1-500 | 501-785
Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | 1. HET EVANGELIE VAN HET LEVEN staat in het hart van de
2 Inl, 0,1 | ben gekomen opdat zij het leven hebben, leven in overvloed”(
3 Inl, 0,1 | opdat zij het leven hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10).
4 Inl, 0,1 | dat “nieuwe”en “eeuwige”leven dat bestaat in de gemeenschap
5 Inl, 0,1 | Geest. Maar juist in dat “leven”krijgen alle aspecten en
6 Inl, 0,1 | alle ogenblikken van het leven van de mens hun volle betekenis. ~
7 Inl, 1,2 | uitgenodigd tot een volheid van leven die de dimensies van zijn
8 Inl, 1,2 | bestaat in de deelname aan het leven van God zelf. ~De verhevenheid
9 Inl, 1,2 | kostbaarheid van het menselijk leven zichtbaar, ook in zijn tijdelijk-aardse
10 Inl, 1,2 | tijdelijk-aardse fase. Want het leven in de tijd is de basisvoorwaarde,
11 Inl, 1,2 | de gave van het goddelijk leven, dat zijn volle vervulling
12 Inl, 1,2 | betrekkelijkheid van het aardse leven van man en vrouw. Het is
13 Inl, 1,2 | dat dit Evangelie van het leven, dat haar door de Heer werd
14 Inl, 1,2 | waarde van het menselijk leven vanaf het eerste begin tot
15 Inl, 1,2(1) | uitdrukking “Evangelie van het leven”vindt men niet als zodanig
16 Inl, 1,2 | en het Evangelie van het leven zijn één ondeelbare Blijde
17 Inl, 2 | bedreigingen van het menselijk leven~
18 Inl, 2,3 | de waardigheid en van het leven van de mens wel een reactie
19 Inl, 2,3 | om het Evangelie van het leven te verkondigen in de hele
20 Inl, 2,3 | de bedreigingen van het leven van mensen en volken, vooral
21 Inl, 2,3 | aanslagen tegen het menselijk leven aangeklagd. Dertig jaar
22 Inl, 2,3 | Al wat verder tegen het leven zelf ingaat, zoals alle
23 Inl, 2,4 | de misdrijven tegen het leven een ongehoord en zo mogelijk
24 Inl, 2,4 | sommige misdrijven tegen het leven in naam van de rechten van
25 Inl, 2,4 | verandering in de wijze waarop het leven en de intermenselijke betrekkingen
26 Inl, 2,4 | dergelijke praktijken tegen het leven niet te straffen of ze zelfs
27 Inl, 2,4 | zorg voor het menselijk leven, leent zich er op enkele
28 Inl, 2,4 | waarde van het menselijk leven. ~
29 Inl, 3,5 | bedreigingen van het menselijk leven in onze tijd was het Buitengewoon
30 Inl, 3,5 | waarde van het menselijk leven en zijn onaantastbaarheid
31 Inl, 3,5 | t. het Evangelie van het leven. ~In dezelfde brief heb
32 Inl, 3,5 | fundamentele recht op het leven, de plicht om met onvermindere
33 Inl, 3,5(6) | Het Evangelie van het leven”(19 mei 1991): Insegnamenti
34 Inl, 3,5 | Het fundamentele recht op leven wordt vandaag bij een grote
35 Inl, 3,5 | waarde van het menselijk leven en van zijn onschendbaarheid,
36 Inl, 3,5 | verdedig, bemin en dien het leven, ieder menselijk leven!
37 Inl, 3,5 | het leven, ieder menselijk leven! Alleen op die weg zul je
38 Inl, 3,6 | ik het Evangelie van het leven heroverwegen en verkondigen,
39 Inl, 3,6 | blijft als “heiligdom van het leven”9. ~Aan alle leden van de
40 Inl, 3,6 | van de Kerk, volk van het leven en voor het leven, richt
41 Inl, 3,6 | van het leven en voor het leven, richt ik een zeer dringende
42 Inl, 3,6 | cultuur van het menselijk leven doorbreekt voor de opbouw
43 I | bedreigingen van het menselijk leven~
44 I, 1 | van het geweld tegen het leven.~
45 I, 1,7 | de ondergang van hen die leven, maar alles heeft Hij voor
46 I, 1,7 | voor een onvergankelijk leven; en Hij heeft hem gemaakt
47 I, 1,7 | Het Evangelie van het leven, dat in het begin opklonk
48 I, 1,7 | voor een vol en volmaakt leven (vgl.Gn 2,7;W 9,2-3), wordt
49 I, 1,8 | de bedreigingen van het leven opkomen in de relatie tussen
50 I, 1,9 | het bloed de zetel van het leven, ja zelfs: “het bloed is
51 I, 1,9 | zelfs: “het bloed is het leven”(Dt 12,23) en het leven,
52 I, 1,9 | leven”(Dt 12,23) en het leven, in het bijzonder dat van
53 I, 1,9 | staat wie een mens naar het leven staat, in zekere zin God
54 I, 1,9 | zekere zin God zelf naar het leven. ~Kaïn wordt vervloekt door
55 I, 2 | verduistering van de waarde van het leven~
56 I, 2,10 | van de aanslagen op het leven waarmee de geschiedenis
57 I, 2,10 | dat zich richt tegen het leven van miljoenen menselijke
58 I, 2,10 | grote risico”s voor het leven in zich dragen? Het is onmogelijk
59 I, 2,10 | bedreigingen van het menselijk leven, zo talrijk zijn de vormen,
60 I, 2,11 | categorie van aanvallen, die het leven in zijn vroegste en laatste
61 I, 2,11 | aanvallen treffen het menselijk leven in uiterst bedenkelijke
62 I, 2,11 | is om “heiligdom van het leven”te zijn. ~Hoe heeft een
63 I, 2,11 | vrouwen, van de keuze om het leven te verdedigen en te bevorderen
