Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
leren 7
leugen 4
leugenaar 1
leven 785
levend 14
levende 16
levenden 5
Frequency    [«  »]
1854 en
1008 in
880 een
785 leven
760 die
718 zijn
690 te
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

leven

1-500 | 501-785

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | 1. HET EVANGELIE VAN HET LEVEN staat in het hart van de 2 Inl, 0,1 | ben gekomen opdat zij het leven hebben, leven in overvloed”( 3 Inl, 0,1 | opdat zij het leven hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10). 4 Inl, 0,1 | datnieuweeneeuwigeleven dat bestaat in de gemeenschap 5 Inl, 0,1 | Geest. Maar juist in datlevenkrijgen alle aspecten en 6 Inl, 0,1 | alle ogenblikken van het leven van de mens hun volle betekenis. ~ 7 Inl, 1,2 | uitgenodigd tot een volheid van leven die de dimensies van zijn 8 Inl, 1,2 | bestaat in de deelname aan het leven van God zelf. ~De verhevenheid 9 Inl, 1,2 | kostbaarheid van het menselijk leven zichtbaar, ook in zijn tijdelijk-aardse 10 Inl, 1,2 | tijdelijk-aardse fase. Want het leven in de tijd is de basisvoorwaarde, 11 Inl, 1,2 | de gave van het goddelijk leven, dat zijn volle vervulling 12 Inl, 1,2 | betrekkelijkheid van het aardse leven van man en vrouw. Het is 13 Inl, 1,2 | dat dit Evangelie van het leven, dat haar door de Heer werd 14 Inl, 1,2 | waarde van het menselijk leven vanaf het eerste begin tot 15 Inl, 1,2(1) | uitdrukkingEvangelie van het levenvindt men niet als zodanig 16 Inl, 1,2 | en het Evangelie van het leven zijn één ondeelbare Blijde 17 Inl, 2 | bedreigingen van het menselijk leven~ 18 Inl, 2,3 | de waardigheid en van het leven van de mens wel een reactie 19 Inl, 2,3 | om het Evangelie van het leven te verkondigen in de hele 20 Inl, 2,3 | de bedreigingen van het leven van mensen en volken, vooral 21 Inl, 2,3 | aanslagen tegen het menselijk leven aangeklagd. Dertig jaar 22 Inl, 2,3 | Al wat verder tegen het leven zelf ingaat, zoals alle 23 Inl, 2,4 | de misdrijven tegen het leven een ongehoord en zo mogelijk 24 Inl, 2,4 | sommige misdrijven tegen het leven in naam van de rechten van 25 Inl, 2,4 | verandering in de wijze waarop het leven en de intermenselijke betrekkingen 26 Inl, 2,4 | dergelijke praktijken tegen het leven niet te straffen of ze zelfs 27 Inl, 2,4 | zorg voor het menselijk leven, leent zich er op enkele 28 Inl, 2,4 | waarde van het menselijk leven. ~ 29 Inl, 3,5 | bedreigingen van het menselijk leven in onze tijd was het Buitengewoon 30 Inl, 3,5 | waarde van het menselijk leven en zijn onaantastbaarheid 31 Inl, 3,5 | t. het Evangelie van het leven. ~In dezelfde brief heb 32 Inl, 3,5 | fundamentele recht op het leven, de plicht om met onvermindere 33 Inl, 3,5(6) | Het Evangelie van het leven”(19 mei 1991): Insegnamenti 34 Inl, 3,5 | Het fundamentele recht op leven wordt vandaag bij een grote 35 Inl, 3,5 | waarde van het menselijk leven en van zijn onschendbaarheid, 36 Inl, 3,5 | verdedig, bemin en dien het leven, ieder menselijk leven! 37 Inl, 3,5 | het leven, ieder menselijk leven! Alleen op die weg zul je 38 Inl, 3,6 | ik het Evangelie van het leven heroverwegen en verkondigen, 39 Inl, 3,6 | blijft alsheiligdom van het leven9. ~Aan alle leden van de 40 Inl, 3,6 | van de Kerk, volk van het leven en voor het leven, richt 41 Inl, 3,6 | van het leven en voor het leven, richt ik een zeer dringende 42 Inl, 3,6 | cultuur van het menselijk leven doorbreekt voor de opbouw 43 I | bedreigingen van het menselijk leven~ 44 I, 1 | van het geweld tegen het leven.~ 45 I, 1,7 | de ondergang van hen die leven, maar alles heeft Hij voor 46 I, 1,7 | voor een onvergankelijk leven; en Hij heeft hem gemaakt 47 I, 1,7 | Het Evangelie van het leven, dat in het begin opklonk 48 I, 1,7 | voor een vol en volmaakt leven (vgl.Gn 2,7;W 9,2-3), wordt 49 I, 1,8 | de bedreigingen van het leven opkomen in de relatie tussen 50 I, 1,9 | het bloed de zetel van het leven, ja zelfs: “het bloed is 51 I, 1,9 | zelfs: “het bloed is het leven”(Dt 12,23) en het leven, 52 I, 1,9 | leven”(Dt 12,23) en het leven, in het bijzonder dat van 53 I, 1,9 | staat wie een mens naar het leven staat, in zekere zin God 54 I, 1,9 | zekere zin God zelf naar het leven. ~Kaïn wordt vervloekt door 55 I, 2 | verduistering van de waarde van het leven~ 56 I, 2,10 | van de aanslagen op het leven waarmee de geschiedenis 57 I, 2,10 | dat zich richt tegen het leven van miljoenen menselijke 58 I, 2,10 | grote risicos voor het leven in zich dragen? Het is onmogelijk 59 I, 2,10 | bedreigingen van het menselijk leven, zo talrijk zijn de vormen, 60 I, 2,11 | categorie van aanvallen, die het leven in zijn vroegste en laatste 61 I, 2,11 | aanvallen treffen