Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | in de gemeenschap met de Vader, waartoe iedere mens om
2 I, 5,25 | voor de broeders bij de Vader (vgl.Heb 7,25), en het is
3 I, 5,25 | grootheid van de liefde van de Vader openbaart, hoe kostbaar
4 I, 5,27 | verzekert het geloof ons dat de Vader, “die in het verborgene
5 II, 1,29 | het leven ontvangt van de Vader (vgl.Joh 5,26) en die onder
6 II, 1,30 | eeuwige leven dat bij de Vader was, heeft zich aan ons
7 II, 3,32 | waaraan de liefde van de Vader betekenis en waarde geeft. ~“
8 II, 3,32 | wordt in de handen van de Vader (vgl.Mt 6,25-34). ~Bovenal
9 II, 3,33 | leven in handen is van de Vader. Aan het kruis kan Hij dan
10 II, 3,33 | dan ook tot Hem zeggen: “Vader, in uw handen beveel ik
11 II, 4,36 | het volmaakte beeld van de Vader. ~Het plan van het leven
12 II, 5,37 | 69). Wanneer Hij tot de Vader spreekt in het hogepriesterlijk
13 II, 5,37 | liefhebbende gemeenschap van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
14 II, 5,38 | zeggen: “Zie, welke liefde de Vader ons gegeven heeft! Wij worden
15 II, 6,40 | is van God de Schepper en Vader. ~Het gebod betreffende
16 II, 6,41 | kinderen bent van uw hemelse Vader: want Hij laat de zon opgaan
17 II, 7,43 | honderddertig jaar was, werd hij de vader van een zoon die op hem
18 II, 9,47 | lichaam en de geest”37 door de Vader gezonden om het goede nieuws
19 II, 9,47 | vrijelijk een offer aan de Vader (vgl.Joh 10,17) en aan de
20 II, 11,50 | sterft bidt Jezus tot de Vader, vraagt vergiffenis voor
21 II, 11,51 | alles gehoorzaam aan de Vader en omdat Hij “de zijnen
22 II, 11,51 | gehoorzaam zijn aan de Vader en zijn wil doen. ~Geef
23 III, 2,53| is ook “een leugenaar en vader van de leugen”(Joh 8,44).
24 III, 3,58| Schuldig kan vooral de vader van het kind zijn, niet
25 III, 3,58| een leven dat niet van de vader is, noch van de moeder,
26 III, 4,65| laatste gehoorzaamheid aan de Vader (vgl. Fil 2,8), doordat
27 IV, 1,76 | geschenk van Jezus die door de Vader werd gezonden “om aan de
28 IV, 2,78 | eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard
29 IV, 3,81 | gemeenschap met God de Schepper en Vader. ~
30 IV, 3,82 | als gemeenschap, God onze Vader, die ons vormde in de moederschoot
31 IV, 4,85 | de ondersteuning door de vader niet aarzelen hun kind ter
32 IV, 5,92 | goddelijke gebod om zijn vader en moeder te eren (vgl.Ex
33 IV, 6,97 | vertrouwvol open voor berouw. De Vader van barmhartigheid wacht
|