Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zijd 1
zijde 4
zijden 1
zijn 718
zìjn 1
zijne 2
zijnen 2
Frequency    [«  »]
880 een
785 leven
760 die
718 zijn
690 te
620 is
500 dat
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

zijn

1-500 | 501-718

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | Wanneer Hij de kern van zijn verlossende zending presenteert, 2 Inl, 1,2 | leven die de dimensies van zijn aardse bestaan ver achter 3 Inl, 1,2 | leven zichtbaar, ook in zijn tijdelijk-aardse fase. Want 4 Inl, 1,2 | het goddelijk leven, dat zijn volle vervulling zal bereiken 5 Inl, 1,2 | niet-gelovige mens omdat het aan zijn verwachtingen die het toch 6 Inl, 1,2 | de natuurlijke wet die in zijn hart geschreven is (vgl. 7 Inl, 1,2 | het eerste begin tot aan zijn einde, en tot de aanvaarding 8 Inl, 1,2 | heeft liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven”( 9 Inl, 1,2 | Evangelie van het leven zijn één ondeelbare Blijde Boodschap. ~ 10 Inl, 2,3 | om de mens psychisch in zijn macht te krijgen; al wat 11 Inl, 2,3 | andere dergelijke dingen zijn onmiskenbaar schandelijk. 12 Inl, 2,3 | onmiskenbaar schandelijk. Ze zijn een aantasting van de menselijke 13 Inl, 2,3 | hebben te verdragen. En ze zijn volledig in tegenspraak 14 Inl, 3,5 | van het menselijk leven en zijn onaantastbaarheid opnieuw 15 Inl, 3,5 | bisschoppelijke collegialiteit, mij zijn medewerking zou aanbieden 16 Inl, 3,5 | voegen die nog veel ernstiger zijn, die misschien verwisseld 17 Inl, 3,5 | krachtige herbevestiging zijn van de waarde van het menselijk 18 Inl, 3,5 | het menselijk leven en van zijn onschendbaarheid, en tegelijk 19 Inl, 3,5 | wil bereiken, die bezorgd zijn voor het welzijn van iedere 20 I, 1 | Kaïn hief zijn hand op tegen zijn broer 21 I, 1 | hief zijn hand op tegen zijn broer Abel en doodde hem”( 22 I, 1,7 | alles heeft Hij voor het zijn geschapen(...) Ja, God heeft 23 I, 1,7 | gemaakt tot een beeld van zijn eigen eeuwigheid. Maar de 24 I, 1,7 | van de moord op Abel door zijn broer Kaïn: “Toen zij buiten 25 I, 1,7 | buiten waren, viel Kaïn zijn broer aan en vermoordde 26 I, 1,7 | offer, de eerstgeborenen van zijn beste schapen. Jahwe zag 27 I, 1,7 | genadig neer op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn 28 I, 1,7 | zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. ~ 29 I, 1,7 | woede greep Kaïn aan, en zijn gezicht werd grimmig. Nu 30 I, 1,7 | blijven?”~Daarop zei Kaïn tot zijn broer Abel: “Laten we gaan 31 I, 1,7 | hief Kaïn de hand op tegen zijn broer en doodde hem. ~Nu 32 I, 1,7 | Daarom zult ge vervloekt zijn, verbannen van de grond 33 I, 1,7 | verbannen van de grond die zijn mond heeft geopend om uit 34 I, 1,7 | en een vagebond zult ge zijn op de aarde!”~Toen zei Kaïn 35 I, 1,7 | zwerver en een vagebond zijn op de aarde, en iedereen 36 I, 1,8 | genadig neerzag op Abel en zijn offer”(Gn 4,4). De bijbeltekst 37 I, 1,8 | waarschuwt hem, herinnert hem aan zijn vrijheid tegenover het kwaad: 38 I, 1,8 | dier, naast de deur van zijn hart staat, klaar om zich 39 I, 1,8 | staat, klaar om zich op zijn prooi te storten. Maar Kaïn 40 I, 1,8 | en moet die beheersen: “Zijn hevige begeerte is op u 41 I, 1,8 | en zo stort Kaïn zich op zijn broer en doodt hem. In de 42 I, 1,8 | van de moord van Kaïn op zijn broer Abel toont de Schrift 43 I, 1,8 | begeerlijkheid in de mens aanwezig zijn. De mens is de vijand geworden 44 I, 1,8 | is de vijand geworden van zijn naaste10. ~De ene broer 45 I, 1,8 | die uit de boze was en die zijn broer doodde”(1Joh 3,11- 46 I, 1,8 | probeert met een leugen zijn misdaad te verbergen. Zo 47 I, 1,8 | Kaïn wil niet denken aan zijn broer en weigert die verantwoordelijkheid, 48 I, 1,8 | verantwoordelijkheid van de mens voor zijn naaste af te schuiven: symptomen 49 I, 1,8 | schuiven: symptomen daarvan zijn onder andere het afnemen 50 I, 1,9 | rondzwerven en voortvluchtig zijn op de aarde”(Gn 4,14): onzekerheid 51 I, 1,9 | moordenaar verliest niet zijn persoonlijke waardigheid 52 I, 1,9 | God stuurde Kaïn weg van zijn aanschijn en verbande de 53 I, 1,9 | aanschijn en verbande de van zijn ouders afvallige naar een 54 I, 1,9 | berouw van de zondaar wil dan zijn dood13. ~ 55 I, 2,10 | vinden; andere op hun beurt zijn het gevolg van situaties 56 I, 2,10 | kinderen, die gedwongen zijn tot ellende, ondervoeding 57 I, 2,10 | menselijk leven, zo talrijk zijn de vormen, expliciet of 58 I, 2,11 | aanvallen, die het leven in zijn vroegste en laatste stadia 59 I, 2,11 | heiligdom van het levente zijn. ~Hoe heeft een dergelijke 60 I, 2,11 | van wat de mens is, van zijn rechten en van zijn plichten. 