het menselijk leven in uiterst bedenkelijke 62 I, 2,11 | is omheiligdom van het levente zijn. ~Hoe heeft een 63 I, 2,11 | vrouwen, van de keuze om het leven te verdedigen en te bevorderen 64 I, 2,11 | dele, dat de waarde van het leven vandaag aan een soortverduistering” 65 I, 2,11 | bepaalde misdaden tegen het leven in zijn vroege of laatste 66 I, 2,11 | spel staat het recht op leven is van een concrete menselijke 67 I, 2,12 | machtigen tegen de zwakken: een leven dat meer aanvaarding, liefde 68 I, 2,12 | samenzwering tegen het leven”ontketend. Deze samenzwering 69 I, 2,13 | eenvoudiger en doelmatiger, het leven doden en die tegelijkertijd 70 I, 2,13 | versterken wanneer een ongewenst leven ontvangen wordt. De pro-abortus-cultuur 71 I, 2,13 | huwelijksliefde, terwijl de tweede het leven van een menselijk wezen 72 I, 2,13 | voor zelfontplooiing. Het leven dat zou kunnen vortkomen 73 I, 2,13 | de ontwikkeling van het leven van het nieuwe menselijk 74 I, 2,14 | ten dienste staan van het leven en die regelmatig gebruikt 75 I, 2,14 | nieuwe bedreigingen van het leven. Afgezien van hun morele 76 I, 2,14 | in feite het menselijk leven terugbrengt tot het niveau 77 I, 2,14 | therapeutisch ingrijpen”- die het leven alleen aanvaardt onder bepaalde 78 I, 2,14(14) | respect voor het menselijk leven bij zijn oorsprong en over 79 I, 2,15 | brengt te denken dat zij leven en dood kunnen controleren 80 I, 2,16 | van en aanvallen op het leven te rechtvaardigen, is de 81 I, 2,16 | methoden en aanvallen tegen het leven ook aan te wenden in situaties 82 I, 2,16 | het onaantastbare recht op leven van iedere persoon, er de 83 I, 2,17 | waar de aanvallen op het leven losbreken maar ook aan hun 84 I, 2,17 | de bedreigingen van het leven niet minder geworden. Ze 85 I, 2,17 | massieve aanvallen op het leven, een eindeloze serie oorlogen 86 I, 2,17 | van onschuldig menselijk leven. 15 Valse profeten en valse 87 I, 2,17 | samenzwering tegen het leven”, waarbij zelfs internationale 88 I, 2,17 | zonder voorbehoud vóór het leven is, afschildert als vijand 89 I, 3,18 | Beslissingen die tegen het leven ingaan komen soms voort 90 I, 3,18 | bovengenoemde misdaden tegen het leven te zien als legitieme uitdrukkingen 91 I, 3,18 | afgekondigd en de waarde van het leven publiekelijk bevestigd, 92 I, 3,18 | bevestigd, wordt het recht op leven ontkend of vertrapt, vooral 93 I, 3,18 | aanvallen op het menselijk leven? Hoe kunnen we deze verklaringen 94 I, 3,18 | tegen het respect voor het leven en ze zijn een directe bedreiging 95 I, 3,18 | en verergeren, waarin het leven van hele volken wordt neergehaald 96 I, 3,19 | betrekkingen en in het sociale leven. Maar dit is het exacte 97 I, 3,19 | uit de weg ruimen van het leven dat nog niet geboren is 98 I, 3,19 | persoonlijke en sociale leven, dan neemt de persoon tenslotte 99 I, 3,20 | ernstige misvorming van het leven in de maatschappij. Als 100 I, 3,20 | is, zoek, en het sociale leven waagt zich in het drijfzand 101 I, 3,20 | grondrechten, het recht op leven. ~Dit gebeurt dan ook inderdaad 102 I, 3,20 | onvervreemdbare recht op leven wordt ter discussie gesteld 103 I, 3,20 | waar allen samen kunnen leven op basis van beginselen 104 I, 3,20 | om te beschikken over het leven van de zwaksten en meest 105 I, 3,20(16) | Studieconferentie overHet recht op leven en Europa”(18 december 1987): 106 I, 4,21 | tussen decultuur van het levenen decultuur van de dood” 107 I, 4,21 | zijn waardigheid en zijn leven; op haar beurt verwekt de 108 I, 4,21 | respect voor het menselijk leven en zijn waardigheid, een 109 I, 4,22 | mens”. Hij beschouwt het leven niet langer als een schitterende 110 I, 4,22 | zorg enverering”. Het leven zelf wordt louter eending” 111 I, 4,22 | Zo is de mens, m.b.t. het leven bij de geboorte of bij de 112 I, 4,22 | een plan van God met het leven, dat gerespecteerd moet 113 I, 4,22 | zijn vrijheid. ~Door te levenalsof God niet bestond” 114 I, 4,23 | zogenaamdekwaliteit van levenwordt allereerst of uitsluitend 115 I, 4,23 | verdwijnt, dan schijnt het leven alle betekenis te hebben 116 I, 4,23 | voor de rijkdom van het leven die het kind vertegenwoordigt. ~ 117 I, 4,24 | dodelijke gevolgen voor het leven, plaats. Het is bovenal 118 I, 4,24 | tegengesteld is aan het leven duldt of koestert, maar 119 I, 4,24 | stand houdt, die tegen het leven ingaan. Het morele geweten, 120 I, 4,24 | het fundamentele recht op leven. Een groot deel van de huidige 121 I, 4,24 | dienst aan het menselijk leven kan altijd juist vanuit 122 I, 5,25 | Bron en Verdediger van het leven. Het bloed van ieder ander 123 I, 5,25 | verkondigde om zijn eigen leven te delen met de mensen door 124 I, 5,25 | verlossing en de gave van nieuw leven. ~Het bloed van Christus, 125 I, 5,25 | onschatbaar de waarde van zijn leven. De apostel Petrus herinnert 126 I, 5,25 | verloren zou gaan, maar eeuwig leven zou hebben”(vgl.Joh 3,16)!”20. ~ 127 I, 5,25 | wordt als de gave van het leven, is het bloed van Jezus 128 I, 5,25 | verbondenheid die rijkdom van leven is voor allen. Wie in het 129 I, 5,25 | in de dynamiek van zijn leven en zijn gave van het leven, 130 I, 5,25 | leven en zijn gave van het leven, om de oorspronkelijke roeping 131 I, 5,25 | zich in te spannen voor het leven. Precies dit bloed is de 132 I, 5,25 | in het plan van God het leven de overwinning zal behalen. “ 133 I, 5,26 | de bedreigingen van het leven niet vergezeld ging van 134 I, 5,26 | dagelijkse dienst aan het leven, bereid zijn om verlaten 135 I, 5,26 | centra voor hulp aan het leven of vergelijkbare instellingen, 136 I, 5,26 | en de betekenis van het leven opnieuw te ontdekken. ~Dankzij 137 I, 5,26 | grotere eerbied voor het leven! ~ 138 I, 5,27 | voor de verdediging van het leven ontstaan. Wanneer zulke 139 I, 5,27 | besef van de waarde van het leven: ze roepen op tot een vastbeslotener 140 I, 5,27 | of gemeenschappen die het leven verdedigen. De Kerk, die 141 I, 5,27 | vormen, wijdden en wijden hun leven toe aan God, door het te 142 I, 5,27 | God, door het te geven uit leven voor hun naaste, vooral 143 I, 5,27 | beschaving van liefde en leven”, waarzonder het leven van 144 I, 5,27 | en leven”, waarzonder het leven van enkelingen en van de 145 I, 5,27 | voor de kwaliteit van het leven en voor de ecologie, vooral 146 I, 5,27 | bezinning op kwesties die het leven raken: de opkomst en steeds 147 I, 5,27 | problemen, die het menselijk leven betreffen. ~ 148 I, 5,28 | tussen kwaad en goed, dood en leven, decultuur van de dood” 149 I, 5,28 | dooden decultuur van het leven”. ~Wij bevinden ons niet 150 I, 5,28 | onvoorwaardelijke keuze voor het leven. ~Ook voor ons klinkt de 151 I, 5,28 | duidelijk: “Zie, ik houd u leven en geluk voor, maar ook 152 I, 5,28 | dood en het ongeluk(...); leven en dood houd ik u voor, 153 I, 5,28 | vervloeking; kies daarom het leven, dan zult gij met uw nakomelingen 154 I, 5,28 | met uw nakomelingen het leven bezitten”(Dt 30,15.19). 155 I, 5,28 | tussen decultuur van het levenen decultuur van de dood”. 156 I, 5,28 | oriëntatie te geven en te leven in trouw aan en overeenstemming 157 I, 5,28 | bepalingen, dan zult gij leven(...); kies daarom het leven, 158 I, 5,28 | leven(...); kies daarom het leven, dan zult gij met uw nakomelingen 159 I, 5,28 | met uw nakomelingen het leven bezitten, door de Heer uw 160 I, 5,28 | want dat betekent voor u leven en lengte van dagen”(30, 161 I, 5,28 | onvoorwaardelijke keuze voor het leven bereikt haar volle godsdienstige 162 I, 5,28 | conflict tussen dood en leven, waarin we verwikkeld zijn, 163 I, 5,28 | ons woonde “opdat zij het leven mogen hebben, leven in overvloed”( 164 I, 5,28 | het leven mogen hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10): 165 I, 5,28 | om het Evangelie van het leven te verkondigen, te vieren 166 II | Ik ben gekomen opdat zij leven zouden hebben~De christelijke 167 II | boodschap betreffende het leven~ 168 II, 1 | Het leven heeft zich geopenbaard, 169 II, 1 | Christus, “het Woord van leven”~ 170 II, 1,29 | ernstige bedreigingen van het leven die de moderne wereld kent, 171 II, 1,29 | Het Evangelie van het leven is niet enkel een overweging, 172 II, 1,29 | ook, over het menselijk leven; evenmin is het louter een 173 II, 1,29 | toekomst. Het Evangelie van het leven is een concrete en personele 174 II, 1,29 | Weg, de Waarheid en het Leven”(Joh 14,6). Op deze wijze 175 II, 1,29 | ben de Verrijzenis en het Leven; wie in Mij gelooft, zal 176 II, 1,29 | wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; 177 II, 1,29 | van alle eeuwigheid het leven ontvangt van de Vader (vgl. 178 II, 1,29 | ben gekomen opdat zij het leven zouden hebben, leven in 179 II, 1,29 | het leven zouden hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10). ~ 180 II, 1,29 | waarde van het menselijk leven; uit dezebronontvangt 181 II, 1,29 | bevorderen van het menselijk leven te aanvaarden en helemaal 182 II, 1,29 | wordt het Evangelie van het leven definitief verkondigd en 183 II, 1,29 | te wekken tot het eeuwige leven22. ~ 184 II, 1,30 | over het Evangelie van het leven. De diepste en oorspronkelijke 185 II, 1,30 | zegt over het menselijk leven werd door de apostel Johannes 186 II, 1,30 | wij, over het Woord dat leven is. Want het leven is verschenen, 187 II, 1,30 | Woord dat leven is. Want het leven is verschenen, het eeuwige 188 II, 1,30 | verschenen, het eeuwige leven dat bij de Vader was, heeft 189 II, 1,30 | In Jezus, hetWoord van leven”, wordt Gods eeuwige leven 190 II, 1,30 | leven”, wordt Gods eeuwige leven dus verkondigd en meegedeeld. 