Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | presenteert, zegt Jezus: “Ik ben gekomen opdat zij het leven
2 Inl, 3,5 | speciaal document 6. Ik ben alle bisschoppen ten diepste
3 I, 1,7 | antwoordde: “Ik weet het niet. Ben ik soms mijn broeders hoeder?”
4 I, 3 | Ben ik mijn broeders hoeder?”(
5 I, 3,19 | worden: “Ik weet het niet; ben ik mijn broeders hoeder?”(
6 I, 4,21 | profeet Nathan, uitriep: “Ik ben mij bewust dat ik schuld
7 II | Hoofdstuk II~Ik ben gekomen opdat zij leven
8 II, 1,29 | mens, met de woorden: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het
9 II, 1,29 | zuster van Lazarus: “Ik ben de Verrijzenis en het Leven;
10 II, 1,29 | maken van deze gave: “Ik ben gekomen opdat zij het leven
11 II, 3,32 | nodig, maar de zieken; ik ben niet gekomen om de rechtvaardigen,
12 II, 5,38 | uiteindelijke bestemming: “Ik ben de verrijzenis en het leven(...);
13 II, 6,39 | Hij alleen kan zeggen: “Ik ben het die zowel de dood als
14 II, 9 | toen ik zei: “Al te zeer ben ik getroffen”(Ps 116,10):
15 II, 9,46 | toen ik zei: “Al te zeer ben ik getroffen”(Ps 116,10); “
16 II, 9,46 | Gij mij hadt herschapen ben ik het graf ontgaan”(Ps
17 II, 11,51 | komst in de wereld zei: “Ik ben gekomen, God, om uw wil
18 III, 4 | Ik ben het die doodt en die levend
19 III, 4,64| over leven en dood: “Ik ben het die dood en leven brengt”(
|