1-500 | 501-718
Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | Wanneer Hij de kern van zijn verlossende zending presenteert,
2 Inl, 1,2 | leven die de dimensies van zijn aardse bestaan ver achter
3 Inl, 1,2 | leven zichtbaar, ook in zijn tijdelijk-aardse fase. Want
4 Inl, 1,2 | het goddelijk leven, dat zijn volle vervulling zal bereiken
5 Inl, 1,2 | niet-gelovige mens omdat het aan zijn verwachtingen die het toch
6 Inl, 1,2 | de natuurlijke wet die in zijn hart geschreven is (vgl.
7 Inl, 1,2 | het eerste begin tot aan zijn einde, en tot de aanvaarding
8 Inl, 1,2 | heeft liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven”(
9 Inl, 1,2 | Evangelie van het leven zijn één ondeelbare Blijde Boodschap. ~
10 Inl, 2,3 | om de mens psychisch in zijn macht te krijgen; al wat
11 Inl, 2,3 | andere dergelijke dingen zijn onmiskenbaar schandelijk.
12 Inl, 2,3 | onmiskenbaar schandelijk. Ze zijn een aantasting van de menselijke
13 Inl, 2,3 | hebben te verdragen. En ze zijn volledig in tegenspraak
14 Inl, 3,5 | van het menselijk leven en zijn onaantastbaarheid opnieuw
15 Inl, 3,5 | bisschoppelijke collegialiteit, mij zijn medewerking zou aanbieden
16 Inl, 3,5 | voegen die nog veel ernstiger zijn, die misschien verwisseld
17 Inl, 3,5 | krachtige herbevestiging zijn van de waarde van het menselijk
18 Inl, 3,5 | het menselijk leven en van zijn onschendbaarheid, en tegelijk
19 Inl, 3,5 | wil bereiken, die bezorgd zijn voor het welzijn van iedere
20 I, 1 | Kaïn hief zijn hand op tegen zijn broer
21 I, 1 | hief zijn hand op tegen zijn broer Abel en doodde hem”(
22 I, 1,7 | alles heeft Hij voor het zijn geschapen(...) Ja, God heeft
23 I, 1,7 | gemaakt tot een beeld van zijn eigen eeuwigheid. Maar de
24 I, 1,7 | van de moord op Abel door zijn broer Kaïn: “Toen zij buiten
25 I, 1,7 | buiten waren, viel Kaïn zijn broer aan en vermoordde
26 I, 1,7 | offer, de eerstgeborenen van zijn beste schapen. Jahwe zag
27 I, 1,7 | genadig neer op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn
28 I, 1,7 | zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. ~
29 I, 1,7 | woede greep Kaïn aan, en zijn gezicht werd grimmig. Nu
30 I, 1,7 | blijven?”~Daarop zei Kaïn tot zijn broer Abel: “Laten we gaan
31 I, 1,7 | hief Kaïn de hand op tegen zijn broer en doodde hem. ~Nu
32 I, 1,7 | Daarom zult ge vervloekt zijn, verbannen van de grond
33 I, 1,7 | verbannen van de grond die zijn mond heeft geopend om uit
34 I, 1,7 | en een vagebond zult ge zijn op de aarde!”~Toen zei Kaïn
35 I, 1,7 | zwerver en een vagebond zijn op de aarde, en iedereen
36 I, 1,8 | genadig neerzag op Abel en zijn offer”(Gn 4,4). De bijbeltekst
37 I, 1,8 | waarschuwt hem, herinnert hem aan zijn vrijheid tegenover het kwaad:
38 I, 1,8 | dier, naast de deur van zijn hart staat, klaar om zich
39 I, 1,8 | staat, klaar om zich op zijn prooi te storten. Maar Kaïn
40 I, 1,8 | en moet die beheersen: “Zijn hevige begeerte is op u
41 I, 1,8 | en zo stort Kaïn zich op zijn broer en doodt hem. In de
42 I, 1,8 | van de moord van Kaïn op zijn broer Abel toont de Schrift
43 I, 1,8 | begeerlijkheid in de mens aanwezig zijn. De mens is de vijand geworden
44 I, 1,8 | is de vijand geworden van zijn naaste”10. ~De ene broer
45 I, 1,8 | die uit de boze was en die zijn broer doodde”(1Joh 3,11-
46 I, 1,8 | probeert met een leugen zijn misdaad te verbergen. Zo
47 I, 1,8 | Kaïn wil niet denken aan zijn broer en weigert die verantwoordelijkheid,
48 I, 1,8 | verantwoordelijkheid van de mens voor zijn naaste af te schuiven: symptomen
49 I, 1,8 | schuiven: symptomen daarvan zijn onder andere het afnemen
50 I, 1,9 | rondzwerven en voortvluchtig zijn op de aarde”(Gn 4,14): onzekerheid
51 I, 1,9 | moordenaar verliest niet zijn persoonlijke waardigheid
52 I, 1,9 | God stuurde Kaïn weg van zijn aanschijn en verbande de
53 I, 1,9 | aanschijn en verbande de van zijn ouders afvallige naar een
54 I, 1,9 | berouw van de zondaar wil dan zijn dood”13. ~
55 I, 2,10 | vinden; andere op hun beurt zijn het gevolg van situaties
56 I, 2,10 | kinderen, die gedwongen zijn tot ellende, ondervoeding
57 I, 2,10 | menselijk leven, zo talrijk zijn de vormen, expliciet of
58 I, 2,11 | aanvallen, die het leven in zijn vroegste en laatste stadia
59 I, 2,11 | heiligdom van het leven”te zijn. ~Hoe heeft een dergelijke
60 I, 2,11 | van wat de mens is, van zijn rechten en van zijn plichten.
61 I, 2,11 | van zijn rechten en van zijn plichten. Dan zijn er allerlei
62 I, 2,11 | en van zijn plichten. Dan zijn er allerlei existentile
63 I, 2,11 | moeilijkheden, die erger zijn geworden door de ingewikkeldheid
64 I, 2,11 | worden met hun problemen. Er zijn situaties van acute armoede,
