Chapter, Paragraph, Number
1 I, 3,20 | 20. Deze opvatting van vrijheid
2 I, 4,24 | en het goede kwaad”(Js 5,20) noemt, dan is het al op
3 I, 5,28 | lengte van dagen”(30,16.19-20). ~De onvoorwaardelijke
4 II, 2,31 | naar verborgen schatten?”(3,20-21). Maar zelfs in de diepste
5 II, 3,32 | zullen die zijn?”(Lc 12,20). ~
6 II, 4,34(23) | Tegen de ketterijen, IV, 20, 7: SCh 100/2, 648-649. ~
7 II, 4,35 | planten en dieren is (vgl.Gn 2,20). Alleen de verschijning
8 II, 5,38(27) | Tegen de ketterijen, IV, 20, 7: SCh 100/2, 648-649. ~
9 II, 6,40 | Gij zult niet doden”(Ex 20,13); “Gij zult geen onschuldigen
10 II, 6,41 | moederschoot (vgl.Ex 21,22; 22,20-26). Met Jezus krijgen deze
11 II, 7,43 | van alle levenden”(Gn 3,20). Zich bewust van Gods tussenkomst,
12 II, 9,46 | dagen niet voltooit”(Js 65,20). ~Hoe moet men in de ouderdom
13 II, 10,48 | Gij zult niet doden (Ex 20,13; Dt 5,17): de hele wet
14 III, 2,53 | een goddelijk gebod (Ex 20,13; Dt 5,17). Zoals ik al
15 III, 3,57 | tot duisternis maken”(Js 5,20). Vooral in het geval van
16 III, 4,63(82)| AUGUSTINUS, De Civitate Dei I, 20: CCL 47,22; SINT THOMAS
17 III, 4,65(87)| 1944): AAS 37 (1945), 10-20. ~
18 IV, 1,76 | vgl. Mc 16,15; Mt 28,19-20). De Kerk, die ontstond
19 IV, 1,77 | kostbaar bloed (vgl. 1Kor 6,20; 7,23; 1Pe 1,19) en door
20 IV, 5,92 | en moeder te eren (vgl.Ex 20,12; Lv 19,3). Maar er is
21 IV, 6,93(123)| Vgl. Ibid., 20, l.c., 18. ~
22 Slot, 1,101 | de “levenden”(vgl. Gn 3,20). ~Het geestelijk moederschap
|