1-500 | 501-1000 | 1001-1008
Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | EVANGELIE VAN HET LEVEN staat in het hart van de boodschap
2 Inl, 0,1 | heel het volk: heden is u in de stad van David een redder
3 Inl, 0,1 | het leven hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10). In
4 Inl, 0,1 | in overvloed”(Joh 10,10). In waarheid duidt Hij op dat “
5 Inl, 0,1 | eeuwige”leven dat bestaat in de gemeenschap met de Vader,
6 Inl, 0,1 | mens om niet wordt geroepen in de Zoon door de werking
7 Inl, 0,1 | heiligmakende Geest. Maar juist in dat “leven”krijgen alle
8 Inl, 1,2 | laat, omdat het bestaat in de deelname aan het leven
9 Inl, 1,2 | menselijk leven zichtbaar, ook in zijn tijdelijk-aardse fase.
10 Inl, 1,2 | tijdelijk-aardse fase. Want het leven in de tijd is de basisvoorwaarde,
11 Inl, 1,2 | vervulling zal bereiken in de eeuwigheid (vgl.1 Joh
12 Inl, 1,2 | tot volmaaktheid brengen in de liefde en in de gave
13 Inl, 1,2 | brengen in de liefde en in de gave van onszelf aan
14 Inl, 1,2 | overtuigende weerklank vindt in het hart van iedere gelovige,
15 Inl, 1,2 | wijze beantwoordt. Zelfs in moeilijkheden en onzekerheden
16 Inl, 1,2 | komen tot de erkenning, in de natuurlijke wet die in
17 Inl, 1,2 | in de natuurlijke wet die in zijn hart geschreven is (
18 Inl, 1,2 | belangrijkste goed van hem in de hoogste mate gerespecteerd
19 Inl, 1,2 | moeten vooral degenen die in Christus geloven verdedigen
20 Inl, 1,2 | heeft de Zoon van God zich in zekere zin verenigd met
21 Inl, 1,2(1) | vindt men niet als zodanig in de Heilige Schrift. Maar
22 Inl, 1,2 | verenigd met iedere mens”2. In die heilsgebeurtenis openbaart
23 Inl, 1,2 | heilsgebeurtenis openbaart zich in feite niet alleen de grenzeloze
24 Inl, 1,2(2) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium
25 Inl, 2,3 | wel een reactie oproepen in het hart van de Kerk, moet
26 Inl, 2,3 | moet die haar wel raken in de kern van haar eigen geloof
27 Inl, 2,3 | kern van haar eigen geloof in de verlossende Menswording
28 Inl, 2,3 | moet zij die wel betrekken in haar zending om het Evangelie
29 Inl, 2,3 | het leven te verkondigen in de hele wereld en aan ieder
30 Inl, 2,3 | verkondiging bijzonder dringend in het licht van de schokkende
31 Inl, 2,3 | krachtige aanklacht verhef ik, in naam van de hele Kerk, in
32 Inl, 2,3 | in naam van de hele Kerk, in de zekerheid dat ik het
33 Inl, 2,3 | pogingen om de mens psychisch in zijn macht te krijgen; al
34 Inl, 2,3 | slavernij, prostitutie, handel in meisjes en minderjarigen;
35 Inl, 2,3 | verdragen. En ze zijn volledig in tegenspraak met de eer van
36 Inl, 2,3(5) | constitutie over de Kerk in de modernde wereld Gaudium
37 Inl, 2,4 | misdrijven tegen het leven in naam van de rechten van
38 Inl, 2,4 | overheid om die misdrijven in absolute vrijheid te begaan
39 Inl, 2,4 | alles een diepe verandering in de wijze waarop het leven
40 Inl, 2,4 | Het feit dat de wetgeving in veel landen, in afwijking
41 Inl, 2,4 | wetgeving in veel landen, in afwijking van de fundamentele
42 Inl, 2,4 | die haar beoefenen omlaag. In zo”n culturele en juridische
43 Inl, 2,4 | misleidende oplossingen, in tegenspraak met de waarheid
44 Inl, 2,4 | zoveel menselijke wezens in wording of op de weg naar
45 Inl, 3 | In gemeenschap met alle bisschoppen
46 Inl, 3,5 | van het menselijk leven in onze tijd was het Buitengewoon
47 Inl, 3,5 | kardinalen gewijd, dat plaatsvond in Rome van 4 tot 7 april 1991.
48 Inl, 3,5 | met het verzoek dat hij, in de geest van de bisschoppelijke
49 Inl, 3,5 | Evangelie van het leven. ~In dezelfde brief heb ik, enkele
50 Inl, 3,5 | was die onderdrukt werd in haar fundamentele rechten,
51 Inl, 3,5 | personen onderdrukt wordt in haar fundamentele recht
52 Inl, 3,5 | ondergewaardeerd en onderdrukt worden in hun mensenrechten”7. ~Het
53 Inl, 3,5(6) | Brief aan al mijn Broeders in het bisschopsambt m.b.t. “
54 Inl, 3,5 | weerloze menselijke wezens, in het bijzonder bij ongeboren
55 Inl, 3,5 | nog niet overwonnen is, in zoveel delen van de wereld
56 Inl, 3,5 | Episcopaat van ieder land in de wereld, wil dus een precieze
57 Inl, 3,5 | aan allen en aan iedereen, in naam van God: respecteer,
58 Inl, 3,6 | 6. In diepe verbondenheid met
59 Inl, 3,6 | iedere broeder en zuster in het geloof en bezield door
60 Inl, 3,6 | het Gezin, kijk ik, a.h.w. in gedachten de brief aanvullend
61 Inl, 3,6 | vandaag - zij het ook midden in talrijke moeilijkheden en
62 I, 1,7 | en Hij vindt geen vreugde in de ondergang van hen die
