Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | onszelf aan God en aan onze broeders. ~De Kerk weet dat dit Evangelie
2 Inl, 3,5(6)| Vgl. Brief aan al mijn Broeders in het bisschopsambt m.b.
3 I, 1,7 | het niet. Ben ik soms mijn broeders hoeder?”Toen zei Hij: “Wat
4 I, 3 | Ben ik mijn broeders hoeder?”(Gn 4,9): een pervers
5 I, 3,19 | weet het niet; ben ik mijn broeders hoeder?”(Gn 4,9). Ja, iedere
6 I, 3,19 | Ja, iedere mens is zijns “broeders hoeder”, omdat God ons aan
7 I, 5,25 | is een voorspraak voor de broeders bij de Vader (vgl.Heb 7,
8 I, 5,25 | onherroepelijke scheiding van de broeders, maar het instrument van
9 II, 7,43 | worden in zijn lijdende broeders en zusters: de hongerigen,
10 II, 10,49 | relatie met God en met de broeders te vestigen, en om nieuwe,
11 II, 10,49 | zelfgave in liefde voor zijn broeders en zusters: “Wij weten dat
12 II, 10,49 | het leven, omdat we onze broeders liefhebben”(1Joh 3,14).
13 II, 11,51 | leven te geven voor onze broeders en zusters, en zo in de
14 III, 3,61 | waarmee zovelen van onze broeders en zusters die te lijden
15 III, 6,75 | moeten ook wij voor onze broeders het leven geven”(1Joh 3,
16 IV, 4 | Mijn broeders, wat voor nut heeft het,
17 IV, 4,85 | Jakobusbrief vermaant: “Mijn broeders, wat voor nut heeft het,
18 IV, 4,85 | voor een van mijn geringste broeders gedaan hebt, dat hebt ge
19 IV, 4,89 | positieve samenwerking met onze broeders en zusters van andere Kerken
20 IV, 6,96 | moeten verdedigen, maar broeders en zusters die we moeten
21 IV, 6,98 | oog van zovelen van onze broeders en zusters - en hun harten
22 Slot, 2,102| dezer geringsten van mijn broeders, hebt u voor Mij gedaan”(
|