1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1854
Chapter, Paragraph, Number
501 II, 1,29 | vooral echter door zijn dood en glorievolle opstanding uit
502 II, 1,29 | opstanding uit de doden en tenslotte door de zending
503 II, 1,29 | de duisternis van zonde en dood en ons op te wekken
504 II, 1,29 | duisternis van zonde en dood en ons op te wekken tot het
505 II, 1,30 | 30. En dus willen we met onze blik
506 II, 1,30 | van God”(Joh 3,34) horen, en opnieuw mediteren over het
507 II, 1,30 | van het leven. De diepste en oorspronkelijke betekenis
508 II, 1,30 | bestond, dat wat wij gehoord en met eigen ogen gezien hebben,
509 II, 1,30 | wat wij hebben aanschouwd en wat onze handen hebben aangeraakt,
510 II, 1,30 | gezien, wij getuigen ervan en maken het ook aan u bekend,
511 II, 1,30 | eeuwige leven dus verkondigd en meegedeeld. Dankzij deze
512 II, 1,30 | Dankzij deze verkondiging en gave verwerft ons lichamelijke
513 II, 1,30 | verwerft ons lichamelijke en geestelijke leven ook in
514 II, 1,30 | aardse fase zijn volle waarde en betekenis, want Gods eeuwige
515 II, 1,30 | deze wereld leeft, gedreven en geroepen wordt. Zo sluit
516 II, 1,30 | dat de menselijke ervaring en zijn verstand ons vertellen
517 II, 1,30 | te zuiveren, te verheffen en tot vervulling te brengen. ~
518 II, 2 | De Heer is mijn kracht en mijn lied, en Hij is mijn
519 II, 2 | mijn kracht en mijn lied, en Hij is mijn redding geworden”(
520 II, 2,31 | voorwerp van Gods tedere en sterke liefde. ~Bevrijding
521 II, 2,31 | onvernietigbare waardigheid en het begin van een nieuwe
522 II, 2,31 | waarin de ontdekking van God en de ontdekking van zichzelf
523 II, 2,31 | Exodus is een “basiservaring”en een model voor de toekomst.
524 II, 2,31 | begrip van de betekenis en van de waarde van het leven
525 II, 2,31 | onbestendigheid van het leven en van het besef van de bedreigingen
526 II, 2,31 | dat het geloof uitdaagt en op de proef stelt. We moeten
527 II, 2,31 | aan hem die in ellende is, en leven aan wie bitter zijn
528 II, 2,31 | dood, maar zij komt niet, en die er meer naar zoeken
529 II, 2,31 | mysterie”, vol vertrouwen en aanbidding: “Ik weet dat
530 II, 2,31 | Ik weet dat U alles kunt en dat voor u niets onmogelijk
531 II, 2,31 | kiem van universaliteit en volheid wacht erop om zichtbaar
532 II, 2,31 | zichtbaar te worden in de liefde en zich te vervullen, door
533 II, 3,32 | allen die zich bedreigd en belaagd voelen, dat hun
534 II, 3,32 | liefde van de Vader betekenis en waarde geeft. ~“Blinden
535 II, 3,32 | Gods bekommernis met hen en zij weten zeker dat ook
536 II, 3,32 | spreekt in zijn verkondiging en in zijn daden. De menigten
537 II, 3,32 | daden. De menigten zieken en uitgestotenen, die Hem volgen
538 II, 3,32 | uitgestotenen, die Hem volgen en Hem zoeken (vgl.Mt 4,23-
539 II, 3,32 | vinden in zijn woorden en daden geopenbaard dat hun
540 II, 3,32 | leven grote waarde heeft en dat hun hoop op redding
541 II, 3,32 | temidden van de ontberingen en de armoede van het menselijk
542 II, 3,32 | woorden: “Ik heb geen zilver en goud, maar wat ik heb geef
543 II, 3,32 | leven dat verlaten ligt en om hulp roept, besef van
544 II, 3,32 | roept, besef van eigenwaarde en volle waardigheid. ~De woorden
545 II, 3,32 | waardigheid. ~De woorden en daden van Jezus en van zijn
546 II, 3,32 | woorden en daden van Jezus en van zijn Kerk zijn niet
547 II, 3,32 | bedoeld voor hen die ziek zijn en die lijden, of die op enigerlei
548 II, 3,32 | elke mens in zijn zedelijke en geestelijke dimensies. Alleen
549 II, 3,32 | Jezus de Redder de waarheid en de authenticiteit van hun
550 II, 3,32 | Het leven ontglipt hem, en hij zal het zeer spoedig
551 II, 3,32 | van jou je ziel opgeëist. En de dingen die je hebt bereid,
552 II, 3,33 | van het menselijk leven en de bevestiging van zijn
553 II, 3,33 | met Maria”s onmiddellijke en vreugdevolle “ja”(vgl.Lc
554 II, 3,33 | wereld die vijandig optreedt en het Kind zoekt om “het te
555 II, 3,33 | wereld die onverschillig en onaangedaan blijft t.a.v.
556 II, 3,33 | tegenstelling tussen bedreigingen en onzekerheid aan de ene kant
557 II, 3,33 | onzekerheid aan de ene kant en de macht van Gods gaven
558 II, 3,33 | van het huis in Nazareth en van de kribbe in Bethlehem:
559 II, 3,33 | 11). ~De tegenstellingen en risico”s van het leven werden
560 II, 3,33 | deelname aan de laagste en kwetsbaarste omstandigheden
561 II, 3,33 | Hij vernederde zichzelf en werd gehoorzaam tot de dood,
562 II, 3,33 | heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die
