1-500 | 501-880
Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | verlossing is er de geboorte van een Kind, die wordt aangekondigd
2 Inl, 0,1 | die wordt aangekondigd als een blijde mededeling: “Ik verkondig
3 Inl, 0,1 | mededeling: “Ik verkondig u een grote vreugde die bestemd
4 Inl, 0,1 | is u in de stad van David een redder geboren, Christus
5 Inl, 1,2 | mens wordt uitgenodigd tot een volheid van leven die de
6 Inl, 1,2 | menselijk bestaan als geheel. Een proces dat, onverwacht en
7 Inl, 1,2 | werkelijkheid; het is dus een heilige werkelijkheid die
8 Inl, 1,2 | Heer werd toevertrouwd 1, een diepe en overtuigende weerklank
9 Inl, 1,2(1) | Schrift. Maar ze strookt met een wezenlijke dimensie van
10 Inl, 2,3 | het leven van de mens wel een reactie oproepen in het
11 Inl, 2,3 | Vaticaans Concilie heeft, op een bladzijde die dramatisch
12 Inl, 2,3 | macht te krijgen; al wat een belediging is voor de menselijke
13 Inl, 2,3 | onmiskenbaar schandelijk. Ze zijn een aantasting van de menselijke
14 Inl, 2,3 | beschaving en zij werpen meer een smet op hen die zich zo
15 Inl, 2,4 | menselijk wezen, terwijl een nieuwe culturele situatie
16 Inl, 2,4 | misdrijven tegen het leven een ongehoord en zo mogelijk
17 Inl, 2,4 | vrijheid en maken, op grond van een dergelijke vooronderstelling,
18 Inl, 2,4 | gezondheidszorg. ~Nu bewerkt dat alles een diepe verandering in de
19 Inl, 2,4 | toe te kennen is tegelijk een zorgwekkend symptoom en
20 Inl, 2,4 | belangrijke oorzaak van een ernstige moreel verval;
21 Inl, 2,4 | volken van de wereld en die een verantwoordelijke en actieve
22 Inl, 3,5 | van 4 tot 7 april 1991. Na een uitvoerige en diepgaande
23 Inl, 3,5 | heb ik met Pinksteren 1991 een persoonlijke brief gestuurd
24 Inl, 3,5 | oog op de opstelling van een speciaal document 6. Ik
25 Inl, 3,5 | bijzondere analogie: “Zoals het een eeuw geleden de arbeidersklasse
26 Inl, 3,5 | zo voelt de Kerk nu, nu een andere categorie personen
27 Inl, 3,5 | leven wordt vandaag bij een grote menigte zwakke en
28 Inl, 3,5 | het oog op de vorming van een nieuwe wereldorde. ~De voorliggende
29 Inl, 3,5 | land in de wereld, wil dus een precieze en krachtige herbevestiging
30 Inl, 3,5 | onschendbaarheid, en tegelijk een hartstochtelijk appel gericht
31 Inl, 3,6 | het geloof en bezield door een oprechte vriendschap met
32 Inl, 3,6 | voor het leven, richt ik een zeer dringende uitnodiging
33 Inl, 3,6 | solidariteit groeien en een nieuwe cultuur van het menselijk
34 Inl, 3,6 | doorbreekt voor de opbouw van een authentieke beschaving van
35 I, 1,7 | heeft de mens geschapen voor een onvergankelijk leven; en
36 I, 1,7 | Hij heeft hem gemaakt tot een beeld van zijn eigen eeuwigheid.
37 I, 1,7 | naar het beeld van God voor een vol en volmaakt leven (vgl.
38 I, 1,7 | En hij komt er binnen op een gewelddadige wijze, door
39 I, 1,7 | moord wordt voorgesteld met een uitzonderlijke welsprekendheid
40 I, 1,7 | uitzonderlijke welsprekendheid op een bladzijde van het boek Genesis
41 I, 1,7 | universele betekenis heeft: een bladzijde die elke dag weer
42 I, 1,7 | geschreven, zonder pauze en in een ontmoedigende herhaling,
43 I, 1,7 | verloop van tijd bracht Kaïn een offer aan Jahwe van de vruchten
44 I, 1,7 | de grond. Ook Abel bracht een offer, de eerstgeborenen
45 I, 1,7 | offer sloeg Hij geen acht. ~Een wilde woede greep Kaïn aan,
46 I, 1,7 | zal niets meer opbrengen; een zwerver en een vagebond
47 I, 1,7 | opbrengen; een zwerver en een vagebond zult ge zijn op
48 I, 1,7 | U moeten blijven. Ik zal een zwerver en een vagebond
49 I, 1,7 | blijven. Ik zal een zwerver en een vagebond zijn op de aarde,
50 I, 1,7 | boeten!”En Jahwe gaf Kaïn een merkteken, om te voorkomen
51 I, 1,8 | is “zeer kwaad”en heeft een “grimmig”gezicht, omdat “
52 I, 1,8 | macht van de zonde die, als een wild dier, naast de deur
53 I, 1,8 | geweld tegen de naaste ligt een toegeven aan de “logica”
54 I, 1,8 | niet”: Kaïn probeert met een leugen zijn misdaad te verbergen.
55 I, 1,9 | God toe: daarom staat wie een mens naar het leven staat,
56 I, 1,9 | tuin van Eden”(Gn 2,15), een plaats van overvloed, van
57 I, 1,9 | wanneer Hij straft, “gaf Kaïn een merkteken, om te voorkomen
58 I, 1,9 | Gn 4,15). Hij gaf hem dus een teken, niet met de bedoeling
59 I, 1,9 | zonde was binnengeslopen, een broedermoord was gepleegd,
60 I, 1,9 | zijn ouders afvallige naar een andere woonplaats, omdat
61 I, 1,9 | moord niet straffen met een moord, aangezien hij liever
62 I, 2,10 | mensen die daar niet zelden een oplossing voor zouden kunnen
63 I, 2,10 | ondervoeding en honger, vanwege een onbillijke verdeling van