64 I, 2,11 | dele, dat de waarde van het leven vandaag aan een soort “verduistering”
65 I, 2,11 | bepaalde misdaden tegen het leven in zijn vroege of laatste
66 I, 2,11 | spel staat het recht op leven is van een concrete menselijke
67 I, 2,12 | machtigen tegen de zwakken: een leven dat meer aanvaarding, liefde
68 I, 2,12 | samenzwering tegen het leven”ontketend. Deze samenzwering
69 I, 2,13 | eenvoudiger en doelmatiger, het leven doden en die tegelijkertijd
70 I, 2,13 | versterken wanneer een ongewenst leven ontvangen wordt. De pro-abortus-cultuur
71 I, 2,13 | huwelijksliefde, terwijl de tweede het leven van een menselijk wezen
72 I, 2,13 | voor zelfontplooiing. Het leven dat zou kunnen vortkomen
73 I, 2,13 | de ontwikkeling van het leven van het nieuwe menselijk
74 I, 2,14 | ten dienste staan van het leven en die regelmatig gebruikt
75 I, 2,14 | nieuwe bedreigingen van het leven. Afgezien van hun morele
76 I, 2,14 | in feite het menselijk leven terugbrengt tot het niveau
77 I, 2,14 | therapeutisch ingrijpen”- die het leven alleen aanvaardt onder bepaalde
78 I, 2,14(14) | respect voor het menselijk leven bij zijn oorsprong en over
79 I, 2,15 | brengt te denken dat zij leven en dood kunnen controleren
80 I, 2,16 | van en aanvallen op het leven te rechtvaardigen, is de
81 I, 2,16 | methoden en aanvallen tegen het leven ook aan te wenden in situaties
82 I, 2,16 | het onaantastbare recht op leven van iedere persoon, er de
83 I, 2,17 | waar de aanvallen op het leven losbreken maar ook aan hun
84 I, 2,17 | de bedreigingen van het leven niet minder geworden. Ze
85 I, 2,17 | massieve aanvallen op het leven, een eindeloze serie oorlogen
86 I, 2,17 | van onschuldig menselijk leven. 15 Valse profeten en valse
87 I, 2,17 | samenzwering tegen het leven”, waarbij zelfs internationale
88 I, 2,17 | zonder voorbehoud vóór het leven is, afschildert als vijand
89 I, 3,18 | Beslissingen die tegen het leven ingaan komen soms voort
90 I, 3,18 | bovengenoemde misdaden tegen het leven te zien als legitieme uitdrukkingen
91 I, 3,18 | afgekondigd en de waarde van het leven publiekelijk bevestigd,
92 I, 3,18 | bevestigd, wordt het recht op leven ontkend of vertrapt, vooral
93 I, 3,18 | aanvallen op het menselijk leven? Hoe kunnen we deze verklaringen
94 I, 3,18 | tegen het respect voor het leven en ze zijn een directe bedreiging
95 I, 3,18 | en verergeren, waarin het leven van hele volken wordt neergehaald
96 I, 3,19 | betrekkingen en in het sociale leven. Maar dit is het exacte
97 I, 3,19 | uit de weg ruimen van het leven dat nog niet geboren is
98 I, 3,19 | persoonlijke en sociale leven, dan neemt de persoon tenslotte
99 I, 3,20 | ernstige misvorming van het leven in de maatschappij. Als
100 I, 3,20 | is, zoek, en het sociale leven waagt zich in het drijfzand
101 I, 3,20 | grondrechten, het recht op leven. ~Dit gebeurt dan ook inderdaad
102 I, 3,20 | onvervreemdbare recht op leven wordt ter discussie gesteld
103 I, 3,20 | waar allen samen kunnen leven op basis van beginselen
104 I, 3,20 | om te beschikken over het leven van de zwaksten en meest
105 I, 3,20(16) | Studieconferentie over “Het recht op leven en Europa”(18 december 1987):
106 I, 4,21 | tussen de “cultuur van het leven”en de “cultuur van de dood”
107 I, 4,21 | zijn waardigheid en zijn leven; op haar beurt verwekt de
108 I, 4,21 | respect voor het menselijk leven en zijn waardigheid, een
109 I, 4,22 | mens”. Hij beschouwt het leven niet langer als een schitterende
110 I, 4,22 | zorg en “verering”. Het leven zelf wordt louter een “ding”
111 I, 4,22 | Zo is de mens, m.b.t. het leven bij de geboorte of bij de
112 I, 4,22 | een plan van God met het leven, dat gerespecteerd moet
113 I, 4,22 | zijn vrijheid. ~Door te leven “alsof God niet bestond”
114 I, 4,23 | zogenaamde “kwaliteit van leven”wordt allereerst of uitsluitend
115 I, 4,23 | verdwijnt, dan schijnt het leven alle betekenis te hebben
116 I, 4,23 | voor de rijkdom van het leven die het kind vertegenwoordigt. ~
117 I, 4,24 | dodelijke gevolgen voor het leven, plaats. Het is bovenal
118 I, 4,24 | tegengesteld is aan het leven duldt of koestert, maar
119 I, 4,24 | stand houdt, die tegen het leven ingaan. Het morele geweten,
120 I, 4,24 | het fundamentele recht op leven. Een groot deel van de huidige
121 I, 4,24 | dienst aan het menselijk leven kan altijd juist vanuit
122 I, 5,25 | Bron en Verdediger van het leven. Het bloed van ieder ander
123 I, 5,25 | verkondigde om zijn eigen leven te delen met de mensen door
124 I, 5,25 | verlossing en de gave van nieuw leven. ~Het bloed van Christus,
125 I, 5,25 | onschatbaar de waarde van zijn leven. De apostel Petrus herinnert