63 I, 1,7 | eeuwigheid. Maar de dood is in de wereld gekomen door de
64 I, 1,7 | Evangelie van het leven, dat in het begin opklonk met de
65 I, 1,7 | ervaring van de dood die in de wereld komt en die de
66 I, 1,7 | mens werpt. ~De dood komt in de wereld vanwege de afgunst
67 I, 1,7 | geschreven, zonder pauze en in een ontmoedigende herhaling,
68 I, 1,7 | ontmoedigende herhaling, in het boek van de geschiedenis
69 I, 1,7 | nabijheid en vestigde zich in het land Nod, ten oosten
70 I, 1,8 | zijn broer en doodt hem. In de Katechismus van de Katholieke
71 I, 1,8 | Katholieke Kerk lezen we: “In het verhaal van de moord
72 I, 1,8 | woede en begeerlijkheid in de mens aanwezig zijn. De
73 I, 1,8 | die de mensen verenigt in één grote familie11, aangezien
74 I, 1,8 | bedreigingen van het leven opkomen in de relatie tussen ouders
75 I, 1,8 | opstand van de mens tegen God in het aards paradijs voegt
76 I, 1,8 | die dikwijls te zien is in de betrekkingen tussen de
77 I, 1,9 | zoals voor veel volken in de oudheid, is het bloed
78 I, 1,9 | Dt 12,23) en het leven, in het bijzonder dat van de
79 I, 1,9 | mens naar het leven staat, in zekere zin God zelf naar
80 I, 1,9 | gestraft: hij zal wonen in de steppe en in de woestijn.
81 I, 1,9 | zal wonen in de steppe en in de woestijn. Het moordgeweld
82 I, 2,10 | het ecologisch evenwicht in de wereld, door de misdadige
83 I, 2,10 | risico”s voor het leven in zich dragen? Het is onmogelijk
84 I, 2,11 | aanvallen, die het leven in zijn vroegste en laatste
85 I, 2,11 | stadia betreffen en die in vergelijking met het verleden
86 I, 2,11 | verliezen die aanvallen in de publieke opinie geleidelijk
87 I, 2,11 | treffen het menselijk leven in uiterst bedenkelijke situaties,
88 I, 2,11 | uitgevoerd worden juist in het hart van en met behulp
89 I, 2,11 | factoren moeten daarbij in ogenschouw worden genomen.
90 I, 2,11 | misdaden tegen het leven in zijn vroege of laatste stadia
91 I, 2,12 | wijdverbreide morele onzekerheid in zekere zin verklaard worden
92 I, 2,12 | anti-solidariteitscultuur die in veel gevallen de vorm aanneemt
93 I, 2,12 | situatie kijkt, dan is het in zekere zin mogelijk om te
94 I, 2,12 | betreft niet alleen enkelingen in hun persoonlijke, gezins-
95 I, 2,13 | geldbedragen geïnvesteerd in de produktie van farmaceutische
96 I, 2,13 | maken de foetus te doden in de moederschoot, zonder
97 I, 2,13 | doden en die tegelijkertijd in staat zijn om abortus ver
98 I, 2,13 | verantwoordelijk ouderschap, beleefd in respect voor de volle waarheid
99 I, 2,13 | tegenover de deugd van kuisheid in het huwelijk, de tweede
100 I, 2,13 | ondanks hun verschillen in aard en moreel gewicht staan
101 I, 2,13 | contraceptie en abortus vaak in nauwe verbinding, als vruchten
102 I, 2,13 | dezelfde boom. Het is waar dat in veel gevallen contraceptie
103 I, 2,13 | volledig te gehoorzamen. Maar in heel veel andere gevallen
104 I, 2,13 | dergelijke praktijken geworteld in een genotzuchtige mentaliteit
105 I, 2,13 | nauwe verbinding die er, in mentaliteit, bestaat tussen
106 I, 2,13 | aanbrengen van instrumenten in de baarmoeder en de toediening
107 I, 2,13 | voorbehoedmiddelen en die in werkelijkheid abortusopwekkend
108 I, 2,13 | abortusopwekkend werken in de vroegste stadia van de
109 I, 2,14 | met deze bedoeling, zetten in feite de deur open naar
110 I, 2,14 | nodig is voor inplanting in de moederschoot, en deze
111 I, 2,14 | of medische vooruitgang, in feite het menselijk leven
112 I, 2,14 | te stellen die het kind in de moederschoot wellicht
113 I, 2,14 | eugenetische abortus ontstaat in de publieke opinie vanuit
114 I, 2,15 | zieken en de stervenden. In een sociale en culturele
115 I, 2,15 | die allemaal uitmonden in dezelfde verschrikkelijke
116 I, 2,15 | verschrikkelijke uitkomst. In de zieke persoon kan het
117 I, 2,15 | enkele betekenis of waarde in het lijden vindt, maar dat
118 I, 2,15 | algemener niveau bestaat er in de huidige cultuur een soort
119 I, 2,15 | beslissingen daaromtrent in eigen hand te nemen. Wat
120 I, 2,15 | Wat er werkelijk gebeurt in dit geval is dat de enkeling
121 I, 2,15 | getuigenis van dit alles in de verspreiding van euthanasie -
122 I, 2,16 | bevolkingsgroei. Die is in de verschillende delen van
123 I, 2,16 | de wereld telkens anders. In de rijke en ontwikkelde
124 I, 2,16 | bevolkingsgroei, moeilijk te dragen in een situatie van geringe
125 I, 2,16 | Tegenover de overbevolking in de arme landen wordt, i.
126 I, 2,16 | van de oorzaken waarom er in sommige gevallen een scherpe
127 I, 2,16 | leven ook aan te wenden in situaties van “bevolkingsexplosie”,
