleen wanneer 1151 III, 3,58 | zwangerschap 55: zo wordt het gezin dodelijk gewond en 1152 III, 3,58 | liefdesgemeenschap en in haar roeping om hetheiligdom van het leven” 1153 III, 3,58 | roeping om het “heiligdom van het levente zijn. Ook mag men 1154 III, 3,58 | mag men de druk niet over het hoofd zien die soms uit 1155 III, 3,58 | zij hebben aangeleerd om het leven te bevorderen, in 1156 III, 3,58 | gebrek aan waardering voor het moederschap en bij hen die 1157 III, 3,58 | men niet voorbijzien aan het netwerk van medeschuldigheid 1158 III, 3,58 | sterk sociale dimensie. Het is een zeer ernstige verwonding 1159 III, 3,58 | reusachtige bedreiging van het leven: niet alleen het leven 1160 III, 3,58 | van het leven: niet alleen het leven van enkelingen, maar 1161 III, 3,58 | van de zondegericht tegen het nog niet geboren leven. 1162 III, 3,58 | rechtvaardigen door te beweren dat het resultaat van de conceptie, 1163 III, 3,58 | menselijk leven. Maarvanaf het moment dat de eicel bevrucht 1164 III, 3,58 | nooit menselijk worden, als het dat niet is vanaf dat moment. 1165 III, 3,58 | heeft aangetoond dat vanaf het eerste ogenblik de programmering 1166 III, 3,58 | Vanaf de bevruchting is het avontuur van een menselijk 1167 III, 3,58 | wetenschappelijk onderzoek naar het menselijk embryoeen kostbare 1168 III, 3,58 | kostbare aanwijzing om met het verstand een persoonlijke 1169 III, 3,58 | aanwezigheid te onderscheiden op het moment van het eerste verschijnen 1170 III, 3,58 | onderscheiden op het moment van het eerste verschijnen van het 1171 III, 3,58 | het eerste verschijnen van het menselijk leven: hoe zou 1172 III, 3,58(57)| GELOOFSLEER, Instructie over het respect voor het menselijk 1173 III, 3,58(57)| Instructie over het respect voor het menselijk leven bij zijn 1174 III, 3,58 | Bovendien is wat op het spel staat zo belangrijk 1175 III, 3,58 | de waarschijnlijkheid dat het om een menselijk wezen gaat 1176 III, 3,58 | gaat voldoende moet zijn om het striktste verbod op iedere 1177 III, 3,58 | rechtvaardigen die gericht is op het doden van een menselijk 1178 III, 3,58 | filosofische uitspraken waarop het Leergezag zich nooit expliciet 1179 III, 3,58 | steeds geleerd en leert het nog steeds dat aan de vrucht 1180 III, 3,58 | menselijke voortplanting, vanaf het eerste moment van zijn ontstaan, 1181 III, 3,58 | totaliteit en eenheid: “Het menselijk wezen moet geëerbiedigd 1182 III, 3,58 | behandeld als een persoon vanaf het ogenblik van de conceptie; 1183 III, 3,58 | waaronder in de eerste plaats het onaantastbare recht op leven 1184 III, 3,58(59)| Aldus de profeet Jeremia: “Het woord van Jahwe kwam tot 1185 III, 3,58(59)| vanaf mijn geboorte; u bent het die mij uit mijn moeders 1186 III, 3,58(59)| kleintjes kunnen communiceren: het kind herkent de komst van 1187 III, 3,58(59)| kind herkent de komst van het Kind en springt op van vreugde. ~ 1188 III, 3,59 | zulk groot respect voor het menselijk wezen in de moederschoot 1189 III, 3,59 | ook wordt uitgebreid tot het ongeboren kind. ~Het menselijk 1190 III, 3,59 | tot het ongeboren kind. ~Het menselijk leven is heilig 1191 III, 3,59 | en wiens roeping reeds in hetBoek des Levensstaat opgetekend ( 1192 III, 3,59 | de moederschoot zijn zij het persoonlijke voorwerp van 1193 III, 3,59 | heeft uitgegeven 61 - vanaf het begin tot in onze dagen 1194 III, 3,59(61)| abortus en evenmin wanneer het geboren is”: V, 2, Patres 1195 III, 3,59 | geboorte is vroegtijdige moord; het doet er niet toe of men 1196 III, 3,59 | filosofische discussies over het specifieke moment van de 1197 III, 3,60 | 62. Het pauselijk Leergezag van 1198 III, 3,60 | dwz iedere handeling die het menselijk leven in de moederschoot 1199 III, 3,60 | XXIII bevestigde opnieuw dat het menselijk leven heilig is, “ 1200 III, 3,60 | leven heilig is, “omdat het vanaf het eerste begin direct 1201 III, 3,60 | heilig is, “omdat het vanaf het eerste begin direct Gods 1202 III, 3,60 | Vanaf de ontvangenis moet het leven met uiterste zorg 1203 III, 3,60 | een abortus verricht, bij het beoogde gevolg automatische ( 1204 III, 3,60 | te zoeken. In de Kerk is het doel van excommunicatie: 1205 III, 3,60 | traditie van de leer en het recht van de Kerk, was Paulus 1206 III, 3,60 | misdrijf vormt, aangezien het opzettelijk doden van een 1207 III, 3,60 | stoelt op de natuurwet en op het geschreven Woord van God, 1208 III, 3,60 | de Kerk en geleerd door het gewone en algemene Leergezag 73. ~ 1209 III, 3,60 | mensenhart, kenbaar is door het verstand zelf en verkondigd 1210 III, 3,60(73)| GELOOFSLEER, Instructie over het respect voor het menselijk 1211 III, 3,60(73)| Instructie over het respect voor het menselijk leven bij zijn 1212 III, 3,61 | gewettigd zijn, onvermijdelijk het doden van die embryos met 1213 III, 3,61 | met zich brengen. Dit is het geval bij proeven op embryo” 1214 III, 3,61 | steeds meer voorkomen op het gebied van het biomedisch 1215 III, 3,61 | voorkomen op het gebied van het biomedisch onderzoek en 1216 III, 3,61 | Ofschoonde ingrepen bij het menselijk embryo als geoorloofd 1217 III, 3,61 | beschouwd op voorwaarde dat ze het leven en de ongeschondenheid 1218 III, 3,61 | de ongeschondenheid van het embryo eerbiedigen en dat 1219 III, 3,61 | de gezondheidstoestand of het overleven van de individuele 1220 III, 3,61 | niettemin aangetekend worden dat het gebruik van menselijke embryo” 1221 III, 3,61 | hetzelfde respect als wat het eenmaal geboren kind toekomt, 1222 III, 3,61(74)| Handvest van de rechten van het gezin (22 oktober 1983), 1223 III, 3,61 | behandeling van bepaalde ziekten. Het doden van onschuldige menselijke 1224 III, 3,61 | schepsels, zelfs wanneer het wordt gedaan om anderen 1225 III, 3,61 | grote risicos inhouden voor het kind en de moeder, en bedoeld 1226 III, 3,61 | bewuste aanvaarding van het nog niet geboren kind bevorderen, 1227 III, 3,61 | nog beperkt zijn, gebeurt het nogal eens dat deze technieken 1228 III, 3,61 | van wat echte waarde aan het leven geeft en wat het, 1229 III, 3,61 | aan het leven geeft en wat het, zelfs in moeilijke omstandigheden, 1230 III, 4 | Ik ben het die doodt en die levend 1231 III, 4 | levend maakt (Dt 32,39): het drama van de euthanasie~ 1232 III, 4,62 | 64. Aan het andere einde van zijn bestaan 1233 III, 4,62 | bestaan staat de mens voor het geheim van de dood. Als 1234 III, 4,62 | dat zich vaak afsluit voor het transcendente, kent de stervenservaring 1235 III, 4,62 | de tendens overheerst om het leven alleen te waarderen 1236 III, 4,62 | waarderen in de mate dat het plezier en welbevinden biedt, 1237 III, 4,62 | welbevinden biedt, schijnt