126 I, 5,25 | verloren zou gaan, maar eeuwig leven zou hebben”(vgl.Joh 3,16)!”20. ~
127 I, 5,25 | wordt als de gave van het leven, is het bloed van Jezus
128 I, 5,25 | verbondenheid die rijkdom van leven is voor allen. Wie in het
129 I, 5,25 | in de dynamiek van zijn leven en zijn gave van het leven,
130 I, 5,25 | leven en zijn gave van het leven, om de oorspronkelijke roeping
131 I, 5,25 | zich in te spannen voor het leven. Precies dit bloed is de
132 I, 5,25 | in het plan van God het leven de overwinning zal behalen. “
133 I, 5,26 | de bedreigingen van het leven niet vergezeld ging van
134 I, 5,26 | dagelijkse dienst aan het leven, bereid zijn om verlaten
135 I, 5,26 | centra voor hulp aan het leven of vergelijkbare instellingen,
136 I, 5,26 | en de betekenis van het leven opnieuw te ontdekken. ~Dankzij
137 I, 5,26 | grotere eerbied voor het leven! ~
138 I, 5,27 | voor de verdediging van het leven ontstaan. Wanneer zulke
139 I, 5,27 | besef van de waarde van het leven: ze roepen op tot een vastbeslotener
140 I, 5,27 | of gemeenschappen die het leven verdedigen. De Kerk, die
141 I, 5,27 | vormen, wijdden en wijden hun leven toe aan God, door het te
142 I, 5,27 | God, door het te geven uit leven voor hun naaste, vooral
143 I, 5,27 | beschaving van liefde en leven”, waarzonder het leven van
144 I, 5,27 | en leven”, waarzonder het leven van enkelingen en van de
145 I, 5,27 | voor de kwaliteit van het leven en voor de ecologie, vooral
146 I, 5,27 | bezinning op kwesties die het leven raken: de opkomst en steeds
147 I, 5,27 | problemen, die het menselijk leven betreffen. ~
148 I, 5,28 | tussen kwaad en goed, dood en leven, de “cultuur van de dood”
149 I, 5,28 | dood”en de “cultuur van het leven”. ~Wij bevinden ons niet
150 I, 5,28 | onvoorwaardelijke keuze voor het leven. ~Ook voor ons klinkt de
151 I, 5,28 | duidelijk: “Zie, ik houd u leven en geluk voor, maar ook
152 I, 5,28 | dood en het ongeluk(...); leven en dood houd ik u voor,
153 I, 5,28 | vervloeking; kies daarom het leven, dan zult gij met uw nakomelingen
154 I, 5,28 | met uw nakomelingen het leven bezitten”(Dt 30,15.19).
155 I, 5,28 | tussen de “cultuur van het leven”en de “cultuur van de dood”.
156 I, 5,28 | oriëntatie te geven en te leven in trouw aan en overeenstemming
157 I, 5,28 | bepalingen, dan zult gij leven(...); kies daarom het leven,
158 I, 5,28 | leven(...); kies daarom het leven, dan zult gij met uw nakomelingen
159 I, 5,28 | met uw nakomelingen het leven bezitten, door de Heer uw
160 I, 5,28 | want dat betekent voor u leven en lengte van dagen”(30,
161 I, 5,28 | onvoorwaardelijke keuze voor het leven bereikt haar volle godsdienstige
162 I, 5,28 | conflict tussen dood en leven, waarin we verwikkeld zijn,
163 I, 5,28 | ons woonde “opdat zij het leven mogen hebben, leven in overvloed”(
164 I, 5,28 | het leven mogen hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10):
165 I, 5,28 | om het Evangelie van het leven te verkondigen, te vieren
166 II | Ik ben gekomen opdat zij leven zouden hebben~De christelijke
167 II | boodschap betreffende het leven~
168 II, 1 | Het leven heeft zich geopenbaard,
169 II, 1 | Christus, “het Woord van leven”~
170 II, 1,29 | ernstige bedreigingen van het leven die de moderne wereld kent,
171 II, 1,29 | Het Evangelie van het leven is niet enkel een overweging,
172 II, 1,29 | ook, over het menselijk leven; evenmin is het louter een
173 II, 1,29 | toekomst. Het Evangelie van het leven is een concrete en personele
174 II, 1,29 | Weg, de Waarheid en het Leven”(Joh 14,6). Op deze wijze
175 II, 1,29 | ben de Verrijzenis en het Leven; wie in Mij gelooft, zal
176 II, 1,29 | wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven;
177 II, 1,29 | van alle eeuwigheid het leven ontvangt van de Vader (vgl.
178 II, 1,29 | ben gekomen opdat zij het leven zouden hebben, leven in
179 II, 1,29 | het leven zouden hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10). ~
180 II, 1,29 | waarde van het menselijk leven; uit deze “bron”ontvangt
181 II, 1,29 | bevorderen van het menselijk leven te aanvaarden en helemaal
182 II, 1,29 | wordt het Evangelie van het leven definitief verkondigd en
183 II, 1,29 | te wekken tot het eeuwige leven”22. ~
184 II, 1,30 | over het Evangelie van het leven. De diepste en oorspronkelijke
185 II, 1,30 | zegt over het menselijk leven werd door de apostel Johannes
186 II, 1,30 | wij, over het Woord dat leven is. Want het leven is verschenen,
187 II, 1,30 | Woord dat leven is. Want het leven is verschenen, het eeuwige
188 II, 1,30 | verschenen, het eeuwige leven dat bij de Vader was, heeft
189 II, 1,30 | In Jezus, het “Woord van leven”, wordt Gods eeuwige leven