128 I, 2,17 | door een brede consensus in de maatschappij, door wijdverbreide
129 I, 2,17 | een deel van het personeel in de gezondheidszorg. ~Zoals
130 I, 2,17 | ik met nadruk heb gesteld in Denver bij gelegenheid van
131 I, 2,17 | ze gepresenteerd worden in de naam van solidariteit,
132 I, 2,17 | instellingen betrokken zijn, actief in het aanmoedigen en uitvoeren
133 I, 2,17 | doordat zij vertrouwen wekken in die cultuur die de invoering
134 I, 3,18 | niet alleen begrepen worden in termen van de doodsverschijnselen
135 I, 3,18 | het kenmerken, maar ook in de verscheidenheid van oorzaken
136 I, 3,18 | gaan, om het te ervaren in heel de ernst van de motieven
137 I, 3,18 | omstandigheden kunnen zelfs in aanzienlijke mate de subjectieve
138 I, 3,18 | verwarrendste kant laat zien in de steeds toenemende tendens
139 I, 3,18 | de staat - raakt vandaag in een verrassende tegenspraak.
140 I, 3,18 | verrassende tegenspraak. Juist in een tijd nu de onschendbare
141 I, 3,18 | tragische ontkenning ervan in de praktijk. Zo”n ontkenning
142 I, 3,18 | juist omdat ze zich afspeelt in een samenleving die de invoering
143 I, 3,18 | ouder, of hen die juist in de moederschoot ontvangen
144 I, 3,18 | democratisch samenleven in gevaar kan brengen: in plaats
145 I, 3,18 | samenleven in gevaar kan brengen: in plaats van gemeenschappen
146 I, 3,18 | enkelingen en volken die in hoge internationale zittingen
147 I, 3,18 | puur nutteloze oefening in retoriek is, als we de zelfzuchtigheid
148 I, 3,19 | tegenspraak? ~We kunnen ze vinden in algemene beoordelingen van
149 I, 3,19 | vooronderstellingen er geen plaats in de wereld is voor iemand
150 I, 3,19 | stervenden, een zwak element is in de sociale structuur, of
151 I, 3,19 | diep gedeelde affectie. In dit geval wordt macht de
152 I, 3,19 | maatstaf voor keuze en actie in intermenselijke betrekkingen
153 I, 3,19 | intermenselijke betrekkingen en in het sociale leven. Maar
154 I, 3,19 | hun tragische ontkenning in een opvatting van vrijheid
155 I, 3,19 | nog niet geboren is of dat in zijn laatste stadia verkeert
156 I, 3,19 | dergelijke cultuur van de dood in haar geheel genomen een
157 I, 3,19 | zich te onderwerpen. ~Juist in deze zin kan Kaïns antwoord
158 I, 3,20 | misvorming van het leven in de maatschappij. Als de
159 I, 3,20 | eigen ik begrepen wordt in termen van absolute autonomie,
160 I, 3,20 | laten gelden en neigt er in feite toe zijn eigen belangen
161 I, 3,20 | sociale leven waagt zich in het drijfzand van een compleet
162 I, 3,20 | wijze gaat de democratie, in weerwil van haar eigen beginselen,
163 I, 3,20 | ongeboren kind tot de oudere, in naam van een algemeen belang
164 I, 3,20 | democratie. Wat we hier zien is in werkelijkheid slechts de
165 I, 3,20 | beschermt, wordt verraden in haar eigen grondslagen: “
166 I, 3,20 | onschuldigsten wordt toegestaan? In de naam van welk recht wordt
167 I, 4,21 | aanwezige tentakels er soms in slaagt om christelijke gemeenschappen
168 I, 4,21 | klimaat vallen gemakkelijk in een droevige vicieuze cirkel:
169 I, 4,21 | de zedelijke wet, vooral in de ernstige kwestie van
170 I, 4,21 | blijven”van Hem. Als Kaïn in staat is te belijden dat
171 I, 4,21 | hij zich ervan bewust is in de tegenwoordigheid van
172 I, 4,21 | hij kwaad had bedreven in de ogen van de Heer”, en
173 I, 4,22 | Schepper verdwijnt het schepsel in het niets (...) maar de
174 I, 4,22 | godvergetenheid hult de schepping in duisternis”17. De mens is
175 I, 4,22 | De mens is niet langer in staat zichzelf te zien als “
176 I, 4,22 | fysieke staat wordt hij in zekere zin teruggebracht
177 I, 4,22 | bij de dood, niet langer in staat om de vraag naar de
178 I, 4,22 | bestaan te stellen doordat hij in echte vrijheid deze cruciale
179 I, 4,22 | wetenschappelijke denkwijze die in de cultuur van vandaag overheerst,
180 I, 4,22 | vrijheid”, zoals bijvoorbeeld in ideologieën die het onrechtmatig
181 I, 4,22 | vinden om op enigerlei wijze in de natuur in te grijpen:
182 I, 4,22 | enigerlei wijze in de natuur in te grijpen: daarmee “vergoddelijken”
183 I, 4,22 | wanneer het de mens achterlaat in “angst”voor zijn vrijheid. ~
184 I, 4,22(17) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium
185 I, 4,23 | verloren en groeit de bekoring in de mens om het recht op
186 I, 4,23 | eisen, het te stoppen. ~In ditzelfde culturele klimaat
187 I, 4,23 | ontvangen van de ander, in heel de rijkdom van de ander
188 I, 4,23 | kind vertegenwoordigt. ~In het materialistische perspectief