563 II, 3,33 | Jezus heel de schittering en waarde van het leven, omdat
564 II, 3,33 | temidden van tegenstellingen en zelfs in het verlies van
565 II, 3,33 | God het aangenomen heeft en het gemaakt heeft tot middel
566 II, 4,34 | zelfs een ervaringsfeit, en de mens wordt geroepen om
567 II, 4,34 | men overal in de Bijbel, en vanaf de allereerste bladzijde
568 II, 4,34 | bladzijde krijgt ze een krachtig en verbazingwekkend antwoord.
569 II, 4,34 | is bestemd voor de mens en alles is aan hem onderworpen: “
570 II, 4,34 | onderworpen: “Bevolk de aarde en onderwerp haar; en heers
571 II, 4,34 | aarde en onderwerp haar; en heers over (...) al wat
572 II, 4,34 | is Gods bevel aan de man en de vrouw. Een soortgelijke
573 II, 4,34 | De Heer God nam de mens en plaatste hem in de tuin
574 II, 4,34 | Eden, om die te bewerken en te bewaken”(Gn 2,15). We
575 II, 4,34 | zijn aan hem onderworpen en toevertrouwd aan zijn verantwoordelijke
576 II, 4,34 | kan zijn aan andere mensen en a.h.w. teruggebracht tot
577 II, 4,34 | verschil tussen de mens en andere schepselen vooral
578 II, 4,34 | besluit om een bijzondere en specifieke verbintenis met
579 II, 4,34 | mens maken naar ons beeld en onze gelijkenis”(Gn 1,26).
580 II, 4,34 | verbintenis tussen de mens en God. Ook het boek Sirach
581 II, 4,34 | kracht als die van hemzelf en hen maakte naar zijn eigen
582 II, 4,34 | onderscheid tussen goed en kwaad, en de vrije wil: “
583 II, 4,34 | onderscheid tussen goed en kwaad, en de vrije wil: “Hij vulde
584 II, 4,34 | Hij vulde hen met kennis en begrip en liet hen goed
585 II, 4,34 | hen met kennis en begrip en liet hen goed en kwaad zien”(
586 II, 4,34 | begrip en liet hen goed en kwaad zien”(Sir 17,7). Het
587 II, 4,34 | Het vermogen om waarheid en vrijheid te verwerven zijn
588 II, 4,34 | Schepper, God, die de ware en rechtvaardige is (vgl.Dt
589 II, 4,34 | zijn Schepper te kennen en te beminnen”24. Het leven
590 II, 4,34 | voor de onbederflijkheid en maakte hem naar het beeld
591 II, 4,35 | uit het stof van de grond en ademde in zijn neusgaten
592 II, 4,35 | neusgaten de levensadem en de mens werd een levend
593 II, 4,35 | hij door God gemaakt is, en in zich een onuitwisbaar
594 II, 4,35 | gemaakt voor Uzelf, o Heer, en ons hart is onrustig totdat
595 II, 4,35 | referentiepunt de wereld van planten en dieren is (vgl.Gn 2,20).
596 II, 4,35 | vlees is van zijn vlees en been van zijn beenderen (
597 II, 4,35 | beenderen (vgl.Gn 2,23), en in wie de geest van God
598 II, 4,35 | zelf, het definitieve doel en de vervulling van iedere
599 II, 4,35 | mens dat Gij aan hem denkt, en de zoon van de mens dat
600 II, 4,35 | heelal is de mens erg klein; en toch openbaart dit contrast
601 II, 4,35 | minder gemaakt dan een god, en kroont hem met heerlijkheid
602 II, 4,35 | kroont hem met heerlijkheid en eer”(Ps 8,6). De heerlijkheid
603 II, 4,35 | H. Ambrosius met ontzag en bewogenheid opmerkt: “De
604 II, 4,35 | De zesde dag is afgelopen en de schepping van de wereld
605 II, 4,35 | alle levende schepselen en als het ware de kroon is
606 II, 4,35 | kroon is van het heelal en de hoogste schoonheid van
607 II, 4,35 | in de geest van de mens en in zijn denken; want Hij
608 II, 4,35 | nederig is, gebroken van hart en die beeft voor mijn woord?”(
609 II, 4,36 | mens tegen zijn Schepper en komt tenslotte tot het aanbidden
610 II, 4,36 | over God door een leugen en aanbaden het schepsel liever
611 II, 4,36 | onverschilligheid, vijandigheid en zelfs moorddadige haat.
612 II, 4,36 | betekenis van de mens verraden en wordt de gemeenschap onder
613 II, 4,36 | licht Gods beeld opnieuw op en wordt het opnieuw geopenbaard
614 II, 4,36 | de heerlijkheid van God en is het evenbeeld van zijn
615 II, 4,36 | menselijk leven had vernield en verduisterd en de dood in
616 II, 4,36 | vernield en verduisterd en de dood in de wereld had
617 II, 4,36 | hen hersteld, vernieuwd en tot volmaaktheid gebracht.
618 II, 4,36 | broederschap herstellen, en zijn ware identiteit herontdekken. ~
619 II, 5 | Alwie leeft en gelooft in mij, zal nooit
620 II, 5,37 | dat altijd “in Hem”was, en dat is “het licht van de
621 II, 5,37 | het verwekt zijn door God en het delen in de volheid
622 II, 5,37 | eenvoudig als naar “het leven”; en Hij presenteert het geboren
623 II, 5,37 | die neerdaalt van de hemel en leven geeft aan de wereld”(
624 II, 5,37 | leven dat Jezus belooft en geeft is “eeuwig”, omdat
625 II, 5,37 | Alwie gelooft in Jezus en in gemeenschap met Hem komt,
626 II, 5,37 | van het leven openbaren en meedelen; dit zijn de “woorden