64 I, 2,10 | dragen? Het is onmogelijk om een volledige catalogus te maken
65 I, 2,11 | bijzondere aandacht richten op een andere categorie van aanvallen,
66 I, 2,11 | leven”te zijn. ~Hoe heeft een dergelijke situatie kunnen
67 I, 2,11 | door de ingewikkeldheid van een samenleving waarin enkelingen,
68 I, 2,11 | van het leven vandaag aan een soort “verduistering”kan
69 I, 2,11 | geweten niet ophoudt het als een heilige en onaantastbare
70 I, 2,11 | het recht op leven is van een concrete menselijke persoon. ~
71 I, 2,12 | minder waar dat wij tegenover een zelfs nog grotere werkelijkheid
72 I, 2,12 | omschreven kan worden als een reële structuur van de zonde,
73 I, 2,12 | gekenmerkt door de opkomst van een anti-solidariteitscultuur
74 I, 2,12 | gevallen de vorm aanneemt van een echte “cultuur van de dood”.
75 I, 2,12 | politieke stromingen die een maatschappij-opvatting huldigen
76 I, 2,12 | mogelijk om te spreken van een oorlog van de machtigen
77 I, 2,12 | machtigen tegen de zwakken: een leven dat meer aanvaarding,
78 I, 2,12 | nutteloos beschouwd of voor een ondraaglijke last gehouden,
79 I, 2,12 | daarom hoe dan ook verworpen. Een mens die, vanwege ziekte,
80 I, 2,12 | steeds vaker gezien als een vijand tegen wie men zich
81 I, 2,12 | geruimd moet worden. Zo wordt een “samenzwering tegen het
82 I, 2,13 | de moederschoot, zonder een beroep te hoeven doen op
83 I, 2,13 | bekoring versterken wanneer een ongewenst leven ontvangen
84 I, 2,13 | de tweede het leven van een menselijk wezen vernietigt:
85 I, 2,13 | praktijken geworteld in een genotzuchtige mentaliteit
86 I, 2,13 | en zij veronderstellen een egocentrische opvatting
87 I, 2,13 | voortplanting beschouwt als een hindernis voor zelfontplooiing.
88 I, 2,13 | zou kunnen vortkomen uit een seksuele ontmoeting wordt
89 I, 2,13 | seksuele ontmoeting wordt zo een vijand die tegen elke prijs
90 I, 2,14 | hebben deze technieken een hoog mislukkingspercentage:
91 I, 2,14 | het gevaar, meestal binnen een zeer korte tijd te sterven.
92 I, 2,14 | heeft, wordt al te vaak een gelegenheid om een abortus
93 I, 2,14 | vaak een gelegenheid om een abortus voor te stellen
94 I, 2,14 | de publieke opinie vanuit een mentaliteit - waarvan men
95 I, 2,14 | wijze keren we terug naar een staat van barbarij waarvan
96 I, 2,15 | zieken en de stervenden. In een sociale en culturele situatie
97 I, 2,15 | dood te vervroegen naar een moment dat geschikter wordt
98 I, 2,15 | wanhoop, voortkomend uit een intens en langdurig lijden,
99 I, 2,15 | intens en langdurig lijden, een beslissende factor zijn.
100 I, 2,15 | zijn bewogen worden door een begrijpelijk, zij het verkeerd
101 I, 2,15 | allemaal verergerd door een cultureel klimaat dat geen
102 I, 2,15 | positief te duiden. ~Op een algemener niveau bestaat
103 I, 2,15 | er in de huidige cultuur een soort Prometheus-houding
104 I, 2,15 | en verpletterd wordt door een dood zonder enig zicht op
105 I, 2,15 | dood zonder enig zicht op een zin en zonder enige hoop.
106 I, 2,15 | zonder enige hoop. We zien een rampzalig getuigenis van
107 I, 2,15 | wordt gerechtvaardigd met een zogenaamd medelijden t.a.v.
108 I, 2,16 | 16. Een ander actueel verschijnsel,
109 I, 2,16 | ontwikkelde landen is er een verontrustende daling of
110 I, 2,16 | hebben over het algemeen een snelle bevolkingsgroei,
111 I, 2,16 | bevolkingsgroei, moeilijk te dragen in een situatie van geringe economische
112 I, 2,16 | culturele ontwikkeling en voor een eerlijke produktie en verdeling
113 I, 2,16 | en abortus vormen zeker een deel van de oorzaken waarom
114 I, 2,16 | waarom er in sommige gevallen een scherpe daling van het geboortencijfer
115 I, 2,16 | kinderen en het armste zijn, een bedreiging vormen voor het
116 I, 2,16 | persoon, er de voorkeur aan om een massief programma van geboortencontrole
117 I, 2,16 | gemaakt van de aanvaarding van een anti-geboortenpolitiek. ~
118 I, 2,17 | mensheid biedt ons vandaag een werkelijk alarmerend schouwspel,
119 I, 2,17 | machtige steun ontvangen: door een brede consensus in de maatschappij,
120 I, 2,17 | door de betrokkenheid van een deel van het personeel in
121 I, 2,17 | twintigste eeuw zal gelden als een tijdperk van massieve aanvallen
122 I, 2,17 | aanvallen op het leven, een eindeloze serie oorlogen
123 I, 2,17 | eindeloze serie oorlogen en een ononderbroken slachting
124 I, 2,17 | staan we werkelijk tegenover een objectieve “samenzwering
125 I, 2,17 | euthanasie voorstelt als een teken van vooruitgang en
126 I, 2,17 | teken van vooruitgang en als een overwinning van de vrijheid,