190 II, 1,30 | leven”, wordt Gods eeuwige leven dus verkondigd en meegedeeld.
191 II, 1,30 | lichamelijke en geestelijke leven ook in zijn aardse fase
192 II, 1,30 | betekenis, want Gods eeuwige leven is in feite het doel waarheen
193 II, 1,30 | sluit het Evangelie van het leven alles in dat de menselijke
194 II, 1,30 | vertellen over de waarde van het leven, door het te aanvaarden,
195 II, 2 | geworden”(Ex 15,2): het leven is altijd een goed~
196 II, 2,31 | evangelieboodschap over het leven werd voorbereid in het Oude
197 II, 2,31 | de kostbaarheid van zijn leven in de ogen van God. Toen
198 II, 2,31 | willekeur. Integendeel, Israëls leven is het voorwerp van Gods
199 II, 2,31 | en van de waarde van het leven zelf. Deze overweging wordt
200 II, 2,31 | onbestendigheid van het leven en van het besef van de
201 II, 2,31 | hem die in ellende is, en leven aan wie bitter zijn in de
202 II, 2,31 | de kiem van onsterfelijk leven die door de Schepper in
203 II, 2,31 | deelname aan zijn eeuwige leven. ~
204 II, 3 | Jezus de betekenis van het leven tot vervulling~
205 II, 3,32 | weten zeker dat ook hun leven een gave is, waarover zorgvuldig
206 II, 3,32 | daden geopenbaard dat hun leven grote waarde heeft en dat
207 II, 3,32 | armoede van het menselijk leven weerklinkt. Petrus genas
208 II, 3,32 | Jezus, “de Leidsman ten leven”(Hnd 3,15) herwint het leven
209 II, 3,32 | leven”(Hnd 3,15) herwint het leven dat verlaten ligt en om
210 II, 3,32 | de ware betekenis van het leven van elke mens in zijn zedelijke
211 II, 3,32 | zij die erkennen dat hun leven getekend is door het kwaad
212 II, 3,32 | parabel, denkt dat hij zijn leven zeker kan stellen door het
213 II, 3,32 | zichzelf voor de gek. Het leven ontglipt hem, en hij zal
214 II, 3,33 | 33. In Jezus eigen leven vinden we van het begin
215 II, 3,33 | onzekerheid van het menselijk leven en de bevestiging van zijn
216 II, 3,33 | bevestiging van zijn waarde. Jezus”leven wordt getekend door onzekerheid,
217 II, 3,33 | van het mysterie van dit leven dat in de wereld komt: “
218 II, 3,33 | kribbe in Bethlehem: dit leven dat is geboren, betekent
219 II, 3,33 | tegenstellingen en risico”s van het leven werden door Jezus volledig
220 II, 3,33 | omstandigheden van het menselijk leven (vgl.Fil 2,6-7). Jezus beleefde
221 II, 3,33 | beleefde deze armoede zijn leven lang, tot aan het hoogtepunt
222 II, 3,33 | schittering en waarde van het leven, omdat zijn zelfgave aan
223 II, 3,33 | de bron wordt van nieuw leven voor alle mensen (vgl.Joh
224 II, 3,33 | in het verlies van zijn leven wordt Jezus geleid door
225 II, 3,33 | door de zekerheid dat zijn leven in handen is van de Vader.
226 II, 3,33 | Lc 23,46), d.w.z. mijn leven. Waarlijk groot moet de
227 II, 3,33 | waarde van het menselijk leven zijn als de Zoon van God
228 II, 4,34 | 34. Het leven is altijd een goed. Dit
229 II, 4,34 | begrijpen. ~Waarom is het leven een goed? Deze vraag vindt
230 II, 4,34 | verbazingwekkend antwoord. Het leven dat God aan de mens geeft
231 II, 4,34 | geheel verschillend van het leven van alle andere levende
232 II, 4,34 | gelijkenis”(Gn 1,26). Het leven dat God de mens aanbiedt
233 II, 4,34 | kennen en te beminnen”24. Het leven dat God de mens geeft is
234 II, 4,34 | streven naar de volheid van leven; het is de kiem van een
235 II, 4,35 | wordt geblazen opdat hij tot leven komt: “De Heer God vormde
236 II, 4,35 | de onvoldaanheid die het leven van de mens in Eden tekent
237 II, 4,36 | mensen aangetast. ~In het leven van de mens licht Gods beeld
238 II, 4,36 | Vader. ~Het plan van het leven dat aan de eerste Adam werd
239 II, 4,36 | plan voor het menselijk leven had vernield en verduisterd
240 II, 4,36 | ontvangen de volheid van leven: het goddelijke beeld wordt
241 II, 5 | de gave van het eeuwig leven~
242 II, 5,37 | 37. Het leven dat de Zoon van God aan
243 II, 5,37 | bestaan in de tijd. Het leven dat altijd “in Hem”was,
244 II, 5,37 | verwijst Jezus naar dit leven dat Hij kwam brengen eenvoudig
245 II, 5,37 | eenvoudig als naar “het leven”; en Hij presenteert het
246 II, 5,37 | niet zien”(Joh 3,3). Dit leven te geven is het ware doel
247 II, 5,37 | neerdaalt van de hemel en leven geeft aan de wereld”(Joh
248 II, 5,37 | zal het licht van het leven hebben”(Joh 8,12). ~Op andere
249 II, 5,37 | spreekt Jezus van “eeuwig leven”: hier doet het bijvoeglijk
250 II, 5,37 | verder dan de tijd reikt. Het leven dat Jezus belooft en geeft
251 II, 5,37 | volle deelname is aan het leven van de “Eeuwige”. Alwie
252 II, 5,37 | met Hem komt, heeft eeuwig leven (vgl.Joh 3,15; 6,40), omdat
253 II, 5,37 | bestaan de volheid van het leven openbaren en meedelen; dit