het lijden een ondraaglijke 1238 III, 4,62 | rechtmatige bevrijdingwanneer men het leven niet meer zinvol acht 1239 III, 4,62 | niet meer zinvol acht omdat het vol pijn is en onverbiddelijk 1240 III, 4,62 | maatstaf en norm is, met het recht om te eisen dat de 1241 III, 4,62 | te verhelpen, maar ook om het leven, zelfs een toestand 1242 III, 4,62 | te verlengen, mensen na het wegvallen van hun biologische 1243 III, 4,62 | onmenselijk wanneer men het nader beschouwt. We staan 1244 III, 4,62 | een prestatiedenken dat het groeiende aantal oude en 1245 III, 4,63 | Bij euthanasie draait het dus om de bedoeling van 1246 III, 4,63 | hachelijk en smartvol rekken van het leven zou betekenen, zonder 1247 III, 4,63 | zelfmoord of euthanasie; het is eerder een uitdrukking 1248 III, 4,63 | de menselijke situatie in het zicht van de dood 78. ~In 1249 III, 4,63 | zorgworden genoemd, die het lijden draaglijker trachten 1250 III, 4,63 | naar de geoorloofdheid van het gebruik van allerlei soorten 1251 III, 4,63 | patiënt te verzachten als dit het risico van levensverkorting 1252 III, 4,63 | mag prijzen die vrijwillig het lijden aanvaardt door af 1253 III, 4,63 | gelovige is, bewust te delen in het Lijden van de Heer, mag 1254 III, 4,63 | Reeds Pius XII zei dat het geoorloofd is pijn door 1255 III, 4,63 | gezocht, ook al loopt men het risico daarop uit redelijke 1256 III, 4,63 | zonder ernstige reden van het bewustzijn beroven80: wanneer 1257 III, 4,63 | ik in overeenstemming met het Leergezag van mijn Voorgangers 81 1258 III, 4,63(80)| 129-147; CONGREGATIE VAN HET HEILIG OFFICIE, Decretum 1259 III, 4,63(80)| 1971), 57-58; Toespraak tot het Internationaal College van 1260 III, 4,63 | wet van God, aangezien zij het opzettelijk en zedelijk 1261 III, 4,63 | stoelt op de natuurwet en op het geschreven woord van God, 1262 III, 4,63 | van Kerk en geleerd door het gewone en algemene 82 Leergezag. ~ 1263 III, 4,64 | daad. Feitelijk betekent het de afwijzing van de eigenliefde 1264 III, 4,64 | die wordt verkondigd in het gebed van de oude wijze 1265 III, 4,64 | Tob 13,2). ~Instemmen met het plan van een ander om zelfmoord 1266 III, 4,64 | erom gevraagd zou zijn. “Het is nooit geoorloofd - schrijft 1267 III, 4,64 | te doden: zelfs als hij het zou willen, ja erom vraagt 1268 III, 4,64 | strijd tegen de banden van het lichaam en in haar verlangen 1269 III, 4,64 | om vrij te zijn; ook is het niet geoorloofd wanneer 1270 III, 4,64 | om belast te worden met het leven van iemand die lijdt, 1271 III, 4,64 | deelt in andermans lijden; het doodt niet de mens wiens 1272 III, 4,64 | nooit mee heeft ingestemd. Het toppunt van willekeur en 1273 III, 4,64 | over leven en dood: “Ik ben het die dood en leven brengt”( 1274 III, 4,64 | onrecht en dood. Zo wordt het leven van de mens die zwak 1275 III, 4,64 | de samenleving verdwijnt het rechtsgevoel en het wederzijds 1276 III, 4,64 | verdwijnt het rechtsgevoel en het wederzijds vertrouwen, de 1277 III, 4,65 | menszijn voorschrijft en waar het geloof in Christus de Verlosser, 1278 III, 4,65 | steeds nieuw licht op werpt. Het verzoek dat uit het mensenhart 1279 III, 4,65 | werpt. Het verzoek dat uit het mensenhart opstijgt bij 1280 III, 4,65 | en dood, vooral wanneer het oog in oog staat met de 1281 III, 4,65 | de tijd van beproeving. Het is