Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 3,5 | fundamentele recht op het leven, de plicht om met onvermindere moed
2 III, 2,54| leven te verdedigen en de plicht om andermans leven niet
3 III, 2,54| waarde van het leven en de plicht om zichzelf niet minder
4 III, 2,54| wordt zelfs een ernstige plicht voor degene die verantwoordelijk
5 III, 3,58| uit een oogpunt van morele plicht alleen de waarschijnlijkheid
6 III, 4,63| Zeker is er een morele plicht om zichzelf te laten verzorgen
7 III, 4,63| en behandelen, maar deze plicht moet aan de concrete omstandigheden
8 III, 4,63| heldhaftig”gedrag niet tot ieders plicht rekenen. Reeds Pius XII
9 III, 4,64| eigenliefde en afwijzing van de plicht tot rechtvaardigheid en
10 III, 5,69| maatschappij het recht en de plicht heeft zich te beschermen
11 III, 5,69| Want “dit is de voornaamste plicht van ieder staatsgezag: om
12 III, 5,69| alleen af van hun eigen plicht, maar hun voorschriften
13 III, 5,71| de ernstige en duidelijke plicht op, om zich ertegen te verzetten
14 III, 5,71| apostelen de christenen de plicht tot gehoorzaamheid jegens
15 III, 5,72| is niet alleen een morele plicht maar ook een menselijk grondrecht.
16 IV, 1,77 | geen grootspraak maar een plicht die onstaat uit het besef “
17 IV, 1,77 | worden als volk gezonden. De plicht van dienst aan het leven
18 IV, 1,77 | Wij voelen allen samen de plicht om het Evangelie van het
19 IV, 2,80 | catecheten en theologen hebben de plicht om de antropologische grondslagen
20 IV, 4,88 | te dienen, hebben zij de plicht om moedige keuzes te maken
21 IV, 7,99 | als zijn belangrijkste plicht”136. ~Het Evangelie van
|