254 II, 5,37 | zijn de “woorden van eeuwig leven”die Petrus erkent in zijn
255 II, 5,37 | hebt woorden van eeuwig leven”; wij hebben geloofd en
256 II, 5,37 | Jezus zelf waar het eeuwige leven in bestaat: “Dit is het
257 II, 5,37 | bestaat: “Dit is het eeuwige leven: dat zij U kennen, de enige
258 II, 5,37 | Heilige Geest in zijn eigen leven, dat nu reeds openstaat
259 II, 5,37 | openstaat naar het eeuwig leven omdat het deelt in het leven
260 II, 5,37 | leven omdat het deelt in het leven van God. ~
261 II, 5,38 | 38. Het eeuwig leven is daarom het leven van
262 II, 5,38 | eeuwig leven is daarom het leven van God zelf en tegelijk
263 II, 5,38 | God zelf en tegelijk het leven van de kinderen van God.
264 II, 5,38 | christelijke waarheid omtrent het leven het hoogtepunt. De waardigheid
265 II, 5,38 | De waardigheid van dit leven wordt niet alleen verbonden
266 II, 5,38 | levende mens”, maar “het leven van de mens bestaat in het
267 II, 5,38 | voort voor het menselijk leven in zijn aardse staat, waarin
268 II, 5,38 | waarin trouwens het eeuwig leven reeds ontkiemt en begint
269 II, 5,38 | instinctief houdt van het leven, omdat het een goed is,
270 II, 5,38 | menselijk wezen heeft voor het leven, niet zo maar herleid worden
271 II, 5,38 | vreugdevol besef dat het leven de “plaats”kan worden waar
272 II, 5,38 | gemeenschap met Hem komen. Het leven dat Jezus geeft vermindert
273 II, 5,38 | ben de verrijzenis en het leven(...); wie leeft en gelooft
274 II, 6 | liefde voor ieder menselijk leven~
275 II, 6,39 | 39. Het leven van de mens komt van God;
276 II, 6,39 | daarom, de enige Heer van dit leven: de mens kan er niet mee
277 II, 6,39 | mensen onderling, zal ik het leven van de mens terugeisen”(
278 II, 6,39 | hoe de heiligheid van het leven haar basis heeft in God
279 II, 6,39 | zijn beeld”(Gn 9,6). ~Het leven en de dood van de mens zijn
280 II, 6,39 | macht: “In zijn hand is het leven van ieder levend ding en
281 II, 6,39 | brengt ter dood en brengt tot leven, Hij brengt tot diep in
282 II, 6,39 | die zowel de dood als het leven breng”(Dt 32,39). ~Maar
283 II, 6,39 | waar is dat het menselijk leven in de handen is van God,
284 II, 6,39 | alle mogelijkheden van het leven samenbrengt en de krachten
285 II, 6,40 | Uit de heiligheid van het leven ontstaat zijn onschendbaarheid,
286 II, 6,40 | onaantastbaarheid van het leven - zijn eigen leven en dat
287 II, 6,40 | van het leven - zijn eigen leven en dat van anderen - als
288 II, 6,40 | onaantastbaarheid van het menselijk leven weerklinkt in het hart van
289 II, 6,40 | betekenis van de waarde van het leven, ofschoon reeds zeer duidelijk
290 II, 6,40 | onaantastbaarheid van het fysieke leven en de integriteit van de
291 II, 6,41 | moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”, antwoordt
292 II, 6,41 | antwoordt Hij: “Als je het leven wilt binnengaan, onderhoud
293 II, 6,41 | b.t. de eerbied voor het leven: “Gij hebt gehoord dat er
294 II, 6,41 | onaantastbaarheid van het leven. Deze vereisten waren reeds
295 II, 6,41 | bescherming en verdediging van het leven behandelde wanneer dat zwak
296 II, 6,41 | gaan van de zorg voor het leven van zijn broeder (een natuurlijke
297 II, 6,41 | verantwoordelijkheid aanvaardt voor zijn leven, zoals de parabel van de
298 II, 6,41 | Gods gebod om het menselijk leven te beschermen de eis tot
299 II, 6,41 | iedere persoon en voor zijn leven. Dit is de leer die de Apostel
300 II, 7 | verantwoordelijkheid van de mens voor het leven~
301 II, 7,42 | verdediging en bevordering van het leven, de eerbiediging ervan en
302 II, 7,42 | heeft gesteld, van zijn leven, niet alleen voor het heden
303 II, 7,42 | die het grote goed van het leven eerbiedigt, van ieder leven.
304 II, 7,42 | leven eerbiedigt, van ieder leven. Immers: “de heerschappij
305 II, 7,43 | gegeven is voor het menselijk leven als zodanig. Het is een
306 II, 7,43 | in de schenking van het leven door de voortplanting door
307 II, 7,43 | door de schenking van het leven van ouders aan kind, Gods
308 II, 7,43 | en opent zich een nieuw leven naar de toekomst. ~Maar
309 II, 7,43 | opnemen en dienen van het leven iedereen; en deze taak moet
310 II, 7,43 | vervuld worden voor het leven wanneer het op zijn zwakst
311 II, 8,44 | 44. Het menselijke leven is het meest kwetsbaar wanneer
312 II, 8,44 | tonen, bovenal wanneer het leven ondermijnd wordt door ziekte
313 II, 8,44 | oproepen om het menselijk leven te beschermen vanaf het
314 II, 8,44 | speciaal het nog niet geboren leven, en het leven dat ten einde
315 II, 8,44 | niet geboren leven, en het leven dat ten einde gaat: maar
316 II, 8,44 | maar de mogelijkheid om het leven in deze omstandigheden te