61 I, 2,11 | van zijn rechten en van zijn plichten. Dan zijn er allerlei 62 I, 2,11 | en van zijn plichten. Dan zijn er allerlei existentile 63 I, 2,11 | moeilijkheden, die erger zijn geworden door de ingewikkeldheid 64 I, 2,11 | worden met hun problemen. Er zijn situaties van acute armoede, 65 I, 2,11 | misdaden tegen het leven in zijn vroege of laatste stadia 66 I, 2,12 | handicap of enkel door zijn aanwezigheid de welvaart 67 I, 2,12 | hen die meer bevoordeeld zijn ter discussie stelt, wordt 68 I, 2,13 | bijna uitsluitend bezorgd te zijn om de ontwikkeling van produkten 69 I, 2,13 | tegelijkertijd in staat zijn om abortus ver te houden 70 I, 2,13 | negatieve waarden die verbonden zijn met de “contraceptieve mentaliteit”- 71 I, 2,13 | waarheid van de huwelijksdaad - zijn zo dat ze feitelijk deze 72 I, 2,13 | Zeker: uit moreel oogpunt zijn contraceptie en abortus 73 I, 2,13 | heel veel andere gevallen zijn dergelijke praktijken geworteld 74 I, 2,14(14) | het menselijk leven bij zijn oorsprong en over de waardigheid 75 I, 2,15 | die niet minder ernstig zijn hangen boven de ongeneeslijk 76 I, 2,15 | een beslissende factor zijn. Zon situatie kan het toch 77 I, 2,15 | kunnen zij die de zieke nabij zijn bewogen worden door een 78 I, 2,16 | dezelfde manier op. Zij zijn ook geobsedeerd door de 79 I, 2,16 | aan kinderen en het armste zijn, een bedreiging vormen voor 80 I, 2,17 | Achtste Wereldjongerendagzijn mettertijd de bedreigingen 81 I, 2,17 | nemen grote omvang aan. Het zijn niet alleen bedreigingen 82 I, 2,17 | de “Abels”doden; nee, het zijn wetenschappelijk en systematisch 83 I, 2,17 | die verschillend kunnen zijn en soms zelfs overtuigend 84 I, 2,17 | internationale instellingen betrokken zijn, actief in het aanmoedigen 85 I, 2,17 | massamedia vaak betrokken zijn bij deze samenzwering, doordat 86 I, 3,18 | h.w. een uitnodiging te zijn aan Kaïn om voorbij het 87 I, 3,18 | het materile karakter van zijn moorddadig handelen te gaan, 88 I, 3,18 | die op zichzelf slecht zijn - maken, verminderen. Maar 89 I, 3,18 | politiek vlak, waar het zijn subversiefste en verwarrendste 90 I, 3,18 | mensenrechten”- rechten die eigen zijn aan iedere persoon en die 91 I, 3,18 | die erdoor geïnspireerd zijn, zien dat er op wereldniveau 92 I, 3,18 | nemen die zwak en behoeftig zijn, of ouder, of hen die juist 93 I, 3,18 | de moederschoot ontvangen zijn? Deze aanvallen richten 94 I, 3,18 | respect voor het leven en ze zijn een directe bedreiging voor 95 I, 3,19 | niet geboren is of dat in zijn laatste stadia verkeert 96 I, 3,19 | tegen de zwakken die gedoemd zijn zich te onderwerpen. ~Juist 97 I, 3,19 | dienste van de persoon en van zijn vervulling door de gave 98 I, 3,19 | onbetwistbare uitgangspunt voor zijn eigen keuzes, maar alleen 99 I, 3,19 | eigen keuzes, maar alleen zijn subjectieve en veranderlijke 100 I, 3,19 | veranderlijke mening of, vlakweg, zijn zelfzuchtige belangen en 101 I, 3,20 | en neigt er in feite toe zijn eigen belangen te laten 102 I, 3,20 | rechthoudt op recht te zijn, omdat het niet meer stevig 103 I, 3,20 | euthanasie toestaan het resultaat zijn van een stemming overeenkomstig 104 I, 4,21 | door secularisme dat met zijn alom aanwezige tentakels 105 I, 4,21 | mens te verliezen, voor zijn waardigheid en zijn leven; 106 I, 4,21 | voor zijn waardigheid en zijn leven; op haar beurt verwekt 107 I, 4,21 | voor het menselijk leven en zijn waardigheid, een soort voortschrijdende 108 I, 4,21 | van de moord op Abel door zijn broer volgen. Na de vervloeking 109 I, 4,21 | zwerver en een vagebond zijn op de aarde, en ieder die 110 I, 4,21 | Kaïn is ervan overtuigd dat zijn zonde niet vergeven zal 111 I, 4,21 | worden door de Heer en dat zijn onontkoombaar lot zal zijn “ 112 I, 4,21 | zijn onontkoombaar lot zal zijnver te moeten blijvenvan 113 I, 4,21 | staat is te belijden dat zijn schuldgroter is dan hij 114 I, 4,21 | tegenwoordigheid van God te zijn en vóór Gods rechtvaardige 115 I, 4,21 | alleen voor God dat de mens zijn zonde kan toegeven er de 116 I, 4,22 | als een organisme dat, op zijn best, een zeer hoge graad 117 I, 4,22 | binnen de enge horizon van zijn fysieke staat wordt hij 118 I, 4,22 | transcendentekarakter van zijnbestaan als mens”. Hij 119 I, 4,22 | God, iets “heiligs”dat aan zijn verantwoordelijkheid is 120 I, 4,22 | toevertrouwd en zo ook aan zijn liefde en zorg enverering”. 121 I, 4,22 | dingdat de mens opeist als zijn exclusieve eigendom, helemaal 122 I, 4,22 | helemaal onderworpen aan zijn controle en manipulatie. ~ 123 I, 4,22 | naar de meest ware zin van zijn eigen bestaan te stellen 124 I, 4,22 | deze cruciale momenten van zijn eigen “zijn”aanneemt. Hij 125 I, 4,22 | momenten van zijn eigenzijnaanneemt. Hij is alleen 126 I, 4,22 | achterlaat inangstvoor zijn vrijheid. ~Door te leven “ 127 I, 4,22 | van de wereld en dat van zijn eigen wezen. ~ 128 I, 4,23 | 28). De waarden van het zijn worden zo vervangen door 129 I, 4,23 | telt is het nastreven van zijn eigen materiële welzijn. 