Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,8 | herinnert hem aan zijn vrijheid tegenover het kwaad: de mens is geenszins
2 I, 1,8 | storten. Maar Kaïn blijft vrij tegenover de zonde. Hij kan en moet
3 I, 1,8 | de vermoorde te wreken. Tegenover God, die hem ondervraagt
4 I, 2,12 | niet minder waar dat wij tegenover een zelfs nog grotere werkelijkheid
5 I, 2,13 | vernietigt: de eerste staat tegenover de deugd van kuisheid in
6 I, 2,13 | huwelijk, de tweede staat tegenover de deugd van rechtvaardigheid
7 I, 2,15 | Evenmin mogen we zwijgen tegenover andere, steelsere maar niet
8 I, 2,16 | ernstige onderontwikkeling. Tegenover de overbevolking in de arme
9 I, 2,17 | solidariteit, staan we werkelijk tegenover een objectieve “samenzwering
10 I, 5,28 | bewust van maken dat we tegenover een geweldige en dramatische
11 I, 5,28 | bevinden ons niet alleen “tegenover”, maar noodzakelijkerwijs “
12 II, 2,31 | bedreigingen die het belagen. Tegenover de tegenstellingen van het
13 II, 9,46 | moet men in de ouderdom tegenover de onvermijdelijke neergang
14 III, 6,74 | onze verantwoordelijkheid tegenover de mensen die zich aan ons
15 IV, 4,87 | beroep op gewetensbezwaar tegenover abortus provocatus en euthanasie.
16 IV, 4,88 | gevoelens van goede wil tegenover anderen te verheffen tot
17 IV, 4,88 | die persoon ertoe op om tegenover God, tegenover zijn of haar
18 IV, 4,88 | ertoe op om tegenover God, tegenover zijn of haar eigen geweten
19 IV, 4,88 | of haar eigen geweten en tegenover de hele samenleving zich
20 IV, 5,90(119)| thema “De huidige houdingen tegenover geboorte en dood: een uitdaging
21 IV, 5,90 | en bereidheid tot delen tegenover zieke of oudere familieleden. ~
22 IV, 6,94 | staat, die de mens aanneemt tegenover het grootste mysterie: het
|