191 II, 1,30 | lichamelijke en geestelijke leven ook in zijn aardse fase 192 II, 1,30 | betekenis, want Gods eeuwige leven is in feite het doel waarheen 193 II, 1,30 | sluit het Evangelie van het leven alles in dat de menselijke 194 II, 1,30 | vertellen over de waarde van het leven, door het te aanvaarden, 195 II, 2 | geworden”(Ex 15,2): het leven is altijd een goed~ 196 II, 2,31 | evangelieboodschap over het leven werd voorbereid in het Oude 197 II, 2,31 | de kostbaarheid van zijn leven in de ogen van God. Toen 198 II, 2,31 | willekeur. Integendeel, Israëls leven is het voorwerp van Gods 199 II, 2,31 | en van de waarde van het leven zelf. Deze overweging wordt 200 II, 2,31 | onbestendigheid van het leven en van het besef van de 201 II, 2,31 | hem die in ellende is, en leven aan wie bitter zijn in de 202 II, 2,31 | de kiem van onsterfelijk leven die door de Schepper in 203 II, 2,31 | deelname aan zijn eeuwige leven. ~ 204 II, 3 | Jezus de betekenis van het leven tot vervulling~ 205 II, 3,32 | weten zeker dat ook hun leven een gave is, waarover zorgvuldig 206 II, 3,32 | daden geopenbaard dat hun leven grote waarde heeft en dat 207 II, 3,32 | armoede van het menselijk leven weerklinkt. Petrus genas 208 II, 3,32 | Jezus, “de Leidsman ten leven”(Hnd 3,15) herwint het leven 209 II, 3,32 | leven”(Hnd 3,15) herwint het leven dat verlaten ligt en om 210 II, 3,32 | de ware betekenis van het leven van elke mens in zijn zedelijke 211 II, 3,32 | zij die erkennen dat hun leven getekend is door het kwaad 212 II, 3,32 | parabel, denkt dat hij zijn leven zeker kan stellen door het 213 II, 3,32 | zichzelf voor de gek. Het leven ontglipt hem, en hij zal 214 II, 3,33 | 33. In Jezus eigen leven vinden we van het begin 215 II, 3,33 | onzekerheid van het menselijk leven en de bevestiging van zijn 216 II, 3,33 | bevestiging van zijn waarde. Jezusleven wordt getekend door onzekerheid, 217 II, 3,33 | van het mysterie van dit leven dat in de wereld komt: “ 218 II, 3,33 | kribbe in Bethlehem: dit leven dat is geboren, betekent 219 II, 3,33 | tegenstellingen en risicos van het leven werden door Jezus volledig 220 II, 3,33 | omstandigheden van het menselijk leven (vgl.Fil 2,6-7). Jezus beleefde 221 II, 3,33 | beleefde deze armoede zijn leven lang, tot aan het hoogtepunt 222 II, 3,33 | schittering en waarde van het leven, omdat zijn zelfgave aan 223 II, 3,33 | de bron wordt van nieuw leven voor alle mensen (vgl.Joh 224 II, 3,33 | in het verlies van zijn leven wordt Jezus geleid door 225 II, 3,33 | door de zekerheid dat zijn leven in handen is van de Vader. 226 II, 3,33 | Lc 23,46), d.w.z. mijn leven. Waarlijk groot moet de 227 II, 3,33 | waarde van het menselijk leven zijn als de Zoon van God 228 II, 4,34 | 34. Het leven is altijd een goed. Dit 229 II, 4,34 | begrijpen. ~Waarom is het leven een goed? Deze vraag vindt 230 II, 4,34 | verbazingwekkend antwoord. Het leven dat God aan de mens geeft 231 II, 4,34 | geheel verschillend van het leven van alle andere levende 232 II, 4,34 | gelijkenis”(Gn 1,26). Het leven dat God de mens aanbiedt 233 II, 4,34 | kennen en te beminnen24. Het leven dat God de mens geeft is 234 II, 4,34 | streven naar de volheid van leven; het is de kiem van een 235 II, 4,35 | wordt geblazen opdat hij tot leven komt: “De Heer God vormde 236 II, 4,35 | de onvoldaanheid die het leven van de mens in Eden tekent 237 II, 4,36 | mensen aangetast. ~In het leven van de mens licht Gods beeld 238 II, 4,36 | Vader. ~Het plan van het leven dat aan de eerste Adam werd 239 II, 4,36 | plan voor het menselijk leven had vernield en verduisterd 240 II, 4,36 | ontvangen de volheid van leven: het goddelijke beeld wordt 241 II, 5 | de gave van het eeuwig leven~ 242 II, 5,37 | 37. Het leven dat de Zoon van God aan 243 II, 5,37 | bestaan in de tijd. Het leven dat altijdin Hemwas, 244 II, 5,37 | verwijst Jezus naar dit leven dat Hij kwam brengen eenvoudig 245 II, 5,37 | eenvoudig als naarhet leven”; en Hij presenteert het 246 II, 5,37 | niet zien”(Joh 3,3). Dit leven te geven is het ware doel 247 II, 5,37 | neerdaalt van de hemel en leven geeft aan de wereld”(Joh 248 II, 5,37 | zal het licht van het leven hebben”(Joh 8,12). ~Op andere 249 II, 5,37 | spreekt Jezus vaneeuwig leven”: hier doet het bijvoeglijk 250 II, 5,37 | verder dan de tijd reikt. Het leven dat Jezus belooft en geeft 251 II, 5,37 | volle deelname is aan het leven van deEeuwige”. Alwie 252 II, 5,37 | met Hem komt, heeft eeuwig leven (vgl.Joh 3,15; 6,40), omdat 253 