Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,4 | nog schandelijker aanzien geeft en nieuwe ernstige zorgen
2 I, 1,8 | boven dat van Kaïn; hij geeft echter duidelijk aan dat
3 I, 3,19 | verheft, en die geen plaats geeft aan solidariteit en openheid
4 I, 3,19 | God aan iedereen vrijheid geeft, een vrijheid die een wezenlijke
5 I, 3,20 | perverse en kwade betekenis geeft: die van een absolute macht
6 II, 3,32 | Vader betekenis en waarde geeft. ~“Blinden zien, lammen
7 II, 4,34 | leven dat God aan de mens geeft is geheel verschillend van
8 II, 4,34 | Het leven dat God de mens geeft is veel meer dan een louter
9 II, 5,37 | neerdaalt van de hemel en leven geeft aan de wereld”(Joh 6,33),
10 II, 5,37 | leven dat Jezus belooft en geeft is “eeuwig”, omdat het een
11 II, 5,38 | komen. Het leven dat Jezus geeft vermindert in geen enkel
12 II, 7,42 | heerschappij die God de mens geeft. Het is in de eerste plaats
13 II, 9,47 | leerlingen de wereld instuurt, geeft Hij hun een zending, waarin
14 II, 9,47 | 35). Het Nieuwe Testament geeft hiervan verschillende voorbeelden.
15 II, 10,48 | uw God, die ik u heden geeft, als u de Heer uw God bemint,
16 II, 11,51 | deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”(Joh
17 III, 1,52 | mens, aan wie Hij het leven geeft dat hij dat bemint, eerbiedigt
18 III, 2,54 | de weg van een liefde die geeft, ontvangt en dient. Het
19 III, 3,61 | echte waarde aan het leven geeft en wat het, zelfs in moeilijke
20 III, 4,65 | Vaticanum II ons in overweging geeft: “In het licht van de dood
21 III, 4,65 | dimensie”en toch: “Intuïtief geeft zijn hart hem het juiste
22 III, 6,73 | dalen, en tegelijkertijd geeft het het minimum aan dat
23 III, 6,74 | die de gelovigen kracht geeft en die hun verantwoordelijkheidsbesef
24 IV, 1,77 | die Heer is en het leven geeft”, zijn wij geworden tot
25 IV, 3,82 | vieren, de God die het leven geeft: “We moeten het eeuwige
26 IV, 3,82 | ieder ander leven uitgaat, geeft en bewaart het leven. Ieder
27 IV, 3,84 | In het Paasmysterie geeft Christus u het geschenk
28 IV, 4,85 | en verzadigt u!”, maar u geeft hen niet wat zij nodig hebben,
29 IV, 5,91 | de viering die betekenis geeft aan iedere andere vorm van
30 IV, 6,94 | de eigenlijke betekenis geeft. ~Niet minder beslissend
31 IV, 6,97 | staat om in haar te groeien, geeft het ruimte, eerbiedigt het
32 Slot, 1,101| die God aan iedere vrouw geeft, wordt verheven tot haar
33 Slot, 1,101| maakt: zij offert Jezus, geeft Hem over, en brengt Hem
|