Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,3 | Dertig jaar later maak ik de woorden van de concilievaders tot
2 Inl, 3,5 | geluk vinden! ~Mogen deze woorden alle zonen en dochters van
3 I, 4,23 | blijvende geldigheid van de woorden van de Apostel: “En omdat
4 II, 1,29 | aan iedere mens, met de woorden: “Ik ben de Weg, de Waarheid
5 II, 1,29 | overvloed”(Joh 10,10). ~Door de woorden, de handelingen en de persoon
6 II, 1,29 | tegenwoordigheid en verschijning, door woorden en werken, door tekenen
7 II, 1,30 | Jezus van Hem nog eens “de woorden van God”(Joh 3,34) horen,
8 II, 3,32 | verkondigd”(Lc 7,22). Met deze woorden van de profeet Jesaja (35,
9 II, 3,32 | 4,23-25) vinden in zijn woorden en daden geopenbaard dat
10 II, 3,32 | tempel in Jeruzalem, met de woorden: “Ik heb geen zilver en
11 II, 3,32 | en volle waardigheid. ~De woorden en daden van Jezus en van
12 II, 4,35 | hoort, moet iedere mens de woorden van waarheid tot de zijne
13 II, 5,37 | omdat hij van Jezus de enige woorden hoort die aan zijn bestaan
14 II, 5,37 | en meedelen; dit zijn de “woorden van eeuwig leven”die Petrus
15 II, 5,37 | zouden wij gaan? U hebt woorden van eeuwig leven”; wij hebben
16 II, 5,38 | grenzeloos dankbaar. In de woorden van de apostel Johannes
17 II, 6,40 | in het hart van de “tien woorden”in het Verbond van de Sinaï (
18 II, 6,41 | Mt 5,21-22). ~Door zijn woorden en daden laat Jezus verder
19 II, 6,41 | in een herhaling van de woorden van Jezus, tot de christenen
20 II, 8,45 | leven klinken door in de woorden waarmee Elizabeth zich verheugt
21 II, 9,47 | hem stenigen tegemoet met woorden van vergeving (vgl.Hnd 7,
22 II, 10,48 | blijven wanneer de andere “woorden van leven”(vgl.Hnd 7,38)
23 II, 10,48 | en geschiedenis zullen de woorden “Gij zult niet doden”weer
24 III, 2,53 | wezen te doden”41. Met deze woorden zet de Instructie Donum
25 III, 2,54 | ditzelfde perspectief hebben de woorden van de apostel Johannes
26 III, 3,58(59)| Psalmist de Heer toe met deze woorden: “Op U heb ik gesteund vanaf
27 IV, 2,78 | horen of begrijpen. Welke woorden, gedachten of geestesvlucht
28 IV, 6,97 | brengen. ~Ik herneem de woorden van de slotboodschap van
29 Slot, 1,101 | doorboord”(Lc 2,34-35). De woorden die Simeon richt tot Maria,
30 Slot, 3,103 | met deze geruststellende woorden: “Vrees niet, Maria”en “
|