127 I, 3 | broeders hoeder?”(Gn 4,9): een pervers idee van vrijheid~
128 I, 3,18 | Gn 4,10) schijnt a.h.w. een uitnodiging te zijn aan
129 I, 3,18 | diep lijden, eenzaamheid, een volkomen ontbreken van economische
130 I, 3,18 | persoonlijke situaties. Het is een probleem dat ook bestaat
131 I, 3,18 | rechten. ~Aldus bereikt een lang historisch proces een
132 I, 3,18 | een lang historisch proces een keerpunt met tragische gevolgen.
133 I, 3,18 | staat - raakt vandaag in een verrassende tegenspraak.
134 I, 3,18 | verrassende tegenspraak. Juist in een tijd nu de onschendbare
135 I, 3,18 | zien dat er op wereldniveau een groeiende morele gevoeligheid
136 I, 3,18 | helaas tegengesproken door een tragische ontkenning ervan
137 I, 3,18 | omdat ze zich afspeelt in een samenleving die de invoering
138 I, 3,18 | voor het leven en ze zijn een directe bedreiging voor
139 I, 3,18 | de mensenrechten. Het is een bedreiging die tenslotte
140 I, 3,18 | zittingen wordt uitgesproken, een puur nutteloze oefening
141 I, 3,18 | voortplantingsverboden, en die zo een tegenstelling maken tussen
142 I, 3,19 | verheffing van de mens als een wezen dat “niet gebruikt
143 I, 3,19 | ongeborenen of de stervenden, een zwak element is in de sociale
144 I, 3,19 | m.v. de stomme taal van een diep gedeelde affectie.
145 I, 3,19 | sterkte van het recht”. ~Op een ander vlak liggen de wortels
146 I, 3,19 | tragische ontkenning in een opvatting van vrijheid die
147 I, 3,19 | vrijheid die de enkeling op een absolute wijze verheft,
148 I, 3,19 | stadia verkeert soms door een verkeerd gevoel van altruïsme
149 I, 3,19 | kan men niet ontkennen dat een dergelijke cultuur van de
150 I, 3,19 | dood in haar geheel genomen een volledig individualistische
151 I, 3,19 | iedereen vrijheid geeft, een vrijheid die een wezenlijke
152 I, 3,19 | geeft, een vrijheid die een wezenlijke relationele dimensie
153 I, 3,19 | relationele dimensie bezit. Zij is een groot geschenk van de Schepper,
154 I, 3,19 | absoluut gemaakt wordt op een individualistische manier,
155 I, 3,19 | betekenis en waardigheid. ~Er is een nog dieper aspect dat onderstreept
156 I, 3,19 | vernietigt zichzelf, en wordt een factor die tot de vernietiging
157 I, 3,19 | vanzelfsprekende evidentie van een objectieve en universele
158 I, 3,20 | opvatting van vrijheid leidt tot een ernstige misvorming van
159 I, 3,20 | wordt de samenleving tot een massa individuen die naast
160 I, 3,20 | gevonden worden, als men een samenleving wil waarin de
161 I, 3,20 | gemeenschappelijke waarden en naar een waarheid die voor iedereen
162 I, 3,20 | zich in het drijfzand van een compleet relativisme. Op
163 I, 3,20 | of ontkend op basis van een parlementaire uitspraak
164 I, 3,20 | uitspraak of van de wil van een deel van het volk - zelfs
165 I, 3,20 | sinistere resultaat van een relativisme dat zonder oppositie
166 I, 3,20 | beginselen, op weg naar een wezenlijk totalitarisme.
167 I, 3,20 | maar wordt omgevormd tot een tirannieke staat die zich
168 I, 3,20 | tot de oudere, in naam van een algemeen belang dat feitelijk
169 I, 3,20 | toestaan het resultaat zijn van een stemming overeenkomstig
170 I, 3,20 | tot de ineenstorting van een echt menselijk samenleven
171 I, 3,20 | aan de menselijke vrijheid een perverse en kwade betekenis
172 I, 3,20 | betekenis geeft: die van een absolute macht over anderen
173 I, 4,21 | voor de mens, typisch voor een sociaal en cultureel klimaat
174 I, 4,21 | klimaat vallen gemakkelijk in een droevige vicieuze cirkel:
175 I, 4,21 | leven en zijn waardigheid, een soort voortschrijdende verduistering
176 I, 4,21 | U moeten blijven; ik zal een zwerver en een vagebond
177 I, 4,21 | blijven; ik zal een zwerver en een vagebond zijn op de aarde,
178 I, 4,22 | vele levende wezens, als een organisme dat, op zijn best,
179 I, 4,22 | organisme dat, op zijn best, een zeer hoge graad van perfectie
180 I, 4,22 | zekere zin teruggebracht tot “een ding”, en begrijpt hij niet
181 I, 4,22 | het leven niet langer als een schitterende gave van God,
182 I, 4,22 | leven zelf wordt louter een “ding”dat de mens opeist
183 I, 4,22 | Dit is de richting waarin een bepaalde technische en wetenschappelijke
184 I, 4,22 | het idee zelf verwerpt van een waarheid van het geschapene
185 I, 4,22 | erkend moet worden, of van een plan van God met het leven,
186 I, 4,22 | tegenoverliggende positie van een “wet zonder vrijheid”, zoals
187 I, 4,22 | vergoddelijken”ze haar a.h.w., een voorstelling die opnieuw
188 I, 4,22 | wanneer dit verlies leidt tot een vrijheid zonder regels als