een bede om hulp om te 1282 III, 4,65 | in overweging geeft: “In het licht van de dood krijgt 1283 III, 4,65 | licht van de dood krijgt het raadsel van het menselijk 1284 III, 4,65 | dood krijgt het raadsel van het menselijk bestaan zijn grootste 1285 III, 4,65 | Intuïtief geeft zijn hart hem het juiste oordeel, wanneer 1286 III, 4,65 | verdwijning van zijn persoon. Daar het zaad van eeuwigheid dat 1287 III, 4,65 | loutere materie, verzet het zich tegen de dood86. ~ 1288 III, 4,65 | vervulling gebracht door het christelijk geloof, dat 1289 III, 4,65 | dat zowel de belofte als het aanbod doet van een deelhebben 1290 III, 4,65 | van de Verrezen Christus: het is de overwinning van Hem 1291 III, 4,65 | heeft bevrijd van de dood, “het loon van de zonde”(Rom 6, 1292 III, 4,65 | de Geest heeft gegeven, het onderpand voor de verrijzenis 1293 III, 4,65 | onderpand voor de verrijzenis en het leven (vgl. Rom 8,11). De 1294 III, 4,65 | werpen een nieuw licht op het geheim van het lijden en 1295 III, 4,65 | licht op het geheim van het lijden en sterven en vervullen 1296 III, 4,65 | buitengewone kracht om zich aan het plan van God toe te vertrouwen. ~ 1297 III, 4,65 | ontmoeting met de dood in het door Hem gewilde en vastgestelde “ 1298 III, 4,65 | betekent ook erkennen dat het lijden, ook wanneer het 1299 III, 4,65 | het lijden, ook wanneer het op zichzelf een kwaad en 1300 III, 4,65 | altijd tot een bron van het goede kan worden. Dat is 1301 III, 4,65 | goede kan worden. Dat is het geval wanneer het uit liefde 1302 III, 4,65 | Dat is het geval wanneer het uit liefde en met liefde 1303 III, 4,65 | beleefd wordt in deelname aan het lijden van de gekruisigde 1304 III, 4,65 | wordt: “Nu verheug ik mij in het lijden dat ik voor u verdraag. 1305 III, 4,65 | ik voor u verdraag. Voor het lichaam van Christus, de 1306 III, 4,65 | aardse leven dat, wat aan het lijden van Christus nog 1307 III, 5,66 | tegenwoordige aanslagen op het menselijk leven bestaat 1308 III, 5,66 | daarvoor te eisen, alsof het om rechten zou gaan die 1309 III, 5,66 | Vaak wordt beweerd, dat het leven van een ongeborene 1310 III, 5,66 | een koude berekening zou het met andere goederen vergeleken 1311 III, 5,66 | afweging van de goederen waarom het gaat, kan maken. Als gevolg 1312 III, 5,66 | De staat zou daarom in het belang van het burgerlijk 1313 III, 5,66 | daarom in het belang van het burgerlijk samenleven en 1314 III, 5,66 | bepaalde extreme gevallen, ook het recht op abortus en euthanasie 1315 III, 5,66 | toekennen. Overigens zou het verbod op en de bestraffing 1316 III, 5,66 | toegekend moet worden om over het eigen leven en het leven 1317 III, 5,66 | over het eigen leven en het leven van het ongeboren 1318 III, 5,66 | eigen leven en het leven van het ongeboren kind te beschikken: 1319 III, 5,66 | moeten zijn, en nog minder het opleggen van een bepaalde 1320 III, 5,67 | onaannemelijk is, dan zou het respect voor de vrijheid 1321 III, 5,67 | gelden - vereisen, dat men op het niveau van de wetgeving 1322 III, 5,67 | gewetens erkent en daarom bij het vastleggen van die normen 1323 III, 5,67 | normen die in elk geval voor het sociale samenleven noodzakelijk 1324 III, 5,67 | politicus in zijn handelen het terrein van het eigen geweten 1325 III, 5,67 | handelen het terrein van het eigen geweten