130 I, 4,23 | betekenissen die inherent zijn aan de aard zelf van de 131 I, 4,23 | die er schade van hebben, zijn vrouwen, kinderen, zieken 132 I, 4,24 | individuele geweten, dat in zijn eigenheid en uniciteit alleen 133 I, 4,24 | die Paulus beschrijft in zijn brief aan de Romeinen. Die 134 I, 5,25 | Christus, voor wie Abel in zijn onschuld een profetische 135 I, 5,25 | Oude Verbond, waardoor God zijn wil verkondigde om zijn 136 I, 5,25 | zijn wil verkondigde om zijn eigen leven te delen met 137 I, 5,25 | onschatbaar de waarde van zijn leven. De apostel Petrus 138 I, 5,25 | Christus, het teken van zijn zichzelf wegschenkende liefde ( 139 I, 5,25 | Hoe kostbaar moet de mens zijn in de ogen van de Schepper 140 I, 5,25 | de Paasvigilie), alsGod zijn enige Zoon gaf”, opdat de 141 I, 5,25 | Christus aan de mens dat zijn grootheid, en daarmee zijn 142 I, 5,25 | zijn grootheid, en daarmee zijn roeping, bestaat in de oprechte 143 I, 5,25 | meegetrokken in de dynamiek van zijn leven en zijn gave van het 144 I, 5,25 | dynamiek van zijn leven en zijn gave van het leven, om de 145 I, 5,25 | De dood zal niet meer zijn”, roept de krachtige stem 146 I, 5,26 | de mensheid aan het werk zijn. ~Helaas is het vaak moeilijk 147 I, 5,26 | mensen die zwak en weerloos zijn, zijn ontstaan en ontstaan 148 I, 5,26 | die zwak en weerloos zijn, zijn ontstaan en ontstaan telkens 149 I, 5,26 | organisaties van velerlei aard! ~Er zijn nog steeds veel echtparen 150 I, 5,26 | verantwoordelijkheidsbesef, bereid zijn om kinderen op te nemen 151 I, 5,26 | huwelijksgeschenk”21. Ook zijn er veel gezinnen die, naast 152 I, 5,26 | dienst aan het leven, bereid zijn om verlaten kinderen op 153 I, 5,26 | die alleen achtergebleven zijn. Veel centra voor hulp aan 154 I, 5,26 | moeders die in moeilijkheden zijn, en in de verleiding om 155 I, 5,26 | vrijwilligers die bereid zijn gastvrijheid te bieden aan 156 I, 5,26 | aan volken die getroffen zijn door natuurrampen, epidemieën 157 I, 5,26 | stappen die tot nu toe gezet zijn, een teken zien van de groeiende 158 I, 5,27 | die hier en daar succesvol zijn geweest, om euthanasie te 159 I, 5,27 | euthanasie te legaliseren, zijn in de hele wereld bewegingen 160 I, 5,27 | Lc 10,29-37) en die door zijn kracht wordt gesteund, heeft 161 I, 5,27 | van de samenleving zelf zijn meest authentiek menselijke 162 I, 5,28 | midden indit conflict: we zijn er allemaal bij betrokken 163 I, 5,28 | uw God te beminnen, door zijn wegen te gaan, en door zijn 164 I, 5,28 | zijn wegen te gaan, en door zijn geboden te onderhouden, 165 I, 5,28 | geboden te onderhouden, zijn voorschriften en bepalingen, 166 I, 5,28 | Heer uw God te beminnen, zijn stem te gehoorzamen en aan 167 I, 5,28 | leven, waarin we verwikkeld zijn, positief tegemoet te treden, 168 II, 1,29 | kan nooit machtig genoeg zijn om over het kwaad te zegevieren! ~ 169 II, 1,29 | opgeroepen om nederig en moedig zijn geloof in Jezus Christus 170 II, 1,29 | rede gekend kan worden in zijn wezenlijke trekken. Zoals 171 II, 1,29 | goddelijk getuigenis door geheel zijn tegenwoordigheid en verschijning, 172 II, 1,29 | wonderen, vooral echter door zijn dood en glorievolle opstanding 173 II, 1,30 | in de openingswoorden van zijn Eerste Brief geschreven: “ 174 II, 1,30 | geestelijke leven ook in zijn aardse fase zijn volle waarde 175 II, 1,30 | ook in zijn aardse fase zijn volle waarde en betekenis, 176 II, 1,30 | de menselijke ervaring en zijn verstand ons vertellen over 177 II, 2,31 | Israël de kostbaarheid van zijn leven in de ogen van God. 178 II, 2,31 | doodsdreiging die over al zijn pasgeboren jongens hing ( 179 II, 2,31 | zichzelf aan Israël als zijn verlosser, met de macht 180 II, 2,31 | het duidelijke besef dat zijn bestaan niet afhangt van 181 II, 2,31 | tot het besef dat wanneer zijn bestaan bedreigd wordt, 182 II, 2,31 | waarde leert kennen van zijn eigen bestaan als een volk, 183 II, 2,31 | bestaan als een volk, ook in zijn begrip van de betekenis 184 II, 2,31 | en leven aan wie bitter zijn in de ziel, die verlangen 185 II, 2,31 | heeft alles goedgemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij eeuwigheid 186 II, 2,31 | gave, door deelname aan zijn eeuwige leven. ~ 187 II, 3,32 | hun levens ook een goed zijn waaraan de liefde van de 188 II, 3,32 | stelt Jezus de betekenis van zijn eigen zending voor: alwie 189 II, 3,32 | vgl.Mt 6,25-34). ~Bovenal zijn het dearmentot wie