189 I, 4,23 | leidt onvermijdelijk tot een praktisch materialisme dat
190 I, 4,23 | veronachtzaamd. ~Binnen een dergelijke context wordt
191 I, 4,23 | dergelijke context wordt lijden, een onontkoombare last van het
192 I, 4,23 | menselijk bestaan maar ook een factor van mogelijke persoonlijke
193 I, 4,23 | nutteloos, zelfs bestreden als een kwaad, dat altijd hoe dan
194 I, 4,23 | lichaam niet langer gezien als een typisch persoonlijke werkelijkheid,
195 I, 4,23 | persoonlijke werkelijkheid, een teken en een plaats van
196 I, 4,23 | werkelijkheid, een teken en een plaats van betrekkingen
197 I, 4,23 | stoffelijkheid: het is enkel een complex van organen, functies
198 I, 4,23 | rijkdom van de ander als een persoon, wordt zij meer
199 I, 4,23 | toegelaten, dan alleen omdat zij een wens of sterker nog de eigen
200 I, 4,23 | de eigen wil uitdrukt om een kind te hebben “tegen elke
201 I, 4,23 | ander beduidt en daarom een openheid voor de rijkdom
202 I, 4,24 | plaats. Het is bovenal een zaak van het individuele
203 I, 4,24 | het is ook in zekere zin een zaak van het “morele geweten”
204 I, 4,24 | de samenleving: die is op een bepaalde wijze ook verantwoordelijk.
205 I, 4,24 | media, blootgesteld aan een uiterst ernstig en dodelijk
206 I, 4,24 | fundamentele recht op leven. Een groot deel van de huidige
207 I, 4,24 | iedere mens afzonderlijk. Een nieuwe tocht van liefde,
208 I, 5,25 | gedood sinds Abel, is ook een stem die wordt verheven
209 I, 5,25 | verheven tot de Heer. Op een absoluut unieke wijze, zoals
210 I, 5,25 | wie Abel in zijn onschuld een profetische figuur is, tot
211 I, 5,25 | tot de middelaar van een nieuw verbond, wiens vergoten
212 I, 5,25 | Het is het vergoten bloed. Een symbool en een profetisch
213 I, 5,25 | vergoten bloed. Een symbool en een profetisch teken daarvan
214 I, 5,25 | het verkondigt en verlangt een radicalere “gerechtigheid”,
215 I, 5,25 | het genade af 19, het is een voorspraak voor de broeders
216 I, 5,25 | van de Schepper als hij “een zo verheven Verlosser verdiend
217 I, 5,25 | bloed van Jezus niet langer een teken van dood, van onherroepelijke
218 I, 5,25 | maar het instrument van een verbondenheid die rijkdom
219 I, 5,26 | de dood”. Daarom zou het een eenzijdig beeld geven, dat
220 I, 5,26 | veel echtparen die, met een edelmoedig verantwoordelijkheidsbesef,
221 I, 5,26 | ondenkbaar waren, maar die nu een grote belofte inhouden voor
222 I, 5,26 | lijdenden en voor hen die in een acuut of terminaal ziektestadium
223 I, 5,26 | of oorlogen. Zelfs al is een rechtvaardige internationale
224 I, 5,26 | die tot nu toe gezet zijn, een teken zien van de groeiende
225 I, 5,26 | solidariteit tussen de volken, een prijzenswaardige menselijke
226 I, 5,26 | en morele gevoeligheid en een grotere eerbied voor het
227 I, 5,27 | te gaan, bevorderen zij een breder en dieper besef van
228 I, 5,27 | leven: ze roepen op tot een vastbeslotener inzet om
229 I, 5,27 | de publieke opinie, van een nieuwe gevoeligheid die
230 I, 5,27 | perspectief is duidelijk een groeiende publieke weerstand
231 I, 5,27 | straf beschouwd wordt als een middel van “wettige verdediging”
232 I, 5,27 | tot inkeer te komen. ~Ook een welkom signaal is de groeiende
233 I, 5,27 | als wel op het zoeken naar een wereldwijde verbetering
234 I, 5,27 | opnieuw aandacht komt voor een ethische bezinning op kwesties
235 I, 5,28 | van maken dat we tegenover een geweldige en dramatische
236 I, 5,28 | verantwoordelijkheid van een onvoorwaardelijke keuze
237 I, 5,28 | dieper, want hij dwingt ons een keuze te maken die eigenlijk
238 I, 5,28 | erom aan ons eigen bestaan een fundamentele oriëntatie
239 I, 5,28 | overvloed”(Joh 10,10): het is een zaak van geloof in de Verrezen
240 II, 1,29 | het leven is niet enkel een overweging, hoe nieuw en
241 II, 1,29 | leven; evenmin is het louter een gebod, gericht op bewustwording
242 II, 1,29 | samenleving. Nog minder is het een bedrieglijke belofte van
243 II, 1,29 | bedrieglijke belofte van een betere toekomst. Het Evangelie
244 II, 1,29 | Evangelie van het leven is een concrete en personele werkelijkheid,
245 II, 2 | 2): het leven is altijd een goed~
246 II, 2,31 | verlosser, met de macht om een toekomst te verzekeren voor
247 II, 2,31 | bestaan niet afhangt van een farao die het kan uitbuiten
248 II, 2,31 | slavernij is de schenking van een identiteit, de erkenning
249 II, 2,31 | identiteit, de erkenning van een onvernietigbare waardigheid
250 II, 2,31 | waardigheid en het begin van een nieuwe geschiedenis, waarin
251 II, 2,31 | hand gaan. De Exodus is een “basiservaring”en een model