duidelijk 1326 III, 5,67 | moeten scheiden van dat van het publieke gedrag. ~Als gevolg 1327 III, 5,67 | kant meent men dat, bij het uitoefenen van de publieke 1328 III, 5,67 | en professionele taken, het respect voor de beslissingsvrijheid 1329 III, 5,67 | wordt, met voorbijzien van het eigen zedelijke geweten, 1330 III, 5,67 | zedelijke geweten, tenminste op het gebied van de openbare activiteit, 1331 III, 5,68 | van al deze tendensen is het ethisch relativisme dat 1332 III, 5,68 | omdat alleen tolerantie het wederzijds respect van de 1333 III, 5,68 | juist de problematiek van het respect voor het leven laat 1334 III, 5,68 | problematiek van het respect voor het leven laat zien welke misverstanden 1335 III, 5,68 | mentaliteit verbergen. ~Het klopt dat de geschiedenis 1336 III, 5,68 | worden ook nu nog in naam van hetethische relativismebegaan. 1337 III, 5,68 | voorwaarden uitgevoerde doding van het ongeboren menselijke leven 1338 III, 5,68 | tiranniek”besluit tegen het zwakste en meest weerloze 1339 III, 5,68 | weerloze menselijk wezen? Het wereldgeweten reageert terecht 1340 III, 5,68 | door de toestemming van het volk rechtmatig verklaard 1341 III, 5,68 | onderworpen moet zijn: d.w.z.: het hangt af van de zedelijkheid 1342 III, 5,68 | tijdbeschouwd, zoals ook het leergezag van de Kerk herhaaldelijk 1343 III, 5,68 | iedere menselijke persoon, het respect voor zijn onaantastbare 1344 III, 5,68 | alsook de bestemming van hetalgemeen belangtot doel 1345 III, 5,68 | regelende maatstaf voor het politieke leven. ~De fundamenten 1346 III, 5,68 | natuurwetdie de mens in het hart geschreven staat, het 1347 III, 5,68 | het hart geschreven staat, het referentiepunt is dat de 1348 III, 5,68 | collectieve gewetensverduistering het scepticisme tenslotte zelfs 1349 III, 5,68 | een louter mechanisme van het empirisch regelen van verschillende 1350 III, 5,68 | de belangen dikwijls tot het voordeel van de sterkeren, 1351 III, 5,68 | aangezien zij niet alleen het beste de hefbomen van de 1352 III, 5,68(89)| GELOOFSLEER, Instructie over het respect voor het leven bij 1353 III, 5,68(89)| Instructie over het respect voor het leven bij zijn oorsprong 1354 III, 5,69 | 71. Met het oog op de toekomst van de 1355 III, 5,69 | de gezonde democratie is het daarom dringend nodig om 1356 III, 5,69 | die uit de waarheid van het menszijn zelf voortkomen 1357 III, 5,69 | maar die ook deel zijn van het erfgoed van de grote rechtstradities 1358 III, 5,69 | wet de plaats innemen van het geweten of normen voorschrijven 1359 III, 5,69 | dat is de verzekering van het welzijn van de mensen door 1360 III, 5,69 | burgerlijke wet bestaat in het garanderen van een geordende 1361 III, 5,69 | leden van de maatschappij het respect voor enkele grondrechten 1362 III, 5,69 | erkennen en garanderen. Het eerste en meest fundamentele 1363 III, 5,69 | fundamentele van alle rechten is het onaantastbare recht op leven 1364 III, 5,69 | onschuldige mens. Ook als het openbaar gezag er soms voor 1365 III, 5,69 | niet te stoppen dat, als het verhinderd zou worden, ernstiger 1366 III, 5,69 | maatschappij zouden vormen - het recht krijgen andere mensen 1367 III, 5,69 | leven, niet te erkennen. Het wettelijk dulden van abortus 1368 III, 5,69 | daarom geenszins beroepen op het respect voor het geweten 