Chapter, Paragraph, Number
1 I, 5,25 | zijde van Christus aan het kruis vloeit (vgl.Joh 19,34) “
2 II, 3,33 | aan het hoogtepunt van het Kruis: “Hij vernederde zichzelf
3 II, 3,33 | zelfs tot de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog
4 II, 3,33 | omdat zijn zelfgave aan het kruis de bron wordt van nieuw
5 II, 3,33 | is van de Vader. Aan het kruis kan Hij dan ook tot Hem
6 II, 11 | vervuld aan de stam van het Kruis~
7 II, 11,50 | het schouwspel”van het Kruis (vgl.Lc 23,48) zullen we
8 II, 11,50 | Maar de glorie van het Kruis wordt door deze duisternis
9 II, 11,50 | leven. ~Jezus wordt aan het Kruis genageld en opgeheven van
10 II, 11,50 | als wie Hij is: aan het Kruis wordt zijn heerlijkheid
11 II, 11,50 | leven zelf van God. ~Aan het Kruis wordt het wonder van de
12 II, 11,51 | Verbond maakt. Vanaf het Kruis, de bron van leven, ontstaat
13 II, 11,51 | De beschouwing van het Kruis brengt ons zo tot het hart
14 II, 11,51 | 10,45), bereikt aan het Kruis de hoogste liefde: “Geen
15 IV, 3,84 | in het mysterie van het Kruis, waarop Jezus de waarde
16 Slot, 0,100| gave van zijn leven aan het kruis. Door zijn dood zal Christus
17 Slot, 1,101| op Calvarië. “Naast het kruis van Jezus”(Joh 19,25) wordt
18 Slot, 1,101| rijpheid op de dag van het Kruis, wanneer voor Maria de tijd
|