Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,8 | iedere mens heeft jegens de ander, te dragen. Onwillekeurig
2 I, 2,16 | 16. Een ander actueel verschijnsel, vaak
3 I, 3,19 | van het recht”. ~Op een ander vlak liggen de wortels van
4 I, 3,20 | afwijzing van elkaar. Ieder ander wordt beschouwd als vijand
5 I, 3,20 | zichzelf onafhankelijk van de ander laten gelden en neigt er
6 I, 4,23 | en het ontvangen van de ander, in heel de rijkdom van
7 I, 4,23 | in heel de rijkdom van de ander als een persoon, wordt zij
8 I, 4,23 | volledige aanvaarding van de ander beduidt en daarom een openheid
9 I, 4,23 | functionaliteit en nut: de ander wordt gewaardeerd, niet
10 I, 5,25 | leven. Het bloed van ieder ander menselijk wezen dat is gedood
11 II, 4,35 | menselijk bestaan. In de ander, man of vrouw, is een weerspiegeling
12 III, 2,54 | niet doden (...) en ieder ander gebod in deze zin worden
13 III, 2,56 | voor zichzelf of voor een ander, die aan zijn verantwoordelijkheid
14 III, 4,64 | Instemmen met het plan van een ander om zelfmoord te plegen en
15 III, 4,64 | verrassende actualiteit - een ander te doden: zelfs als hij
16 III, 5,67 | beslissingsvrijheid van de ander vereist, dat eenieder zijn
17 III, 5,68 | waaraan zij, zoals ieder ander menselijk gedrag, onderworpen
18 III, 5,72 | voor de vrijheid van de ander, noch door te steunen op
19 III, 6,74 | zelfgave en opname van de ander, het leven van iedere mens
20 III, 6,74 | en het ontvangen van de ander te beleven. ~
21 IV, 3,82 | Leven vieren, waaruit ieder ander leven voortkomt. Hiervan
22 IV, 3,82 | goddelijk Leven, dat boven ieder ander leven uitgaat, geeft en
23 IV, 3,84 | zelfgave en liefde voor de ander. Op deze wijze zullen onze
24 IV, 4,85 | kenmerken: wij moeten voor de ander zorgen als voor een persoon
25 IV, 6,97 | ontvangt en draagt in zich een ander menselijk wezen, stelt het
26 Slot, 2,102| 12,1) vergezeld door “een ander teken dat aan de hemel verscheen”: “
|