1369 III, 5,69 | beroepen op het respect voor het geweten van de anderen, 1370 III, 5,69 | anderen, omdat de maatschappij het recht en de plicht heeft 1371 III, 5,69 | misbruiken die in naam van het geweten en onder voorwendsel 1372 III, 5,69 | denkwijze van onze tijd het algemene welzijn vooral 1373 III, 5,69 | welzijn vooral gelegen is in het veiligstellen van de rechten 1374 III, 5,69(93)| AAS 55 (1963), 273-274; het citaat hierin is van PIUS 1375 III, 5,70 | bindende kracht hebben in het geweten(...); inderdaad, 1376 III, 5,70 | geweten(...); inderdaad, het aannemen van zulke wetten 1377 III, 5,70 | zulke wetten ondermijnt het wezen zelf van het gezag 1378 III, 5,70 | ondermijnt het wezen zelf van het gezag en resulteert in schaamteloos 1379 III, 5,70 | wet. Wanneer ze echter van het verstand afwijkt, wordt 1380 III, 5,70 | verstand afwijkt, wordt het een onrechtvaardige wet 1381 III, 5,70 | onrechtvaardige wet genoemd en heeft het niet het karakter van een 1382 III, 5,70 | genoemd en heeft het niet het karakter van een wet, maar 1383 III, 5,70 | gemaakte wet heeft inzoverre het karakter van een wet, voor 1384 III, 5,70 | betreft de menselijke wet die het fundamentele grondrecht 1385 III, 5,70 | Zo staan de wetten die het rechtstreekse doden van 1386 III, 5,70 | onverzoenlijke tegenspraak met het onaantastbare recht op leven 1387 III, 5,70 | van absoluut respect voor het leven en van de bescherming 1388 III, 5,70 | wordt ruim baan gemaakt voor het nalaten van eerbied voor 1389 III, 5,70 | nalaten van eerbied voor het leven en effent men de weg 1390 III, 5,70 | weg voor een houding die het vertrouwen in de sociale 1391 III, 5,70 | alleen radicaal op tegen het welzijn van het individu, 1392 III, 5,70 | op tegen het welzijn van het individu, maar ook tegen 1393 III, 5,70 | individu, maar ook tegen het gemeenschappelijk welzijn, 1394 III, 5,70 | geloofwaardige rechtsgeldigheid. Het niet erkennen van het recht 1395 III, 5,70 | rechtsgeldigheid. Het niet erkennen van het recht op leven gaat het 1396 III, 5,70 | het recht op leven gaat het meest rechtstreeks en onherstelbaar 1397 III, 5,70 | tegen de mogelijkheid om het algemeen welzijn te realiseren, 1398 III, 5,70 | realiseren, juist omdat het leidt tot het doden van 1399 III, 5,70 | juist omdat het leidt tot het doden van de mens: de maatschappij 1400 III, 5,71 | alleen geen verplichting voor het geweten in, maar wekken 1401 III, 5,71 | verzetten met behulp van het beroep op gewetensbezwaren. 1402 III, 5,71 | tot gehoorzaamheid jegens het rechtmatig optredende openbaar 1403 III, 5,71 | mensen”(Hnd 5,29). Reeds in het Oude Testament vinden we 1404 III, 5,71 | tot de bedreigingen tegen het leven een belangrijk voorbeeld 1405 III, 5,71 | van de tegenstand tegen het onrechtvaardige gebod van 1406 III, 5,71 | onrechtvaardige gebod van het openbaar gezag. De joodse 1407 III, 5,71 | gevangenis in te gaan of door het zwaard om te komen, in de 1408 III, 5,71 | Apk 13,10). ~Daarom is het nooit geoorloofd zich te 1409 III, 5,71 | beslissend zou zijn voor het aannemen van een strengere 1410 III, 5,71 | strengere wet, bedoeld om het aantal legale abortussen 1411 III, 5,71 | gevallen komen nogal eens voor. Het is een feit dat, terwijl 1412 III, 5,71 | organisaties, in andere landen - in het bijzonder die, die