252 II, 2,31 | is een “basiservaring”en een model voor de toekomst.
253 II, 2,31 | van zijn eigen bestaan als een volk, ook in zijn begrip
254 II, 2,31 | het geloof uitgedaagd tot een antwoord. ~Meer dan iets
255 II, 3,32 | voelen, dat hun levens ook een goed zijn waaraan de liefde
256 II, 3,32 | lijden omdat hun bestaan op een of andere wijze “verminderd”
257 II, 3,32 | zeker dat ook hun leven een gave is, waarover zorgvuldig
258 II, 3,32 | zich van bewust dat zij een boodschap van verlossing
259 II, 3,32 | door de maatschappij. Op een dieper vlak raken zij de
260 II, 3,32 | van de zonde, kunnen in een ontmoeting met Jezus de
261 II, 3,33 | het begin tot het eind, een bijzondere “dialectiek”tussen
262 II, 3,33 | begin, de afwijzing door een wereld die vijandig optreedt
263 II, 3,33 | het te doden”(Mt 2,13); een wereld die onverschillig
264 II, 3,33 | Paulus spreekt is niet alleen een beroving van goddelijke
265 II, 4,34 | 34. Het leven is altijd een goed. Dit is een instinctieve
266 II, 4,34 | altijd een goed. Dit is een instinctieve gewaarwording
267 II, 4,34 | instinctieve gewaarwording of zelfs een ervaringsfeit, en de mens
268 II, 4,34 | begrijpen. ~Waarom is het leven een goed? Deze vraag vindt men
269 II, 4,34 | allereerste bladzijde krijgt ze een krachtig en verbazingwekkend
270 II, 4,34 | 102],14; 104 [103],29), een manifestatie is van God
271 II, 4,34 | is van God in de wereld, een teken van zijn aanwezigheid,
272 II, 4,34 | teken van zijn aanwezigheid, een spoor van zijn heerlijkheid (
273 II, 4,34 | van God”23. Aan de mens is een sublieme waardigheid gegeven,
274 II, 4,34 | Schepper: in de mens schittert een weerspiegeling van de werkelijkheid
275 II, 4,34 | ervan, aan het einde van een proces dat leidt van ordeloze
276 II, 4,34 | aan de man en de vrouw. Een soortgelijke boodschap staat
277 II, 4,34 | Gn 2,15). We zien hier een duidelijke bevestiging van
278 II, 4,34 | teruggebracht tot het niveau van een ding. ~In de bijbelse vertelling
279 II, 4,34 | wordt als het resultaat van een speciale beslissing van
280 II, 4,34 | beslissing van de kant van God, een besluit om een bijzondere
281 II, 4,34 | van God, een besluit om een bijzondere en specifieke
282 II, 4,34 | God de mens aanbiedt is een gave waardoor God iets van
283 II, 4,34 | bijbelse schrijver ziet als een deel van dit beeld niet
284 II, 4,34 | mens geeft is veel meer dan een louter bestaan in de tijd.
285 II, 4,34 | bestaan in de tijd. Het is een streven naar de volheid
286 II, 4,34 | leven; het is de kiem van een bestaan dat de grenzen van
287 II, 4,35 | oude verhaal spreekt van een goddelijke adem die in de
288 II, 4,35 | levensadem en de mens werd een levend wezen”(Gn 2,7). ~
289 II, 4,35 | God gemaakt is, en in zich een onuitwisbaar merkteken van
290 II, 4,35 | verschijning van de vrouw, een wezen dat vlees is van zijn
291 II, 4,35 | ander, man of vrouw, is een weerspiegeling van God zelf,
292 II, 4,35 | weinig minder gemaakt dan een god, en kroont hem met heerlijkheid
293 II, 4,35 | wezen. We zouden waarachtig een eerbiedig stilzwijgen moeten
294 II, 4,35 | dank de Heer onze God die een zo prachtig werk heeft geschapen
295 II, 4,36 | de waarheid over God door een leugen en aanbaden het schepsel
296 II, 4,36 | eerste mens, Adam, werd een levend wezen, de laatste
297 II, 4,36 | wezen, de laatste Adam werd een levendmakende Geest”(1 Kor
298 II, 5,37 | worden teruggebracht tot een louter bestaan in de tijd.
299 II, 5,37 | geboren zijn uit God als een noodzakelijke voorwaarde
300 II, 5,37 | naamwoord meer dan louter een perspectief oproepen dat
301 II, 5,37 | geeft is “eeuwig”, omdat het een volle deelname is aan het
302 II, 5,38 | van het leven, omdat het een goed is, zal deze liefde
303 II, 5,38 | maar herleid worden tot een wens om genoeg ruimte te
304 II, 5,38 | ontwikkelt zich eerder in een vreugdevol besef dat het
305 II, 6,39 | zijn beeld en evenbeeld, een delen in zijn levensadem.
306 II, 6,39 | oefent deze macht niet uit op een willekeurige en dreigende
307 II, 6,39 | handen zijn, zoals die van een moeder die haar kind opneemt,
308 II, 6,39 | bedaren en verstillen, zoals een kind aan de borst van zijn
309 II, 6,39 | borst van zijn moeder, zoals een kind bij zijn moeder is
310 II, 6,39 | van louter toeval of van een blind lot, maar liever de
311 II, 6,39 | liever de resultaten van een liefdevol plan, waarmee
312 II, 6,40 | volmaaktheid zal brengen, is een krachtig appel tot eerbied
313 II, 6,41 | Jezus van zijn leerlingen een gerechtigheid die die van
314 II, 6,41 | leven van zijn broeder (een natuurlijke broer, iemand
