Chapter, Paragraph, Number
1 I, 2,15 | zicht op een zin en zonder enige hoop. We zien een rampzalig
2 I, 3,19 | kwaad niet meer als het enige en onbetwistbare uitgangspunt
3 I, 3,20 | elkaar staan, maar zonder enige onderlinge band. Iedereen
4 I, 4,23 | die van het hebben. Het enige doel dat telt is het nastreven
5 I, 5,25 | Paasvigilie), als “God zijn enige Zoon gaf”, opdat de mens “
6 II, 4,35 | Eden tekent zolang zijn enige referentiepunt de wereld
7 II, 5,37 | omdat hij van Jezus de enige woorden hoort die aan zijn
8 II, 5,37 | leven: dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U gezonden
9 II, 6,39 | levensadem. God is, daarom, de enige Heer van dit leven: de mens
10 III, 2,53| met zijn Schepper, zijn enige doel. God alleen is Heer
11 III, 2,54| ofschoon langzaam en met enige tegenspraak, een toenemende
12 III, 2,56| mee instemmen. Evenmin kan enige autoriteit zulke actie rechtmatig
13 III, 5,67| ruimte te garanderen, met als enige beperking naar buiten dat
14 III, 5,67| beschermen, waarbij als enige zedelijke maatstaf voor
15 IV, 2,78 | 1Joh 1,1.3). Jezus is het enige Evangelie: wij hebben niets
16 IV, 3,82 | Levensbeginsel, de Oorzaak en enige Levensbron. Elk levend wezen
17 IV, 4,88 | Ofschoon wetten niet de enige middelen zijn om het menselijk
18 IV, 4,89 | internationaal vlak”115. Dit is de enige manier om de waardigheid
19 IV, 5,91 | voorkeur heeft wanneer de enige reden om het kind af te
|