65 I, 2,11 | misdaden tegen het leven in zijn vroege of laatste stadia
66 I, 2,12 | handicap of enkel door zijn aanwezigheid de welvaart
67 I, 2,12 | hen die meer bevoordeeld zijn ter discussie stelt, wordt
68 I, 2,13 | bijna uitsluitend bezorgd te zijn om de ontwikkeling van produkten
69 I, 2,13 | tegelijkertijd in staat zijn om abortus ver te houden
70 I, 2,13 | negatieve waarden die verbonden zijn met de “contraceptieve mentaliteit”-
71 I, 2,13 | waarheid van de huwelijksdaad - zijn zo dat ze feitelijk deze
72 I, 2,13 | Zeker: uit moreel oogpunt zijn contraceptie en abortus
73 I, 2,13 | heel veel andere gevallen zijn dergelijke praktijken geworteld
74 I, 2,14(14) | het menselijk leven bij zijn oorsprong en over de waardigheid
75 I, 2,15 | die niet minder ernstig zijn hangen boven de ongeneeslijk
76 I, 2,15 | een beslissende factor zijn. Zo”n situatie kan het toch
77 I, 2,15 | kunnen zij die de zieke nabij zijn bewogen worden door een
78 I, 2,16 | dezelfde manier op. Zij zijn ook geobsedeerd door de
79 I, 2,16 | aan kinderen en het armste zijn, een bedreiging vormen voor
80 I, 2,17 | Achtste Wereldjongerendag “zijn mettertijd de bedreigingen
81 I, 2,17 | nemen grote omvang aan. Het zijn niet alleen bedreigingen
82 I, 2,17 | de “Abels”doden; nee, het zijn wetenschappelijk en systematisch
83 I, 2,17 | die verschillend kunnen zijn en soms zelfs overtuigend
84 I, 2,17 | internationale instellingen betrokken zijn, actief in het aanmoedigen
85 I, 2,17 | massamedia vaak betrokken zijn bij deze samenzwering, doordat
86 I, 3,18 | h.w. een uitnodiging te zijn aan Kaïn om voorbij het
87 I, 3,18 | het materile karakter van zijn moorddadig handelen te gaan,
88 I, 3,18 | die op zichzelf slecht zijn - maken, verminderen. Maar
89 I, 3,18 | politiek vlak, waar het zijn subversiefste en verwarrendste
90 I, 3,18 | mensenrechten”- rechten die eigen zijn aan iedere persoon en die
91 I, 3,18 | die erdoor geïnspireerd zijn, zien dat er op wereldniveau
92 I, 3,18 | nemen die zwak en behoeftig zijn, of ouder, of hen die juist
93 I, 3,18 | de moederschoot ontvangen zijn? Deze aanvallen richten
94 I, 3,18 | respect voor het leven en ze zijn een directe bedreiging voor
95 I, 3,19 | niet geboren is of dat in zijn laatste stadia verkeert
96 I, 3,19 | tegen de zwakken die gedoemd zijn zich te onderwerpen. ~Juist
97 I, 3,19 | dienste van de persoon en van zijn vervulling door de gave
98 I, 3,19 | onbetwistbare uitgangspunt voor zijn eigen keuzes, maar alleen
99 I, 3,19 | eigen keuzes, maar alleen zijn subjectieve en veranderlijke
100 I, 3,19 | veranderlijke mening of, vlakweg, zijn zelfzuchtige belangen en
101 I, 3,20 | en neigt er in feite toe zijn eigen belangen te laten
102 I, 3,20 | recht”houdt op recht te zijn, omdat het niet meer stevig
103 I, 3,20 | euthanasie toestaan het resultaat zijn van een stemming overeenkomstig
104 I, 4,21 | door secularisme dat met zijn alom aanwezige tentakels
105 I, 4,21 | mens te verliezen, voor zijn waardigheid en zijn leven;
106 I, 4,21 | voor zijn waardigheid en zijn leven; op haar beurt verwekt
107 I, 4,21 | voor het menselijk leven en zijn waardigheid, een soort voortschrijdende
108 I, 4,21 | van de moord op Abel door zijn broer volgen. Na de vervloeking
109 I, 4,21 | zwerver en een vagebond zijn op de aarde, en ieder die
110 I, 4,21 | Kaïn is ervan overtuigd dat zijn zonde niet vergeven zal
111 I, 4,21 | worden door de Heer en dat zijn onontkoombaar lot zal zijn “
112 I, 4,21 | zijn onontkoombaar lot zal zijn “ver te moeten blijven”van
113 I, 4,21 | staat is te belijden dat zijn schuld “groter is dan hij
114 I, 4,21 | tegenwoordigheid van God te zijn en vóór Gods rechtvaardige
115 I, 4,21 | alleen voor God dat de mens zijn zonde kan toegeven er de
116 I, 4,22 | als een organisme dat, op zijn best, een zeer hoge graad
117 I, 4,22 | binnen de enge horizon van zijn fysieke staat wordt hij
118 I, 4,22 | transcendente”karakter van zijn “bestaan als mens”. Hij
119 I, 4,22 | God, iets “heiligs”dat aan zijn verantwoordelijkheid is
120 I, 4,22 | toevertrouwd en zo ook aan zijn liefde en zorg en “verering”.
121 I, 4,22 | ding”dat de mens opeist als zijn exclusieve eigendom, helemaal
122 I, 4,22 | helemaal onderworpen aan zijn controle en manipulatie. ~
123 I, 4,22 | naar de meest ware zin van zijn eigen bestaan te stellen
124 I, 4,22 | deze cruciale momenten van zijn eigen “zijn”aanneemt. Hij
125 I, 4,22 | momenten van zijn eigen “zijn”aanneemt. Hij is alleen
126 I, 4,22 | achterlaat in “angst”voor zijn vrijheid. ~Door te leven “
127 I, 4,22 | van de wereld en dat van zijn eigen wezen. ~
128 I, 4,23 | 28). De waarden van het zijn worden zo vervangen door