627 II, 5,37 | leven”; wij hebben geloofd en erkend dat U de Heilige
628 II, 5,37 | kennen, de enige ware God, en Hem die U gezonden hebt,
629 II, 5,37 | Christus”(Joh 17,3). God en zijn Zoon kennen is het
630 II, 5,37 | gemeenschap van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest in zijn
631 II, 5,38 | daarom het leven van God zelf en tegelijk het leven van de
632 II, 5,38 | verbazen over deze onverwachte en onuitsprekelijke waarheid
633 II, 5,38 | steeds opnieuw verbaasd zijn en grenzeloos dankbaar. In
634 II, 5,38 | kinderen van God genoemd, en we zijn het ook!(...) Dierbaren,
635 II, 5,38 | zijn wij kinderen van God, en wat we zullen zijn, is nog
636 II, 5,38 | gemeenschap met God in kennis van en liefde voor Hem. In het
637 II, 5,38 | deze waarheid preciseert en voltooit de H.Ireneüs zijn
638 II, 5,38 | eeuwig leven reeds ontkiemt en begint te groeien. Ofschoon
639 II, 5,38 | liefde verdere inspiratie en kracht vinden en nieuwe
640 II, 5,38 | inspiratie en kracht vinden en nieuwe breedte en diepte
641 II, 5,38 | vinden en nieuwe breedte en diepte in de goddelijke
642 II, 5,38 | hebben voor zelfontplooiing en voor het aangaan van relaties
643 II, 5,38 | toont, waar we Hem ontmoeten en waar wij in gemeenschap
644 II, 5,38 | de tijd; het neemt het op en richt het op zijn uiteindelijke
645 II, 5,38 | Ik ben de verrijzenis en het leven(...); wie leeft
646 II, 5,38 | het leven(...); wie leeft en gelooft in Mij zal nooit
647 II, 6 | medemens”(Gn 9,5): verering en liefde voor ieder menselijk
648 II, 6,39 | is zijn gave, zijn beeld en evenbeeld, een delen in
649 II, 6,39 | bloed zal ik terugeisen, en ook van de mensen onderling,
650 II, 6,39 | haar basis heeft in God en in zijn scheppende activiteit: “
651 II, 6,39 | beeld”(Gn 9,6). ~Het leven en de dood van de mens zijn
652 II, 6,39 | leven van ieder levend ding en de adem van heel de mensheid”,
653 II, 6,39 | De Heer brengt ter dood en brengt tot leven, Hij brengt
654 II, 6,39 | brengt tot diep in de hel en doet opstaan”(1Sam 2,6).
655 II, 6,39 | uit op een willekeurige en dreigende wijze, maar eerder
656 II, 6,39 | deel van zijn zorg voor en zijn liefdevolle bekommernis
657 II, 6,39 | haar kind opneemt, voedt en verzorgt: “Ik liet mijn
658 II, 6,39 | Ik liet mijn ziel bedaren en verstillen, zoals een kind
659 II, 6,39 | geschiedenis van de volken en in de bestemming van enkelingen
660 II, 6,39 | van het leven samenbrengt en de krachten van de dood
661 II, 6,39 | heeft de dood niet gemaakt en Hij verheugt zich niet over
662 II, 6,40 | leven - zijn eigen leven en dat van anderen - als iets
663 II, 6,40 | hem is, omdat het eigendom en gave is van God de Schepper
664 II, 6,40 | gave is van God de Schepper en Vader. ~Het gebod betreffende
665 II, 6,40 | Gij zult geen onschuldigen en rechtvaardigen doden”(Ex
666 II, 6,40 | vormen van lijfstraffen en zelfs de doodstraf kende.
667 II, 6,40 | onaantastbaarheid van het fysieke leven en de integriteit van de persoon.
668 II, 6,41 | niet doden”, ingesloten en vollediger uitgedrukt in
669 II, 6,41 | de geboden”(Mt 19,16.17). En Hij haalt als eerste van
670 II, 6,41 | van de schriftgeleerden en farizeers overstijgt, ook
671 II, 6,41 | ouden: Gij zult niet doden; en alwie doodt zal strafbaar
672 II, 6,41 | 22). ~Door zijn woorden en daden laat Jezus verder
673 II, 6,41 | wetgeving de bescherming en verdediging van het leven
674 II, 6,41 | behandelde wanneer dat zwak en bedreigd was: in het geval
675 II, 6,41 | weduwen, wezen, de zieken en de armen in het algemeen,
676 II, 6,41 | vereisten nieuwe kracht en nieuwe urgentie en worden
677 II, 6,41 | kracht en nieuwe urgentie en worden zij geopenbaard in
678 II, 6,41 | geopenbaard in al hun breedte en diepte. Ze gaan van de zorg
679 II, 6,41 | doen”(vgl.Lc 6,27.33.35), en zijn onmiddellijke behoeften
680 II, 6,41 | onmiddellijke behoeften direct, en zonder terugbetaling te
681 II, 6,41 | zeg u: bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen,
682 II, 6,41 | zon opgaan over slechten en goeden en doet het regenen
683 II, 6,41 | over slechten en goeden en doet het regenen over de
684 II, 6,41 | regenen over de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen”(Mt
685 II, 6,41 | beschermen de eis tot eerbied en liefde voor iedere persoon
686 II, 6,41 | liefde voor iedere persoon en voor zijn leven. Dit is
687 II, 6,41 | niet stelen, niet begeren”en alle andere kan men samenvatten
688 II, 7 | Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u, bevolkt
689 II, 7 | vermenigvuldigt u, bevolkt de aarde en onderwerpt haar”(Gn 1,28):
