Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | leven dat bestaat in de gemeenschap met de Vader, waartoe iedere
2 Inl, 1,2 | samenleving en de politieke gemeenschap. ~Dat recht moeten vooral
3 Inl, 3 | In gemeenschap met alle bisschoppen van
4 Inl, 3,5 | en vooral de christelijke gemeenschap, hebben de kardinalen mij
5 I, 3,19 | historisch verzekerde als gemeenschap waarin het “recht van de
6 I, 5,26 | telkens in de christelijke gemeenschap en in de burgermaatschappij,
7 II, 1,30 | aan u bekend, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons”. (
8 II, 4,36 | mens verraden en wordt de gemeenschap onder de mensen aangetast. ~
9 II, 5,37 | Alwie gelooft in Jezus en in gemeenschap met Hem komt, heeft eeuwig
10 II, 5,37 | aanvaarden van de liefhebbende gemeenschap van de Vader, de Zoon en
11 II, 5,38 | met zijn bestemming van gemeenschap met God in kennis van en
12 II, 5,38 | ontmoeten en waar wij in gemeenschap met Hem komen. Het leven
13 III, 2,54 | wederopneming in de kerkelijke gemeenschap. ~Dit hoeft niet te verbazen:
14 III, 2,54 | van het gezin of van de gemeenschap”44. Helaas gebeurt het dat
15 III, 2,56 | opvolgers heeft gegeven, en in gemeenschap met de bisschoppen van de
16 III, 3,59 | heeft de eerste christelijke gemeenschap in leer en leven zich radicaal
17 III, 3,60 | Petrus en zijn Opvolgers, in gemeenschap met de bisschoppen - die
18 III, 4,63 | mijn Voorgangers 81 en in gemeenschap met de bisschoppen van de
19 III, 6,73 | onverzoenlijke tegenstelling met de gemeenschap onder de mensen, ze is in
20 III, 6,74 | Geest, die Bouwmeester van gemeenschap in liefde is, brengt onder
21 IV, 1,77 | groeperingen van de christelijke gemeenschap. De gemeenschappelijke opgave
22 IV, 2,78 | verkondigen wij ook u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt”(1Joh 1,1.3).
23 IV, 2,78 | wij ook aan u, opdat ook u gemeenschap hebt met ons”(1Joh 1,3).
24 IV, 3,81 | een bestaan van oneindige gemeenschap met God de Schepper en Vader. ~
25 IV, 3,82 | gebed, als enkelingen en als gemeenschap, God onze Vader, die ons
26 IV, 4,85 | waarnemers. Elke christelijke gemeenschap met een hernieuwd besef
27 IV, 4,89 | vestigen van een economie van gemeenschap en deling van goederen,
28 IV, 5,90 | zijn eigen aard als een gemeenschap van leven en liefde, gebaseerd
29 IV, 6,95 | indien ze beleefd wordt in gemeenschap net Christus, hoort tot
30 IV, 6,97 | moederschap betekent een speciale gemeenschap met het geheim van het leven,
31 IV, 6,98 | uit iedere christelijke gemeenschap, uit iedere groep en vereniging,
32 IV, 7,99 | opdat alle mensen met ons in gemeenschap zullen zijn en met de Drieëenheid (
33 Slot, 2,102| werpt Maria licht op de Gemeenschap van Gelovigen. De vijandschap
34 Slot, 2,102| voortdurend, en treedt Hij in gemeenschap met ons, zodat de afwijzing
|