Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | van het aardse leven van man en vrouw. Het is immers
2 Inl, 3,5 | voor het welzijn van iedere man en vrouw en om het lot van
3 I, 4,23 | onderworpen aan de willekeur van man en vrouw. Voortplanting
4 II, 1,29 | geschreven in het hart van iedere man en vrouw, heeft weerklonken
5 II, 2,31 | boek Job. De onschuldige man, overweldigd door lijden,
6 II, 4,34 | dit is Gods bevel aan de man en de vrouw. Een soortgelijke
7 II, 4,35 | menselijk bestaan. In de ander, man of vrouw, is een weerspiegeling
8 II, 5,37 | noch uit de wil van de man, maar uit God geboren zijn”(
9 II, 7,43 | door de voortplanting door man en vrouw in het huwelijk,
10 II, 7,43 | in het begin de mens als man en vrouw gemaakt heeft”(
11 II, 7,43 | zijn eigen scheppingswerk, man en vrouw gezegend, zeggend “
12 II, 7,43 | zekere speciale deelname”van man en vrouw in het “scheppingswerk”
13 II, 7,43 | roept Eva uit: “Ik heb een man gekregen met de hulp van
14 II, 7,43 | naar de gelijkenis met God. Man en vrouw schiep Hij hen,
15 II, 7,43 | beelden van God”34. ~Zo worden man en vrouw, verenigd in het
16 II, 11,50 | honderdman uit: “Waarlijk, deze man was Zoon van God!”(Mc 15,
17 III, 2,56| recht, waarbij ze iedere man en vrouw erkennen en eerbiedigen
18 III, 6,75| om het leven van iedere man en iedere vrouw te beminnen
19 IV, 2,78 | naar het hart van iedere man en vrouw brengen en het
20 IV, 4,85 | diepe liefde voor iedere man en vrouw die in de loop
21 IV, 6,98 | bekommernis met het lot van iedere man en vrouw, herhaal ik vandaag
|