690 II, 7,42 | 42. De verdediging en bevordering van het leven,
691 II, 7,42 | leven, de eerbiediging ervan en de liefde ervoor is een
692 II, 7,42 | wereld: “God zegende hen en God zei tot hen: “Weest
693 II, 7,42 | tot hen: “Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u en bevolkt
694 II, 7,42 | vruchtbaar en vermenigvuldigt u en bevolkt de aarde en onderwerpt
695 II, 7,42 | vermenigvuldigt u en bevolkt de aarde en onderwerpt haar; en beheerst
696 II, 7,42 | aarde en onderwerpt haar; en beheerst de vissen van de
697 II, 7,42 | beheerst de vissen van de zee en de vogels in de lucht en
698 II, 7,42 | en de vogels in de lucht en alles wat beweegt op de
699 II, 7,42 | laat duidelijk de breedte en de diepte zien van de heerschappij
700 II, 7,42 | heerschappij over de aarde en over elk levend wezen, zoals
701 II, 7,42 | te besturen in heiligheid en gerechtigheid”(W 9,1.2-3).
702 II, 7,42 | een teken van heerlijkheid en eer van zijn Schepper: “
703 II, 7,42 | voeten gelegd, alle schapen en runderen, en ook de dieren
704 II, 7,42 | alle schapen en runderen, en ook de dieren van het veld,
705 II, 7,42 | veld, de vogels in de lucht en de vissen in de zee, alles
706 II, 7,42 | der wereld te verzorgen en te bewaken (vgl.Gn 2,15),
707 II, 7,42 | verschillende soorten dieren en van andere levensvormen
708 II, 7,42 | andere levensvormen tot en met de eigenlijke “menselijke
709 II, 7,42 | de Bijbel een duidelijke en sterke ethische richting,
710 II, 7,42 | het begin opgelegd heeft en die symbolisch uitgedrukt
711 II, 7,42 | biologisch maar ook moreel zijn en die niet ongestraft overtreden
712 II, 7,43 | de voortplanting door man en vrouw in het huwelijk, zoals
713 II, 7,43 | alleen blijft (Gn 2,18) en die “in het begin de mens
714 II, 7,43 | het begin de mens als man en vrouw gemaakt heeft”(Mt
715 II, 7,43 | eigen scheppingswerk, man en vrouw gezegend, zeggend “
716 II, 7,43 | zeggend “weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u”(Gn 1,
717 II, 7,43 | speciale deelname”van man en vrouw in het “scheppingswerk”
718 II, 7,43 | is die diep menselijk is en vol godsdienstige betekenis,
719 II, 7,43 | vlees”(Gn 2,24) vormen, en God die zich tegenwoordig
720 II, 7,43 | zelf een bepaald beeld van en een bepaalde gelijkenis
721 II, 7,43 | meewerken in de ontvangenis en de geboorte van een nieuw
722 II, 7,43 | in het menselijk vader- en moederschap, op geheel andere
723 II, 7,43 | alleen de bron van dat “beeld en die gelijkenis”die eigen
724 II, 7,43 | aan het menselijk wezen en die bij de schepping werden
725 II, 7,43 | Bijbel leert in een directe en welsprekende taal wanneer
726 II, 7,43 | aan kind, Gods eigen beeld en gelijkenis doorgegeven,
727 II, 7,43 | gelijkenis met God. Man en vrouw schiep Hij hen, en
728 II, 7,43 | en vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en noemde
729 II, 7,43 | hen, en Hij zegende hen en noemde hen mens op de dag
730 II, 7,43 | een zoon die op hem leek en zijn beeld was, en noemde
731 II, 7,43 | leek en zijn beeld was, en noemde hem Seth”(Gn 5,1-
732 II, 7,43 | de liefde van de Schepper en de Verlosser, die door hen
733 II, 7,43 | dag na dag zal uitbreiden en verrijken”33. ~Daarom prees
734 II, 7,43 | heilig huwelijk, gekozen en verheven boven alle andere
735 II, 7,43 | van God”34. ~Zo worden man en vrouw, verenigd in het huwelijk,
736 II, 7,43 | wordt Gods gave ontvangen en opent zich een nieuw leven
737 II, 7,43 | de taak van het opnemen en dienen van het leven iedereen;
738 II, 7,43 | van het leven iedereen; en deze taak moet bovenal vervuld
739 II, 7,43 | wanneer Hij vraagt om bemind en gediend te worden in zijn
740 II, 7,43 | in zijn lijdende broeders en zusters: de hongerigen,
741 II, 8,44 | wanneer het in de wereld komt en wanneer het uit de tijd
742 II, 8,44 | herhaalt vaak de oproep om zorg en eerbied te tonen, bovenal
743 II, 8,44 | ondermijnd wordt door ziekte en ouderdom. Er zijn geen directe
744 II, 8,44 | ouderdom. Er zijn geen directe en uitdrukkelijke oproepen
745 II, 8,44 | nog niet geboren leven, en het leven dat ten einde
746 II, 8,44 | is aan de godsdienstige en culturele denkwijze van
747 II, 8,44 | Abraham: “Kijk naar de hemel, en tel de sterren, als u dat
748 II, 8,44 | passages die vol respect en liefde spreken over de ontvangenis,
749 II, 8,44 | moederschoot, de geboorte en de intieme band tussen het
750 II, 8,44 | beginmoment van het leven en het werk van God de Schepper. ~“
751 II, 8,44 | moederschoot kende Ik jou en vóór je geboren werd wijdde