II, 5,37 | bestaan de volheid van het leven openbaren en meedelen; dit 254 II, 5,37 | zijn dewoorden van eeuwig levendie Petrus erkent in zijn 255 II, 5,37 | hebt woorden van eeuwig leven”; wij hebben geloofd en 256 II, 5,37 | Jezus zelf waar het eeuwige leven in bestaat: “Dit is het 257 II, 5,37 | bestaat: “Dit is het eeuwige leven: dat zij U kennen, de enige 258 II, 5,37 | Heilige Geest in zijn eigen leven, dat nu reeds openstaat 259 II, 5,37 | openstaat naar het eeuwig leven omdat het deelt in het leven 260 II, 5,37 | leven omdat het deelt in het leven van God. ~ 261 II, 5,38 | 38. Het eeuwig leven is daarom het leven van 262 II, 5,38 | eeuwig leven is daarom het leven van God zelf en tegelijk 263 II, 5,38 | God zelf en tegelijk het leven van de kinderen van God. 264 II, 5,38 | christelijke waarheid omtrent het leven het hoogtepunt. De waardigheid 265 II, 5,38 | De waardigheid van dit leven wordt niet alleen verbonden 266 II, 5,38 | levende mens”, maarhet leven van de mens bestaat in het 267 II, 5,38 | voort voor het menselijk leven in zijn aardse staat, waarin 268 II, 5,38 | waarin trouwens het eeuwig leven reeds ontkiemt en begint 269 II, 5,38 | instinctief houdt van het leven, omdat het een goed is, 270 II, 5,38 | menselijk wezen heeft voor het leven, niet zo maar herleid worden 271 II, 5,38 | vreugdevol besef dat het leven deplaatskan worden waar 272 II, 5,38 | gemeenschap met Hem komen. Het leven dat Jezus geeft vermindert 273 II, 5,38 | ben de verrijzenis en het leven(...); wie leeft en gelooft 274 II, 6 | liefde voor ieder menselijk leven~ 275 II, 6,39 | 39. Het leven van de mens komt van God; 276 II, 6,39 | daarom, de enige Heer van dit leven: de mens kan er niet mee 277 II, 6,39 | mensen onderling, zal ik het leven van de mens terugeisen”( 278 II, 6,39 | hoe de heiligheid van het leven haar basis heeft in God 279 II, 6,39 | zijn beeld”(Gn 9,6). ~Het leven en de dood van de mens zijn 280 II, 6,39 | macht: “In zijn hand is het leven van ieder levend ding en 281 II, 6,39 | brengt ter dood en brengt tot leven, Hij brengt tot diep in 282 II, 6,39 | die zowel de dood als het leven breng”(Dt 32,39). ~Maar 283 II, 6,39 | waar is dat het menselijk leven in de handen is van God, 284 II, 6,39 | alle mogelijkheden van het leven samenbrengt en de krachten 285 II, 6,40 | Uit de heiligheid van het leven ontstaat zijn onschendbaarheid, 286 II, 6,40 | onaantastbaarheid van het leven - zijn eigen leven en dat 287 II, 6,40 | van het leven - zijn eigen leven en dat van anderen - als 288 II, 6,40 | onaantastbaarheid van het menselijk leven weerklinkt in het hart van 289 II, 6,40 | betekenis van de waarde van het leven, ofschoon reeds zeer duidelijk 290 II, 6,40 | onaantastbaarheid van het fysieke leven en de integriteit van de 291 II, 6,41 | moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”, antwoordt 292 II, 6,41 | antwoordt Hij: “Als je het leven wilt binnengaan, onderhoud 293 II, 6,41 | b.t. de eerbied voor het leven: “Gij hebt gehoord dat er 294 II, 6,41 | onaantastbaarheid van het leven. Deze vereisten waren reeds 295 II, 6,41 | bescherming en verdediging van het leven behandelde wanneer dat zwak 296 II, 6,41 | gaan van de zorg voor het leven van zijn broeder (een natuurlijke 297 II, 6,41 | verantwoordelijkheid aanvaardt voor zijn leven, zoals de parabel van de 298 II, 6,41 | Gods gebod om het menselijk leven te beschermen de eis tot 299 II, 6,41 | iedere persoon en voor zijn leven. Dit is de leer die de Apostel 300 II, 7 | verantwoordelijkheid van de mens voor het leven~ 301 II, 7,42 | verdediging en bevordering van het leven, de eerbiediging ervan en 302 II, 7,42 | heeft gesteld, van zijn leven, niet alleen voor het heden 303 II, 7,42 | die het grote goed van het leven eerbiedigt, van ieder leven. 304 II, 7,42 | leven eerbiedigt, van ieder leven. Immers: “de heerschappij 305 II, 7,43 | gegeven is voor het menselijk leven als zodanig. Het is een 306 II, 7,43 | in de schenking van het leven door de voortplanting door 307 II, 7,43 | door de schenking van het leven van ouders aan kind, Gods 308 II, 7,43 | en opent zich een nieuw leven naar de toekomst. ~Maar 309 II, 7,43 | opnemen en dienen van het leven iedereen; en deze taak moet 310 II, 7,43 | vervuld worden voor het leven wanneer het op zijn zwakst 311 II, 8,44 | 44. Het menselijke leven is het meest kwetsbaar wanneer 312 II, 8,44 | tonen, bovenal wanneer het leven ondermijnd wordt door ziekte 313 II, 8,44 | oproepen om het menselijk leven te beschermen vanaf het 314 II, 8,44 | speciaal het nog niet geboren leven, en het leven dat ten einde 315 II, 8,44 | niet geboren leven, en het leven dat ten einde gaat: maar 316 II, 8,44 | maar de mogelijkheid om het leven in deze omstandigheden te 317 II, 8,44 | hier de zekerheid dat het leven dat de ouders doorgeven 318 II, 8,44 | ontvangenis, de vorming van het leven in de moederschoot, de geboorte 319 II, 8,44 | het beginmoment van het leven en het werk van God de Schepper. ~“ 320 II, 8,44 | aan Mij toe”(Jr 1,5): het leven van ieder individu is, vanaf 321 II, 8,44 | goddelijk plan is voor zijn leven: “U hebt mij gevormd en 322 II, 8,44 | ineengezet. U hebt me het leven gegund, en bestendige liefde; 323 II, 8,44 | Gods tussenkomst in het leven van een kind in de moederschoot 324 II, 8,44 | van de ontplooiing van het leven gescheiden zou kunnen worden 325 II, 8,44 | bron en garantie van het leven vanaf de conceptie zelf, 326 II, 8,44 | grondslag van de hoop op nieuw leven na de dood: “Ik weet niet 327 II, 8,45 | erkenning van de waarde van het leven vanaf zijn eerste begin. 328 II, 8,45 | gretige verwachting van het leven klinken door in de woorden 329 II, 9 | ik getroffen”(Ps 116,10): leven in ouderdom en lijden~ 330 II, 9,46 | laatste ogenblikken van het leven zou het anachronistisch 331 II, 9,46 | onvermijdelijke neergang van het leven staan? Hoe moet men handelen 332 II, 9,46 | De gelovige weet dat zijn leven in Gods hand ligt: “Heer, 333 II, 9,46 | Heer, in uw handen is mijn leven”(vgl.Ps 16,5), en hij aanvaardt 334 II, 9,46 | mens is niet baas over het leven, evenmin over de dood. In 335 II, 9,46 | evenmin over de dood. In leven en dood moet hij zich helemaal 336 II, 9,47 | bekommernis met het lichamelijk leven van de mens. Jezus werd, 337 II, 9,47 | 13;16,18). ~Zeker is het leven van het lichaam in zijn 338 II, 9,47 | hem gevraagd wordt zijn leven op te geven voor een groter 339 II, 9,47 | Jezus zegt: “Alwie zijn leven wil redden zal het verliezen; 340 II, 9,47 | verliezen; en alwie zijn leven verliest om Mijnentwil en 341 II, 9,47 | offeren en Hij maakt van zijn leven vrijelijk een offer aan 342 II, 9,47 | zelf met gevaar voor eigen leven (Mc 6,17-29). Stefanus verliest 343 II, 9,47 | Stefanus verliest zijn aardse leven omdat hij trouw getuigt 344 II, 9,47 | willekeur kiezen tussen leven of sterven; de absolute 345 II, 9,47 | Schepper alleen, in wiewij leven en bewegen en bestaan”(Hnd 346 II, 10 | zich aan haar houden zullen leven”(Bar 4,1): van de wet van 347 II, 10,48 | 48. Het leven wordt onuitwisbaar getekend 348 II, 10,48 | is de mens verplicht het leven in deze waarheid te handhaven 349 II, 10,48 | voor en verdediging van het leven garanderen, zijn doorgebroken. ~ 350 II, 10,48 | doorgebroken. ~De waarheid van het leven wordt geopenbaard in Gods 351 II, 10,48 | concreet de koers die het leven moet volgen wil het zijn 352 II, 10,48 | De bescherming van het leven is niet alleen verzekerd 353 II, 10,48 | dient de bescherming van het leven, omdat zij die waarheid 354 II, 10,48 | waarheid openbaart waarin het leven zijn volle betekenis krijgt. ~ 355 II, 10,48 | Ik houd u vandaag het leven en het geluk voor, maar 356 II, 10,48 | en bepalingen, dan zult u leven en talrijk worden en zal 357 II, 10,48 | absoluut onmogelijk dat het leven volkomen geloofwaardig blijft 358 II, 10,48 | dwz: met dewet van het leven”(Sir 17,11). Het goede dat 359 II, 10,48 | komt niet extra bij het leven als een drukkende last, 360 II, 10,48 | aangezien het doel van het leven juist dat goede is, en alleen 361 II, 10,48 | door het te doen kan het leven opgebouwd worden. ~Zo is 362 II, 10,48 | geheel die het menselijk leven volledig beschermt. Dit 363 II, 10,48 | wanneer de anderewoorden van leven”(vgl.Hnd 7,38) waarmee dit 364 II, 10,48 | waardig en rechtschapen te leven. Door de wet van God te 365 II, 10,48 | kunnen wij vruchten van leven en geluk voortbrengen: “ 366 II, 10,48 | zich aan haar houden zullen leven, en die haar verzaken zullen 367 II, 10,49 | blijven aan de wet van het leven die God heeft gegrift in 368 II, 10,49 | vinger naar hen die hen leven minachten en de rechten 369 II, 10,49 | de vergrijpen tegen het leven veroordelen, zijn zij er 370 II, 10,49 | op een nieuw beginsel van leven te wekken, instaat om een 371 II, 10,49 | in het Evangelie van het leven vervat liggen. Dit zal alleen 372 II, 10,49 | echtste betekenis van het leven te waarderen en te bereiken: 373 II, 10,49 | boodschap over de waarde van het leven die tot ons komt door de 374 II, 10,49 | nakomelingen zien en lang leven(...) Na het doorstane lijden 375 II, 10,49 | over de wereld, dat het leven terugbrengt naar zijn wortels 376 II, 10,49 | de wet van de Geest van leven in Christus Jezus”(Rom 8, 377 II, 10,49 | navolging van de Heer die zijn leven gaf voor zijn vrienden ( 378 II, 10,49 | overgegaan van de