129 I, 4,23 | telt is het nastreven van zijn eigen materiële welzijn.
130 I, 4,23 | betekenissen die inherent zijn aan de aard zelf van de
131 I, 4,23 | die er schade van hebben, zijn vrouwen, kinderen, zieken
132 I, 4,24 | individuele geweten, dat in zijn eigenheid en uniciteit alleen
133 I, 4,24 | die Paulus beschrijft in zijn brief aan de Romeinen. Die
134 I, 5,25 | Christus, voor wie Abel in zijn onschuld een profetische
135 I, 5,25 | Oude Verbond, waardoor God zijn wil verkondigde om zijn
136 I, 5,25 | zijn wil verkondigde om zijn eigen leven te delen met
137 I, 5,25 | onschatbaar de waarde van zijn leven. De apostel Petrus
138 I, 5,25 | Christus, het teken van zijn zichzelf wegschenkende liefde (
139 I, 5,25 | Hoe kostbaar moet de mens zijn in de ogen van de Schepper
140 I, 5,25 | de Paasvigilie), als “God zijn enige Zoon gaf”, opdat de
141 I, 5,25 | Christus aan de mens dat zijn grootheid, en daarmee zijn
142 I, 5,25 | zijn grootheid, en daarmee zijn roeping, bestaat in de oprechte
143 I, 5,25 | meegetrokken in de dynamiek van zijn leven en zijn gave van het
144 I, 5,25 | dynamiek van zijn leven en zijn gave van het leven, om de
145 I, 5,25 | De dood zal niet meer zijn”, roept de krachtige stem
146 I, 5,26 | de mensheid aan het werk zijn. ~Helaas is het vaak moeilijk
147 I, 5,26 | mensen die zwak en weerloos zijn, zijn ontstaan en ontstaan
148 I, 5,26 | die zwak en weerloos zijn, zijn ontstaan en ontstaan telkens
149 I, 5,26 | organisaties van velerlei aard! ~Er zijn nog steeds veel echtparen
150 I, 5,26 | verantwoordelijkheidsbesef, bereid zijn om kinderen op te nemen
151 I, 5,26 | huwelijksgeschenk”21. Ook zijn er veel gezinnen die, naast
152 I, 5,26 | dienst aan het leven, bereid zijn om verlaten kinderen op
153 I, 5,26 | die alleen achtergebleven zijn. Veel centra voor hulp aan
154 I, 5,26 | moeders die in moeilijkheden zijn, en in de verleiding om
155 I, 5,26 | vrijwilligers die bereid zijn gastvrijheid te bieden aan
156 I, 5,26 | aan volken die getroffen zijn door natuurrampen, epidemieën
157 I, 5,26 | stappen die tot nu toe gezet zijn, een teken zien van de groeiende
158 I, 5,27 | die hier en daar succesvol zijn geweest, om euthanasie te
159 I, 5,27 | euthanasie te legaliseren, zijn in de hele wereld bewegingen
160 I, 5,27 | Lc 10,29-37) en die door zijn kracht wordt gesteund, heeft
161 I, 5,27 | van de samenleving zelf zijn meest authentiek menselijke
162 I, 5,28 | midden in”dit conflict: we zijn er allemaal bij betrokken
163 I, 5,28 | uw God te beminnen, door zijn wegen te gaan, en door zijn
164 I, 5,28 | zijn wegen te gaan, en door zijn geboden te onderhouden,
165 I, 5,28 | geboden te onderhouden, zijn voorschriften en bepalingen,
166 I, 5,28 | Heer uw God te beminnen, zijn stem te gehoorzamen en aan
167 I, 5,28 | leven, waarin we verwikkeld zijn, positief tegemoet te treden,
168 II, 1,29 | kan nooit machtig genoeg zijn om over het kwaad te zegevieren! ~
169 II, 1,29 | opgeroepen om nederig en moedig zijn geloof in Jezus Christus
170 II, 1,29 | rede gekend kan worden in zijn wezenlijke trekken. Zoals
171 II, 1,29 | goddelijk getuigenis door geheel zijn tegenwoordigheid en verschijning,
172 II, 1,29 | wonderen, vooral echter door zijn dood en glorievolle opstanding
173 II, 1,30 | in de openingswoorden van zijn Eerste Brief geschreven: “
174 II, 1,30 | geestelijke leven ook in zijn aardse fase zijn volle waarde
175 II, 1,30 | ook in zijn aardse fase zijn volle waarde en betekenis,
176 II, 1,30 | de menselijke ervaring en zijn verstand ons vertellen over
177 II, 2,31 | Israël de kostbaarheid van zijn leven in de ogen van God.
178 II, 2,31 | doodsdreiging die over al zijn pasgeboren jongens hing (
179 II, 2,31 | zichzelf aan Israël als zijn verlosser, met de macht
180 II, 2,31 | het duidelijke besef dat zijn bestaan niet afhangt van
181 II, 2,31 | tot het besef dat wanneer zijn bestaan bedreigd wordt,
182 II, 2,31 | waarde leert kennen van zijn eigen bestaan als een volk,
183 II, 2,31 | bestaan als een volk, ook in zijn begrip van de betekenis
184 II, 2,31 | en leven aan wie bitter zijn in de ziel, die verlangen
185 II, 2,31 | heeft alles goedgemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij eeuwigheid
186 II, 2,31 | gave, door deelname aan zijn eeuwige leven. ~
187 II, 3,32 | hun levens ook een goed zijn waaraan de liefde van de
188 II, 3,32 | stelt Jezus de betekenis van zijn eigen zending voor: alwie
189 II, 3,32 | vgl.Mt 6,25-34). ~Bovenal zijn het de “armen”tot wie Jezus
190 II, 3,32 | tot wie Jezus spreekt in zijn verkondiging en in zijn
191 II, 3,32 | zijn verkondiging en in zijn daden. De menigten zieken
