Chapter, Paragraph, Number
1 I, 4,24 | lichtende oog van de ziel (vgl.Mt 6,22-23), “het kwade goed
2 I, 5,25 | vergeving van de zonden”(Mt 26,28). ~Dit bloed dat uit
3 I, 5,27 | in het verborgene ziet”(Mt 6,4), niet alleen deze acties
4 II, 3,32 | handen van de Vader (vgl.Mt 6,25-34). ~Bovenal zijn
5 II, 3,32 | volgen en Hem zoeken (vgl.Mt 4,23-25) vinden in zijn
6 II, 3,33 | zoekt om “het te doden”(Mt 2,13); een wereld die onverschillig
7 II, 6,41 | onderhoud dan de geboden”(Mt 19,16.17). En Hij haalt
8 II, 6,41 | zal zijn voor het gerecht”(Mt 5,21-22). ~Door zijn woorden
9 II, 6,41 | is hem te beminnen (vgl.Mt 5,38-48; Lc 6,27-35), hem “
10 II, 6,41 | en de onrechtvaardigen”(Mt 5,44-45; vgl.Lc 6,28.35). ~
11 II, 7,43 | en vrouw gemaakt heeft”(Mt 19,4), heeft in zijn wil
12 II, 7,43 | men aan Christus zelf (vgl.Mt 25,31-46). ~
13 II, 9,47 | en drijft de duivels uit”(Mt 6,13;16,18). ~Zeker is het
14 II, 10,48 | van de Heer”(Dt 8,3; vgl.Mt 4,4). ~Door te luisteren
15 II, 10,49 | haar tot vervulling (vgl.Mt 5,17): de Wet en de Profeten
16 II, 10,49 | de onderlinge liefde (vgl.Mt 7,12). In Jezus wordt de
17 II, 11,50 | ontslapen waren stonden op”(Mt 27,52). De redding die Jezus
18 III, 1 | onderhoud dan de geboden”(Mt 19,17): evangelie en gebod~
19 III, 1,52 | eeuwig leven te verwerven?””(Mt 19,6). Jezus antwoordde: “
20 III, 1,52 | onderhoud dan de geboden”(Mt 19,17). De Meester spreekt
21 III, 1,52 | zult niet stelen(...)””(Mt 19,18). ~Gods gebod wordt
22 III, 1,52 | afleggen voor zijn Meester (vgl.Mt 25,14-30; Lc 19,12-27). ~
23 III, 2,54 | wet en de profeten”(vgl.Mt 22,36-40). Sint Paulus benadrukt
24 III, 2,54 | binnengaan in het leven”(vgl.Mt 19,16-19). In ditzelfde
25 III, 2,54 | Zaligsprekingen in het evangelie (vgl.Mt 5,38-40). Het sublieme voorbeeld
26 III, 6,73 | goede waar te nemen (vgl. Mt 5,48). De geboden, in het
27 IV, 1,76 | hele wereld (vgl. Mc 16,15; Mt 28,19-20). De Kerk, die
28 IV, 4,85 | hebt ge voor Mij gedaan”(Mt 25,40). Daarom moeten wij
29 IV, 6,93 | het deeg doet gisten (vgl.Mt 13,33) moet het Evangelie
30 IV, 6,98 | niets onmogelijk is (vgl.Mt 19,26). ~Met die zekerheid
31 IV, 6,98 | krachten van het kwaad (vgl.Mt 4,1-11) en heeft zijn leerlingen
32 Slot, 2,102| naar Egypte vluchten (vgl. Mt 2,13-15). ~Zo helpt Maria
33 Slot, 2,102| Naam opneemt, neemt Mij op”(Mt 18,5); “Voorwaar, Ik zeg
34 Slot, 2,102| hebt u voor Mij gedaan”(Mt 25,40). ~
|