Jezus 190 II, 3,32 | tot wie Jezus spreekt in zijn verkondiging en in zijn 191 II, 3,32 | zijn verkondiging en in zijn daden. De menigten zieken 192 II, 3,32 | vgl.Mt 4,23-25) vinden in zijn woorden en daden geopenbaard 193 II, 3,32 | en daden van Jezus en van zijn Kerk zijn niet alleen bedoeld 194 II, 3,32 | van Jezus en van zijn Kerk zijn niet alleen bedoeld voor 195 II, 3,32 | bedoeld voor hen die ziek zijn en die lijden, of die op 196 II, 3,32 | enigerlei wijze veronachtzaamd zijn door de maatschappij. Op 197 II, 3,32 | het leven van elke mens in zijn zedelijke en geestelijke 198 II, 3,32 | zegt zelf: “Zij die gezond zijn, hebben geen dokter nodig, 199 II, 3,32 | de parabel, denkt dat hij zijn leven zeker kan stellen 200 II, 3,32 | verliezen, zonder zelfs zijn echte betekenis te hebben 201 II, 3,32 | bereid, van wie zullen die zijn?”(Lc 12,20). ~ 202 II, 3,33 | leven en de bevestiging van zijn waarde. Jezusleven wordt 203 II, 3,33 | al vanaf het moment van zijn geboorte. Hij wordt zeker 204 II, 3,33 | ons arm, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden”( 205 II, 3,33 | Jezus beleefde deze armoede zijn leven lang, tot aan het 206 II, 3,33 | Fil 2,8-9). Juist door zijn dood openbaart Jezus heel 207 II, 3,33 | waarde van het leven, omdat zijn zelfgave aan het kruis de 208 II, 3,33 | mensen (vgl.Joh 12,32). Op zijn tocht temidden van tegenstellingen 209 II, 3,33 | zelfs in het verlies van zijn leven wordt Jezus geleid 210 II, 3,33 | geleid door de zekerheid dat zijn leven in handen is van de 211 II, 3,33 | van het menselijk leven zijn als de Zoon van God het 212 II, 4 | gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon”(Rom 8,28-29): Gods 213 II, 4,34 | de wereld, een teken van zijn aanwezigheid, een spoor 214 II, 4,34 | aanwezigheid, een spoor van zijn heerlijkheid (vgl.Gn 1,26- 215 II, 4,34 | Lyon wilde benadrukken in zijn beroemde omschrijving: “ 216 II, 4,34 | band die hem verenigt met zijn Schepper: in de mens schittert 217 II, 4,34 | mens over de dingen; deze zijn aan hem onderworpen en toevertrouwd 218 II, 4,34 | onderworpen en toevertrouwd aan zijn verantwoordelijke zorg, 219 II, 4,34 | enkele reden onderworpen kan zijn aan andere mensen en a.h. 220 II, 4,34 | iets van zichzelf deelt met zijn schepsel. ~Israël zou uitvoerig 221 II, 4,34 | hemzelf en hen maakte naar zijn eigen beeld”(17,3). De bijbelse 222 II, 4,34 | vermogens die het meest eigen zijn aan de mens, zoals het verstand, 223 II, 4,34 | en vrijheid te verwerven zijn voorrechten van de mens 224 II, 4,34 | geschapen naar het beeld van zijn Schepper, God, die de ware 225 II, 4,34 | alleen de mensin staat om zijn Schepper te kennen en te 226 II, 4,34 | maakte hem naar het beeld van zijn eigen Wezen”(W 2,23). ~ 227 II, 4,35 | van de grond en ademde in zijn neusgaten de levensadem 228 II, 4,35 | de diepe verlangens van zijn hart hoort, moet iedere 229 II, 4,35 | mens in Eden tekent zolang zijn enige referentiepunt de 230 II, 4,35 | een wezen dat vlees is van zijn vlees en been van zijn beenderen ( 231 II, 4,35 | van zijn vlees en been van zijn beenderen (vgl.Gn 2,23), 232 II, 4,35 | toch openbaart dit contrast zijn grootheid: “U hebt hem weinig 233 II, 4,35 | In hem vindt de Schepper zijn rust, zoals de H. Ambrosius 234 II, 4,35 | geest van de mens en in zijn denken; want Hij had de 235 II, 4,35 | te volgen, om te trachten zijn deugden te evenaren, om 236 II, 4,35 | heeft geschapen om daarin zijn rust te vinden26. ~ 237 II, 4,36 | rebelleert de mens tegen zijn Schepper en komt tenslotte 238 II, 4,36 | alleen het beeld van God in zijn eigen persoon, maar wordt 239 II, 4,36 | opnieuw geopenbaard in al zijn volheid met de komst van 240 II, 4,36 | en is het evenbeeld van zijn wezen”(Heb 1,3). Hij is 241 II, 4,36 | gegeven, vindt tenslotte zijn vervulling in Christus. 242 II, 4,36 | worden aan het beeld van zijn Zoon”(Rom 8,29). Alleen 243 II, 4,36 | broederschap herstellen, en zijn ware identiteit herontdekken. ~ 244 II, 5,37 | bestaat in het verwekt zijn door God en het delen in 245 II, 5,37 | delen in de volheid van zijn liefde: “Aan allen die Hem 246 II, 5,37 | opnamen, die geloofden in zijn Naam, gaf Hij de macht om 247 II, 5,37 | man, maar uit God geboren zijn”(Joh 1,12-13). ~Soms verwijst 248 II, 5,37 | presenteert het geboren zijn uit God als een noodzakelijke 249 II, 5,37 | enige woorden hoort die aan zijn bestaan de volheid van het 250 II, 5,37 | openbaren en meedelen; dit zijn dewoorden van eeuwig leven” 251 II, 5,37 | levendie Petrus erkent in zijn geloofsbelijdenis: “Heer, 252 II, 5,37 | Christus”(Joh 17,3). God en zijn Zoon kennen is het mysterie 253 II, 5,37 | Zoon en de Heilige Geest in zijn eigen leven, dat nu reeds 254 II, 5,38 | steeds opnieuw verbaasd zijn en grenzeloos dankbaar. 