315 II, 6,41 | hetzelfde volk hoort, of een vreemde die in het land
316 II, 6,41 | beminnen van de vijand. ~Een vreemdeling is niet langer
317 II, 6,41 | vreemdeling is niet langer een vreemdeling voor de persoon
318 II, 6,41 | vgl.Lc 10,25-37). Zelfs een vijand houdt op een vijand
319 II, 6,41 | Zelfs een vijand houdt op een vijand te zijn voor degene
320 II, 6,41 | die de Apostel Paulus, in een herhaling van de woorden
321 II, 7,42 | ervan en de liefde ervoor is een taak die God aan iedere
322 II, 7,42 | Het is in de eerste plaats een zaak van heerschappij over
323 II, 7,42 | aan de mens gegeven is als een teken van heerlijkheid en
324 II, 7,42 | Gn 2,15), heeft de mens een specifieke verantwoordelijkheid
325 II, 7,42 | vindt in de Bijbel een duidelijke en sterke ethische
326 II, 7,42 | richting, die leidt tot een oplossing die het grote
327 II, 7,43 | 43. Een zekere deelname van de mens
328 II, 7,43 | leven als zodanig. Het is een verantwoordelijkheid die
329 II, 7,43 | in zijn wil om de mens op een wel bijzondere wijze deel
330 II, 7,43 | Door te spreken van “een zekere speciale deelname”
331 II, 7,43 | maken dat het krijgen van een kind een gebeurtenis is
332 II, 7,43 | het krijgen van een kind een gebeurtenis is die diep
333 II, 7,43 | echtgenoten betreft die “een vlees”(Gn 2,24) vormen,
334 II, 7,43 | echtelijke eenheid van de twee een nieuwe persoon geboren wordt,
335 II, 7,43 | wordt, brengt deze zelf een bepaald beeld van en een
336 II, 7,43 | een bepaald beeld van en een bepaalde gelijkenis met
337 II, 7,43 | ontvangenis en de geboorte van een nieuw menselijk wezen, hebben
338 II, 7,43 | is wat de Bijbel leert in een directe en welsprekende
339 II, 7,43 | roept Eva uit: “Ik heb een man gekregen met de hulp
340 II, 7,43 | was, werd hij de vader van een zoon die op hem leek en
341 II, 7,43 | huwelijk, deelgenoten in een goddelijke onderneming:
342 II, 7,43 | ontvangen en opent zich een nieuw leven naar de toekomst. ~
343 II, 8,44 | onvruchtbaarheid gevreesd als een vloek, terwijl een talrijk
344 II, 8,44 | gevreesd als een vloek, terwijl een talrijk nageslacht beschouwd
345 II, 8,44 | nageslacht beschouwd wordt als een zegen: “Zonen zijn een gave
346 II, 8,44 | als een zegen: “Zonen zijn een gave van de Heer, de vrucht
347 II, 8,44 | de vrucht van de schoot een genade”(Ps 127,3;vgl.Ps
348 II, 8,44 | spreekt zijn geloof uit dat er een goddelijk plan is voor zijn
349 II, 8,44 | tussenkomst in het leven van een kind in de moederschoot
350 II, 8,44 | van jullie bestaat, tot een harmonisch geheel geordend,
351 II, 8,45 | hun moeders zelf: en door een dubbel wonder profeteren
352 II, 9,46 | van de bijbelse openbaring een expliciete verwijzing te
353 II, 9,46 | voor ouderen en zieken, of een specifieke veroordeling
354 II, 9,46 | van de ouderen erkend als een onvervangbare rijkdom voor
355 II, 9,46 | tijd wordt voorgesteld als een tijd waarin “niet meer zal
356 II, 9,46 | niet meer zal zijn (...) een grijsaard die zijn dagen
357 II, 9,46 | uitroept: “Mijn dagen zijn als een schaduw in de avond; ik
358 II, 9,46 | de gelovige bezield door een onwankelbaar geloof in Gods
359 II, 9,47 | instuurt, geeft Hij hun een zending, waarin zieken genezen
360 II, 9,47 | zijn leven op te geven voor een groter goed. Zoals Jezus
361 II, 9,47 | van zijn leven vrijelijk een offer aan de Vader (vgl.
362 II, 9,47 | dat het aards bestaan niet een absoluut goed is; belangrijker
363 II, 9,47 | en wordt zo de eerste van een ontelbare schare martelaren
364 II, 10,48 | onuitwisbaar getekend door een waarheid van zichzelf. Door
365 II, 10,48 | en ongeluk, en mogelijk een bedreiging worden voor het
366 II, 10,48 | extra bij het leven als een drukkende last, aangezien
367 II, 10,48 | niet meer te worden dan een van buiten opgelegde verplichting,
368 II, 10,48 | niet doden”weer stralen als een goed voor de mens in al
369 II, 10,49 | De profeten wijzen met een beschuldigende vinger naar
370 II, 10,49 | vooral op bedacht om hoop op een nieuw beginsel van leven
371 II, 10,49 | leven te wekken, instaat om een nieuwe relatie met God en
372 II, 10,49 | afgoderij zal ik u reinigen. Een nieuw hart zal Ik u geven
373 II, 10,49 | nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in u uitstorten”(
374 II, 10,49 | bereiken: namelijk dat het een gave is die helemaal verwerkelijkt
375 II, 10,49 | Wanneer hij zichzelf tot een offer maakt voor de zonde,
376 II, 10,49 | wordt de wet vervuld en een nieuw hart gegeven door
377 II, 11,50 | Dit is het symbool van een grote kosmische verwarring
