Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,3 | verwoord van ieder zuiver geweten, mijn stem: “Al wat verder
2 Inl, 2,4 | dat het feit dat zelfs het geweten, a.h.w. verduisterd door
3 I, 2,11 | kan lijden, ofschoon het geweten niet ophoudt het als een
4 I, 4,24 | het hart van het zedelijk geweten vindt de verduistering van
5 I, 4,24 | zaak van het individuele geweten, dat in zijn eigenheid en
6 I, 4,24 | een zaak van het “morele geweten”van de samenleving: die
7 I, 4,24 | leven ingaan. Het morele geweten, zowel individueel als sociaal,
8 I, 4,24 | anderen”(1,32). Wanneer het geweten, dit lichtende oog van de
9 I, 4,24 | smoren, die weerklinkt in het geweten van iedere mens afzonderlijk.
10 I, 4,24 | intieme heiligdom van het geweten beginnen. ~
11 II, 1,29 | heeft weerklonken in ieder geweten “vanaf het begin”, vanaf
12 II, 6,40 | geschreven staat, in zijn geweten. De vraag “Wat heb je gedaan?”(
13 II, 6,40 | in de diepten van zijn geweten wordt de mens altijd herinnerd
14 III, 3,57| Maar tegenwoordig is in het geweten van velen het besef van
15 III, 3,57| symptoom van een ongemakkelijk geweten. Maar geen woord heeft de
16 III, 4,63| onvermijdelijk aandient, kan men in geweten “aan de behandelingswijze
17 III, 5,67| het terrein van het eigen geweten duidelijk moeten scheiden
18 III, 5,67| van het eigen zedelijke geweten, tenminste op het gebied
19 III, 5,69| de plaats innemen van het geweten of normen voorschrijven
20 III, 5,69| op het respect voor het geweten van de anderen, omdat de
21 III, 5,69| misbruiken die in naam van het geweten en onder voorwendsel van
22 III, 5,70| bindende kracht hebben in het geweten(...); inderdaad, het aannemen
23 III, 5,71| geen verplichting voor het geweten in, maar wekken veeleer
24 III, 5,72| ernstige verplichting van hun geweten, niet aan die praktijken
25 IV, 4,88 | tegenover zijn of haar eigen geweten en tegenover de hele samenleving
26 IV, 4,88 | moet doen voelen in ieder geweten, politieke leiders ertoe
27 IV, 7,99 | ze op in elk menselijke geweten dat de waarheid zoekt en
|