317 II, 8,44 | hier de zekerheid dat het leven dat de ouders doorgeven
318 II, 8,44 | ontvangenis, de vorming van het leven in de moederschoot, de geboorte
319 II, 8,44 | het beginmoment van het leven en het werk van God de Schepper. ~“
320 II, 8,44 | aan Mij toe”(Jr 1,5): het leven van ieder individu is, vanaf
321 II, 8,44 | goddelijk plan is voor zijn leven: “U hebt mij gevormd en
322 II, 8,44 | ineengezet. U hebt me het leven gegund, en bestendige liefde;
323 II, 8,44 | Gods tussenkomst in het leven van een kind in de moederschoot
324 II, 8,44 | van de ontplooiing van het leven gescheiden zou kunnen worden
325 II, 8,44 | bron en garantie van het leven vanaf de conceptie zelf,
326 II, 8,44 | grondslag van de hoop op nieuw leven na de dood: “Ik weet niet
327 II, 8,45 | erkenning van de waarde van het leven vanaf zijn eerste begin.
328 II, 8,45 | gretige verwachting van het leven klinken door in de woorden
329 II, 9 | ik getroffen”(Ps 116,10): leven in ouderdom en lijden~
330 II, 9,46 | laatste ogenblikken van het leven zou het anachronistisch
331 II, 9,46 | onvermijdelijke neergang van het leven staan? Hoe moet men handelen
332 II, 9,46 | De gelovige weet dat zijn leven in Gods hand ligt: “Heer,
333 II, 9,46 | Heer, in uw handen is mijn leven”(vgl.Ps 16,5), en hij aanvaardt
334 II, 9,46 | mens is niet baas over het leven, evenmin over de dood. In
335 II, 9,46 | evenmin over de dood. In leven en dood moet hij zich helemaal
336 II, 9,47 | bekommernis met het lichamelijk leven van de mens. Jezus werd,
337 II, 9,47 | 13;16,18). ~Zeker is het leven van het lichaam in zijn
338 II, 9,47 | hem gevraagd wordt zijn leven op te geven voor een groter
339 II, 9,47 | Jezus zegt: “Alwie zijn leven wil redden zal het verliezen;
340 II, 9,47 | verliezen; en alwie zijn leven verliest om Mijnentwil en
341 II, 9,47 | offeren en Hij maakt van zijn leven vrijelijk een offer aan
342 II, 9,47 | zelf met gevaar voor eigen leven (Mc 6,17-29). Stefanus verliest
343 II, 9,47 | Stefanus verliest zijn aardse leven omdat hij trouw getuigt
344 II, 9,47 | willekeur kiezen tussen leven of sterven; de absolute
345 II, 9,47 | Schepper alleen, in wie “wij leven en bewegen en bestaan”(Hnd
346 II, 10 | zich aan haar houden zullen leven”(Bar 4,1): van de wet van
347 II, 10,48 | 48. Het leven wordt onuitwisbaar getekend
348 II, 10,48 | is de mens verplicht het leven in deze waarheid te handhaven
349 II, 10,48 | voor en verdediging van het leven garanderen, zijn doorgebroken. ~
350 II, 10,48 | doorgebroken. ~De waarheid van het leven wordt geopenbaard in Gods
351 II, 10,48 | concreet de koers die het leven moet volgen wil het zijn
352 II, 10,48 | De bescherming van het leven is niet alleen verzekerd
353 II, 10,48 | dient de bescherming van het leven, omdat zij die waarheid
354 II, 10,48 | waarheid openbaart waarin het leven zijn volle betekenis krijgt. ~
355 II, 10,48 | Ik houd u vandaag het leven en het geluk voor, maar
356 II, 10,48 | en bepalingen, dan zult u leven en talrijk worden en zal
357 II, 10,48 | absoluut onmogelijk dat het leven volkomen geloofwaardig blijft
358 II, 10,48 | dwz: met de “wet van het leven”(Sir 17,11). Het goede dat
359 II, 10,48 | komt niet extra bij het leven als een drukkende last,
360 II, 10,48 | aangezien het doel van het leven juist dat goede is, en alleen
361 II, 10,48 | door het te doen kan het leven opgebouwd worden. ~Zo is
362 II, 10,48 | geheel die het menselijk leven volledig beschermt. Dit
363 II, 10,48 | wanneer de andere “woorden van leven”(vgl.Hnd 7,38) waarmee dit
364 II, 10,48 | waardig en rechtschapen te leven. Door de wet van God te
365 II, 10,48 | kunnen wij vruchten van leven en geluk voortbrengen: “
366 II, 10,48 | zich aan haar houden zullen leven, en die haar verzaken zullen
367 II, 10,49 | blijven aan de wet van het leven die God heeft gegrift in
368 II, 10,49 | vinger naar hen die hen leven minachten en de rechten
369 II, 10,49 | de vergrijpen tegen het leven veroordelen, zijn zij er
370 II, 10,49 | op een nieuw beginsel van leven te wekken, instaat om een
371 II, 10,49 | in het Evangelie van het leven vervat liggen. Dit zal alleen
372 II, 10,49 | echtste betekenis van het leven te waarderen en te bereiken:
373 II, 10,49 | boodschap over de waarde van het leven die tot ons komt door de
374 II, 10,49 | nakomelingen zien en lang leven(...) Na het doorstane lijden
375 II, 10,49 | over de wereld, dat het leven terugbrengt naar zijn wortels
376 II, 10,49 | de wet van de Geest van leven in Christus Jezus”(Rom 8,
377 II, 10,49 | navolging van de Heer die zijn leven gaf voor zijn vrienden (
378 II, 10,49 | overgegaan van de dood naar het leven, omdat we onze broeders