752 II, 8,44 | om vertrouwen te hebben, en hij spreekt zijn geloof
753 II, 8,44 | leven: “U hebt mij gevormd en gemaakt; zult U zich dan
754 II, 8,44 | zult U zich dan afwenden en mij vernietigen? Bedenk
755 II, 8,44 | mij gevormd hebt uit klei; en zult U mij tot stof doen
756 II, 8,44 | mij niet gezeefd als melk en doen stremmen als kaas?
757 II, 8,44 | hebt me bekleed met huid en vlees, mij met botten en
758 II, 8,44 | en vlees, mij met botten en spieren ineengezet. U hebt
759 II, 8,44 | hebt me het leven gegund, en bestendige liefde; en uw
760 II, 8,44 | gegund, en bestendige liefde; en uw zorg heeft mijn geest
761 II, 8,44 | Uitdrukking van ontzag en verbazing over Gods tussenkomst
762 II, 8,44 | kunnen worden van het wijze en liefdevolle werk van de
763 II, 8,44 | haar geloof in God, bron en garantie van het leven vanaf
764 II, 8,44 | vanaf de conceptie zelf, en tegelijkertijd de grondslag
765 II, 8,45 | verheerlijking van de vruchtbaarheid en de gretige verwachting van
766 II, 8,45 | ontmoeting tussen de Maagd Maria en Elizabeth, en tussen de
767 II, 8,45 | Maagd Maria en Elizabeth, en tussen de twee kinderen
768 II, 8,45 | zegeningen van de komst van Maria en van de aanwezigheid van
769 II, 8,45 | van hun moeder de genade en het mysterie van de barmhartigheid
770 II, 8,45 | barmhartigheid voor hun moeders zelf: en door een dubbel wonder profeteren
771 II, 9 | 116,10): leven in ouderdom en lijden~
772 II, 9,46 | het respect voor ouderen en zieken, of een specifieke
773 II, 9,46 | verhaasten. De culturele en religieuze context van de
774 II, 9,46 | context worden de wijsheid en ervaring van de ouderen
775 II, 9,46 | rijkdom voor de familie en de samenleving. ~De ouderdom
776 II, 9,46 | gekenmerkt door aanzien en omgeven met ontzag (vgl.
777 II, 9,46 | verlossing van de ouderdom en haar last: zijn gebed is
778 II, 9,46 | vanaf mijn jeugd (...) en nu, in mijn ouderdom en
779 II, 9,46 | en nu, in mijn ouderdom en grijsheid, God, verlaat
780 II, 9,46 | mijn leven”(vgl.Ps 16,5), en hij aanvaardt van Hem ook
781 II, 9,46 | evenmin over de dood. In leven en dood moet hij zich helemaal
782 II, 9,46 | vertrouwen in de Heer te hebben en om zijn fundamentele geloof
783 II, 9,46 | n mens niet tot wanhoop en doodsverlangen, maar doet
784 II, 9,47 | de dokter van het lichaam en de geest”37 door de Vader
785 II, 9,47 | te brengen aan de armen en om de gebroken harten te
786 II, 9,47 | verkondiging van het Evangelie: “En gaat op weg en verkondigt
787 II, 9,47 | Evangelie: “En gaat op weg en verkondigt dat het rijk
788 II, 9,47 | op, reinigt de melaatsen en drijft de duivels uit”(Mt
789 II, 9,47 | redden zal het verliezen; en alwie zijn leven verliest
790 II, 9,47 | leven verliest om Mijnentwil en omwille van het Evangelie,
791 II, 9,47 | niet zichzelf te offeren en Hij maakt van zijn leven
792 II, 9,47 | de Vader (vgl.Joh 10,17) en aan de zijnen (vgl.Joh 10,
793 II, 9,47 | voetstappen van de Meester en treedt hen die hem stenigen
794 II, 9,47 | vergeving (vgl.Hnd 7,59-60) en wordt zo de eerste van een
795 II, 9,47 | alleen, in wie “wij leven en bewegen en bestaan”(Hnd
796 II, 9,47 | wie “wij leven en bewegen en bestaan”(Hnd 17,28). ~
797 II, 10,48 | veroordelen tot zinloosheid en ongeluk, en mogelijk een
798 II, 10,48 | zinloosheid en ongeluk, en mogelijk een bedreiging
799 II, 10,48 | dijken die eerbied voor en verdediging van het leven
800 II, 10,48 | eigen waarheid eerbiedigen en zijn eigen waardigheid bewaren.
801 II, 10,48 | houd u vandaag het leven en het geluk voor, maar ook
802 II, 10,48 | geluk voor, maar ook de dood en het ongeluk. Als u luistert
803 II, 10,48 | bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, voorschriften
804 II, 10,48 | zijn geboden, voorschriften en bepalingen, dan zult u leven
805 II, 10,48 | bepalingen, dan zult u leven en talrijk worden en zal de
806 II, 10,48 | leven en talrijk worden en zal de Heer uw God u zegenen
807 II, 10,48 | Niet alleen het land Kanaän en het bestaan van het volk
808 II, 10,48 | spel, maar ook de huidige en toekomstige wereld, en het
809 II, 10,48 | huidige en toekomstige wereld, en het bestaan van de hele
810 II, 10,48 | van het goede verwijdert; en het goede is op zijn beurt
811 II, 10,48 | leven juist dat goede is, en alleen door het te doen
812 II, 10,48 | opgelegde verplichting, en al spoedig beginnen we zijn
813 II, 10,48 | we zijn grenzen te zoeken en proberen we verzachtende
814 II, 10,48 | we verzachtende factoren en uitzonderingen te vinden.
815 II, 10,48 | waarheid over God, mens en geschiedenis zullen de woorden “