378 II, 11,50 | kosmische verwarring en een geweldige strijd tussen
379 II, 11,50 | bevinden we ons ook middenin een dramatische strijd tussen
380 II, 11,50 | doden waren tekenen van een andere redding, een redding
381 II, 11,50 | van een andere redding, een redding die ligt in de vergeving
382 II, 11,51 | 51. Maar er is nog een andere bijzondere gebeurtenis
383 II, 11,51 | soldaat “zijn zijde met een lans, en terstond vloeide
384 II, 11,51 | geest beschrijft Jezus”dood, een dood als die van iedere
385 II, 11,51 | andere mens, maar het lijkt een toespeling op de “gave van
386 II, 11,51 | vrijkoopt en opent voor een nieuw leven. ~Het is het
387 III, 1,52 | over het eeuwig leven, dwz: een delen in het leven van God
388 III, 1,52 | zijn liefde: het is altijd een gave tot vreugde en groei
389 III, 1,52 | zodanig vertegenwoordigt het een wezenlijk en onontbeerlijk
390 III, 1,52 | Evangelie van het leven is zowel een grote gave van God als een
391 III, 1,52 | een grote gave van God als een verplichtende taak voor
392 III, 1,52 | gewaardeerd te worden, met een diep verantwoordelijkheidsgevoel.
393 III, 1,52 | koestert. Zo wordt de gave een gebod en het gebod is zelf
394 III, 1,52 | gebod en het gebod is zelf een gave. ~De Schepper wil dat
395 III, 1,52 | getekend is (...) De mens is een koning. Geschapen om de
396 III, 1,52 | te oefenen, ontving hij een gelijkenis met de Koning
397 III, 1,52 | gaat het echter niet om een absolute, maar om een dienende:
398 III, 1,52 | om een absolute, maar om een dienende: het is een werkelijke
399 III, 1,52 | om een dienende: het is een werkelijke afspiegeling
400 III, 1,52 | gehoorzaamheid aan Gods heilige wet: een vrije en blijde gehoorzaamheid (
401 III, 1,52 | voorschriften van de Heer een genadegave zijn, die aan
402 III, 1,52 | de mens toevertrouwd als een schat die hij niet mag vergooien,
403 III, 1,52 | niet mag vergooien, als een talent dat goed gebruikt
404 III, 2,53 | en het blijft altijd in een bijzondere relatie met zijn
405 III, 2,53 | opeisen om rechtstreeks een onschuldig menselijk wezen
406 III, 2,53 | niet doden”in feite als een goddelijk gebod (Ex 20,13;
407 III, 2,53 | menselijk leven krijgt zo een heilig en onaantastbaar
408 III, 2,53 | Juist daarom wordt God een strenge rechter van iedere
409 III, 2,53 | wereld (vgl.W 2,24). Hij die “een moordenaar van den beginne”
410 III, 2,53 | den beginne”is, is ook “een leugenaar en vader van de
411 III, 2,54 | Gij zult niet doden”bezit een uitgesproken, sterk negatieve
412 III, 2,54 | Maar impliciet moedigt het een positieve houding aan van
413 III, 2,54 | voortgang langs de weg van een liefde die geeft, ontvangt
414 III, 2,54 | en met enige tegenspraak, een toenemende rijpheid gekend
415 III, 2,54 | Gij zult niet doden”als een onmisbare voorwaarde om
416 III, 2,54 | van de apostel Johannes een categorische klank: “Wie
417 III, 2,54 | Wie zijn broeder haat is een moordenaar, en u weet dat
418 III, 2,54 | herhaald: “Er zijn twee wegen, een weg van het leven en een
419 III, 2,54 | een weg van het leven en een weg van de dood; er is een
420 III, 2,54 | een weg van de dood; er is een groot verschil tussen hen (...)
421 III, 2,54 | niet doden (...), gij zult een kind niet afdrijven noch
422 III, 2,54 | afvalligheid en echtbreuk - en een bijzonder zware en lange
423 III, 2,54 | verbazen: het doden van een mens, in wie Gods beeld
424 III, 2,54 | Gods beeld aanwezig is, is een bijzonder ernstige zonde.
425 III, 2,54 | christelijk denken gezocht naar een vollediger en dieper begrip
426 III, 2,54 | voorgesteld, in de vorm van een echte tegenspraak verschijnen.
427 III, 2,54 | te hebben, de basis van een werkelijk recht op zelfverdediging.
428 III, 2,54 | zichzelf, alleen uit kracht van een heldhaftige liefde die de
429 III, 2,54 | verdiept en omvormt tot een radicale zelfopoffering,
430 III, 2,54 | zelfverdediging (...) niet alleen een recht zijn, maar [ze] wordt
431 III, 2,54 | zijn, maar [ze] wordt zelfs een ernstige plicht voor degene
432 III, 2,55 | de maatschappij toenemend een tendens waarneembaar is,
433 III, 2,55 | tendens waarneembaar is, die een zeer beperkte toepassing
434 III, 2,55 | beperkte toepassing of zelfs een volledige afschaffing ervan
435 III, 2,55 | men zien in het geheel van een strafrecht dat steeds meer
436 III, 2,55 | eerste doel van de straf die een samenleving oplegt is “de
437 III, 2,55 | verhelpen door de schuldige een gepaste straf op te leggen
438 III, 2,56 | mensenleven is inderdaad een in de Heilige Schrift uitdrukkelijk
439 III, 2,56 | behandelde de materie krachtig in een korte, maar markante passage 50. ~
