Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
schenkt 1
scheppen 2
scheppende 3
schepper 36
scheppers 1
schepping 14
scheppingsverhaal 1
Frequency    [«  »]
36 encycliek
36 kaïn
36 licht
36 schepper
36 ten
36 werd
35 altijd
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

schepper

   Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,3 | tegenspraak met de eer van de Schepper5. ~ 2 I, 3,19 | een groot geschenk van de Schepper, gegeven als zij is ten 3 I, 4,22 | bondig verklaart: “Zonder de Schepper verdwijnt het schepsel in 4 I, 4,22 | afhankelijkheid van het plan van de Schepper minacht. Zo is het duidelijk 5 I, 5,25 | mens zijn in de ogen van de Schepper als hijeen zo verheven 6 II, 2,31 | onsterfelijk leven die door de Schepper in het mensenhart is geplant 7 II, 4,34 | die hem verenigt met zijn Schepper: in de mens schittert een 8 II, 4,34 | specifieke verbintenis met de Schepper te te creëren: “Laat ons 9 II, 4,34 | naar het beeld van zijn Schepper, God, die de ware en rechtvaardige 10 II, 4,34 | de mensin staat om zijn Schepper te kennen en te beminnen24. 11 II, 4,35 | wie de geest van God de Schepper ook levend is, kan de behoefte 12 II, 4,35 | de mens. In hem vindt de Schepper zijn rust, zoals de H. Ambrosius 13 II, 4,36 | rebelleert de mens tegen zijn Schepper en komt tenslotte tot het 14 II, 4,36 | het schepsel liever dan de Schepper”(Rom 1,25). Als gevolg daarvan 15 II, 6,40 | eigendom en gave is van God de Schepper en Vader. ~Het gebod betreffende 16 II, 7,42 | heerlijkheid en eer van zijn Schepper: “U hebt hem heerschappij 17 II, 7,42 | de heerschappij die de Schepper gegeven heeft aan de mens, 18 II, 7,42 | dingen. De beperking die de Schepper zelf vanaf het begin opgelegd 19 II, 7,43 | echtgenoten als ouders met de Schepper meewerken in de ontvangenis 20 II, 7,43 | werken met de liefde van de Schepper en de Verlosser, die door 21 II, 7,43 | verwekker van de mensheid, de schepper van beelden van God34. ~ 22 II, 8,44 | leven en het werk van God de Schepper. ~“Vóór Ik je vormde in 23 II, 8,44 | liefdevolle werk van de Schepper, ten prooi aan menselijke 24 II, 8,44 | geheel geordend, maar de Schepper van de wereld: Hij bewerkt 25 II, 9,47 | van zon beslissing is de Schepper alleen, in wiewij leven 26 III, 1,52 | gebod is zelf een gave. ~De Schepper wil dat de mens, als Gods 27 III, 2,53 | ontstaanhet handelen van de Schepper vereist”, en het blijft 28 III, 2,53 | bijzondere relatie met zijn Schepper, zijn enige doel. God alleen 29 III, 2,53 | onaantastbaarheid van de Schepper zelf weerspiegelt. Juist 30 III, 2,54 | lijdenden, zij erkennen hun Schepper niet, zij doden hun kinderen 31 III, 6,74 | vgl. Ps 139, 13-14). ~De Schepper heeft het leven van de mens 32 III, 6,75 | oorspronkelijke Verbond van God de Schepper met de mens in het morele 33 IV, 3,81 | ding de afstraling van de Schepper en in iedere mens zijn levend 34 IV, 3,81 | oneindige gemeenschap met God de Schepper en Vader. ~ 35 IV, 6,98 | bede opstijgen tot God, de Schepper en Minnaar van het leven, 36 Slot, 3,103| tot lof en eer van God, de Schepper en Vriend van het leven. ~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License