dood naar het leven, omdat we onze broeders 379 II, 11 | het Evangelie van het leven wordt vervuld aan de stam 380 II, 11,50 | christelijke boodschap over het leven hebben overwogen, wil ik 381 II, 11,50 | het hele Evangelie van het leven ontdekken. ~In de vroege 382 II, 11,50 | krachten van het kwade, tussen leven en dood. Vandaag de dag 383 II, 11,50 | dooden decultuur van het leven”. Maar de glorie van het 384 II, 11,50 | geschiedenis en van ieder menselijk leven. ~Jezus wordt aan het Kruis 385 II, 11,50 | machteloosheid”, en zijn leven schijnt geheel overgeleverd 386 II, 11,50 | licht op de zin van het leven en de dood van ieder menselijk 387 II, 11,50 | is de schenking van het leven en de verrijzenis. Heel 388 II, 11,50 | verrijzenis. Heel zijn aardse leven had Jezus inderdaad redding 389 II, 11,50 | in zijn opwekking tot het leven zelf van God. ~Aan het Kruis 390 II, 11,50 | ontmoet iedere mens wiens leven bedreigd wordt - door op 391 II, 11,51 | en opent voor een nieuw leven. ~Het is het leven van God 392 II, 11,51 | nieuw leven. ~Het is het leven van God zelf dat nu met 393 II, 11,51 | gedeeld wordt. Het is het leven dat door de sacramenten 394 II, 11,51 | Vanaf het Kruis, de bron van leven, ontstaat en groeit het “ 395 II, 11,51 | groeit hetvolk van het leven”. ~De beschouwing van het 396 II, 11,51 | om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor 397 II, 11,51 | liefde dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”( 398 II, 11,51 | verkondigt Jezus dat het leven zijn centrum, zijn betekenis 399 II, 11,51 | worden uitgenodigd om ons leven te geven voor onze broeders 400 II, 11,51 | te doden, maar ook om het leven te eerbiedigen, te beminnen 401 III, 1 | Als je het leven wilt binnengaan, onderhoud 402 III, 1,52 | moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?””(Mt 19,6). 403 III, 1,52 | antwoordde: “Als je het leven wilt binnengaan, onderhoud 404 III, 1,52 | spreekt over het eeuwig leven, dwz: een delen in het leven 405 III, 1,52 | leven, dwz: een delen in het leven van God zelf. Dit leven 406 III, 1,52 | leven van God zelf. Dit leven wordt bereikt door Gods 407 III, 1,52 | Boodschap. Het Evangelie van het leven is zowel een grote gave 408 III, 1,52 | de mens, aan wie Hij het leven geeft dat hij dat bemint, 409 III, 1,52 | en in zekere zin over het leven dat hij heeft ontvangen 410 III, 1,52 | maar meer nog m.b.t. het leven, niet de absolute meester 411 III, 1,52 | uitvoerder van Gods plan40. ~Het leven wordt aan de mens toevertrouwd 412 III, 2 | Voor het leven van de mens vraag ik rekenschap 413 III, 2 | Gn 9,5): het menselijk leven is heilig en onaantastbaar~ 414 III, 2,53 | 53. “Het menselijk leven is heilig omdat het vanaf 415 III, 2,53 | God alleen is Heer van het leven van het begin tot het einde: 416 III, 2,53 | onaantastbaarheid van het menselijk leven. ~De Heilige Schrift brengt 417 III, 2,53 | absolute Heer is van het leven van de mens, die gevormd 418 III, 2,53 | 1, 26-28). Het menselijk leven krijgt zo een heilig en 419 III, 2,53(41)| respect voor het menselijk leven bij zijn oorsprong en over 420 III, 2,54 | aan van eerbied voor het leven; het leidt tot de bevordering 421 III, 2,54 | tot de bevordering van het leven en tot voortgang langs de 422 III, 2,54 | kunnenbinnengaan in het leven”(vgl.Mt 19,16-19). In ditzelfde 423 III, 2,54 | geen moordenaar het eeuwige leven in zich heeft”(1Joh 3,15). ~ 424 III, 2,54 | twee wegen, een weg van het leven en een weg van de dood; 425 III, 2,54 | Alleen God is de Heer van het leven! Maar in het licht van de 426 III, 2,54 | het individuele en sociale leven plaatsvinden, heeft het 427 III, 2,54 | waarin het recht om het eigen leven te verdedigen en de plicht 428 III, 2,54 | en de plicht om andermans leven niet te kwetsen in de praktijk 429 III, 2,54 | innerlijke waarde van het leven en de plicht om zichzelf 430 III, 2,54 | gebrek aan liefde voor het leven of voor zichzelf, alleen 431 III, 2,54 | verantwoordelijk is voor andermans leven, voor het algemeen welzijn 432 III, 2,56 | het eerbiedigen van ieder leven, zelfs dat van misdadigers 433 III, 2,56 | ieder onschuldig menselijk leven, speciaal aan zijn begin 434 III, 2,56 | onaantastbaarheid van het menselijk leven te verdedigen, versterkt. 435 III, 2,56 | onschuldige mens van het leven te beroven is altijd zedelijk 436 III, 2,56 | toestaan52. ~Wat het recht op leven betreft is ieder onschuldig 437 III, 2,56 | het directe doden van het leven van een onschuldig menselijk 438 III, 3,57 | alle misdaden die tegen het leven kunnen worden begaan heeft 439 III, 3,57 | het fundamentele recht op leven op het spel staat. Gegeven 440 III, 3,57 | gedood, dat net pas het leven binnengaat, dwz het absoluut 441 III, 3,58 | om hetheiligdom van het levente zijn. Ook mag men de 442 III, 3,58 | hebben aangeleerd om het leven te bevorderen, in dienst 443 III, 3,58 | reusachtige bedreiging van het leven: niet alleen het leven van 444 III, 3,58 | het leven: niet alleen het leven van enkelingen, maar ook 445 III, 3,58 | tegen het nog niet geboren leven. 