Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1 | Abel en doodde hem”(Gn 4,8): aan de wortel van het
2 I, 1,7 | en vermoordde hem”(Gn 4,8). ~Die eerste moord wordt
3 I, 1,8 | 8. Kaïn is “zeer kwaad”en
4 I, 1,8 | begin af aan geweest is”(Joh 8,44), zoals de apostel Johannes
5 I, 1,9 | 37,26; Js 26,21; Ez 24,7-8). Van die tekst heeft de
6 I, 3,20 | slaaf van de zonde”(Joh 8,34). ~
7 I, 5,25 | en te wijden (vgl.Ex 14,8; Lv 17,11). Nu wordt dit
8 II, 3,33 | rijk zoudt worden”(2 Kor 8,9). De armoede waarvan Paulus
9 II, 3,33 | boven elke naam is”(Fil 2,8-9). Juist door zijn dood
10 II, 4 | beeld van zijn Zoon”(Rom 8,28-29): Gods heerlijkheid
11 II, 4,34 | heerlijkheid (vgl.Gn 1,26-27; Ps 8,6). Dit is wat de H. Ireneüs
12 II, 4,35 | vraagt de Psalmist (Ps 8,5). Vergeleken met de onmetelijkheid
13 II, 4,35 | heerlijkheid en eer”(Ps 8,6). De heerlijkheid van
14 II, 4,36 | beeld van zijn Zoon”(Rom 8,29). Alleen zo, in de schittering
15 II, 5,37 | van het leven hebben”(Joh 8,12). ~Op andere momenten
16 II, 7,42 | van de zee doorloopt”(Ps 8,6-8). ~Geroepen om de tuin
17 II, 7,42 | de zee doorloopt”(Ps 8,6-8). ~Geroepen om de tuin der
18 II, 8,44 | mijn geest behoed”(Job 10,8-12). Uitdrukking van ontzag
19 II, 9,47 | Evangelie, zal het redden”(Mc 8,35). Het Nieuwe Testament
20 II, 10,48 | de mond van de Heer”(Dt 8,3; vgl.Mt 4,4). ~Door te
21 II, 10,49 | leven in Christus Jezus”(Rom 8,2), en de fundamentele uitdrukking
22 II, 11,50 | Joh 3,14-15); vgl.Nu 21,8-9) hernieuwd en tot volkomen
23 II, 11,51 | zondaars waren (vgl.Rom 5,8). ~Zo verkondigt Jezus dat
24 III, 2,53 | vader van de leugen”(Joh 8,44). Door de mens te misleiden
25 III, 3,58(59) | 6; vgl. Js 46,3; Job 10,8-12; Ps 22,10-11). Zo benadrukt
26 III, 3,59(63) | Apologeticum, IX, 8: CSEL 69, 24. ~
27 III, 4,65 | verrijzenis en het leven (vgl. Rom 8,11). De zekerheid over de
28 III, 4,65 | aan de Heer toe”(Rom 14,7-8). Sterven voor de Heer betekent
29 III, 4,65 | aan de Vader (vgl. Fil 2,8), doordat wij de ontmoeting
30 III, 6,73(100)| exhortatie Evangelii nuntiandi (8 december 1975), 14: AAS
31 III, 6,75 | waar Hij wil (vgl. Joh 3,8), iedere mens die in deze
32 IV, 1,76 | grenzen van de aarde”(Hnd 1,8) te verkondigen. Nederig
33 IV, 3,81 | ontdekt (vgl. Gn 1,27; Ps 8,6). Deze visie wijkt niet
34 IV, 3,82 | waardigheid verleend (vgl. Ps 8,6-7). In ieder kind dat
35 IV, 5,92(122) | exhortatie Evangelii nuntiandi (8 december 1975), 18: AAS
36 IV, 6 | kinderen van het licht”(Ef 5,8): om een verandering van
37 IV, 6,93 | van de duisternis”(Ef 5,8; 10-11). In onze huidige
38 IV, 6,96(132) | Slotboodschappen van het Concilie (8 december 1965): Aan de vrouwen. ~
|