255 II, 5,38 | kinderen van God genoemd, en we zijn het ook!(...) Dierbaren, 256 II, 5,38 | Dierbaren, nu reeds zijn wij kinderen van God, en 257 II, 5,38 | van God, en wat we zullen zijn, is nog niet geopenbaard. 258 II, 5,38 | verschijnt, wij als Hij zullen zijn, want wij zullen Hem zien 259 II, 5,38 | niet alleen verbonden met zijn begin, met het feit dat 260 II, 5,38 | van God komt, maar ook met zijn eind, met zijn bestemming 261 II, 5,38 | maar ook met zijn eind, met zijn bestemming van gemeenschap 262 II, 5,38 | en voltooit de H.Ireneüs zijn lofprijzing van de mens: “ 263 II, 5,38 | voor het menselijk leven in zijn aardse staat, waarin trouwens 264 II, 5,38 | neemt het op en richt het op zijn uiteindelijke bestemming: “ 265 II, 6 | ik rekenschap vragen over zijn medemens”(Gn 9,5): verering 266 II, 6,39 | mens komt van God; het is zijn gave, zijn beeld en evenbeeld, 267 II, 6,39 | van God; het is zijn gave, zijn beeld en evenbeeld, een 268 II, 6,39 | evenbeeld, een delen in zijn levensadem. God is, daarom, 269 II, 6,39 | basis heeft in God en in zijn scheppende activiteit: “ 270 II, 6,39 | heeft de mens gemaakt naar zijn beeld”(Gn 9,6). ~Het leven 271 II, 6,39 | leven en de dood van de mens zijn dus in de handen van God, 272 II, 6,39 | in de handen van God, in zijn macht: “In zijn hand is 273 II, 6,39 | God, in zijn macht: “In zijn hand is het leven van ieder 274 II, 6,39 | maar eerder als deel van zijn zorg voor en zijn liefdevolle 275 II, 6,39 | deel van zijn zorg voor en zijn liefdevolle bekommernis 276 II, 6,39 | liefdevolle bekommernis met zijn schepselen. Als het waar 277 II, 6,39 | dat dit liefdevolle handen zijn, zoals die van een moeder 278 II, 6,39 | een kind aan de borst van zijn moeder, zoals een kind bij 279 II, 6,39 | moeder, zoals een kind bij zijn moeder is mijn ziel”(Ps 280 II, 6,40 | heiligheid van het leven ontstaat zijn onschendbaarheid, die vanaf 281 II, 6,40 | mensenhart geschreven staat, in zijn geweten. De vraagWat heb 282 II, 6,40 | aan Kaïn stelt, nadat hij zijn broer Abel heeft gedood, 283 II, 6,40 | persoon: in de diepten van zijn geweten wordt de mens altijd 284 II, 6,40 | onaantastbaarheid van het leven - zijn eigen leven en dat van anderen - 285 II, 6,40 | van de persoon. Het vindt zijn hoogtepunt in het positieve 286 II, 6,40 | verplicht om verantwoordelijk te zijn voor onze naaste als voor 287 II, 6,41 | wordt herbevestigd in al zijn kracht door de Heer Jezus. 288 II, 6,41 | Bergrede vraagt Jezus van zijn leerlingen een gerechtigheid 289 II, 6,41 | alwie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. Maar ik 290 II, 6,41 | dat alwie vertoornd is op zijn broeder, strafbaar zal zijn 291 II, 6,41 | zijn broeder, strafbaar zal zijn voor het gerecht”(Mt 5,21- 292 II, 6,41 | gerecht”(Mt 5,21-22). ~Door zijn woorden en daden laat Jezus 293 II, 6,41 | zorg voor het leven van zijn broeder (een natuurlijke 294 II, 6,41 | verantwoordelijkheid aanvaardt voor zijn leven, zoals de parabel 295 II, 6,41 | vijand houdt op een vijand te zijn voor degene die verplicht 296 II, 6,41 | vgl.Lc 6,27.33.35), en zijn onmiddellijke behoeften 297 II, 6,41 | liefde is te bidden voor zijn vijand: daardoor bereiken 298 II, 6,41 | voor iedere persoon en voor zijn leven. Dit is de leer die 299 II, 7,42 | wanneer Hij hem roept als zijn levende beeld om te delen 300 II, 7,42 | levende beeld om te delen in zijn heerschappij over de wereld: “ 301 II, 7,42 | heerlijkheid en eer van zijn Schepper: “U hebt hem heerschappij 302 II, 7,42 | handen; u hebt alles onder zijn voeten gelegd, alle schapen 303 II, 7,42 | die God ten dienste van zijn persoonlijke waardigheid 304 II, 7,42 | waardigheid heeft gesteld, van zijn leven, niet alleen voor 305 II, 7,42 | zichtbare natuur onderworpen zijn aan wetten die niet alleen 306 II, 7,42 | biologisch maar ook moreel zijn en die niet ongestraft overtreden 307 II, 7,43 | heeft”(Mt 19,4), heeft in zijn wil om de mens op een wel 308 II, 7,43 | wijze deel te laten nemen in zijn eigen scheppingswerk, man 309 II, 7,43 | die gelijkenisdie eigen zijn aan het menselijk wezen 310 II, 7,43 | zoon die op hem leek en zijn beeld was, en noemde hem 311 II, 7,43 | medewerkers met God die zijn beeld doorgeeft aan het 312 II, 7,43 | van echtparen die bereid zijnmee te werken met de liefde 313 II, 7,43 | Verlosser, die door hen zijn eigen familie dag na dag 314 II, 7,43 | het leven wanneer het op zijn zwakst is. Het is Christus 315 II, 7,43 | en gediend te worden in zijn lijdende broeders en zusters: 316 II, 8,44 | door ziekte en ouderdom. Er zijn geen