Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,7 | heeft hem gemaakt tot een beeld van zijn eigen eeuwigheid.
2 I, 1,7 | schepping van de mens naar het beeld van God voor een vol en
3 I, 5,26 | Daarom zou het een eenzijdig beeld geven, dat zou kunnen leiden
4 II, 4 | gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon”(Rom 8,28-
5 II, 4,34 | ons de mens maken naar ons beeld en onze gelijkenis”(Gn 1,
6 II, 4,34 | hen maakte naar zijn eigen beeld”(17,3). De bijbelse schrijver
7 II, 4,34 | ziet als een deel van dit beeld niet alleen de heerschappij
8 II, 4,34 | mens geschapen naar het beeld van zijn Schepper, God,
9 II, 4,34 | onbederflijkheid en maakte hem naar het beeld van zijn eigen Wezen”(W
10 II, 4,36 | de mens niet alleen het beeld van God in zijn eigen persoon,
11 II, 4,36 | leven van de mens licht Gods beeld opnieuw op en wordt het
12 II, 4,36 | vlees: “Christus is het beeld van de onzichtbare God”(
13 II, 4,36 | 3). Hij is het volmaakte beeld van de Vader. ~Het plan
14 II, 4,36 | van leven: het goddelijke beeld wordt in hen hersteld, vernieuwd
15 II, 4,36 | gelijkvormig zouden worden aan het beeld van zijn Zoon”(Rom 8,29).
16 II, 4,36 | in de schittering van dit beeld, kan de mens bevrijd worden
17 II, 6,39 | het is zijn gave, zijn beeld en evenbeeld, een delen
18 II, 6,39 | de mens gemaakt naar zijn beeld”(Gn 9,6). ~Het leven en
19 II, 7,42 | hem roept als zijn levende beeld om te delen in zijn heerschappij
20 II, 7,43 | brengt deze zelf een bepaald beeld van en een bepaalde gelijkenis
21 II, 7,43 | alleen de bron van dat “beeld en die gelijkenis”die eigen
22 II, 7,43 | ouders aan kind, Gods eigen beeld en gelijkenis doorgegeven,
23 II, 7,43 | die op hem leek en zijn beeld was, en noemde hem Seth”(
24 II, 7,43 | medewerkers met God die zijn beeld doorgeeft aan het nieuwe
25 III, 1,52 | de mens, als Gods levende beeld, heer en koning is. De H.
26 III, 1,52 | werd geschapen naar het beeld van Hem die het heelal bestuurt.
27 III, 1,52 | heelal; hij is het levende beeld dat door zijn waardigheid
28 III, 2,53 | die gevormd is naar zijn beeld en gelijkenis (vgl.Gn 1,
29 III, 2,54 | van een mens, in wie Gods beeld aanwezig is, is een bijzonder
30 III, 6,73 | waarde van de naar zijn beeld geschapen mens radicaal
31 IV, 3,81 | iedere mens zijn levend beeld ontdekt (vgl. Gn 1,27; Ps
32 IV, 3,82 | sterft, herkennen wij het beeld van de heerlijkheid van
33 Slot, 1,101| teken herkent de Kerk een beeld van haar eigen mysterie:
34 Slot, 2,102| zin is dat kind ook een beeld van iedere persoon, ieder
|