189 I, 4,24 | 24. Juist in het hart van het zedelijk
190 I, 4,24 | individuele geweten, dat in zijn eigenheid en uniciteit
191 I, 4,24 | God 18. Maar het is ook in zekere zin een zaak van
192 I, 4,24 | structuren van zonde”schept en in stand houdt, die tegen het
193 I, 4,24 | mensheid, die Paulus beschrijft in zijn brief aan de Romeinen.
194 I, 4,24 | niet smoren, die weerklinkt in het geweten van iedere mens
195 I, 5,25 | brief aan de Hebreeën ons in herinnering brengt, roept
196 I, 5,25 | Christus, voor wie Abel in zijn onschuld een profetische
197 I, 5,25 | alles vervuld en bewaarheid in Christus. Het is zìjn vergoten
198 I, 5,25 | hoe kostbaar de mens is in Gods ogen en hoe onschatbaar
199 I, 5,25 | kostbaar moet de mens zijn in de ogen van de Schepper
200 I, 5,25(19) | GREGORIUS DE GROTE, Moralia in Job, 13, 23: CCL 143A, 683. ~
201 I, 5,25 | daarmee zijn roeping, bestaat in de oprechte zelfgave. Juist
202 I, 5,25 | leven is voor allen. Wie in het sacrament van de Eucharistie
203 I, 5,25 | Eucharistie dit bloed drinkt en in Jezus vertoeft (vgl.Joh
204 I, 5,25 | 6,56) wordt meegetrokken in de dynamiek van zijn leven
205 I, 5,25 | allen de kracht om zich in te spannen voor het leven.
206 I, 5,25 | de absolute zekerheid dat in het plan van God het leven
207 I, 5,25 | komt van de troon van God in het hemelse Jeruzalem (Apk
208 I, 5,25 | het woord van de Schrift in vervulling zal gaan: “De
209 I, 5,26 | overwinning ontbreken dan ook niet in onze maatschappijen en culturen,
210 I, 5,26 | de positieve tekenen die in de huidige situatie van
211 I, 5,26 | niet voldoende aandacht in de media krijgen. Maar hoeveel
212 I, 5,26 | ontstaan en ontstaan telkens in de christelijke gemeenschap
213 I, 5,26 | christelijke gemeenschap en in de burgermaatschappij, op
214 I, 5,26 | nemen, kinderen en jongeren in moeilijkheden, gehandicapten,
215 I, 5,26 | steun bieden aan moeders die in moeilijkheden zijn, en in
216 I, 5,26 | in moeilijkheden zijn, en in de verleiding om haar toevlucht
217 I, 5,26 | zonder familie, die zich in bijzonder verdrietige omstandigheden
218 I, 5,26 | lijdenden en voor hen die in een acuut of terminaal ziektestadium
219 I, 5,26 | werkelijkheid, toch moeten we in de stappen die tot nu toe
220 I, 5,26(21) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium
221 I, 5,27 | euthanasie te legaliseren, zijn in de hele wereld bewegingen
222 I, 5,27 | Wanneer zulke bewegingen, in overeenstemming met hun
223 I, 5,27 | verdedigen en brengen die in praktijk. ~Bovendien moeten
224 I, 5,27 | talloze mensen vol liefde doen in gezinnen, ziekenhuizen,
225 I, 5,27 | weeshuizen, bejaardencentra en in andere centra of gemeenschappen
226 I, 5,27 | wordt gesteund, heeft altijd in de frontlinie gestaan bij
227 I, 5,27 | dochters, vooral religieuzen, in traditionele en steeds nieuwe
228 I, 5,27 | geloof ons dat de Vader, “die in het verborgene ziet”(Mt
229 I, 5,27 | aanvaller te weerstaan. In hetzelfde perspectief is
230 I, 5,27 | moderne maatschappij heeft in feite de middelen om de
231 I, 5,27 | voor de ecologie, vooral in de meer ontwikkelde samenlevingen,
232 I, 5,28 | noodzakelijkerwijs “midden in”dit conflict: we zijn er
233 I, 5,28 | oriëntatie te geven en te leven in trouw aan en overeenstemming
234 I, 5,28 | voortvloeit uit, gevormd is in en gevoed wordt door het
235 I, 5,28 | gevoed wordt door het geloof in Christus. Niets helpt ons
236 I, 5,28 | te treden, als het geloof in de Zoon van God, die mens
237 I, 5,28 | leven mogen hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10): het
238 I, 5,28 | het is een zaak van geloof in de Verrezen Heer, die de
239 I, 5,28 | heeft overwonnen; geloof in het bloed van Christus “
240 II, 1,29 | nederig en moedig zijn geloof in Jezus Christus te belijden, “
241 II, 1,29 | belangrijke gedragsverandering in de samenleving. Nog minder
242 II, 1,29 | werkelijkheid, want het bestaat in de verkondiging van de persoon
243 II, 1,29 | aan de apostel Thomas, en in hem aan iedere mens, met
244 II, 1,29 | Verrijzenis en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven,
245 II, 1,29 | gestorven; wie leeft en gelooft in Mij, zal nooit sterven”(
246 II, 1,29 | leven zouden hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10). ~
247 II, 1,29 | deze “bron”ontvangt hij in het bijzonder het vermogen
248 II, 1,29 | helemaal te vervullen. ~In Christus wordt het Evangelie
249 II, 1,29 | Evangelie dat, reeds aanwezig in de Openbaring van het Oude
250 II, 1,29 | en inderdaad geschreven in het hart van iedere man