440 III, 2,56 | en vrijwillige doden van een onschuldig menselijk wezen
441 III, 2,56 | onschuldig menselijk wezen altijd een ernstig zedelijk vergrijp
442 III, 2,56 | De bewuste beslissing om een onschuldige mens van het
443 III, 2,56 | zichzelf noch als middel tot een goed doel. Het is inderdaad
444 III, 2,56 | goed doel. Het is inderdaad een ernstige daad van ongehoorzaamheid
445 III, 2,56 | enigerlei wijze toestaan dat een onschuldig menselijk wezen
446 III, 2,56 | wordt gedood, of het nu een foetus is of een embryo,
447 III, 2,56 | het nu een foetus is of een embryo, een kind of een
448 III, 2,56 | foetus is of een embryo, een kind of een volwassene,
449 III, 2,56 | een embryo, een kind of een volwassene, een bejaarde,
450 III, 2,56 | kind of een volwassene, een bejaarde, ongeneeslijk zieke
451 III, 2,56 | handeling voor zichzelf of voor een ander, die aan zijn verantwoordelijkheid
452 III, 2,56 | erkennen en eerbiedigen als een persoon en niet als een
453 III, 2,56 | een persoon en niet als een gebruiksvoorwerp. Voor de
454 III, 2,56 | doden van het leven van een onschuldig menselijk wezen
455 III, 3,57 | kunnen worden begaan heeft een abortus provocatus kenmerken
456 III, 3,57 | samen met kinderdoding, als een “afschuwelijke misdaad”54. ~
457 III, 3,57 | zelfs in de wet zelf is een sprekend teken van een uiterst
458 III, 3,57 | is een sprekend teken van een uiterst gevaarlijke crisis
459 III, 3,57 | geval van abortus is er een wijdverbreid gebruik van
460 III, 3,57 | taalkundig verschijnsel zelf een symptoom van een ongemakkelijk
461 III, 3,57 | verschijnsel zelf een symptoom van een ongemakkelijk geweten. Maar
462 III, 3,57 | ook wordt uitgevoerd, van een menselijk wezen in de beginfase
463 III, 3,57 | hem kenmerken. Hier wordt een menselijk wezen gedood,
464 III, 3,57 | ooit kunnen beschouwen als een agressor, veel minder nog
465 III, 3,57 | agressor, veel minder nog als een onrechtvaardige agressor!
466 III, 3,57 | schreien en van de tranen van een pasgeboren baby vormt. Het
467 III, 3,57 | Zeker, de beslissing om een abortus te ondergaan is
468 III, 3,57 | haar eigen gezondheid of een fatsoenlijke levensstandaard
469 III, 3,57 | het opzettelijk doden van een onschuldig menselijk wezen
470 III, 3,58 | psychologisch gedwongen voelt om een abortus te ondergaan: zeker
471 III, 3,58 | indirect verplicht hebben om een abortus te ondergaan. Artsen
472 III, 3,58 | abortussen worden uitgevoerd. Een algemene en niet minder
473 III, 3,58 | hen die de verbreiding van een houding van seksuele permissiviteit
474 III, 3,58 | permissiviteit hebben aangemoedigd en een gebrek aan waardering voor
475 III, 3,58 | moederschap en bij hen die een effectieve gezins- en sociale
476 III, 3,58 | toebrengt, en krijgt hij een sterk sociale dimensie.
477 III, 3,58 | sociale dimensie. Het is een zeer ernstige verwonding
478 III, 3,58 | Gezinnen: “We staan voor een reusachtige bedreiging van
479 III, 3,58 | staan voor wat mag heten een “structuur van de zonde”
480 III, 3,58 | conceptie, ten minste tot een bepaald aantal dagen, nog
481 III, 3,58 | beschouwd kan worden als een persoonlijk menselijk leven.
482 III, 3,58 | bevrucht wordt, bevindt zich een leven in staat van begin,
483 III, 3,58 | leven in staat van begin, een leven dat niet van de vader
484 III, 3,58 | van de moeder, maar van een nieuw menselijk wezen, dat
485 III, 3,58 | dit levend wezen zal zijn: een mens, deze individuele mens
486 III, 3,58 | bevruchting is het avontuur van een menselijk leven begonnen,
487 III, 3,58 | als de aanwezigheid van een geestelijke ziel niet bewezen
488 III, 3,58 | naar het menselijk embryo “een kostbare aanwijzing om met
489 III, 3,58 | aanwijzing om met het verstand een persoonlijke aanwezigheid
490 III, 3,58 | menselijk leven: hoe zou een menselijk individu niet
491 III, 3,58 | menselijk individu niet een menselijke persoon kunnen
492 III, 3,58 | staat zo belangrijk dat uit een oogpunt van morele plicht
493 III, 3,58 | waarschijnlijkheid dat het om een menselijk wezen gaat voldoende
494 III, 3,58 | gericht is op het doden van een menselijk embryo. Juist
495 III, 3,58 | worden en behandeld als een persoon vanaf het ogenblik
496 III, 3,59 | naar hem kijkt wanneer hij een nietig vormloos embryo is
497 III, 3,59 | beschrijving van abortus als een bijzonder ernstige zedelijke
498 III, 3,59 | doet er niet toe of men een ziel doodt die reeds geboren
499 III, 3,60 | of alleen als middel tot een doel bedoeld is”66. Johannes
500 III, 3,60 | waar zij bepaalt dat “wie een abortus verricht, bij het
1-500 | 501-880 |