192 II, 3,32 | vgl.Mt 4,23-25) vinden in zijn woorden en daden geopenbaard
193 II, 3,32 | en daden van Jezus en van zijn Kerk zijn niet alleen bedoeld
194 II, 3,32 | van Jezus en van zijn Kerk zijn niet alleen bedoeld voor
195 II, 3,32 | bedoeld voor hen die ziek zijn en die lijden, of die op
196 II, 3,32 | enigerlei wijze veronachtzaamd zijn door de maatschappij. Op
197 II, 3,32 | het leven van elke mens in zijn zedelijke en geestelijke
198 II, 3,32 | zegt zelf: “Zij die gezond zijn, hebben geen dokter nodig,
199 II, 3,32 | de parabel, denkt dat hij zijn leven zeker kan stellen
200 II, 3,32 | verliezen, zonder zelfs zijn echte betekenis te hebben
201 II, 3,32 | bereid, van wie zullen die zijn?”(Lc 12,20). ~
202 II, 3,33 | leven en de bevestiging van zijn waarde. Jezus”leven wordt
203 II, 3,33 | al vanaf het moment van zijn geboorte. Hij wordt zeker
204 II, 3,33 | ons arm, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden”(
205 II, 3,33 | Jezus beleefde deze armoede zijn leven lang, tot aan het
206 II, 3,33 | Fil 2,8-9). Juist door zijn dood openbaart Jezus heel
207 II, 3,33 | waarde van het leven, omdat zijn zelfgave aan het kruis de
208 II, 3,33 | mensen (vgl.Joh 12,32). Op zijn tocht temidden van tegenstellingen
209 II, 3,33 | zelfs in het verlies van zijn leven wordt Jezus geleid
210 II, 3,33 | geleid door de zekerheid dat zijn leven in handen is van de
211 II, 3,33 | van het menselijk leven zijn als de Zoon van God het
212 II, 4 | gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon”(Rom 8,28-29): Gods
213 II, 4,34 | de wereld, een teken van zijn aanwezigheid, een spoor
214 II, 4,34 | aanwezigheid, een spoor van zijn heerlijkheid (vgl.Gn 1,26-
215 II, 4,34 | Lyon wilde benadrukken in zijn beroemde omschrijving: “
216 II, 4,34 | band die hem verenigt met zijn Schepper: in de mens schittert
217 II, 4,34 | mens over de dingen; deze zijn aan hem onderworpen en toevertrouwd
218 II, 4,34 | onderworpen en toevertrouwd aan zijn verantwoordelijke zorg,
219 II, 4,34 | enkele reden onderworpen kan zijn aan andere mensen en a.h.
220 II, 4,34 | iets van zichzelf deelt met zijn schepsel. ~Israël zou uitvoerig
221 II, 4,34 | hemzelf en hen maakte naar zijn eigen beeld”(17,3). De bijbelse
222 II, 4,34 | vermogens die het meest eigen zijn aan de mens, zoals het verstand,
223 II, 4,34 | en vrijheid te verwerven zijn voorrechten van de mens
224 II, 4,34 | geschapen naar het beeld van zijn Schepper, God, die de ware
225 II, 4,34 | alleen de mens “in staat om zijn Schepper te kennen en te
226 II, 4,34 | maakte hem naar het beeld van zijn eigen Wezen”(W 2,23). ~
227 II, 4,35 | van de grond en ademde in zijn neusgaten de levensadem
228 II, 4,35 | de diepe verlangens van zijn hart hoort, moet iedere
229 II, 4,35 | mens in Eden tekent zolang zijn enige referentiepunt de
230 II, 4,35 | een wezen dat vlees is van zijn vlees en been van zijn beenderen (
231 II, 4,35 | van zijn vlees en been van zijn beenderen (vgl.Gn 2,23),
232 II, 4,35 | toch openbaart dit contrast zijn grootheid: “U hebt hem weinig
233 II, 4,35 | In hem vindt de Schepper zijn rust, zoals de H. Ambrosius
234 II, 4,35 | geest van de mens en in zijn denken; want Hij had de
235 II, 4,35 | te volgen, om te trachten zijn deugden te evenaren, om
236 II, 4,35 | heeft geschapen om daarin zijn rust te vinden”26. ~
237 II, 4,36 | rebelleert de mens tegen zijn Schepper en komt tenslotte
238 II, 4,36 | alleen het beeld van God in zijn eigen persoon, maar wordt
239 II, 4,36 | opnieuw geopenbaard in al zijn volheid met de komst van
240 II, 4,36 | en is het evenbeeld van zijn wezen”(Heb 1,3). Hij is
241 II, 4,36 | gegeven, vindt tenslotte zijn vervulling in Christus.
242 II, 4,36 | worden aan het beeld van zijn Zoon”(Rom 8,29). Alleen
243 II, 4,36 | broederschap herstellen, en zijn ware identiteit herontdekken. ~
244 II, 5,37 | bestaat in het verwekt zijn door God en het delen in
245 II, 5,37 | delen in de volheid van zijn liefde: “Aan allen die Hem
246 II, 5,37 | opnamen, die geloofden in zijn Naam, gaf Hij de macht om
247 II, 5,37 | man, maar uit God geboren zijn”(Joh 1,12-13). ~Soms verwijst
248 II, 5,37 | presenteert het geboren zijn uit God als een noodzakelijke
249 II, 5,37 | enige woorden hoort die aan zijn bestaan de volheid van het
250 II, 5,37 | openbaren en meedelen; dit zijn de “woorden van eeuwig leven”
251 II, 5,37 | leven”die Petrus erkent in zijn geloofsbelijdenis: “Heer,
252 II, 5,37 | Christus”(Joh 17,3). God en zijn Zoon kennen is het mysterie
253 II, 5,37 | Zoon en de Heilige Geest in zijn eigen leven, dat nu reeds
254 II, 5,38 | steeds opnieuw verbaasd zijn en grenzeloos dankbaar.