directe en uitdrukkelijke 317 II, 8,44 | wordt als een zegen: “Zonen zijn een gave van de Heer, de 318 II, 8,44 | volk van het Verbond te zijn, geroepen tot groei overeenkomstig 319 II, 8,44 | zo zal uw nageslacht zijn”(Gn 15,5). Maar meer dan 320 II, 8,44 | dat de ouders doorgeven zijn oorsprong vindt in God. 321 II, 8,44 | ieder individu is, vanaf zijn eerste begin, deel van Gods 322 II, 8,44 | Job houdt in de diepte van zijn pijn in, om het werk van 323 II, 8,44 | van God te overdenken die zijn lichaam wonderlijk vormde 324 II, 8,44 | vormde in de schoot van zijn moeder. Hier vindt hij reden 325 II, 8,44 | te hebben, en hij spreekt zijn geloof uit dat er een goddelijk 326 II, 8,44 | een goddelijk plan is voor zijn leven: “U hebt mij gevormd 327 II, 8,44 | jullie in mijn schoot gevormd zijn; niet ik heb jullie de levensadem 328 II, 8,44 | oorsprong is. Hij zal jullie in zijn barmhartigheid de levensadem 329 II, 8,44 | omdat jullie omwille van zijn wet jezelf nu niet spaart”( 330 II, 8,45 | waarde van het leven vanaf zijn eerste begin. De verheerlijking 331 II, 8,45 | aanwezigheid van de Heer zijn meteen te merken (...) Elisabeth 332 II, 8,45 | heilige Geest, vervulde hij zijn moeder ook met Hem36. ~ 333 II, 9,46 | zou het anachronistisch zijn om van de bijbelse openbaring 334 II, 9,46 | de ouderdom en haar last: zijn gebed is integendeel: “U, 335 II, 9,46 | tijd waarinniet meer zal zijn (...) een grijsaard die 336 II, 9,46 | een grijsaard die zijn dagen niet voltooit”(Js 337 II, 9,46 | dood? De gelovige weet dat zijn leven in Gods hand ligt: “ 338 II, 9,46 | van de Allerhoogste”, aan zijn liefdevolle plan. ~Ook in 339 II, 9,46 | de Heer te hebben en om zijn fundamentele geloof te hernieuwen 340 II, 9,46 | hoop op gezondheid voor zijn ogen schijnt te verdwijnen - 341 II, 9,46 | hij uitroept: “Mijn dagen zijn als een schaduw in de avond; 342 II, 9,47 | 61,1). Later, wanneer Hij zijn leerlingen de wereld instuurt, 343 II, 9,47 | leven van het lichaam in zijn aardse staat geen absoluut 344 II, 9,47 | waar hem gevraagd wordt zijn leven op te geven voor een 345 II, 9,47 | Zoals Jezus zegt: “Alwie zijn leven wil redden zal het 346 II, 9,47 | het verliezen; en alwie zijn leven verliest om Mijnentwil 347 II, 9,47 | offeren en Hij maakt van zijn leven vrijelijk een offer 348 II, 9,47 | 17-29). Stefanus verliest zijn aardse leven omdat hij trouw 349 II, 10,48 | van het leven garanderen, zijn doorgebroken. ~De waarheid 350 II, 10,48 | leven moet volgen wil het zijn eigen waarheid eerbiedigen 351 II, 10,48 | waarheid eerbiedigen en zijn eigen waardigheid bewaren. 352 II, 10,48 | openbaart waarin het leven zijn volle betekenis krijgt. ~ 353 II, 10,48 | verwonderlijk dat Gods Verbond met zijn volk zo nauw verbonden is 354 II, 10,48 | levensperspectief, ook in zijn lichamelijke dimensie. In 355 II, 10,48 | u de Heer uw God bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, 356 II, 10,48 | bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, voorschriften en 357 II, 10,48 | verwijdert; en het goede is op zijn beurt wezenlijk verbonden 358 II, 10,48 | en al spoedig beginnen we zijn grenzen te zoeken en proberen 359 II, 10,48 | goed voor de mens in al zijn dimensies en betrekkingen. 360 II, 10,48 | Deuteronomium die Jezus herhaalt in zijn antwoord op de eerste bekoring: “ 361 II, 10,48 | naar het woord van de Heer zijn wij in staat waardig en 362 II, 10,49 | die Gods plan negeren dan zijn het vooral de profeten die 363 II, 10,49 | tegen het leven veroordelen, zijn zij er vooral op bedacht 364 II, 10,49 | Dit zal alleen mogelijk zijn dankzij de gave van God 365 II, 10,49 | nieuw hart gegeven door zijn Geest. Jezus negeert de 366 II, 10,49 | het leven terugbrengt naar zijn wortels en zijn oorspronkelijke 367 II, 10,49 | terugbrengt naar zijn wortels en zijn oorspronkelijke bedoeling. 368 II, 10,49 | navolging van de Heer die zijn leven gaf voor zijn vrienden ( 369 II, 10,49 | die zijn leven gaf voor zijn vrienden (vgl.Joh 15,13), 370 II, 10,49 | zelfgave in liefde voor zijn broeders en zusters: “Wij 371 II, 10,49 | zusters: “Wij weten dat we zijn overgegaan van de dood naar 372 II, 11,50 | ervaart het ogenblik van zijn grootstemachteloosheid”, 373 II, 11,50 | grootstemachteloosheid”, en zijn leven schijnt geheel overgeleverd 374 II, 11,50 | overgeleverd aan de bespotting van zijn tegenstanders en aan de 375 II, 11,50 | tegenstanders en aan de handen van zijn moordenaars: hij wordt bespot, 376 II, 11,50 | wordt in het ogenblik van zijn grootste zwakte, de Zoon 377 II, 11,50 | is: aan het Kruis wordt zijn heerlijkheid zichtbaar. ~ 378 II, 11,50 | heerlijkheid zichtbaar. ~Door zijn dood werpt Jezus licht op 379 II, 11,50 | vraagt vergiffenis voor zijn vervolgers (vgl.Lc 23,34), 380 II, 11,50 | vraagt om hem te gedenken in zijn koninkrijk: “Voorwaar, Ik 381 II, 11,50 | u, heden zult ge met Mij zijn in het paradijs”(Lc 23,43). 