251 II, 1,29 | vrouw, heeft weerklonken in ieder geweten “vanaf het
252 II, 1,29 | menselijke rede gekend kan worden in zijn wezenlijke trekken.
253 II, 1,30 | door de apostel Johannes in de openingswoorden van zijn
254 II, 1,30 | hebben met ons”. (1,1-3). ~In Jezus, het “Woord van leven”,
255 II, 1,30 | en geestelijke leven ook in zijn aardse fase zijn volle
256 II, 1,30 | want Gods eeuwige leven is in feite het doel waarheen
257 II, 1,30 | waarheen de mens, terwijl hij in deze wereld leeft, gedreven
258 II, 1,30 | Evangelie van het leven alles in dat de menselijke ervaring
259 II, 2,31 | het leven werd voorbereid in het Oude Testament. Vooral
260 II, 2,31 | het Oude Testament. Vooral in de gebeurtenissen van de
261 II, 2,31 | kostbaarheid van zijn leven in de ogen van God. Toen het
262 II, 2,31 | ontdekking van zichzelf hand in hand gaan. De Exodus is
263 II, 2,31 | bestaan als een volk, ook in zijn begrip van de betekenis
264 II, 2,31 | wordt specifieker ontwikkeld in de wijsheidliteratuur, op
265 II, 2,31 | licht gegeven aan hem die in ellende is, en leven aan
266 II, 2,31 | leven aan wie bitter zijn in de ziel, die verlangen naar
267 II, 2,31 | schatten?”(3,20-21). Maar zelfs in de diepste duisternis dwingt
268 II, 2,31 | leven die door de Schepper in het mensenhart is geplant
269 II, 2,31 | heeft Hij eeuwigheid gelegd in hun hart”(Pr 3,11). Deze
270 II, 2,31 | erop om zichtbaar te worden in de liefde en zich te vervullen,
271 II, 3 | sterk gemaakt”(Hnd 3,16): in de onzekerheden van het
272 II, 3,32 | Verbond wordt vernieuwd in de ervaring van alle “armen”
273 II, 3,32 | zorgvuldig gewaakt wordt in de handen van de Vader (
274 II, 3,32 | armen”tot wie Jezus spreekt in zijn verkondiging en in
275 II, 3,32 | in zijn verkondiging en in zijn daden. De menigten
276 II, 3,32 | vgl.Mt 4,23-25) vinden in zijn woorden en daden geopenbaard
277 II, 3,32 | vindt vanaf het begin plaats in de zending van de Kerk.
278 II, 3,32 | van verlossing draagt die in al haar nieuwheid precies
279 II, 3,32 | Schone Poort”van de tempel in Jeruzalem, met de woorden: “
280 II, 3,32 | maar wat ik heb geef ik je: in de Naam van Jezus Christus
281 II, 3,32 | Hnd 3,6). Door het geloof in Jezus, “de Leidsman ten
282 II, 3,32 | het leven van elke mens in zijn zedelijke en geestelijke
283 II, 3,32 | kwaad van de zonde, kunnen in een ontmoeting met Jezus
284 II, 3,32 | zoals de rijke landeigenaar in de parabel, denkt dat hij
285 II, 3,33 | 33. In Jezus eigen leven vinden
286 II, 3,33 | mysterie van dit leven dat in de wereld komt: “er was
287 II, 3,33 | was geen plaats voor hen in de herberg”(Lc 2,7). In
288 II, 3,33 | in de herberg”(Lc 2,7). In deze tegenstelling tussen
289 II, 3,33 | die uitgaat van het huis in Nazareth en van de kribbe
290 II, 3,33 | Nazareth en van de kribbe in Bethlehem: dit leven dat
291 II, 3,33 | tegenstellingen en zelfs in het verlies van zijn leven
292 II, 3,33 | zekerheid dat zijn leven in handen is van de Vader.
293 II, 3,33 | tot Hem zeggen: “Vader, in uw handen beveel ik mijn
294 II, 4,34 | Deze vraag vindt men overal in de Bijbel, en vanaf de allereerste
295 II, 4,34 | manifestatie is van God in de wereld, een teken van
296 II, 4,34 | van Lyon wilde benadrukken in zijn beroemde omschrijving: “
297 II, 4,34 | verenigt met zijn Schepper: in de mens schittert een weerspiegeling
298 II, 4,34 | bevestigt dit wanneer het in het eerste scheppingsverslag
299 II, 4,34 | volmaakte schepsel. Alles in de schepping is bestemd
300 II, 4,34 | soortgelijke boodschap staat ook in het tweede scheppingsverslag: “
301 II, 4,34 | de mens en plaatste hem in de tuin van Eden, om die
302 II, 4,34 | het niveau van een ding. ~In de bijbelse vertelling wordt
303 II, 4,34 | schepselen, is alleen de mens “in staat om zijn Schepper te
304 II, 4,34 | meer dan een louter bestaan in de tijd. Het is een streven
305 II, 4,34(24) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium
306 II, 4,35 | een goddelijke adem die in de mens wordt geblazen opdat
307 II, 4,35 | stof van de grond en ademde in zijn neusgaten de levensadem
308 II, 4,35 | door God gemaakt is, en in zich een onuitwisbaar merkteken
309 II, 4,35 | onrustig totdat het rust in U”25. ~Vol betekenis is
310 II, 4,35 | die het leven van de mens in Eden tekent zolang zijn
311 II, 4,35 | beenderen (vgl.Gn 2,23), en in wie de geest van God de
312 II, 4,35 | voor het menselijk bestaan. In de ander, man of vrouw,
313 II, 4,35 | heerlijkheid van God licht op in het gezicht van de mens.