255 II, 5,38 | kinderen van God genoemd, en we zijn het ook!(...) Dierbaren,
256 II, 5,38 | Dierbaren, nu reeds zijn wij kinderen van God, en
257 II, 5,38 | van God, en wat we zullen zijn, is nog niet geopenbaard.
258 II, 5,38 | verschijnt, wij als Hij zullen zijn, want wij zullen Hem zien
259 II, 5,38 | niet alleen verbonden met zijn begin, met het feit dat
260 II, 5,38 | van God komt, maar ook met zijn eind, met zijn bestemming
261 II, 5,38 | maar ook met zijn eind, met zijn bestemming van gemeenschap
262 II, 5,38 | en voltooit de H.Ireneüs zijn lofprijzing van de mens: “
263 II, 5,38 | voor het menselijk leven in zijn aardse staat, waarin trouwens
264 II, 5,38 | neemt het op en richt het op zijn uiteindelijke bestemming: “
265 II, 6 | ik rekenschap vragen over zijn medemens”(Gn 9,5): verering
266 II, 6,39 | mens komt van God; het is zijn gave, zijn beeld en evenbeeld,
267 II, 6,39 | van God; het is zijn gave, zijn beeld en evenbeeld, een
268 II, 6,39 | evenbeeld, een delen in zijn levensadem. God is, daarom,
269 II, 6,39 | basis heeft in God en in zijn scheppende activiteit: “
270 II, 6,39 | heeft de mens gemaakt naar zijn beeld”(Gn 9,6). ~Het leven
271 II, 6,39 | leven en de dood van de mens zijn dus in de handen van God,
272 II, 6,39 | in de handen van God, in zijn macht: “In zijn hand is
273 II, 6,39 | God, in zijn macht: “In zijn hand is het leven van ieder
274 II, 6,39 | maar eerder als deel van zijn zorg voor en zijn liefdevolle
275 II, 6,39 | deel van zijn zorg voor en zijn liefdevolle bekommernis
276 II, 6,39 | liefdevolle bekommernis met zijn schepselen. Als het waar
277 II, 6,39 | dat dit liefdevolle handen zijn, zoals die van een moeder
278 II, 6,39 | een kind aan de borst van zijn moeder, zoals een kind bij
279 II, 6,39 | moeder, zoals een kind bij zijn moeder is mijn ziel”(Ps
280 II, 6,40 | heiligheid van het leven ontstaat zijn onschendbaarheid, die vanaf
281 II, 6,40 | mensenhart geschreven staat, in zijn geweten. De vraag “Wat heb
282 II, 6,40 | aan Kaïn stelt, nadat hij zijn broer Abel heeft gedood,
283 II, 6,40 | persoon: in de diepten van zijn geweten wordt de mens altijd
284 II, 6,40 | onaantastbaarheid van het leven - zijn eigen leven en dat van anderen -
285 II, 6,40 | van de persoon. Het vindt zijn hoogtepunt in het positieve
286 II, 6,40 | verplicht om verantwoordelijk te zijn voor onze naaste als voor
287 II, 6,41 | wordt herbevestigd in al zijn kracht door de Heer Jezus.
288 II, 6,41 | Bergrede vraagt Jezus van zijn leerlingen een gerechtigheid
289 II, 6,41 | alwie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. Maar ik
290 II, 6,41 | dat alwie vertoornd is op zijn broeder, strafbaar zal zijn
291 II, 6,41 | zijn broeder, strafbaar zal zijn voor het gerecht”(Mt 5,21-
292 II, 6,41 | gerecht”(Mt 5,21-22). ~Door zijn woorden en daden laat Jezus
293 II, 6,41 | zorg voor het leven van zijn broeder (een natuurlijke
294 II, 6,41 | verantwoordelijkheid aanvaardt voor zijn leven, zoals de parabel
295 II, 6,41 | vijand houdt op een vijand te zijn voor degene die verplicht
296 II, 6,41 | vgl.Lc 6,27.33.35), en zijn onmiddellijke behoeften
297 II, 6,41 | liefde is te bidden voor zijn vijand: daardoor bereiken
298 II, 6,41 | voor iedere persoon en voor zijn leven. Dit is de leer die
299 II, 7,42 | wanneer Hij hem roept als zijn levende beeld om te delen
300 II, 7,42 | levende beeld om te delen in zijn heerschappij over de wereld: “
301 II, 7,42 | heerlijkheid en eer van zijn Schepper: “U hebt hem heerschappij
302 II, 7,42 | handen; u hebt alles onder zijn voeten gelegd, alle schapen
303 II, 7,42 | die God ten dienste van zijn persoonlijke waardigheid
304 II, 7,42 | waardigheid heeft gesteld, van zijn leven, niet alleen voor
305 II, 7,42 | zichtbare natuur onderworpen zijn aan wetten die niet alleen
306 II, 7,42 | biologisch maar ook moreel zijn en die niet ongestraft overtreden
307 II, 7,43 | heeft”(Mt 19,4), heeft in zijn wil om de mens op een wel
308 II, 7,43 | wijze deel te laten nemen in zijn eigen scheppingswerk, man
309 II, 7,43 | die gelijkenis”die eigen zijn aan het menselijk wezen
310 II, 7,43 | zoon die op hem leek en zijn beeld was, en noemde hem
311 II, 7,43 | medewerkers met God die zijn beeld doorgeeft aan het
312 II, 7,43 | van echtparen die bereid zijn “mee te werken met de liefde
313 II, 7,43 | Verlosser, die door hen zijn eigen familie dag na dag
314 II, 7,43 | het leven wanneer het op zijn zwakst is. Het is Christus
315 II, 7,43 | en gediend te worden in zijn lijdende broeders en zusters:
316 II, 8,44 | door ziekte en ouderdom. Er zijn geen directe en uitdrukkelijke
