Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,7 | aanhangers”(W 1,13-14;2,23-24). ~Het Evangelie van
2 I, 1,9 | bloed is het leven”(Dt 12,23) en het leven, in het bijzonder
3 I, 4,23 | 23. De verduistering van de
4 I, 4,24 | van de ziel (vgl.Mt 6,22-23), “het kwade goed en het
5 I, 5,25(19)| GROTE, Moralia in Job, 13, 23: CCL 143A, 683. ~
6 II, 3,32 | en Hem zoeken (vgl.Mt 4,23-25) vinden in zijn woorden
7 II, 3,33 | beveel ik mijn geest”(Lc 23,46), d.w.z. mijn leven.
8 II, 4,34 | van zijn eigen Wezen”(W 2,23). ~
9 II, 4,35 | zijn beenderen (vgl.Gn 2,23), en in wie de geest van
10 II, 6,40 | rechtvaardigen doden”(Ex 23,7); maar - zoals nader is
11 II, 8,44 | nu niet spaart”(2Mak 7,22-23). ~
12 II, 8,45(36)| Evangelii secundum Lucam, II, 22-23: CCL 14, 40-41. ~
13 II, 9,46 | omgeven met ontzag (vgl.2Mak 6,23). De rechtvaardige vraagt
14 II, 11,50 | schouwspel”van het Kruis (vgl.Lc 23,48) zullen we aan deze glorievolle
15 II, 11,50 | scheurde middendoor”(Lc 23,44.45). Dit is het symbool
16 II, 11,50 | zijn vervolgers (vgl.Lc 23,34), en antwoordt de misdadiger
17 II, 11,50 | zijn in het paradijs”(Lc 23,43). Na zijn dood “gingen
18 III, 4,65 | loon van de zonde”(Rom 6,23), en die hem de Geest heeft
19 IV, 1,77 | bloed (vgl. 1Kor 6,20; 7,23; 1Pe 1,19) en door de doop
|