Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,4 | dat zelfs het geweten, a.h.w. verduisterd door zo wijdverbreide
2 Inl, 3,6 | het Gezin, kijk ik, a.h.w. in gedachten de brief aanvullend
3 I, 1,7 | ondergaan door diens aanhangers”(W 1,13-14;2,23-24). ~Het Evangelie
4 I, 1,7 | volmaakt leven (vgl.Gn 2,7;W 9,2-3), wordt tegengesproken
5 I, 3,18 | gedaan?”(Gn 4,10) schijnt a.h.w. een uitnodiging te zijn
6 I, 4,22 | vergoddelijken”ze haar a.h.w., een voorstelling die opnieuw
7 II, 3,32 | houdt van wat leeft”(vgl.W 11,26) Israël had gerustgesteld
8 II, 3,33 | mijn geest”(Lc 23,46), d.w.z. mijn leven. Waarlijk
9 II, 4,34 | aan andere mensen en a.h.w. teruggebracht tot het niveau
10 II, 4,34 | beeld van zijn eigen Wezen”(W 2,23). ~
11 II, 6,39 | opdat zij zouden bestaan”(W 1,13-14). ~
12 II, 7,42 | heiligheid en gerechtigheid”(W 9,1.2-3). Ook de Psalmist
13 III, 2,53 | dood van de levenden (vgl.W 1,13). Alleen Satan heeft
14 III, 2,53 | de dood in de wereld (vgl.W 2,24). Hij die “een moordenaar
15 III, 4,63 | medische behandeling”, m.a.w.: medische procedures die
16 III, 4,64 | onderwereld en weer omhoog”(W 16,13; vgl.Tob 13,2). ~Instemmen
17 III, 5,68 | onderworpen moet zijn: d.w.z.: het hangt af van de
18 Slot, 1,101| barensweeën”(Op 12,2), d.w.z. in voortdurende spanning
|