816 II, 10,48 | mens in al zijn dimensies en betrekkingen. In zulk perspectief
817 II, 10,48 | zijn wij in staat waardig en rechtschapen te leven. Door
818 II, 10,48 | kunnen wij vruchten van leven en geluk voortbrengen: “Alwie
819 II, 10,48 | haar houden zullen leven, en die haar verzaken zullen
820 II, 10,49 | gegrift in het mensenhart en die Hij op de Sinaï aan
821 II, 10,49 | de bron van levend water en ze hebben regenbakken gehouwen,
822 II, 10,49 | regenbakken gehouwen, vol barsten en die geen water houden”(2,
823 II, 10,49 | die hen leven minachten en de rechten van de mensen
824 II, 10,49 | een nieuwe relatie met God en met de broeders te vestigen,
825 II, 10,49 | de broeders te vestigen, en om nieuwe, buitengewone
826 II, 10,49 | openen voor het begrijpen en uitvoeren van alle eisen
827 II, 10,49 | gave van God die zuivert en vernieuwt: “Ik zal u met
828 II, 10,49 | zuiver water besprenkelen en ge zult rein worden; van
829 II, 10,49 | van al uw ongerechtigheden en van al uw afgoderij zal
830 II, 10,49 | nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in u uitstorten”(
831 II, 10,49 | mogelijk maken de diepste en echtste betekenis van het
832 II, 10,49 | van het leven te waarderen en te bereiken: namelijk dat
833 II, 10,49 | zal hij nakomelingen zien en lang leven(...) Na het doorstane
834 II, 10,49 | Nazareth wordt de wet vervuld en een nieuw hart gegeven door
835 II, 10,49 | vervulling (vgl.Mt 5,17): de Wet en de Profeten worden samengevat
836 II, 10,49 | Jezus wordt de wet eens en voor altijd het “evangelie”,
837 II, 10,49 | terugbrengt naar zijn wortels en zijn oorspronkelijke bedoeling.
838 II, 10,49 | Christus Jezus”(Rom 8,2), en de fundamentele uitdrukking
839 II, 10,49 | liefde voor zijn broeders en zusters: “Wij weten dat
840 II, 10,49 | wet van vrijheid, vreugde en zaligheid. ~
841 II, 11,50 | glorievolle stam de vervulling en de volledige openbaring
842 II, 11,50 | grote kosmische verwarring en een geweldige strijd tussen
843 II, 11,50 | de krachten van het goede en de krachten van het kwade,
844 II, 11,50 | het kwade, tussen leven en dood. Vandaag de dag bevinden
845 II, 11,50 | de “cultuur van de dood”en de “cultuur van het leven”.
846 II, 11,50 | integendeel, steeds stralender en helderder op, en wordt zichtbaar
847 II, 11,50 | stralender en helderder op, en wordt zichtbaar als centrum,
848 II, 11,50 | zichtbaar als centrum, betekenis en doel van de hele geschiedenis
849 II, 11,50 | van de hele geschiedenis en van ieder menselijk leven. ~
850 II, 11,50 | wordt aan het Kruis genageld en opgeheven van de aarde.
851 II, 11,50 | grootste “machteloosheid”, en zijn leven schijnt geheel
852 II, 11,50 | bespotting van zijn tegenstanders en aan de handen van zijn moordenaars:
853 II, 11,50 | beledigd (vgl.Mc 15,24-26). ~En toch, precies middenin dit
854 II, 11,50 | op de zin van het leven en de dood van ieder menselijk
855 II, 11,50 | vervolgers (vgl.Lc 23,34), en antwoordt de misdadiger
856 II, 11,50 | dood “gingen de graven open en de lichamen van vele heilige
857 II, 11,50 | schenking van het leven en de verrijzenis. Heel zijn
858 II, 11,50 | gebracht door allen te genezen en goed te doen (vgl.Hnd 10,
859 II, 11,50 | zijn wonderen, genezingen en zelfs zijn opwekkingen van
860 II, 11,50 | mens uit de diepste ziekte en in zijn opwekking tot het
861 II, 11,50 | vgl.Nu 21,8-9) hernieuwd en tot volkomen en definitieve
862 II, 11,50 | hernieuwd en tot volkomen en definitieve volmaaktheid
863 II, 11,50 | hoop dat hij bevrijding en verlossing vindt. ~
864 II, 11,51 | Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest”(Joh 19,30).
865 II, 11,51 | zijn zijde met een lans, en terstond vloeide er bloed
866 II, 11,51 | terstond vloeide er bloed en water uit”(Joh 19,34). ~
867 II, 11,51 | ons van de dood vrijkoopt en opent voor een nieuw leven. ~
868 II, 11,51 | gesymboliseerd door het bloed en water die uit Christus”zijde
869 II, 11,51 | wordt aan Gods kinderen en hen tot het volk van het
870 II, 11,51 | bron van leven, ontstaat en groeit het “volk van het
871 II, 11,51 | gehoorzaam aan de Vader en omdat Hij “de zijnen had
872 II, 11,51 | worden maar om te dienen en om zijn leven te geven als
873 II, 11,51 | zijn vrienden”(Joh 15,13). En Hij stierf voor ons terwijl
874 II, 11,51 | centrum, zijn betekenis en zijn vervulling vindt wanneer
875 II, 11,51 | overweging tot lofprijzing en dankzegging, en tegelijkertijd
876 II, 11,51 | lofprijzing en dankzegging, en tegelijkertijd dwingt zij
877 II, 11,51 | om Christus na te volgen en in zijn voetstappen te gaan (
