Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,3 | in de kern van haar eigen geloof in de verlossende Menswording
2 Inl, 3,6 | broeder en zuster in het geloof en bezield door een oprechte
3 I, 5,27 | meeste mensen, verzekert het geloof ons dat de Vader, “die in
4 I, 5,28 | en gevoed wordt door het geloof in Christus. Niets helpt
5 I, 5,28 | tegemoet te treden, als het geloof in de Zoon van God, die
6 I, 5,28 | 10): het is een zaak van geloof in de Verrezen Heer, die
7 I, 5,28 | de dood heeft overwonnen; geloof in het bloed van Christus “
8 I, 5,28 | licht en de kracht van dit geloof wordt de Kerk zich daarom,
9 II, 1,29 | om nederig en moedig zijn geloof in Jezus Christus te belijden, “
10 II, 2,31 | van het bestaan wordt het geloof uitgedaagd tot een antwoord. ~
11 II, 2,31 | probleem van het lijden dat het geloof uitdaagt en op de proef
12 II, 2,31 | diepste duisternis dwingt het geloof naar de erkenning van het “
13 II, 3,32 | wandel!”(Hnd 3,6). Door het geloof in Jezus, “de Leidsman ten
14 II, 8,44 | 127,3;vgl.Ps 128,3-4). Dit geloof stoelt ook op Israëls besef
15 II, 8,44 | hebben, en hij spreekt zijn geloof uit dat er een goddelijk
16 II, 8,44 | niet zo: zij beleed haar geloof in God, bron en garantie
17 II, 9,46 | en om zijn fundamentele geloof te hernieuwen in Hem die “
18 II, 9,46 | bezield door een onwankelbaar geloof in Gods levenschenkende
19 III, 1,52(39)| JOHANNES DAMASCENUS, Het rechte geloof, II, 12: PG 94, 920.922,
20 III, 2,56 | overeenstemming toont in zaken van geloof en zeden”49. ~Omdat in het
21 III, 4,65 | voorschrijft en waar het geloof in Christus de Verlosser,
22 III, 4,65 | gebracht door het christelijk geloof, dat zowel de belofte als
23 IV, 3,81 | Deze ontstaat uit het geloof in de God van het leven,
24 IV, 4 | iemand zegt, dat hij het geloof heeft, maar de werken hem
25 IV, 4,85 | uitdaging die voorkomt uit het “geloof dat in de liefde werkzaam
26 IV, 4,85 | iemand zegt, dat hij het geloof heeft, maar de werken hem
27 IV, 4,85 | ontbreken? Kan soms het geloof hem redden? Wanneer een
28 IV, 4,85 | heeft dat? Zo is ook het geloof op zichzelf, wanneer het
29 IV, 5,90 | ouders zorg hebben voor het geloof van hun kinderen en hen
30 IV, 6,93 | tenslotte hun christelijk geloof scheiden van zijn ethische
31 IV, 7,99 | alleen. Ofschoon ze door het geloof een bijzonder licht en kracht
|