Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | niet wordt geroepen in de Zoon door de werking van de heiligmakende
2 Inl, 1,2 | de menswording heeft de Zoon van God zich in zekere zin
3 Inl, 1,2 | dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven”(Joh 3,16)
4 Inl, 2,3 | verlossende Menswording van de Zoon van God, moet zij die wel
5 I, 5,25 | Paasvigilie), als “God zijn enige Zoon gaf”, opdat de mens “niet
6 I, 5,28 | treden, als het geloof in de Zoon van God, die mens werd en
7 II, 1,29 | Joh 11,25-26). Jezus is de Zoon die van alle eeuwigheid
8 II, 3,32 | gevaar, zo verkondigt de Zoon van God nu, aan allen die
9 II, 3,33 | menselijk leven zijn als de Zoon van God het aangenomen heeft
10 II, 4 | gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon”(Rom 8,28-29): Gods heerlijkheid
11 II, 4,35 | Gij aan hem denkt, en de zoon van de mens dat gij hem
12 II, 4,36 | volheid met de komst van de Zoon van God in het menselijk
13 II, 4,36 | worden aan het beeld van zijn Zoon”(Rom 8,29). Alleen zo, in
14 II, 5,37 | 37. Het leven dat de Zoon van God aan de mensen kwam
15 II, 5,37 | Joh 17,3). God en zijn Zoon kennen is het mysterie aanvaarden
16 II, 5,37 | gemeenschap van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest in zijn
17 II, 7,43 | werd hij de vader van een zoon die op hem leek en zijn
18 II, 8,45 | van de aanwezigheid van de Zoon van God onder de mensen
19 II, 8,45 | was niet vervuld vóór de zoon, maar nadat de zoon was
20 II, 8,45 | vóór de zoon, maar nadat de zoon was vervuld met de heilige
21 II, 11,50 | Waarlijk, deze man was Zoon van God!”(Mc 15,39). Aldus
22 II, 11,50 | zijn grootste zwakte, de Zoon van God geopenbaard als
23 III, 6,74 | tijd vervuld was, heeft de Zoon van God, door mens te worden
24 IV, 1,77 | voorbeeld de mensgeworden Zoon van God is, die “door zijn
25 Slot, 0,100| begint de aardse reis van de Zoon van God, een reis die zijn
26 Slot, 1,101| deelgenote in de gave die de Zoon van zichzelf maakt: zij
27 Slot, 1,101| reddende liefde van haar Zoon over hen uitstort: “Toen
28 Slot, 1,101| moeder: “Vrouw, zie daar uw zoon””(Joh 19,26). ~
29 Slot, 2,102| Moeder. Om het leven van haar Zoon te redden van hen die Hem
30 Slot, 2,102| nog eens laat zien - “de Zoon van God door zijn menswording
31 Slot, 3,103| dood. Doordat zij ons de Zoon laat zien, verzekert de
32 Slot, 3,103| allen die geloven in uw Zoon ~het Evangelie van het leven ~
|