878 II, 11,51 | geven voor onze broeders en zusters, en zo in de volheid
879 II, 11,51 | onze broeders en zusters, en zo in de volheid van de
880 II, 11,51 | de waarheid de betekenis en bestemming van ons bestaan
881 II, 11,51 | het voorbeeld hebt gegeven en ons de kracht van uw Geest
882 II, 11,51 | als wij iedere dag, met U en als U, gehoorzaam zijn aan
883 II, 11,51 | gehoorzaam zijn aan de Vader en zijn wil doen. ~Geef daarom,
884 II, 11,51 | daarom, dat wij met open en edelmoedig hart luisteren
885 II, 11,51 | eerbiedigen, te beminnen en te koesteren. ~
886 III, 1 | geboden”(Mt 19,17): evangelie en gebod~
887 III, 1,52 | 52. “En zie, iemand kwam naar Hem
888 III, 1,52 | iemand kwam naar Hem toe en zei: “Meester, wat voor
889 III, 1,52 | altijd een gave tot vreugde en groei van de mens. Als zodanig
890 III, 1,52 | vertegenwoordigt het een wezenlijk en onontbeerlijk aspect van
891 III, 1,52 | mens. Het wekt verbazing en dankbaarheid in de vrije
892 III, 1,52 | dankbaarheid in de vrije persoon en vraagt erom aanvaard, bewaard
893 III, 1,52 | vraagt erom aanvaard, bewaard en gewaardeerd te worden, met
894 III, 1,52 | hij dat bemint, eerbiedigt en koestert. Zo wordt de gave
895 III, 1,52 | wordt de gave een gebod en het gebod is zelf een gave. ~
896 III, 1,52 | Gods levende beeld, heer en koning is. De H. Gregorius
897 III, 1,52 | Geroepen om vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen,
898 III, 1,52 | de aarde te onderwerpen en te heersen over lagere schepselen (
899 III, 1,52 | Gn 1,28), is de mens heer en meester niet alleen over
900 III, 1,52 | vooral over zichzelf 39, en in zekere zin over het leven
901 III, 1,52 | dat hij heeft ontvangen en dat hij kan doorgeven door
902 III, 1,52 | voortplanting, uitgevoerd met liefde en eerbied voor Gods plan.
903 III, 1,52 | afspiegeling van de unieke en oneindige heerschappij van
904 III, 1,52 | uitoefenen met wijsheid en liefde, delend in de onmetelijke
905 III, 1,52 | de onmetelijke wijsheid en liefde van God. En dat gebeurt
906 III, 1,52 | wijsheid en liefde van God. En dat gebeurt door gehoorzaamheid
907 III, 1,52 | Gods heilige wet: een vrije en blijde gehoorzaamheid (vgl.
908 III, 1,52 | vgl.Ps 119), geboren uit en gekoesterd door het besef
909 III, 1,52 | die aan de mens altijd en alleen voor zijn welzijn
910 III, 1,52 | persoonlijke waardigheid te bewaren en zijn geluk te bereiken. ~
911 III, 1,52 | niet de absolute meester en uiteindelijke rechter, maar
912 III, 1,52 | uiteindelijke rechter, maar eerder - en daar ligt zijn onvergelijkelijke
913 III, 2 | menselijk leven is heilig en onaantastbaar~
914 III, 2,53 | van de Schepper vereist”, en het blijft altijd in een
915 III, 2,53 | openbaring over de heiligheid en de onaantastbaarheid van
916 III, 2,53 | oorspronkelijk verbond tussen God en de mensheid na de reinigende
917 III, 2,53 | de verspreiding van zonde en geweld (vgl.Gn 9,5-6). ~
918 III, 2,53 | gevormd is naar zijn beeld en gelijkenis (vgl.Gn 1, 26-
919 III, 2,53 | leven krijgt zo een heilig en onaantastbaar karakter,
920 III, 2,53 | is, is ook “een leugenaar en vader van de leugen”(Joh
921 III, 2,53 | naar zijn doelen van zonde en dood, gepresenteerd als
922 III, 2,53 | gepresenteerd als levensdoelen en successen. ~
923 III, 2,53(41)| leven bij zijn oorsprong en over de waardigheid van
924 III, 2,54 | bevordering van het leven en tot voortgang langs de weg
925 III, 2,54 | liefde die geeft, ontvangt en dient. Het volk van het
926 III, 2,54 | heeft, ofschoon langzaam en met enige tegenspraak, een
927 III, 2,54 | gekend in deze denkwijze en zich zo voorbereid op de
928 III, 2,54 | geboden rust heel de wet en de profeten”(vgl.Mt 22,36-
929 III, 2,54 | gij zult niet doden (...) en ieder ander gebod in deze
930 III, 2,54 | vgl.Gal 5,14). Overgenomen en tot vervulling gebracht
931 III, 2,54 | haat is een moordenaar, en u weet dat geen moordenaar
932 III, 2,54 | wegen, een weg van het leven en een weg van de dood; er
933 III, 2,54 | zij doden hun kinderen en doen door abortus Gods schepselen
934 III, 2,54 | zij pleiten voor de rijken en vonnissen de armen onrechtvaardig;
935 III, 2,54 | altijd eenstemmig de absolute en onveranderlijke waarde geleerd
936 III, 2,54 | samen met afvalligheid en echtbreuk - en een bijzonder
937 III, 2,54 | afvalligheid en echtbreuk - en een bijzonder zware en lange
938 III, 2,54 | en een bijzonder zware en lange openbare straf vereiste,
939 III, 2,54 | vergiffenis kon krijgen en wederopneming in de kerkelijke
