Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 3,5 | Pinksteren 1991 een persoonlijke brief gestuurd aan iedere mede-broeder
2 Inl, 3,5 | het leven. ~In dezelfde brief heb ik, enkele dagen na
3 Inl, 3,5(6) | Vgl. Brief aan al mijn Broeders in
4 Inl, 3,6 | a.h.w. in gedachten de brief aanvullend die ik “aan iedere
5 Inl, 3,6(8) | Brief aan de gezinnen Gratissimam
6 I, 4,24 | Paulus beschrijft in zijn brief aan de Romeinen. Die is
7 I, 5,25 | zoals de schrijver van de brief aan de Hebreeën ons in herinnering
8 II, 1,30 | openingswoorden van zijn Eerste Brief geschreven: “Dat wat van
9 II, 7,43 | stelt. Zoals ik in mijn Brief aan de Gezinnen schreef: “
10 II, 7,43(31) | Brief aan de gezinnen Gratissimam
11 II, 9,47(37) | IGNATIUS VAN ANTIOCHIË, Brief aan de Efesiërs, 7,2; Patres
12 III, 2,54(42)| I, 2-3, 6-9, 14-17; vgl. Brief van Pseudo-Barnabas, XIX,
13 III, 3,57(54)| PAULUS II, Apostolische brief Mulieris dignitatem (15
14 III, 3,58 | Zoals ik schreef in mijn Brief aan de Gezinnen: “We staan
15 III, 3,58(55)| Brief aan de Gezinnen Gratissimum
16 III, 4,65(86)| PAULUS II, Apostolische brief Salvifici doloris (11 februari
17 IV, 6,95(128)| Brief waarin de Werelddag van
18 IV, 6,96(130)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, Brief aan de gezinnen Gratissimam
19 IV, 6,97(133)| PAULUS II, apostolische brief Mulieris dignitatem (15
20 IV, 6,97(134)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, Brief aan de gezinnen Gratissimam
|