Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,7 | Gn 3,1&4-5) en vanwege de zonde van de voorouders (vgl.Gn
2 I, 1,7 | goede niet, dan loert de zonde als belager aan uw deur,
3 I, 1,8 | verderflijke macht van de zonde die, als een wild dier,
4 I, 1,8 | blijft vrij tegenover de zonde. Hij kan en moet die beheersen: “
5 I, 1,9 | op het moment waarop de zonde was binnengeslopen, een
6 I, 2,12 | een reële structuur van de zonde, gekenmerkt door de opkomst
7 I, 3,20 | voorwaar, Ik zeg u: ieder die zonde bedrijft is slaaf van de
8 I, 3,20 | bedrijft is slaaf van de zonde”(Joh 8,34). ~
9 I, 4,21 | ervan overtuigd dat zijn zonde niet vergeven zal worden
10 I, 4,21 | voor God dat de mens zijn zonde kan toegeven er de volle
11 I, 4,21 | tegen U, U alleen was mijn zonde; Gij doorziet het kwaad
12 I, 4,24 | ze echte “structuren van zonde”schept en in stand houdt,
13 I, 5,25 | tegenwoordige overwinning op de zonde teken is en voorsmaak van
14 II, 1,29 | bevrijden uit de duisternis van zonde en dood en ons op te wekken
15 II, 3,32 | is door het kwaad van de zonde, kunnen in een ontmoeting
16 II, 4,36 | door de verschijning van de zonde in de geschiedenis. Door
17 II, 4,36 | de geschiedenis. Door de zonde rebelleert de mens tegen
18 II, 6,39 | dood die voortkomen uit de zonde, bestrijdt: “God heeft de
19 II, 10,49 | een offer maakt voor de zonde, zal hij nakomelingen zien
20 III, 2,53| door de verspreiding van zonde en geweld (vgl.Gn 9,5-6). ~
21 III, 2,53| hem naar zijn doelen van zonde en dood, gepresenteerd als
22 III, 2,54| is een bijzonder ernstige zonde. Alleen God is de Heer van
23 III, 3,58| heten een “structuur van de zonde”gericht tegen het nog niet
24 III, 3,60| zwaarte van een bepaalde zonde en om dan echte bekering
25 III, 4,65| de dood, “het loon van de zonde”(Rom 6,23), en die hem de
26 IV, 2,78 | en het “oude”dat van de zonde komt en tot de dood leidt 104,
|