Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,8(11) | SINT AMBROSIUS, De Noe, 26, 94-96: CSEL 32, 480-481. ~
2 I, 1,9 | laat wedervaren (vgl.Gn 37,26; Js 26,21; Ez 24,7-8). Van
3 I, 1,9 | wedervaren (vgl.Gn 37,26; Js 26,21; Ez 24,7-8). Van die
4 I, 5,25 | vergeving van de zonden”(Mt 26,28). ~Dit bloed dat uit
5 I, 5,26 | 26. Tekenen die wijzen op deze
6 II, 1,29 | nooit sterven”(Joh 11,25-26). Jezus is de Zoon die van
7 II, 1,29 | van de Vader (vgl.Joh 5,26) en die onder de mensen
8 II, 3,32 | van wat leeft”(vgl.W 11,26) Israël had gerustgesteld
9 II, 4,34 | zijn heerlijkheid (vgl.Gn 1,26-27; Ps 8,6). Dit is wat
10 II, 4,34 | en onze gelijkenis”(Gn 1,26). Het leven dat God de mens
11 II, 5 | zal nooit sterven”(Joh 11,26); de gave van het eeuwig
12 II, 5,38 | nooit sterven”(Joh 11,25.26). ~
13 II, 6,41 | moederschoot (vgl.Ex 21,22; 22,20-26). Met Jezus krijgen deze
14 II, 10,49 | in u uitstorten”(Ez 36,25-26; vgl.Jr 31,34). Dit “nieuwe
15 II, 11,50 | beledigd (vgl.Mc 15,24-26). ~En toch, precies middenin
16 III, 2,53 | en gelijkenis (vgl.Gn 1, 26-28). Het menselijk leven
17 IV, 3,82(110)| L”Osservator Romano, 25-26 april 1994, p. 5. ~
18 IV, 6,95(129)| encycliek Populorum progressio (26 maart 1967), 15: AAS 59 (
19 IV, 6,98 | vrucht voortbrengt (vgl.Mc 4,26-29). Zeker is er een enorme
20 IV, 6,98 | onmogelijk is (vgl.Mt 19,26). ~Met die zekerheid in
21 Slot, 1,101 | zie daar uw zoon””(Joh 19,26). ~
|