317 II, 8,44 | wordt als een zegen: “Zonen zijn een gave van de Heer, de
318 II, 8,44 | volk van het Verbond te zijn, geroepen tot groei overeenkomstig
319 II, 8,44 | zo zal uw nageslacht zijn”(Gn 15,5). Maar meer dan
320 II, 8,44 | dat de ouders doorgeven zijn oorsprong vindt in God.
321 II, 8,44 | ieder individu is, vanaf zijn eerste begin, deel van Gods
322 II, 8,44 | Job houdt in de diepte van zijn pijn in, om het werk van
323 II, 8,44 | van God te overdenken die zijn lichaam wonderlijk vormde
324 II, 8,44 | vormde in de schoot van zijn moeder. Hier vindt hij reden
325 II, 8,44 | te hebben, en hij spreekt zijn geloof uit dat er een goddelijk
326 II, 8,44 | een goddelijk plan is voor zijn leven: “U hebt mij gevormd
327 II, 8,44 | jullie in mijn schoot gevormd zijn; niet ik heb jullie de levensadem
328 II, 8,44 | oorsprong is. Hij zal jullie in zijn barmhartigheid de levensadem
329 II, 8,44 | omdat jullie omwille van zijn wet jezelf nu niet spaart”(
330 II, 8,45 | waarde van het leven vanaf zijn eerste begin. De verheerlijking
331 II, 8,45 | aanwezigheid van de Heer zijn meteen te merken (...) Elisabeth
332 II, 8,45 | heilige Geest, vervulde hij zijn moeder ook met Hem”36. ~
333 II, 9,46 | zou het anachronistisch zijn om van de bijbelse openbaring
334 II, 9,46 | de ouderdom en haar last: zijn gebed is integendeel: “U,
335 II, 9,46 | tijd waarin “niet meer zal zijn (...) een grijsaard die
336 II, 9,46 | een grijsaard die zijn dagen niet voltooit”(Js
337 II, 9,46 | dood? De gelovige weet dat zijn leven in Gods hand ligt: “
338 II, 9,46 | van de Allerhoogste”, aan zijn liefdevolle plan. ~Ook in
339 II, 9,46 | de Heer te hebben en om zijn fundamentele geloof te hernieuwen
340 II, 9,46 | hoop op gezondheid voor zijn ogen schijnt te verdwijnen -
341 II, 9,46 | hij uitroept: “Mijn dagen zijn als een schaduw in de avond;
342 II, 9,47 | 61,1). Later, wanneer Hij zijn leerlingen de wereld instuurt,
343 II, 9,47 | leven van het lichaam in zijn aardse staat geen absoluut
344 II, 9,47 | waar hem gevraagd wordt zijn leven op te geven voor een
345 II, 9,47 | Zoals Jezus zegt: “Alwie zijn leven wil redden zal het
346 II, 9,47 | het verliezen; en alwie zijn leven verliest om Mijnentwil
347 II, 9,47 | offeren en Hij maakt van zijn leven vrijelijk een offer
348 II, 9,47 | 17-29). Stefanus verliest zijn aardse leven omdat hij trouw
349 II, 10,48 | van het leven garanderen, zijn doorgebroken. ~De waarheid
350 II, 10,48 | leven moet volgen wil het zijn eigen waarheid eerbiedigen
351 II, 10,48 | waarheid eerbiedigen en zijn eigen waardigheid bewaren.
352 II, 10,48 | openbaart waarin het leven zijn volle betekenis krijgt. ~
353 II, 10,48 | verwonderlijk dat Gods Verbond met zijn volk zo nauw verbonden is
354 II, 10,48 | levensperspectief, ook in zijn lichamelijke dimensie. In
355 II, 10,48 | u de Heer uw God bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden,
356 II, 10,48 | bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, voorschriften en
357 II, 10,48 | verwijdert; en het goede is op zijn beurt wezenlijk verbonden
358 II, 10,48 | en al spoedig beginnen we zijn grenzen te zoeken en proberen
359 II, 10,48 | goed voor de mens in al zijn dimensies en betrekkingen.
360 II, 10,48 | Deuteronomium die Jezus herhaalt in zijn antwoord op de eerste bekoring: “
361 II, 10,48 | naar het woord van de Heer zijn wij in staat waardig en
362 II, 10,49 | die Gods plan negeren dan zijn het vooral de profeten die
363 II, 10,49 | tegen het leven veroordelen, zijn zij er vooral op bedacht
364 II, 10,49 | Dit zal alleen mogelijk zijn dankzij de gave van God
365 II, 10,49 | nieuw hart gegeven door zijn Geest. Jezus negeert de
366 II, 10,49 | het leven terugbrengt naar zijn wortels en zijn oorspronkelijke
367 II, 10,49 | terugbrengt naar zijn wortels en zijn oorspronkelijke bedoeling.
368 II, 10,49 | navolging van de Heer die zijn leven gaf voor zijn vrienden (
369 II, 10,49 | die zijn leven gaf voor zijn vrienden (vgl.Joh 15,13),
370 II, 10,49 | zelfgave in liefde voor zijn broeders en zusters: “Wij
371 II, 10,49 | zusters: “Wij weten dat we zijn overgegaan van de dood naar
372 II, 11,50 | ervaart het ogenblik van zijn grootste “machteloosheid”,
373 II, 11,50 | grootste “machteloosheid”, en zijn leven schijnt geheel overgeleverd
374 II, 11,50 | overgeleverd aan de bespotting van zijn tegenstanders en aan de
375 II, 11,50 | tegenstanders en aan de handen van zijn moordenaars: hij wordt bespot,
376 II, 11,50 | wordt in het ogenblik van zijn grootste zwakte, de Zoon
377 II, 11,50 | is: aan het Kruis wordt zijn heerlijkheid zichtbaar. ~
378 II, 11,50 | heerlijkheid zichtbaar. ~Door zijn dood werpt Jezus licht op
