Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 2,3 | 15). ~Vandaag wordt die verkondiging bijzonder dringend in het
2 II, 1,29 | want het bestaat in de verkondiging van de persoon zelf van
3 II, 1,30 | meegedeeld. Dankzij deze verkondiging en gave verwerft ons lichamelijke
4 II, 3,32 | wie Jezus spreekt in zijn verkondiging en in zijn daden. De menigten
5 II, 9,47 | hand in hand gaat met de verkondiging van het Evangelie: “En gaat
6 III, 2,54| zo voorbereid op de grote verkondiging van Jezus dat het gebod
7 III, 5,71| begintijden van de Kerk heeft de verkondiging van de apostelen de christenen
8 IV, 1,76 | verbonden met de dimensies van verkondiging, viering en dienst van naastenliefde.
9 IV, 1,76 | Dat geldt ook voor de verkondiging van het Evangelie van het
10 IV, 2,78 | zeggen en te getuigen. ~De verkondiging van Jezus is de verkondiging
11 IV, 2,78 | verkondiging van Jezus is de verkondiging van het leven. Want Hij
12 IV, 2,79 | verkondigen. Dat betekent de verkondiging van een levende en nabije
13 IV, 2,79 | liefde; het betekent de verkondiging van de buitengewone betrekking
14 IV, 2,80 | moeten wij vanaf de eerste verkondiging van het Evangelie, en later,
15 IV, 2,80 | in de diverse vormen van verkondiging, in het persoonlijke gesprek
16 IV, 2,80 | die taken hebben in de verkondiging, de catechese en de gewetensvorming:
17 IV, 2,80 | voorhoudt en uitlegt. ~Bij de verkondiging van dit Evangelie, mogen
18 IV, 3,81 | gezonden zijn, moet onze verkondiging ook tot een echte viering
|