Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wezenlijk 8
wezenlijke 4
wezens 7
wie 35
wiens 7
wier 2
wij 103
Frequency    [«  »]
35 grote
35 respect
35 tijd
35 wie
35 wijze
34 beeld
34 gemeenschap
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

wie

   Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 3,5 | onvermindere moed stem te geven aan wie geen stem hebben. Haar roepen 2 I, 1,7 | Jahwe antwoordde hem: “Neen! Wie het ook is die Kaïn doodt, 3 I, 1,9 | aan God toe: daarom staat wie een mens naar het leven 4 I, 2,12 | gezien als een vijand tegen wie men zich moet verweren of 5 I, 3,20 | beschouwd als vijand tegen wie men zich moet verdedigen. 6 I, 5,25 | bloed van Christus, voor wie Abel in zijn onschuld een 7 I, 5,25 | van leven is voor allen. Wie in het sacrament van de 8 II, 1,29 | Verrijzenis en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, 9 II, 1,29 | ook al is hij gestorven; wie leeft en gelooft in Mij, 10 II, 2,31 | ellende is, en leven aan wie bitter zijn in de ziel, 11 II, 3,32 | Bovenal zijn het dearmentot wie Jezus spreekt in zijn verkondiging 12 II, 3,32 | die je hebt bereid, van wie zullen die zijn?”(Lc 12, 13 II, 4,35 | beenderen (vgl.Gn 2,23), en in wie de geest van God de Schepper 14 II, 4,35 | uit, die gezegd heeft: “Op wie zal ik rusten, tenzij op 15 II, 5,37 | Hij naar waarheid zeggen: “Wie mij volgt(...) zal het licht 16 II, 5,37 | geloofsbelijdenis: “Heer, naar wie zouden wij gaan? U hebt 17 II, 5,38 | verrijzenis en het leven(...); wie leeft en gelooft in Mij 18 II, 6,41 | uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat u kinderen 19 II, 9,47 | is de Schepper alleen, in wiewij leven en bewegen en 20 II, 11,50 | van God geopenbaard als wie Hij is: aan het Kruis wordt 21 III, 1,52 | God eist van de mens, aan wie Hij het leven geeft dat 22 III, 2,54 | een categorische klank: “Wie zijn broeder haat is een 23 III, 2,54 | het doden van een mens, in wie Gods beeld aanwezig is, 24 III, 3,60 | strafsancties uitgevaardigd tegen wie schuldig zijn aan abortus. 25 III, 3,60 | voort waar zij bepaalt datwie een abortus verricht, bij 26 III, 4,64 | zoals familieleden, van wie men verwacht dat ze een 27 III, 4,64 | hen - bijv. artsen - van wie krachtens hun specifieke 28 III, 4,64 | aanmatigen om te beslissen wie mag leven en wie sterven. 29 III, 4,64 | beslissen wie mag leven en wie sterven. Opnieuw staan we 30 III, 5,71 | gehoorzaamheid jegens God - aan wie alleen die vrees toekomt 31 III, 5,72 | het leven, te weigeren. Wie grijpt naar het middel van 32 IV, 4,85 | als voor een persoon voor wie God ons verantwoordelijk 33 IV, 6,98 | op de hulp van God, voor wie niets onmogelijk is (vgl. 34 Slot, 1,101| vrouw van heerlijkheid, in wie Gods plan uitgevoerd kon 35 Slot, 2,102| onvermoeibaar blijft verkondigen: “Wie zulk een kind in mijn Naam


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License