Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | geboren, Christus de Heer”(Lc 2,10-11). Reden voor die “
2 I, 5,27 | barmhartige Samaritaan”(vgl.Lc 10,29-37) en die door zijn
3 II, 3,32 | Blijde Boodschap verkondigd”(Lc 7,22). Met deze woorden
4 II, 3,32 | op te roepen tot berouw”(Lc 5,31-32). ~Maar de mens
5 II, 3,32 | van wie zullen die zijn?”(Lc 12,20). ~
6 II, 3,33 | en vreugdevolle “ja”(vgl.Lc 1,38). Maar er is ook, vanaf
7 II, 3,33 | voor hen in de herberg”(Lc 2,7). In deze tegenstelling
8 II, 3,33 | voor de hele mensheid (vgl.Lc 2,11). ~De tegenstellingen
9 II, 3,33 | handen beveel ik mijn geest”(Lc 23,46), d.w.z. mijn leven.
10 II, 6,41 | duidelijk laat zien (vgl.Lc 10,25-37). Zelfs een vijand
11 II, 6,41 | beminnen (vgl.Mt 5,38-48; Lc 6,27-35), hem “goed te doen”(
12 II, 6,41 | hem “goed te doen”(vgl.Lc 6,27.33.35), en zijn onmiddellijke
13 II, 6,41 | verwachten, te beantwoorden (vgl.Lc 6,34-35). De hoogste graad
14 II, 6,41 | onrechtvaardigen”(Mt 5,44-45; vgl.Lc 6,28.35). ~Zo is het diepste
15 II, 8,45 | mijn schande weg te nemen”(Lc 1,25). Meer nog wordt de
16 II, 9,47 | gebroken harten te helen (vgl.Lc 4,18; Js 61,1). Later, wanneer
17 II, 11,50 | schouwspel”van het Kruis (vgl.Lc 23,48) zullen we aan deze
18 II, 11,50 | tempel scheurde middendoor”(Lc 23,44.45). Dit is het symbool
19 II, 11,50 | voor zijn vervolgers (vgl.Lc 23,34), en antwoordt de
20 II, 11,50 | Mij zijn in het paradijs”(Lc 23,43). Na zijn dood “gingen
21 III, 1,52 | Meester (vgl.Mt 25,14-30; Lc 19,12-27). ~
22 III, 6 | naaste liefhebben als uzelf”(Lc 10,27): “bevorder”het leven.~
23 IV, 1,76 | Blijde Boodschap te brengen”(Lc 4,18). Ze heeft het door
24 IV, 1,77 | worden”: “Ga en doe evenzo!”(Lc 10,37). ~Wij voelen allen
25 IV, 4,85 | iedere mens te maken (vgl. Lc 10,29-37), en daarbij een
26 Slot, 1,101| zwaard worden doorboord”(Lc 2,34-35). De woorden die
27 Slot, 3,103| God is niets onmogelijk”(Lc 30.37). Het hele leven van
|