60. Sommige mensen proberen 446 III, 3,58 | een persoonlijk menselijk leven. Maarvanaf het moment 447 III, 3,58 | wordt, bevindt zich een leven in staat van begin, een 448 III, 3,58 | in staat van begin, een leven dat niet van de vader is, 449 III, 3,58 | avontuur van een menselijk leven begonnen, waarvan elk der 450 III, 3,58 | verschijnen van het menselijk leven: hoe zou een menselijk individu 451 III, 3,58(57)| respect voor het menselijk leven bij zijn oorsprong en over 452 III, 3,58 | het onaantastbare recht op leven is van ieder onschuldig 453 III, 3,59 | ongeboren kind. ~Het menselijk leven is heilig en onaantastbaar 454 III, 3,59 | christelijke gemeenschap in leer en leven zich radicaal gekeerd tegen 455 III, 3,60 | handeling die het menselijk leven in de moederschoot rechtstreeks 456 III, 3,60 | opnieuw dat het menselijk leven heilig is, “omdat het vanaf 457 III, 3,60 | de ontvangenis moet het leven met uiterste zorg worden 458 III, 3,60(73)| respect voor het menselijk leven bij zijn oorsprong en over 459 III, 3,61 | op voorwaarde dat ze het leven en de ongeschondenheid van 460 III, 3,61 | van ernstige handicaps hun leven leiden wanneer zij door 461 III, 3,61 | wat echte waarde aan het leven geeft en wat het, zelfs 462 III, 4,62 | tendens overheerst om het leven alleen te waarderen in de 463 III, 4,62 | wanneer hij plotseling een leven onderbreekt dat nog open 464 III, 4,62 | bevrijdingwanneer men het leven niet meer zinvol acht omdat 465 III, 4,62 | beslissen wat hij met zijn leven doet in volle en totale 466 III, 4,62 | verhelpen, maar ook om het leven, zelfs een toestand van 467 III, 4,62 | zachte wijzezijn eigen leven of dat van anderen te beëindigen. 468 III, 4,62 | hopeloos arbeidsongeschikt leven geen waarde meer heeft. ~ 469 III, 4,63 | smartvol rekken van het leven zou betekenen, zonder evenwel 470 III, 4,63(80)| Franse televisie: “Ieder leven is heilig”(27 januari 1971): 471 III, 4,64 | natuurlijke neiging tot leven en zo de subjectieve verantwoordelijkheid 472 III, 4,64 | absolute soevereiniteit over leven en dood, zoals die wordt 473 III, 4,64 | Israël: “Gij hebt macht over leven en dood; Gij voert mensen 474 III, 4,64 | omdat hij, zwevend tussen leven en dood, om hulp smeekt 475 III, 4,64 | niet meer in staat is te leven85. Ook als zij niet gemotiveerd 476 III, 4,64 | belast te worden met het leven van iemand die lijdt, moet 477 III, 4,64 | om te beslissen wie mag leven en wie sterven. Opnieuw 478 III, 4,64 | alleen heeft de macht over leven en dood: “Ik ben het die 479 III, 4,64 | Ik ben het die dood en leven brengt”(Dt 32,339; vgl. 480 III, 4,64 | onrecht en dood. Zo wordt het leven van de mens die zwak is 481 III, 4,65 | voor de verrijzenis en het leven (vgl. Rom 8,11). De zekerheid 482 III, 4,65 | niemand sterft voor zichzelf: leven wij, dan leven wij voor 483 III, 4,65 | zichzelf: leven wij, dan leven wij voor de Heer; sterven 484 III, 4,65 | wij voor de Heer. Of wij leven of sterven, wij behoren 485 III, 4,65 | aardse weg ten einde is. Leven voor de Heer betekent ook 486 III, 4,65 | voltooi ik in mijn aardse leven dat, wat aan het lijden 487 III, 5,66 | aanslagen op het menselijk leven bestaat in de tendens om 488 III, 5,66 | Vaak wordt beweerd, dat het leven van een ongeborene of van 489 III, 5,66 | overeenkomstig een morele standaard leven die hoger is dan die, die 490 III, 5,66 | worden om over het eigen leven en het leven van het ongeboren 491 III, 5,66 | over het eigen leven en het leven van het ongeboren kind te 492 III, 5,68 | van het respect voor het leven laat zien welke misverstanden 493 III, 5,68 | het ongeboren menselijke leven goedkeurt, soms niet een “ 494 III, 5,68 | maatstaf voor het politieke leven. ~De fundamenten van deze 495 III, 5,68(89)| over het respect voor het leven bij zijn oorsprong en over 496 III, 5,69 | ongestoord en rustig kunnen leven”(1Tim 2,2). Juist daarom 497 III, 5,69 | het onaantastbare recht op leven van iedere onschuldige mens. 498 III, 5,69 | grondrechten, zoals dat op leven, niet te erkennen. Het wettelijk 499 III, 5,70 | fundamentele grondrecht op leven, dat iedere mens eigen is, 500 III, 5,70 | het onaantastbare recht op leven dat alle mensen eigen is


1-500 | 501-785

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License