379 II, 11,50 | vraagt vergiffenis voor zijn vervolgers (vgl.Lc 23,34),
380 II, 11,50 | vraagt om hem te gedenken in zijn koninkrijk: “Voorwaar, Ik
381 II, 11,50 | u, heden zult ge met Mij zijn in het paradijs”(Lc 23,43).
382 II, 11,50 | paradijs”(Lc 23,43). Na zijn dood “gingen de graven open
383 II, 11,50 | en de verrijzenis. Heel zijn aardse leven had Jezus inderdaad
384 II, 11,50 | doen (vgl.Hnd 10,38). Maar zijn wonderen, genezingen en
385 II, 11,50 | wonderen, genezingen en zelfs zijn opwekkingen van de doden
386 II, 11,50 | de diepste ziekte en in zijn opwekking tot het leven
387 II, 11,51 | doorboorde”de Romeinse soldaat “zijn zijde met een lans, en terstond
388 II, 11,51 | 19,34). ~Alles heeft nu zijn volledige voltooiing bereikt.
389 II, 11,51 | plaatsgevonden. Jezus die bij zijn komst in de wereld zei: “
390 II, 11,51 | maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs
391 II, 11,51 | liefde dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”(
392 II, 11,51 | hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”(Joh 15,13). En
393 II, 11,51 | verkondigt Jezus dat het leven zijn centrum, zijn betekenis
394 II, 11,51 | het leven zijn centrum, zijn betekenis en zijn vervulling
395 II, 11,51 | centrum, zijn betekenis en zijn vervulling vindt wanneer
396 II, 11,51 | Christus na te volgen en in zijn voetstappen te gaan (vgl.
397 II, 11,51 | zullen hiertoe in staat zijn omdat U, o Heer, ons het
398 II, 11,51 | zullen hiertoe in staat zijn als wij iedere dag, met
399 II, 11,51 | met U en als U, gehoorzaam zijn aan de Vader en zijn wil
400 II, 11,51 | gehoorzaam zijn aan de Vader en zijn wil doen. ~Geef daarom,
401 III, 1,52 | wordt nooit gescheiden van zijn liefde: het is altijd een
402 III, 1,52 | mens in staat stelde om zijn rol als koning van de aarde
403 III, 1,52 | het levende beeld dat door zijn waardigheid deelt in de
404 III, 1,52 | Geroepen om vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen,
405 III, 1,52 | eerbied voor Gods plan. Bij zijn heerschappij gaat het echter
406 III, 1,52 | van de Heer een genadegave zijn, die aan de mens altijd
407 III, 1,52 | mens altijd en alleen voor zijn welzijn is toevertrouwd,
408 III, 1,52 | welzijn is toevertrouwd, om zijn persoonlijke waardigheid
409 III, 1,52 | waardigheid te bewaren en zijn geluk te bereiken. ~De mens
410 III, 1,52 | maar eerder - en daar ligt zijn onvergelijkelijke grootheid -
411 III, 1,52 | rekenschap van afleggen voor zijn Meester (vgl.Mt 25,14-30;
412 III, 2,53 | is heilig omdat het vanaf zijn ontstaan “het handelen van
413 III, 2,53 | een bijzondere relatie met zijn Schepper, zijn enige doel.
414 III, 2,53 | relatie met zijn Schepper, zijn enige doel. God alleen is
415 III, 2,53 | Verbond dat de Heer sluit met zijn uitverkoren volk; maar het
416 III, 2,53 | mens, die gevormd is naar zijn beeld en gelijkenis (vgl.
417 III, 2,53 | daarin plezier: want door zijn afgunst kwam de dood in
418 III, 2,53 | misleiden voert hij hem naar zijn doelen van zonde en dood,
419 III, 2,53(41)| het menselijk leven bij zijn oorsprong en over de waardigheid
420 III, 2,54 | categorische klank: “Wie zijn broeder haat is een moordenaar,
421 III, 2,54 | categorisch herhaald: “Er zijn twee wegen, een weg van
422 III, 2,54 | armen onrechtvaardig; zij zijn vol zonden. Mogen jullie,
423 III, 2,54 | verbiedt en voorschrijft 43. Er zijn namelijk situaties waarin
424 III, 2,54 | praktijk moeilijk te verzoenen zijn. Ongetwijfeld vormen de
425 III, 2,54 | niet alleen een recht zijn, maar [ze] wordt zelfs een
426 III, 2,54 | laste gelegd die zich door zijn daad daaraan blootstelde,
427 III, 2,54 | verantwoordelijk omdat hij niet “bij zijn verstand”was45. ~
428 III, 2,55 | straf op te leggen voor zijn misdrijf, als voorwaarde
429 III, 2,55 | voorwaarde om de uitoefening van zijn vrijheid te herkrijgen.
430 III, 2,55 | maatschappij niet mogelijk zou zijn - tot het uiterste gaan,
431 III, 2,55 | schuldige. Maar tegenwoordig zijn zulke gevallen, als gevolg
432 III, 2,55 | beperken tot die middelen; deze zijn immers beter aangepast aan
433 III, 2,56 | menselijk leven, speciaal aan zijn begin en aan zijn einde,
434 III, 2,56 | speciaal aan zijn begin en aan zijn einde, steeds verder verzwakt,
435 III, 2,56 | het kerkelijk Leergezag zijn oproepen om de heiligheid
436 III, 2,56 | die Christus aan Petrus en zijn opvolgers heeft gegeven,
437 III, 2,56 | van het verstand, vindt in zijn eigen hart (vgl.Rom 2,14-
438 III, 2,56 | en kan nooit geoorloofd zijn, noch als doel in zichzelf
439 III, 2,56 | voor een ander, die aan zijn verantwoordelijkheid is
440 III, 2,56 | relaties, die, om dat echt te zijn, alleen gebaseerd kunnen