al ervaring 1413 III, 5,71 | dit vlak. In een geval als het juist genoemde, wanneer 1414 III, 5,71 | juist genoemde, wanneer het niet mogelijk is een abortuswet 1415 III, 5,71 | volledig af te stemmen, zou het een afgevaardigde, wiens 1416 III, 5,71 | de negatieve effecten op het gebied van de cultuur en 1417 III, 5,72 | een goede toepassing van het eigen recht om niet gedwongen 1418 III, 5,72 | gevallen kan blijken dat het doorvoeren van in zichzelf 1419 III, 5,72 | weerstand tegen aanvallen op het leven verzwakt, maar geleidelijk 1420 III, 5,72 | vanuit moreel gezichtspunt is het nooit geoorloofd formeel 1421 III, 5,72 | nooit geoorloofd formeel aan het kwaad mee te werken. Zo” 1422 III, 5,72 | directe deelname aan een tegen het onschuldige mensenleven 1423 III, 5,72 | noch door een beroep op het respect voor de vrijheid 1424 III, 5,72 | noch door te steunen op het feit dat de burgerlijke 1425 III, 5,72 | 14,12). ~Weigeren om aan het begaan van een onrecht mee 1426 III, 5,72 | authentieke betekenis en het doel berusten op haar oriëntatie 1427 III, 5,72 | berusten op haar oriëntatie op het ware en het goede, radicaal 1428 III, 5,72 | oriëntatie op het ware en het goede, radicaal bedreigd 1429 III, 5,72 | radicaal bedreigd worden. Het gaat dus om een wezenlijk 1430 III, 5,72 | zin zou voor de artsen, het verplegend personeel en 1431 III, 5,72 | zulke handelingen tegen het leven, te weigeren. Wie 1432 III, 5,72 | weigeren. Wie grijpt naar het middel van het gewetensbezwaar 1433 III, 5,72 | grijpt naar het middel van het gewetensbezwaar moet niet 1434 III, 6 | uzelf”(Lc 10,27): “bevorder”het leven.~ 1435 III, 6,73 | God leren ons de weg van het leven. De negatieve zedelijke 1436 III, 6,73 | belangrijke positieve functie: hetneendat zij onvoorwaardelijk 1437 III, 6,73 | en tegelijkertijd geeft het het minimum aan dat hij 1438 III, 6,73 | tegelijkertijd geeft het het minimum aan dat hij moet 1439 III, 6,73 | meer de totale horizon van het goede waar te nemen (vgl. 1440 III, 6,73 | Mt 5,48). De geboden, in het bijzonder de negatieve morele 1441 III, 6,73 | Augustinus - bestaat in het vrij zijn van misdaden (...) 1442 III, 6,73 | vrijheid, maar dat is pas het begin van de vrijheid, niet 1443 III, 6,74 | 76. Het gebodgij zult niet doden” 1444 III, 6,74 | zult niet dodenbepaalt dus het uitgangspunt voor een weg 1445 III, 6,74 | vrijheid, die ons ertoe brengt het leven actief te bevorderen 1446 III, 6,74 | gedragspatronen in dienst van het leven te ontwikkelen: daardoor 1447 III, 6,74 | God onze dankbaarheid voor het grote geschenk van het leven 1448 III, 6,74 | voor het grote geschenk van het leven tot uitdrukking (vgl. 1449 III, 6,74 | 14). ~De Schepper heeft het leven van de mens aan zijn 1450 III, 6,74 | beschikken, maar opdat hij het met wijsheid bewaart en 1451 III, 6,74 | trouw verzorgt. De God van het Verbond heeft overeenkomstig 1452 III, 6,74 | en opname van de ander, het leven van iedere mens aan 1453 III, 6,74 | van de wederkerigheid, aan het toevertrouwen van de ene 1454 III, 6,74 | een echte afstraling van het geheim dat de allerheiligste 1455 III, 6,74 | allerheiligste Drieëenheid eigen is, het geheim van wederzijds wegschenken 1456 III, 6,74 | wederzijds de zelfgave en het ontvangen van de ander te 1457 III, 6,75 | deze nieuwe wet wordt