Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 3,5 | menselijk leven in onze tijd was het Buitengewoon Consistorie
2 Inl, 3,5 | geleden de arbeidersklasse was die onderdrukt werd in haar
3 I, 1,8 | zoals Kaïn, die uit de boze was en die zijn broer doodde”(
4 I, 1,9 | het moment waarop de zonde was binnengeslopen, een broedermoord
5 I, 1,9 | binnengeslopen, een broedermoord was gepleegd, dwz de grootste
6 I, 1,9 | van de menselijke mildheid was overgegaan naar beestachtige
7 I, 2,14 | die voor altijd overwonnen was. ~
8 I, 4,21 | zwaarte van kan inzien. Dat was de ervaring van David die,
9 I, 4,21 | Heer”, en terechtgewezen was door de profeet Nathan,
10 I, 4,21 | mij aan; tegen U, U alleen was mijn zonde; Gij doorziet
11 I, 5,25 | profetisch teken daarvan was het bloed geweest van de
12 II, 1,30 | eeuwige leven dat bij de Vader was, heeft zich aan ons geopenbaard,
13 II, 3,32 | duivel stonden, want God was met Hem”(Hnd 10,38), dan
14 II, 3,33 | dat in de wereld komt: “er was geen plaats voor hen in
15 II, 3,33 | aanvaard: “Ofschoon Hij rijk was, werd hij voor ons arm,
16 II, 5,37 | leven dat altijd “in Hem”was, en dat is “het licht van
17 II, 6,41 | wanneer dat zwak en bedreigd was: in het geval van vreemdelingen,
18 II, 7,43 | Adam honderddertig jaar was, werd hij de vader van een
19 II, 7,43 | op hem leek en zijn beeld was, en noemde hem Seth”(Gn
20 II, 8,45 | heilige Geest. De moeder was niet vervuld vóór de zoon,
21 II, 8,45 | zoon, maar nadat de zoon was vervuld met de heilige Geest,
22 II, 11,50 | uit: “Waarlijk, deze man was Zoon van God!”(Mc 15,39).
23 II, 11,51 | geven. ~Hij die gekomen was “niet om gediend te worden
24 III, 2,53 | uitverkoren volk; maar het was al vervat in het oorspronkelijk
25 III, 2,54 | niet “bij zijn verstand”was45. ~
26 III, 3,60 | en het recht van de Kerk, was Paulus VI in staat om te
27 III, 5,71 | iedereen bekend gemaakt was, geoorloofd kunnen zijn
28 III, 5,72 | waardigheid op zich onverenigbaar was: op die manier zou zijn
29 III, 6,74 | toevertrouwd. Toen de tijd vervuld was, heeft de Zoon van God,
30 IV, 2,78 | leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard werd”(
31 IV, 6,97 | zelfs dramatische beslissing was. De wond in uw hart is waarschijnlijk
32 IV, 6,97 | nog niet geheeld. Zeker was en blijft wat gebeurd is
33 Slot, 0,100| Maria, de Moedermaagd, was het die het leven in naam
34 Slot, 1,101| van de Openbaring ons - “was zwanger”(12,2). De Kerk
35 Slot, 1,101| bieden aan Christus: “In Hem was leven en het leven was het
36 Slot, 1,101| Hem was leven en het leven was het licht van de mensen.
37 Slot, 2 | verslinden zodra het geboren was”(Apk 12,14): het leven bedreigd
38 Slot, 3,103| lijden, want wat vroeger was, is voorbij”(Apk 21,4). ~
|