382 II, 11,50 | paradijs”(Lc 23,43). Na zijn dood “gingen de graven open 383 II, 11,50 | en de verrijzenis. Heel zijn aardse leven had Jezus inderdaad 384 II, 11,50 | doen (vgl.Hnd 10,38). Maar zijn wonderen, genezingen en 385 II, 11,50 | wonderen, genezingen en zelfs zijn opwekkingen van de doden 386 II, 11,50 | de diepste ziekte en in zijn opwekking tot het leven 387 II, 11,51 | doorboordede Romeinse soldaat “zijn zijde met een lans, en terstond 388 II, 11,51 | 19,34). ~Alles heeft nu zijn volledige voltooiing bereikt. 389 II, 11,51 | plaatsgevonden. Jezus die bij zijn komst in de wereld zei: “ 390 II, 11,51 | maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs 391 II, 11,51 | liefde dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”( 392 II, 11,51 | hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”(Joh 15,13). En 393 II, 11,51 | verkondigt Jezus dat het leven zijn centrum, zijn betekenis 394 II, 11,51 | het leven zijn centrum, zijn betekenis en zijn vervulling 395 II, 11,51 | centrum, zijn betekenis en zijn vervulling vindt wanneer 396 II, 11,51 | Christus na te volgen en in zijn voetstappen te gaan (vgl. 397 II, 11,51 | zullen hiertoe in staat zijn omdat U, o Heer, ons het 398 II, 11,51 | zullen hiertoe in staat zijn als wij iedere dag, met 399 II, 11,51 | met U en als U, gehoorzaam zijn aan de Vader en zijn wil 400 II, 11,51 | gehoorzaam zijn aan de Vader en zijn wil doen. ~Geef daarom, 401 III, 1,52 | wordt nooit gescheiden van zijn liefde: het is altijd een 402 III, 1,52 | mens in staat stelde om zijn rol als koning van de aarde 403 III, 1,52 | het levende beeld dat door zijn waardigheid deelt in de 404 III, 1,52 | Geroepen om vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen, 405 III, 1,52 | eerbied voor Gods plan. Bij zijn heerschappij gaat het echter 406 III, 1,52 | van de Heer een genadegave zijn, die aan de mens altijd 407 III, 1,52 | mens altijd en alleen voor zijn welzijn is toevertrouwd, 408 III, 1,52 | welzijn is toevertrouwd, om zijn persoonlijke waardigheid 409 III, 1,52 | waardigheid te bewaren en zijn geluk te bereiken. ~De mens 410 III, 1,52 | maar eerder - en daar ligt zijn onvergelijkelijke grootheid - 411 III, 1,52 | rekenschap van afleggen voor zijn Meester (vgl.Mt 25,14-30; 412 III, 2,53 | is heilig omdat het vanaf zijn ontstaanhet handelen van 413 III, 2,53 | een bijzondere relatie met zijn Schepper, zijn enige doel. 414 III, 2,53 | relatie met zijn Schepper, zijn enige doel. God alleen is 415 III, 2,53 | Verbond dat de Heer sluit met zijn uitverkoren volk; maar het 416 III, 2,53 | mens, die gevormd is naar zijn beeld en gelijkenis (vgl. 417 III, 2,53 | daarin plezier: want door zijn afgunst kwam de dood in 418 III, 2,53 | misleiden voert hij hem naar zijn doelen van zonde en dood, 419 III, 2,53(41)| het menselijk leven bij zijn oorsprong en over de waardigheid 420 III, 2,54 | categorische klank: “Wie zijn broeder haat is een moordenaar, 421 III, 2,54 | categorisch herhaald: “Er zijn twee wegen, een weg van 422 III, 2,54 | armen onrechtvaardig; zij zijn vol zonden. Mogen jullie, 423 III, 2,54 | verbiedt en voorschrijft 43. Er zijn namelijk situaties waarin 424 III, 2,54 | praktijk moeilijk te verzoenen zijn. Ongetwijfeld vormen de 425 III, 2,54 | niet alleen een recht zijn, maar [ze] wordt zelfs een 426 III, 2,54 | laste gelegd die zich door zijn daad daaraan blootstelde, 427 III, 2,54 | verantwoordelijk omdat hij nietbij zijn verstandwas45. ~ 428 III, 2,55 | straf op te leggen voor zijn misdrijf, als voorwaarde 429 III, 2,55 | voorwaarde om de uitoefening van zijn vrijheid te herkrijgen. 430 III, 2,55 | maatschappij niet mogelijk zou zijn - tot het uiterste gaan, 431 III, 2,55 | schuldige. Maar tegenwoordig zijn zulke gevallen, als gevolg 432 III, 2,55 | beperken tot die middelen; deze zijn immers beter aangepast aan 433 III, 2,56 | menselijk leven, speciaal aan zijn begin en aan zijn einde, 434 III, 2,56 | speciaal aan zijn begin en aan zijn einde, steeds verder verzwakt, 435 III, 2,56 | het kerkelijk Leergezag zijn oproepen om de heiligheid 436 III, 2,56 | die Christus aan Petrus en zijn opvolgers heeft gegeven, 437 III, 2,56 | van het verstand, vindt in zijn eigen hart (vgl.Rom 2,14- 438 III, 2,56 | en kan nooit geoorloofd zijn, noch als doel in zichzelf 439 III, 2,56 | voor een ander, die aan zijn verantwoordelijkheid is 440 III, 2,56 | relaties, die, om dat echt te zijn, alleen gebaseerd kunnen 441 III, 2,56 | alleen gebaseerd kunnen zijn op waarheid en recht, waarbij 442 III, 2,56 | menselijk wezen verbiedt, “zijn er voor niemand privileges 443 III, 2,56 | Voor de zedelijke eisen zijn we allen volkomen gelijk53. ~ 444 III, 3,57 | abortus te verbergen en zijn zwaarte af te zwakken in 445 III, 3,57 | wezen in de beginfase van zijn of haar bestaan tussen conceptie 446 III, 3,57 | staan dat het beter zou zijn als de geboorte niet plaatsvond. 