ook het gebodgij zult niet doden” 1458 III, 6,75 | Voor de christen houdt het tenslotte ook het absolute 1459 III, 6,75 | houdt het tenslotte ook het absolute gebod in, om overeenkomstig 1460 III, 6,75 | liefde in Jezus Christus het leven van iedere broeder 1461 III, 6,75 | ook wij voor onze broeders het leven geven”(1Joh 3,16). ~ 1462 III, 6,75 | leven geven”(1Joh 3,16). ~Het gebodgij zult niet doden”, 1463 III, 6,75 | liefde en bevordering van het menselijk leven. Het klinkt 1464 III, 6,75 | van het menselijk leven. Het klinkt inderdaad als een 1465 III, 6,75 | te onderdrukken echo van het oorspronkelijke Verbond 1466 III, 6,75 | Schepper met de mens in het morele bewustzijn van iedere 1467 III, 6,75 | bewustzijn van iedere mens; het kan door allen in het licht 1468 III, 6,75 | mens; het kan door allen in het licht van het verstand herkend 1469 III, 6,75 | door allen in het licht van het verstand herkend en dankzij 1470 III, 6,75 | verstand herkend en dankzij het mysterieuze werken van de 1471 III, 6,75 | bereikt en erbij betrekt. ~Het is dus een liefdesdienst 1472 III, 6,75 | altijd, maar vooral wanneer het het zwakste is of bedreigd 1473 III, 6,75 | maar vooral wanneer het het zwakste is of bedreigd wordt, 1474 III, 6,75 | beschermd en gekoesterd wordt. Het is niet slechts persoonlijke, 1475 III, 6,75 | onvoorwaardelijke eerbied voor het menselijk leven koesteren 1476 III, 6,75 | Er wordt ons gevraagd om het leven van iedere man en 1477 III, 6,75 | eindelijk een nieuwe cultuur van het leven, als vrucht van de 1478 IV | Voor een nieuwe cultuur van het menselijk leven~ 1479 IV, 1 | bent echter een volk dat het bijzondere eigendom van 1480 IV, 1 | eigendom van God werd, opdat het zijn grote daden verkondigt”( 1481 IV, 1 | daden verkondigt”(1Pt 2,9): het volk van het leven en voor 1482 IV, 1 | 1Pt 2,9): het volk van het leven en voor het leven~ 1483 IV, 1 | volk van het leven en voor het leven~ 1484 IV, 1,76 | 78. De Kerk heeft het Evangelie ontvangen als 1485 IV, 1,76 | vreugde en heil. Ze heeft het ontvangen als een geschenk 1486 IV, 1,76 | brengen”(Lc 4,18). Ze heeft het door de Apostelen ontvangen, 1487 IV, 1,76 | hoort in zichzelf iedere dag het waarschuwende woord van 1488 IV, 1,76 | Apostel: “Wee mij, wanneer ik het Evangelie niet verkondig”( 1489 IV, 1,76 | dienst van naastenliefde. Het is een ten diepste kerkelijk 1490 IV, 1,76 | verschillendste manieren voor het Evangelie werkzaam zijn, 1491 IV, 1,76 | voor de verkondiging van het Evangelie van het leven, 1492 IV, 1,76 | verkondiging van het Evangelie van het leven, een wezenlijk bestanddeel 1493 IV, 1,76 | wezenlijk bestanddeel van het Evangelie dat Jezus Christus 1494 IV, 1,76 | Evangelie, gedragen door het besef dat wij het als een 1495 IV, 1,76 | gedragen door het besef dat wij het als een gave ontvangen hebben 1496 IV, 1,76 | hebben en uitgestuurd zijn om het aan de hele mensheidtot 1497 IV, 1,76 | dankbaar beseffen wij dat wij het volk van het leven en voor 1498 IV, 1,76 | wij dat wij het volk van het leven en voor het leven 1499 IV, 1,76 | volk van het leven en voor het leven zijn en zo presenteren 1500 IV, 1,77 | 79. Wij zijn het volk van het leven omdat


1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2114

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License