Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | werkelijkheid; het is dus een heilige werkelijkheid die aan ons
2 Inl, 1,2 | vgl.Rom 2,14-15), van de heilige waarde van het menselijk
3 Inl, 1,2(1)| men niet als zodanig in de Heilige Schrift. Maar ze strookt
4 I, 2,11 | niet ophoudt het als een heilige en onaantastbare waarde
5 II, 5,37 | geloofd en erkend dat U de Heilige van God bent”(Joh 6,68-69).
6 II, 5,37 | de Vader, de Zoon en de Heilige Geest in zijn eigen leven,
7 II, 8,45 | moeder werd vervuld van de heilige Geest. De moeder was niet
8 II, 8,45 | zoon was vervuld met de heilige Geest, vervulde hij zijn
9 II, 11,50 | en de lichamen van vele heilige mensen die ontslapen waren
10 III | Gij zult niet doden~Gods heilige wet~
11 III, 1,52 | gehoorzaamheid aan Gods heilige wet: een vrije en blijde
12 III, 2,53 | het menselijk leven. ~De Heilige Schrift brengt het voorschrift “
13 III, 2,56 | mensenleven is inderdaad een in de Heilige Schrift uitdrukkelijk geleerde,
14 III, 2,56 | die, geïnspireerd door de heilige Geest, het Volk van God
15 III, 2,56 | opnieuw bevestigd door de Heilige Schrift, doorgegeven door
16 III, 3,59 | 61. De teksten van de Heilige Schrift die nooit spreken
17 IV, 2,78 | wordt door de genade. De heilige Gregorius van Nyssa verstaat
18 IV, 4,85 | nog actuele woord van de heilige Johannes Chrysostomus: “
19 IV, 7,99 | Het leven heeft zeker een heilige en godsdienstige waarde,
|