314 II, 4,35 | het gezicht van de mens. In hem vindt de Schepper zijn
315 II, 4,35 | werk dat Hij had ondernomen in de wereld. Hij rustte toen
316 II, 4,35 | wereld. Hij rustte toen in de diepten van de mens.
317 II, 4,35 | van de mens. Hij rustte in de geest van de mens en
318 II, 4,35 | de geest van de mens en in zijn denken; want Hij had
319 II, 4,35 | geschapen, begiftigd met rede, in staat Hem na te volgen,
320 II, 4,35 | dorsten naar hemelse genade. In deze gaven van Hem rust
321 II, 4,36 | verschijning van de zonde in de geschiedenis. Door de
322 II, 4,36 | alleen het beeld van God in zijn eigen persoon, maar
323 II, 4,36 | tot beledigingen daartegen in andere, doordat hij gemeenschapsbetrekkingen
324 II, 4,36 | onder de mensen aangetast. ~In het leven van de mens licht
325 II, 4,36 | het opnieuw geopenbaard in al zijn volheid met de komst
326 II, 4,36 | komst van de Zoon van God in het menselijk vlees: “Christus
327 II, 4,36 | tenslotte zijn vervulling in Christus. Waar de ongehoorzaamheid
328 II, 4,36 | en verduisterd en de dood in de wereld had gebracht,
329 II, 4,36 | het goddelijke beeld wordt in hen hersteld, vernieuwd
330 II, 4,36 | Zoon”(Rom 8,29). Alleen zo, in de schittering van dit beeld,
331 II, 5 | Alwie leeft en gelooft in mij, zal nooit sterven”(
332 II, 5,37 | teruggebracht tot een louter bestaan in de tijd. Het leven dat altijd “
333 II, 5,37 | tijd. Het leven dat altijd “in Hem”was, en dat is “het
334 II, 5,37 | mensen”(Joh 1,4), bestaat in het verwekt zijn door God
335 II, 5,37 | zijn door God en het delen in de volheid van zijn liefde: “
336 II, 5,37 | Hem opnamen, die geloofden in zijn Naam, gaf Hij de macht
337 II, 5,37 | Eeuwige”. Alwie gelooft in Jezus en in gemeenschap
338 II, 5,37 | Alwie gelooft in Jezus en in gemeenschap met Hem komt,
339 II, 5,37 | leven”die Petrus erkent in zijn geloofsbelijdenis: “
340 II, 5,37 | Hij tot de Vader spreekt in het hogepriesterlijk gebed,
341 II, 5,37 | zelf waar het eeuwige leven in bestaat: “Dit is het eeuwige
342 II, 5,37 | Zoon en de Heilige Geest in zijn eigen leven, dat nu
343 II, 5,37 | eeuwig leven omdat het deelt in het leven van God. ~
344 II, 5,38 | die tot ons komt van God in Christus, moeten gelovigen
345 II, 5,38 | en grenzeloos dankbaar. In de woorden van de apostel
346 II, 5,38 | van gemeenschap met God in kennis van en liefde voor
347 II, 5,38 | van en liefde voor Hem. In het licht van deze waarheid
348 II, 5,38 | leven van de mens bestaat in het zien van God”27. ~Onmiddellijke
349 II, 5,38 | voor het menselijk leven in zijn aardse staat, waarin
350 II, 5,38 | nieuwe breedte en diepte in de goddelijke dimensies
351 II, 5,38 | Zij ontwikkelt zich eerder in een vreugdevol besef dat
352 II, 5,38 | Hem ontmoeten en waar wij in gemeenschap met Hem komen.
353 II, 5,38 | dat Jezus geeft vermindert in geen enkel opzicht de waarde
354 II, 5,38 | de waarde van ons bestaan in de tijd; het neemt het op
355 II, 5,38 | wie leeft en gelooft in Mij zal nooit sterven”(Joh
356 II, 6,39 | en evenbeeld, een delen in zijn levensadem. God is,
357 II, 6,39 | het leven haar basis heeft in God en in zijn scheppende
358 II, 6,39 | haar basis heeft in God en in zijn scheppende activiteit: “
359 II, 6,39 | dood van de mens zijn dus in de handen van God, in zijn
360 II, 6,39 | dus in de handen van God, in zijn macht: “In zijn hand
361 II, 6,39 | van God, in zijn macht: “In zijn hand is het leven van
362 II, 6,39 | leven, Hij brengt tot diep in de hel en doet opstaan”(
363 II, 6,39 | dat het menselijk leven in de handen is van God, dan
364 II, 6,39 | Hos 11,4). Zo ziet Israël in de geschiedenis van de volken
365 II, 6,39 | geschiedenis van de volken en in de bestemming van enkelingen
366 II, 6,40 | onschendbaarheid, die vanaf het begin in het mensenhart geschreven
367 II, 6,40 | mensenhart geschreven staat, in zijn geweten. De vraag “
368 II, 6,40 | ervaring van iedere persoon: in de diepten van zijn geweten
369 II, 6,40 | menselijk leven weerklinkt in het hart van de “tien woorden”
370 II, 6,40 | hart van de “tien woorden”in het Verbond van de Sinaï (
371 II, 6,40 | zoals nader is uitgewerkt in Israëls latere wetgeving -
372 II, 6,40 | Natuurlijk moeten we erkennen dat in het Oude Testament deze
373 II, 6,40 | verfijning bereikt die men vindt in de Bergrede. Dat blijkt
374 II, 6,40 | Het vindt zijn hoogtepunt in het positieve gebod, dat
375 II, 6,41 | en vollediger uitgedrukt in het positieve gebod van
376 II, 6,41 | naaste, wordt herbevestigd in al zijn kracht door de Heer