447 III, 3,58 | 59. Naast de moeder zijn er vaak andere mensen die 448 III, 3,58 | vooral de vader van het kind zijn, niet alleen wanneer hij 449 III, 3,58 | heiligdom van het levente zijn. Ook mag men de druk niet 450 III, 3,58 | Artsen en verpleegkundigen zijn ook verantwoordelijk, wanneer 451 III, 3,58 | Maar medeverantwoordelijk zijn ook de wetgevers die abortuswetten 452 III, 3,58 | wat dit levend wezen zal zijn: een mens, deze individuele 453 III, 3,58 | deze individuele mens met zijn reeds wel-omlijnde, vaststaande 454 III, 3,58 | menselijke persoon kunnen zijn?”58. ~Bovendien is wat op 455 III, 3,58(57)| het menselijk leven bij zijn oorsprong en over de waardigheid 456 III, 3,58 | wezen gaat voldoende moet zijn om het striktste verbod 457 III, 3,58 | vanaf het eerste moment van zijn ontstaan, dat onvoorwaardelijk 458 III, 3,58 | de mens moreel toekomt in zijn geestelijke en lichamelijke 459 III, 3,58 | moeten vanaf datzelfde moment zijn rechten als persoon worden 460 III, 3,58(59)| aangewezen””(1,4-5). Van zijn kant spreekt de Psalmist 461 III, 3,59 | onaantastbaar op ieder moment van zijn bestaan, inclusief de beginfase 462 III, 3,59 | zoekt en kent, die hem met zijn eigen handen modelleert 463 III, 3,59 | ziet wiens dagen geteld zijn en wiens roeping reeds in 464 III, 3,59 | nog in de moederschoot zijn zij het persoonlijke voorwerp 465 III, 3,59 | zij nog in de moederschoot zijn, “reeds onder de bescherming 466 III, 3,59 | de mens die hij later zal zijn64. ~Door heel de christelijke 467 III, 3,60 | bekrachtigd. Pius XI heeft in zijn encycliek Casti Connubii 468 III, 3,60 | vruchtafdrijving en kinderdoding zijn afschuwwekkende misdaden68. ~ 469 III, 3,60 | uitgevaardigd tegen wie schuldig zijn aan abortus. Deze praktijk, 470 III, 3,60 | hulp de misdaad niet zou zijn begaan 71. Met deze opnieuw 471 III, 3,60 | overgedragen aan Petrus en zijn Opvolgers, in gemeenschap 472 III, 3,60(73)| het menselijk leven bij zijn oorsprong en over de waardigheid 473 III, 3,61 | die in zichzelf gewettigd zijn, onvermijdelijk het doden 474 III, 3,61 | onderzoek en die wettelijk zijn toegestaan in sommige landen. 475 III, 3,61 | dragen, maar dat zij gericht zijn op de genezing van de ziekte, 476 III, 3,61 | voor dit doel “gekweekt”zijn door in-vitro-bevruchting - 477 III, 3,61 | en de moeder, en bedoeld zijn om een vroege behandeling 478 III, 3,61 | geboren kind bevorderen, dan zijn deze technieken moreel geoorloofd. 479 III, 3,61 | behandeling vandaag nog beperkt zijn, gebeurt het nogal eens 480 III, 3,61 | ouders in de steek gelaten zijn vanwege handicaps of ziekten. ~ 481 III, 4,62 | Aan het andere einde van zijn bestaan staat de mens voor 482 III, 4,62 | ondraaglijke nederlaag te zijn, iets waarvan men zich tegen 483 III, 4,62 | meent de mens wanneer hij zijn fundamentele betrekking 484 III, 4,62 | te beslissen wat hij met zijn leven doet in volle en totale 485 III, 4,62 | systemen en apparatuur, zijn de wetenschap en de medische 486 III, 4,62 | context groeit de bekoring om zijn toevlucht te nemen tot euthanasie 487 III, 4,62 | wekken, doorop zachte wijzezijn eigen leven of dat van anderen 488 III, 4,63 | leggen op de patiënt en zijn familie. In zulke situaties, 489 III, 4,63 | naderen moeten mensen in staat zijn om hun zedelijke en gezinsplichten 490 III, 4,64 | samenleving als geheel 84. In zijn diepste kern is zelfmoord 491 III, 4,64 | de eigenlijke uitvoerder zijn van een onrecht waarvoor 492 III, 4,64 | wanneer erom gevraagd zou zijn. “Het is nooit geoorloofd - 493 III, 4,64 | haar verlangen om vrij te zijn; ook is het niet geoorloofd 494 III, 4,65 | van het menselijk bestaan zijn grootste dimensieen toch: “ 495 III, 4,65 | en toch: “Intuïtief geeft zijn hart hem het juiste oordeel, 496 III, 4,65 | definitieve verdwijning van zijn persoon. Daar het zaad van 497 III, 4,65 | overwinning van Hem die, door zijn verlossende dood, de mens 498 III, 4,65 | Christus zelf. Zo gaat hij die zijn lijden leeft in de Heer, 499 III, 4,65 | hij ten diepste deel aan zijn verlossingswerk voor de 500 III, 5,66 | hij over de moraliteit van zijn keuze kunnen beslissen.


1-500 | 501-718

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License