Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,3 | van ieder zuiver geweten, mijn stem: “Al wat verder tegen
2 Inl, 3,5(6) | Vgl. Brief aan al mijn Broeders in het bisschopsambt
3 I, 1,7 | weet het niet. Ben ik soms mijn broeders hoeder?”Toen zei
4 I, 1,8 | het niet. Moet ik soms op mijn broer passen?”(Joh 4,9). “
5 I, 1,8 | maskeren. “Moet ik soms op mijn broer passen?”: Kaïn wil
6 I, 3 | Ben ik mijn broeders hoeder?”(Gn 4,9):
7 I, 3,19 | Ik weet het niet; ben ik mijn broeders hoeder?”(Gn 4,9).
8 I, 4,21 | aan; tegen U, U alleen was mijn zonde; Gij doorziet het
9 II, 2 | De Heer is mijn kracht en mijn lied, en
10 II, 2 | De Heer is mijn kracht en mijn lied, en Hij is mijn redding
11 II, 2 | en mijn lied, en Hij is mijn redding geworden”(Ex 15,
12 II, 2,31 | Ik heb u gevormd, u bent mijn dienaar; o Israël, u zult
13 II, 3,33 | in uw handen beveel ik mijn geest”(Lc 23,46), d.w.z.
14 II, 3,33 | geest”(Lc 23,46), d.w.z. mijn leven. Waarlijk groot moet
15 II, 4,35 | van hart en die beeft voor mijn woord?”(Js 66,1-2). Ik dank
16 II, 6,39 | voedt en verzorgt: “Ik liet mijn ziel bedaren en verstillen,
17 II, 6,39 | kind bij zijn moeder is mijn ziel”(Ps 131,2; vgl.Js 49,
18 II, 7,43 | tegenwoordig stelt. Zoals ik in mijn Brief aan de Gezinnen schreef: “
19 II, 8 | Gij hebt mijn binnenste gevormd”(Ps 139,
20 II, 8,44 | liefde; en uw zorg heeft mijn geest behoed”(Job 10,8-12).
21 II, 8,44 | weet niet hoe jullie in mijn schoot gevormd zijn; niet
22 II, 8,45 | heeft zich verwaardigd mijn schande weg te nemen”(Lc
23 II, 9,46 | o Heer, bent mij hoop, mijn vertrouwen, o Heer, vanaf
24 II, 9,46 | vertrouwen, o Heer, vanaf mijn jeugd (...) en nu, in mijn
25 II, 9,46 | mijn jeugd (...) en nu, in mijn ouderdom en grijsheid, God,
26 II, 9,46 | Heer, in uw handen is mijn leven”(vgl.Ps 16,5), en
27 II, 9,46 | verdwijnen - zodat hij uitroept: “Mijn dagen zijn als een schaduw
28 II, 9,46 | 116,10); “Ik heb, Heer, mijn God, tot U in nood geroepen:
29 II, 10,49 | is. Zo schrijft Jeremia: “Mijn volk heeft dubbel misdreven:
30 III, 3,58 | verdedigen. Zoals ik schreef in mijn Brief aan de Gezinnen: “
31 III, 3,58(59)| U heb ik gesteund vanaf mijn geboorte; u bent het die
32 III, 3,58(59)| u bent het die mij uit mijn moeders schoot nam”(Ps 71,
33 III, 4,63 | overeenstemming met het Leergezag van mijn Voorgangers 81 en in gemeenschap
34 III, 4,65 | de Kerk, voltooi ik in mijn aardse leven dat, wat aan
35 IV, 4 | Mijn broeders, wat voor nut heeft
36 IV, 4,85 | Jakobusbrief vermaant: “Mijn broeders, wat voor nut heeft
37 IV, 4,85 | heeft: “Wat ge voor een van mijn geringste broeders gedaan
38 Slot, 2,102 | verkondigen: “Wie zulk een kind in mijn Naam opneemt, neemt Mij
39 Slot, 2,102 | een dezer geringsten van mijn broeders, hebt u voor Mij
40 Slot, 3,103 | 1995, het zeventiende van mijn Pontificaat. ~Johannes Paulus
|