377 II, 6,41 | Gij zult niet doden”. In de Bergrede vraagt Jezus
378 II, 6,41 | vereisten waren reeds aanwezig in het Oude Testament, waar
379 II, 6,41 | dat zwak en bedreigd was: in het geval van vreemdelingen,
380 II, 6,41 | wezen, de zieken en de armen in het algemeen, inclusief
381 II, 6,41 | algemeen, inclusief de kinderen in de moederschoot (vgl.Ex
382 II, 6,41 | en worden zij geopenbaard in al hun breedte en diepte.
383 II, 6,41 | hoort, of een vreemde die in het land van Israël leeft)
384 II, 6,41 | naaste moet worden van iemand in nood, zo, dat deze verantwoordelijkheid
385 II, 6,41 | leer die de Apostel Paulus, in een herhaling van de woorden
386 II, 6,41 | Jezus, tot de christenen in Rome richt: “De geboden: “
387 II, 6,41 | andere kan men samenvatten in deze zin: “Bemin uw naaste
388 II, 7,42 | levende beeld om te delen in zijn heerschappij over de
389 II, 7,42 | van de zee en de vogels in de lucht en alles wat beweegt
390 II, 7,42 | God de mens geeft. Het is in de eerste plaats een zaak
391 II, 7,42 | van de ontferming (...) in uw wijsheid hebt U de mens
392 II, 7,42 | om de wereld te besturen in heiligheid en gerechtigheid”(
393 II, 7,42 | van het veld, de vogels in de lucht en de vissen in
394 II, 7,42 | in de lucht en de vissen in de zee, alles wat de paden
395 II, 7,42 | menselijke ecologie”28 - vindt in de Bijbel een duidelijke
396 II, 7,43 | zekere deelname van de mens in de heerschappij van God
397 II, 7,43 | van God is ook zichtbaar in de specifieke verantwoordelijkheid
398 II, 7,43 | haar hoogtepunt bereikt in de schenking van het leven
399 II, 7,43 | voortplanting door man en vrouw in het huwelijk, zoals het
400 II, 7,43 | blijft (Gn 2,18) en die “in het begin de mens als man
401 II, 7,43 | gemaakt heeft”(Mt 19,4), heeft in zijn wil om de mens op een
402 II, 7,43 | wijze deel te laten nemen in zijn eigen scheppingswerk,
403 II, 7,43 | deelname”van man en vrouw in het “scheppingswerk”van
404 II, 7,43 | tegenwoordig stelt. Zoals ik in mijn Brief aan de Gezinnen
405 II, 7,43 | de persoon staat gegrift in de biologie van de voortplanting
406 II, 7,43 | met de Schepper meewerken in de ontvangenis en de geboorte
407 II, 7,43 | dat God zelf aanwezig is in het menselijk vader- en
408 II, 7,43(30) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium
409 II, 7,43 | Dit is wat de Bijbel leert in een directe en welsprekende
410 II, 7,43 | Seth”(Gn 5,1-3). Precies in hun rol van medewerkers
411 II, 7,43(33) | constitutie over de Kerk in de moderne wereld Gaudium
412 II, 7,43 | worden man en vrouw, verenigd in het huwelijk, deelgenoten
413 II, 7,43 | het huwelijk, deelgenoten in een goddelijke onderneming:
414 II, 7,43 | bemind en gediend te worden in zijn lijdende broeders en
415 II, 8,44 | meest kwetsbaar wanneer het in de wereld komt en wanneer
416 II, 8,44 | mogelijkheid om het leven in deze omstandigheden te kwetsen,
417 II, 8,44 | denkwijze van het Volk van God. ~In het Oude Testament wordt
418 II, 8,44 | doorgeven zijn oorsprong vindt in God. Hiervan getuigen de
419 II, 8,44 | de vorming van het leven in de moederschoot, de geboorte
420 II, 8,44 | Schepper. ~“Vóór Ik je vormde in de moederschoot kende Ik
421 II, 8,44 | van Gods plan. Job houdt in de diepte van zijn pijn
422 II, 8,44 | de diepte van zijn pijn in, om het werk van God te
423 II, 8,44 | lichaam wonderlijk vormde in de schoot van zijn moeder.
424 II, 8,44 | verbazing over Gods tussenkomst in het leven van een kind in
425 II, 8,44 | in het leven van een kind in de moederschoot komen telkens
426 II, 8,44 | komen telkens weer voor in de Psalmen 35. ~Hoe kan
427 II, 8,44 | dat zelfs maar één moment in dit wonderlijke proces van
428 II, 8,44 | zij beleed haar geloof in God, bron en garantie van
429 II, 8,44 | Ik weet niet hoe jullie in mijn schoot gevormd zijn;
430 II, 8,44 | oorsprong is. Hij zal jullie in zijn barmhartigheid de levensadem
431 II, 8,45 | van het leven klinken door in de woorden waarmee Elizabeth
432 II, 8,45 | ontvangenis verheerlijkt in de ontmoeting tussen de
433 II, 8,45 | kinderen die zij dragen in hun schoot. Juist de kinderen
434 II, 8,45 | het Messiaanse tijdperk: in hun ontmoeting wordt de
435 II, 8,45 | kinderen verwerkelijken in de schoot van hun moeder
436 II, 9 | getroffen”(Ps 116,10): leven in ouderdom en lijden~
437 II, 9,46 | bekoringen beroerd: integendeel, in die context worden de wijsheid
438 II, 9,46 | mijn jeugd (...) en nu, in mijn ouderdom en grijsheid,
439 II, 9,46 | Js 65,20). ~Hoe moet men in de ouderdom tegenover de