379 II, 11 | het Evangelie van het leven wordt vervuld aan de stam
380 II, 11,50 | christelijke boodschap over het leven hebben overwogen, wil ik
381 II, 11,50 | het hele Evangelie van het leven ontdekken. ~In de vroege
382 II, 11,50 | krachten van het kwade, tussen leven en dood. Vandaag de dag
383 II, 11,50 | dood”en de “cultuur van het leven”. Maar de glorie van het
384 II, 11,50 | geschiedenis en van ieder menselijk leven. ~Jezus wordt aan het Kruis
385 II, 11,50 | machteloosheid”, en zijn leven schijnt geheel overgeleverd
386 II, 11,50 | licht op de zin van het leven en de dood van ieder menselijk
387 II, 11,50 | is de schenking van het leven en de verrijzenis. Heel
388 II, 11,50 | verrijzenis. Heel zijn aardse leven had Jezus inderdaad redding
389 II, 11,50 | in zijn opwekking tot het leven zelf van God. ~Aan het Kruis
390 II, 11,50 | ontmoet iedere mens wiens leven bedreigd wordt - door op
391 II, 11,51 | en opent voor een nieuw leven. ~Het is het leven van God
392 II, 11,51 | nieuw leven. ~Het is het leven van God zelf dat nu met
393 II, 11,51 | gedeeld wordt. Het is het leven dat door de sacramenten
394 II, 11,51 | Vanaf het Kruis, de bron van leven, ontstaat en groeit het “
395 II, 11,51 | groeit het “volk van het leven”. ~De beschouwing van het
396 II, 11,51 | om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor
397 II, 11,51 | liefde dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”(
398 II, 11,51 | verkondigt Jezus dat het leven zijn centrum, zijn betekenis
399 II, 11,51 | worden uitgenodigd om ons leven te geven voor onze broeders
400 II, 11,51 | te doden, maar ook om het leven te eerbiedigen, te beminnen
401 III, 1 | Als je het leven wilt binnengaan, onderhoud
402 III, 1,52 | moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?””(Mt 19,6).
403 III, 1,52 | antwoordde: “Als je het leven wilt binnengaan, onderhoud
404 III, 1,52 | spreekt over het eeuwig leven, dwz: een delen in het leven
405 III, 1,52 | leven, dwz: een delen in het leven van God zelf. Dit leven
406 III, 1,52 | leven van God zelf. Dit leven wordt bereikt door Gods
407 III, 1,52 | Boodschap. Het Evangelie van het leven is zowel een grote gave
408 III, 1,52 | de mens, aan wie Hij het leven geeft dat hij dat bemint,
409 III, 1,52 | en in zekere zin over het leven dat hij heeft ontvangen
410 III, 1,52 | maar meer nog m.b.t. het leven, niet de absolute meester
411 III, 1,52 | uitvoerder van Gods plan”40. ~Het leven wordt aan de mens toevertrouwd
412 III, 2 | Voor het leven van de mens vraag ik rekenschap
413 III, 2 | Gn 9,5): het menselijk leven is heilig en onaantastbaar~
414 III, 2,53 | 53. “Het menselijk leven is heilig omdat het vanaf
415 III, 2,53 | God alleen is Heer van het leven van het begin tot het einde:
416 III, 2,53 | onaantastbaarheid van het menselijk leven. ~De Heilige Schrift brengt
417 III, 2,53 | absolute Heer is van het leven van de mens, die gevormd
418 III, 2,53 | 1, 26-28). Het menselijk leven krijgt zo een heilig en
419 III, 2,53(41)| respect voor het menselijk leven bij zijn oorsprong en over
420 III, 2,54 | aan van eerbied voor het leven; het leidt tot de bevordering
421 III, 2,54 | tot de bevordering van het leven en tot voortgang langs de
422 III, 2,54 | kunnen “binnengaan in het leven”(vgl.Mt 19,16-19). In ditzelfde
423 III, 2,54 | geen moordenaar het eeuwige leven in zich heeft”(1Joh 3,15). ~
424 III, 2,54 | twee wegen, een weg van het leven en een weg van de dood;
425 III, 2,54 | Alleen God is de Heer van het leven! Maar in het licht van de
426 III, 2,54 | het individuele en sociale leven plaatsvinden, heeft het
427 III, 2,54 | waarin het recht om het eigen leven te verdedigen en de plicht
428 III, 2,54 | en de plicht om andermans leven niet te kwetsen in de praktijk
429 III, 2,54 | innerlijke waarde van het leven en de plicht om zichzelf
430 III, 2,54 | gebrek aan liefde voor het leven of voor zichzelf, alleen
431 III, 2,54 | verantwoordelijk is voor andermans leven, voor het algemeen welzijn
432 III, 2,56 | het eerbiedigen van ieder leven, zelfs dat van misdadigers
433 III, 2,56 | ieder onschuldig menselijk leven, speciaal aan zijn begin
434 III, 2,56 | onaantastbaarheid van het menselijk leven te verdedigen, versterkt.
435 III, 2,56 | onschuldige mens van het leven te beroven is altijd zedelijk
436 III, 2,56 | toestaan”52. ~Wat het recht op leven betreft is ieder onschuldig
437 III, 2,56 | het directe doden van het leven van een onschuldig menselijk
438 III, 3,57 | alle misdaden die tegen het leven kunnen worden begaan heeft
439 III, 3,57 | het fundamentele recht op leven op het spel staat. Gegeven
