Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 3,5 | het vandaag bedreigen. ~Toen ik dit verzoek kreeg heb
2 Inl, 3,5 | niet kon zwijgen over het toen heersende onrecht, dan nog
3 I, 1,7 | Abel door zijn broer Kaïn: “Toen zij buiten waren, viel Kaïn
4 I, 1,7 | Laten we gaan wandelen”. En toen zij buiten waren, hief Kaïn
5 I, 1,7 | soms mijn broeders hoeder?”Toen zei Hij: “Wat hebt gij gedaan?
6 I, 1,7 | zult ge zijn op de aarde!”~Toen zei Kaïn tot Jahwe: “Die
7 II, 2,31 | leven in de ogen van God. Toen het tot uitroeiing gedoemd
8 II, 4,35 | in de wereld. Hij rustte toen in de diepten van de mens.
9 II, 7,43 | drukt het als volgt uit: “Toen God de mens schiep, maakte
10 II, 7,43 | dat zij geschapen waren. Toen Adam honderddertig jaar
11 II, 9 | Ik heb geloofd ook toen ik zei: “Al te zeer ben
12 II, 9,46 | uitroepen: “Ik heb geloofd ook toen ik zei: “Al te zeer ben
13 II, 11,50 | precies middenin dit alles, toen hij Hem “op deze wijze zag
14 II, 11,51 | wanneer ik haar overweeg. “Toen Jezus van de azijn genomen
15 III, 6,74 | zijn broeder, toevertrouwd. Toen de tijd vervuld was, heeft
16 IV, 3,82 | en die ons zag en beminde toen we nog vormloos waren (vgl.
17 IV, 5,92 | zelf aan hun kinderen gaven toen zij hen ter wereld brachten.
18 Slot, 0,100| waardoor iedereen leeft. En toen zij het leven baarde, bracht
19 Slot, 1,101| Zoon over hen uitstort: “Toen Jezus zijn moeder zag en
|