940 III, 2,54 | gebeurtenissen die in het individuele en sociale leven plaatsvinden,
941 III, 2,54 | gezocht naar een vollediger en dieper begrip van wat Gods
942 III, 2,54 | wat Gods gebod verbiedt en voorschrijft 43. Er zijn
943 III, 2,54(42)| Didachè, I, 1; II, 1-2; V, 1 en 3: Patres Apostolici, uitg.
944 III, 2,54 | eigen leven te verdedigen en de plicht om andermans leven
945 III, 2,54 | innerlijke waarde van het leven en de plicht om zichzelf niet
946 III, 2,54 | Oude Testament verkondigd en door Jezus bevestigd, vooronderstelt
947 III, 2,54 | liefde voor zichzelf verdiept en omvormt tot een radicale
948 III, 2,55 | worden, waarbij in de Kerk en in de maatschappij toenemend
949 III, 2,55 | de menselijke waardigheid en aldus tenslotte met Gods
950 III, 2,55 | met Gods plan voor mens en maatschappij. Het eerste
951 III, 2,55 | aantasting van persoonlijke en sociale rechten verhelpen
952 III, 2,55 | openbare orde te verdedigen en de veiligheid van de mensen
953 III, 2,55 | de schuldige ertoe aanzet en helpt om zich te verbeteren
954 III, 2,55 | helpt om zich te verbeteren en te herstellen 47. ~Het is
955 III, 2,55 | doelen bereiken, de aard en de omvang van de straf zorgvuldig
956 III, 2,55 | straf zorgvuldig afgewogen en vastgesteld moeten worden
957 III, 2,55 | vastgesteld moeten worden en niet - behalve in gevallen
958 III, 2,55 | verdedigen tegen de aanvaller en om de openbare orde en de
959 III, 2,55 | aanvaller en om de openbare orde en de veiligheid van de personen
960 III, 2,55 | van het algemeen welzijn en ook meer in overeenstemming
961 III, 2,56 | zelfs dat van misdadigers en onrechtvaardige aanvallers,
962 III, 2,56 | naar de onschuldige mens. En dit te meer in het geval
963 III, 2,56 | in het geval van zwakke en weerloze menselijke wezens,
964 III, 2,56 | vinden tegen de willekeur en gewelddadigheid van anderen. ~
965 III, 2,56 | voortdurend hooggehouden en steeds door haar Leergezag
966 III, 2,56 | toont in zaken van geloof en zeden”49. ~Omdat in het
967 III, 2,56 | bewustzijn van de mensen en in de samenleving het besef
968 III, 2,56 | het besef van de absolute en ernstige zedelijke ongeoorloofdheid
969 III, 2,56 | speciaal aan zijn begin en aan zijn einde, steeds verder
970 III, 2,56 | oproepen om de heiligheid en onaantastbaarheid van het
971 III, 2,56 | uitgebreide leerstellige en pastorale documenten, ofwel
972 III, 2,56 | die Christus aan Petrus en zijn opvolgers heeft gegeven,
973 III, 2,56 | opvolgers heeft gegeven, en in gemeenschap met de bisschoppen
974 III, 2,56 | ik daarom dat het directe en vrijwillige doden van een
975 III, 2,56 | de Traditie van de Kerk en onderwezen door het gewone
976 III, 2,56 | onderwezen door het gewone en algemene Leergezag 51. ~
977 III, 2,56 | is altijd zedelijk kwaad en kan nooit geoorloofd zijn,
978 III, 2,56 | jegens God zelf, haar oorzaak en borg; ze weerspreekt de
979 III, 2,56 | deugden van rechtvaardigheid en liefde. “Niets en niemand
980 III, 2,56 | rechtvaardigheid en liefde. “Niets en niemand kan op enigerlei
981 III, 2,56 | kunnen zijn op waarheid en recht, waarbij ze iedere
982 III, 2,56 | recht, waarbij ze iedere man en vrouw erkennen en eerbiedigen
983 III, 2,56 | iedere man en vrouw erkennen en eerbiedigen als een persoon
984 III, 2,56 | eerbiedigen als een persoon en niet als een gebruiksvoorwerp.
985 III, 3,57 | die hem bijzonder ernstig en verwerpelijk maken. Vaticanum
986 III, 3,57 | mentaliteit, in het gedrag en zelfs in de wet zelf is
987 III, 3,57 | onderscheiden tussen goed en kwaad, zelfs wanneer het
988 III, 3,57 | waarheid onder ogen te zien en de dingen bij hun naam te
989 III, 3,57 | die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die duisternis
990 III, 3,57 | die duisternis tot licht en het licht tot duisternis
991 III, 3,57 | van abortus te verbergen en zijn zwaarte af te zwakken
992 III, 3,57 | bestaan tussen conceptie en geboorte. ~De morele zwaarte
993 III, 3,57 | men het over moord heeft en in het bijzonder wanneer
994 III, 3,57 | kracht van het schreien en van de tranen van een pasgeboren
995 III, 3,57 | het in haar schoot draagt. En toch is het soms juist de
996 III, 3,57 | die de beslissing neemt en erom vraagt dat haar kind
997 III, 3,57 | dat haar kind gedood wordt en dat zelfs uitvoert. ~Zeker,
998 III, 3,57 | ondergaan is vaak tragisch en pijnlijk voor de moeder,
999 III, 3,57 | plaatsvond. Niettemin kunnen deze en soortgelijke redenen, hoe
1000 III, 3,57 | soortgelijke redenen, hoe ernstig en tragisch ook, het opzettelijk
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1854 |