440 III, 3,57 | gedood, dat net pas het leven binnengaat, dwz het absoluut
441 III, 3,58 | om het “heiligdom van het leven”te zijn. Ook mag men de
442 III, 3,58 | hebben aangeleerd om het leven te bevorderen, in dienst
443 III, 3,58 | reusachtige bedreiging van het leven: niet alleen het leven van
444 III, 3,58 | het leven: niet alleen het leven van enkelingen, maar ook
445 III, 3,58 | tegen het nog niet geboren leven. 60. Sommige mensen proberen
446 III, 3,58 | een persoonlijk menselijk leven. Maar “vanaf het moment
447 III, 3,58 | wordt, bevindt zich een leven in staat van begin, een
448 III, 3,58 | in staat van begin, een leven dat niet van de vader is,
449 III, 3,58 | avontuur van een menselijk leven begonnen, waarvan elk der
450 III, 3,58 | verschijnen van het menselijk leven: hoe zou een menselijk individu
451 III, 3,58(57)| respect voor het menselijk leven bij zijn oorsprong en over
452 III, 3,58 | het onaantastbare recht op leven is van ieder onschuldig
453 III, 3,59 | ongeboren kind. ~Het menselijk leven is heilig en onaantastbaar
454 III, 3,59 | christelijke gemeenschap in leer en leven zich radicaal gekeerd tegen
455 III, 3,60 | handeling die het menselijk leven in de moederschoot rechtstreeks
456 III, 3,60 | opnieuw dat het menselijk leven heilig is, “omdat het vanaf
457 III, 3,60 | de ontvangenis moet het leven met uiterste zorg worden
458 III, 3,60(73)| respect voor het menselijk leven bij zijn oorsprong en over
459 III, 3,61 | op voorwaarde dat ze het leven en de ongeschondenheid van
460 III, 3,61 | van ernstige handicaps hun leven leiden wanneer zij door
461 III, 3,61 | wat echte waarde aan het leven geeft en wat het, zelfs
462 III, 4,62 | tendens overheerst om het leven alleen te waarderen in de
463 III, 4,62 | wanneer hij plotseling een leven onderbreekt dat nog open
464 III, 4,62 | bevrijding”wanneer men het leven niet meer zinvol acht omdat
465 III, 4,62 | beslissen wat hij met zijn leven doet in volle en totale
466 III, 4,62 | verhelpen, maar ook om het leven, zelfs een toestand van
467 III, 4,62 | zachte wijze”zijn eigen leven of dat van anderen te beëindigen.
468 III, 4,62 | hopeloos arbeidsongeschikt leven geen waarde meer heeft. ~
469 III, 4,63 | smartvol rekken van het leven zou betekenen, zonder evenwel
470 III, 4,63(80)| Franse televisie: “Ieder leven is heilig”(27 januari 1971):
471 III, 4,64 | natuurlijke neiging tot leven en zo de subjectieve verantwoordelijkheid
472 III, 4,64 | absolute soevereiniteit over leven en dood, zoals die wordt
473 III, 4,64 | Israël: “Gij hebt macht over leven en dood; Gij voert mensen
474 III, 4,64 | omdat hij, zwevend tussen leven en dood, om hulp smeekt
475 III, 4,64 | niet meer in staat is te leven”85. Ook als zij niet gemotiveerd
476 III, 4,64 | belast te worden met het leven van iemand die lijdt, moet
477 III, 4,64 | om te beslissen wie mag leven en wie sterven. Opnieuw
478 III, 4,64 | alleen heeft de macht over leven en dood: “Ik ben het die
479 III, 4,64 | Ik ben het die dood en leven brengt”(Dt 32,339; vgl.
480 III, 4,64 | onrecht en dood. Zo wordt het leven van de mens die zwak is
481 III, 4,65 | voor de verrijzenis en het leven (vgl. Rom 8,11). De zekerheid
482 III, 4,65 | niemand sterft voor zichzelf: leven wij, dan leven wij voor
483 III, 4,65 | zichzelf: leven wij, dan leven wij voor de Heer; sterven
484 III, 4,65 | wij voor de Heer. Of wij leven of sterven, wij behoren
485 III, 4,65 | aardse weg ten einde is. Leven voor de Heer betekent ook
486 III, 4,65 | voltooi ik in mijn aardse leven dat, wat aan het lijden
487 III, 5,66 | aanslagen op het menselijk leven bestaat in de tendens om
488 III, 5,66 | Vaak wordt beweerd, dat het leven van een ongeborene of van
489 III, 5,66 | overeenkomstig een morele standaard leven die hoger is dan die, die
490 III, 5,66 | worden om over het eigen leven en het leven van het ongeboren
491 III, 5,66 | over het eigen leven en het leven van het ongeboren kind te
492 III, 5,68 | van het respect voor het leven laat zien welke misverstanden
493 III, 5,68 | het ongeboren menselijke leven goedkeurt, soms niet een “
494 III, 5,68 | maatstaf voor het politieke leven. ~De fundamenten van deze
495 III, 5,68(89)| over het respect voor het leven bij zijn oorsprong en over
496 III, 5,69 | ongestoord en rustig kunnen leven”(1Tim 2,2). Juist daarom
497 III, 5,69 | het onaantastbare recht op leven van iedere onschuldige mens.
498 III, 5,69 | grondrechten, zoals dat op leven, niet te erkennen. Het wettelijk
499 III, 5,70 | fundamentele grondrecht op leven, dat iedere mens eigen is,
500 III, 5,70 | het onaantastbare recht op leven dat alle mensen eigen is
1-500 | 501-785 |