440 II, 9,46 | staan? Hoe moet men handelen in het zicht van de dood? De
441 II, 9,46 | gelovige weet dat zijn leven in Gods hand ligt: “Heer, in
442 II, 9,46 | in Gods hand ligt: “Heer, in uw handen is mijn leven”(
443 II, 9,46 | leven, evenmin over de dood. In leven en dood moet hij zich
444 II, 9,46 | zijn liefdevolle plan. ~Ook in momenten van ziekte wordt
445 II, 9,46 | om hetzelfde vertrouwen in de Heer te hebben en om
446 II, 9,46 | fundamentele geloof te hernieuwen in Hem die “alle ziekten geneest”(
447 II, 9,46 | dagen zijn als een schaduw in de avond; ik verdor als
448 II, 9,46 | een onwankelbaar geloof in Gods levenschenkende macht.
449 II, 9,46 | heb, Heer, mijn God, tot U in nood geroepen: Gij hebt
450 II, 9,47 | waarin zieken genezen hand in hand gaat met de verkondiging
451 II, 9,47 | het leven van het lichaam in zijn aardse staat geen absoluut
452 II, 9,47 | verrijzenis van de Heer: hij volgt in de voetstappen van de Meester
453 II, 9,47 | beslissing is de Schepper alleen, in wie “wij leven en bewegen
454 II, 10,48 | mens verplicht het leven in deze waarheid te handhaven
455 II, 10,48 | leven wordt geopenbaard in Gods gebod. Het woord van
456 II, 10,48 | het levensperspectief, ook in zijn lichamelijke dimensie.
457 II, 10,48 | zijn lichamelijke dimensie. In dat Verbond wordt Gods gebod
458 II, 10,48 | de Heer uw God u zegenen in het land dat u in bezit
459 II, 10,48 | zegenen in het land dat u in bezit gaat nemen”(Dt 30,
460 II, 10,48 | als een goed voor de mens in al zijn dimensies en betrekkingen.
461 II, 10,48 | dimensies en betrekkingen. In zulk perspectief kunnen
462 II, 10,48 | waarheid inzien van de passage in het boek Deuteronomium die
463 II, 10,48 | Deuteronomium die Jezus herhaalt in zijn antwoord op de eerste
464 II, 10,48 | woord van de Heer zijn wij in staat waardig en rechtschapen
465 II, 10,49 | leven die God heeft gegrift in het mensenhart en die Hij
466 II, 10,49 | trappen het hoofd van de arme in het stof van de aarde”(Am
467 II, 10,49 | 6.9) noemt, de “stad die in haar midden bloed vergiet”(
468 II, 10,49 | uitvoeren van alle eisen die in het Evangelie van het leven
469 II, 10,49 | geven en een nieuwe geest in u uitstorten”(Ez 36,25-26;
470 II, 10,49 | helemaal verwerkelijkt wordt in de zelfgave. Dit is de schitterende
471 II, 10,49 | mogen zien”(Js 53,10.11). ~In de komst van Jezus van Nazareth
472 II, 10,49 | Profeten worden samengevat in de gouden regel van de onderlinge
473 II, 10,49 | onderlinge liefde (vgl.Mt 7,12). In Jezus wordt de wet eens
474 II, 10,49 | wet van de Geest van leven in Christus Jezus”(Rom 8,2),
475 II, 10,49 | fundamentele uitdrukking ervan, in navolging van de Heer die
476 II, 10,49 | Joh 15,13), is de zelfgave in liefde voor zijn broeders
477 II, 11,50 | van het leven ontdekken. ~In de vroege namiddag van Goede
478 II, 11,50 | Mc 15,39). Aldus wordt in het ogenblik van zijn grootste
479 II, 11,50 | vraagt om hem te gedenken in zijn koninkrijk: “Voorwaar,
480 II, 11,50 | heden zult ge met Mij zijn in het paradijs”(Lc 23,43).
481 II, 11,50 | redding, een redding die ligt in de vergeving van de zonden,
482 II, 11,50 | vergeving van de zonden, dwz: in de bevrijding van de mens
483 II, 11,50 | uit de diepste ziekte en in zijn opwekking tot het leven
484 II, 11,50 | door Mozes wordt opgeheven in de woestijn (Joh 3,14-15);
485 II, 11,51 | Jezus die bij zijn komst in de wereld zei: “Ik ben gekomen,
486 II, 11,51 | doen”(vgl.Heb 10,9), werd in alles gehoorzaam aan de
487 II, 11,51 | de zijnen had bemind die in de wereld waren, beminde
488 II, 11,51 | Christus na te volgen en in zijn voetstappen te gaan (
489 II, 11,51 | broeders en zusters, en zo in de volheid van de waarheid
490 II, 11,51 | realiseren. ~We zullen hiertoe in staat zijn omdat U, o Heer,
491 II, 11,51 | geschonken. We zullen hiertoe in staat zijn als wij iedere
492 III, 1,52 | eeuwig leven, dwz: een delen in het leven van God zelf.
493 III, 1,52 | verbazing en dankbaarheid in de vrije persoon en vraagt
494 III, 1,52 | schrijft dat “God de mens in staat stelde om zijn rol
495 III, 1,52 | door zijn waardigheid deelt in de volmaaktheid van het
496 III, 1,52 | vooral over zichzelf 39, en in zekere zin over het leven
497 III, 1,52 | wijsheid en liefde, delend in de onmetelijke wijsheid
498 III, 1,52(39)| 94, 920.922, aangehaald in SINT THOMAS VAN AQUINO,
499 III, 2,53 | vereist”, en het blijft altijd in een bijzondere relatie met
500 III, 2,53 | voorschrift “Gij zult niet doden”in feite als een goddelijk
1-500 | 501-1000 | 1001-1008 |