Chapter, Paragraph, Number
1 I, 3,19 | totale afhankelijkheid van anderen achter zich laat. Maar hoe
2 I, 3,19 | worden aan overheersing door anderen. We moeten ook de mentaliteit
3 I, 3,19 | ongenade is overgeleverd aan anderen en radicaal afhankelijk
4 I, 3,19 | solidariteit en openheid jegens anderen en aan dienst aan hen. Als
5 I, 3,19 | door de openheid jegens anderen; maar wanneer de vrijheid
6 I, 3,19 | tot de vernietiging van anderen leidt, wanneer zij niet
7 I, 3,20 | een absolute macht over anderen en tegen anderen. Maar dit
8 I, 3,20 | macht over anderen en tegen anderen. Maar dit is de dood van
9 I, 4,23 | plaats van betrekkingen met anderen, met God en met de wereld.
10 I, 4,24 | maar juichen ze ook toe bij anderen”(1,32). Wanneer het geweten,
11 II, 5,38 | aangaan van relaties met anderen. Zij ontwikkelt zich eerder
12 II, 6,40 | zijn eigen leven en dat van anderen - als iets dat niet van
13 II, 10,48 | worden voor het bestaan van anderen, aangezien de dijken die
14 III, 2,54| zichzelf niet minder dan anderen lief te hebben, de basis
15 III, 2,56| willekeur en gewelddadigheid van anderen. ~De absolute onaantastbaarheid
16 III, 3,61| wanneer het wordt gedaan om anderen te helpen, vormt een absoluut
17 III, 3,61| maakt voor henzelf en voor anderen. De Kerk is die echtparen
18 III, 4,62| zijn eigen leven of dat van anderen te beëindigen. In werkelijkheid
19 III, 4,64| een moord, uitgevoerd door anderen, op een persoon die er helemaal
20 III, 5,69| voor het geweten van de anderen, omdat de maatschappij het
21 IV, 2,80 | zielzorgers en door alle anderen gehoord worden, die taken
22 IV, 3,81 | noodzakelijk in onszelf en in de anderen een beschouwende visie te
23 IV, 4,88 | van goede wil tegenover anderen te verheffen tot de hoogte
24 IV, 5,90 | vormen in hen de eerbied voor anderen, rechtvaardigheidsgevoel,
25 IV, 6,96 | onverschilligheid naar zorg voor anderen, van afwijzing naar opname
26 IV, 6,96 | zichzelf te koesteren en aan anderen bekend te maken, en willen
27 IV, 6,96 | heldhaftige liefde van mensen voor anderen. Met groot respect zouden
28 IV, 6,97 | zelfgave en van dat opnemen van anderen die op bijzondere wijze
29 IV, 6,97 | eerst zelf en leren dan aan anderen dat menselijke relaties
30 IV, 7,99 | Evangelie niet deelden met anderen maar het slechts voor onszelf
31 IV, 7,99 | inzet kan delen met zoveel anderen. Moge zo het “volk voor
|