441 III, 2,56 | alleen gebaseerd kunnen zijn op waarheid en recht, waarbij
442 III, 2,56 | menselijk wezen verbiedt, “zijn er voor niemand privileges
443 III, 2,56 | Voor de zedelijke eisen zijn we allen volkomen gelijk”53. ~
444 III, 3,57 | abortus te verbergen en zijn zwaarte af te zwakken in
445 III, 3,57 | wezen in de beginfase van zijn of haar bestaan tussen conceptie
446 III, 3,57 | staan dat het beter zou zijn als de geboorte niet plaatsvond.
447 III, 3,58 | 59. Naast de moeder zijn er vaak andere mensen die
448 III, 3,58 | vooral de vader van het kind zijn, niet alleen wanneer hij
449 III, 3,58 | heiligdom van het leven”te zijn. Ook mag men de druk niet
450 III, 3,58 | Artsen en verpleegkundigen zijn ook verantwoordelijk, wanneer
451 III, 3,58 | Maar medeverantwoordelijk zijn ook de wetgevers die abortuswetten
452 III, 3,58 | wat dit levend wezen zal zijn: een mens, deze individuele
453 III, 3,58 | deze individuele mens met zijn reeds wel-omlijnde, vaststaande
454 III, 3,58 | menselijke persoon kunnen zijn?”58. ~Bovendien is wat op
455 III, 3,58(57)| het menselijk leven bij zijn oorsprong en over de waardigheid
456 III, 3,58 | wezen gaat voldoende moet zijn om het striktste verbod
457 III, 3,58 | vanaf het eerste moment van zijn ontstaan, dat onvoorwaardelijk
458 III, 3,58 | de mens moreel toekomt in zijn geestelijke en lichamelijke
459 III, 3,58 | moeten vanaf datzelfde moment zijn rechten als persoon worden
460 III, 3,58(59)| aangewezen””(1,4-5). Van zijn kant spreekt de Psalmist
461 III, 3,59 | onaantastbaar op ieder moment van zijn bestaan, inclusief de beginfase
462 III, 3,59 | zoekt en kent, die hem met zijn eigen handen modelleert
463 III, 3,59 | ziet wiens dagen geteld zijn en wiens roeping reeds in
464 III, 3,59 | nog in de moederschoot zijn zij het persoonlijke voorwerp
465 III, 3,59 | zij nog in de moederschoot zijn, “reeds onder de bescherming
466 III, 3,59 | de mens die hij later zal zijn”64. ~Door heel de christelijke
467 III, 3,60 | bekrachtigd. Pius XI heeft in zijn encycliek Casti Connubii
468 III, 3,60 | vruchtafdrijving en kinderdoding zijn afschuwwekkende misdaden”68. ~
469 III, 3,60 | uitgevaardigd tegen wie schuldig zijn aan abortus. Deze praktijk,
470 III, 3,60 | hulp de misdaad niet zou zijn begaan 71. Met deze opnieuw
471 III, 3,60 | overgedragen aan Petrus en zijn Opvolgers, in gemeenschap
472 III, 3,60(73)| het menselijk leven bij zijn oorsprong en over de waardigheid
473 III, 3,61 | die in zichzelf gewettigd zijn, onvermijdelijk het doden
474 III, 3,61 | onderzoek en die wettelijk zijn toegestaan in sommige landen.
475 III, 3,61 | dragen, maar dat zij gericht zijn op de genezing van de ziekte,
476 III, 3,61 | voor dit doel “gekweekt”zijn door in-vitro-bevruchting -
477 III, 3,61 | en de moeder, en bedoeld zijn om een vroege behandeling
478 III, 3,61 | geboren kind bevorderen, dan zijn deze technieken moreel geoorloofd.
479 III, 3,61 | behandeling vandaag nog beperkt zijn, gebeurt het nogal eens
480 III, 3,61 | ouders in de steek gelaten zijn vanwege handicaps of ziekten. ~
481 III, 4,62 | Aan het andere einde van zijn bestaan staat de mens voor
482 III, 4,62 | ondraaglijke nederlaag te zijn, iets waarvan men zich tegen
483 III, 4,62 | meent de mens wanneer hij zijn fundamentele betrekking
484 III, 4,62 | te beslissen wat hij met zijn leven doet in volle en totale
485 III, 4,62 | systemen en apparatuur, zijn de wetenschap en de medische
486 III, 4,62 | context groeit de bekoring om zijn toevlucht te nemen tot euthanasie
487 III, 4,62 | wekken, door “op zachte wijze”zijn eigen leven of dat van anderen
488 III, 4,63 | leggen op de patiënt en zijn familie. In zulke situaties,
489 III, 4,63 | naderen moeten mensen in staat zijn om hun zedelijke en gezinsplichten
490 III, 4,64 | samenleving als geheel 84. In zijn diepste kern is zelfmoord
491 III, 4,64 | de eigenlijke uitvoerder zijn van een onrecht waarvoor
492 III, 4,64 | wanneer erom gevraagd zou zijn. “Het is nooit geoorloofd -
493 III, 4,64 | haar verlangen om vrij te zijn; ook is het niet geoorloofd
494 III, 4,65 | van het menselijk bestaan zijn grootste dimensie”en toch: “
495 III, 4,65 | en toch: “Intuïtief geeft zijn hart hem het juiste oordeel,
496 III, 4,65 | definitieve verdwijning van zijn persoon. Daar het zaad van
497 III, 4,65 | overwinning van Hem die, door zijn verlossende dood, de mens
498 III, 4,65 | Christus zelf. Zo gaat hij die zijn lijden leeft in de Heer,
499 III, 4,65 | hij ten diepste deel aan zijn verlossingswerk voor de
500 III, 5,66 | hij over de moraliteit van zijn keuze kunnen beslissen.
1-500 | 501-718 |