Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 3,5 | leven! Alleen op die weg zul je gerechtigheid, ontwikkeling,
2 I, 2 | Wat heb je gedaan?”(Gn 4,10): de verduistering
3 I, 2,10 | zegt tot Kaïn: “Wat heb je gedaan? Hoor, het bloed
4 I, 2,10 | gedaan? Hoor, het bloed van je broer roept uit de grond
5 I, 2,10 | vraag van de Heer: “Wat heb je gedaan?”waaraan Kaïn niet
6 I, 3,18 | vraag van de Heer: “Wat heb je gedaan?”(Gn 4,10) schijnt
7 I, 3,19 | van de Heer “Waar is Abel, je broer?”geïnterpreteerd worden: “
8 II, 3,32 | maar wat ik heb geef ik je: in de Naam van Jezus Christus
9 II, 3,32 | Deze nacht wordt van jou je ziel opgeëist. En de dingen
10 II, 3,32 | opgeëist. En de dingen die je hebt bereid, van wie zullen
11 II, 6,40 | geweten. De vraag “Wat heb je gedaan?”(Gn 4,10), die God
12 II, 6,41 | verwerven?”, antwoordt Hij: “Als je het leven wilt binnengaan,
13 II, 8,44 | God de Schepper. ~“Vóór Ik je vormde in de moederschoot
14 II, 8,44 | moederschoot kende Ik jou en vóór je geboren werd wijdde Ik je
15 II, 8,44 | je geboren werd wijdde Ik je aan Mij toe”(Jr 1,5): het
16 III, 1 | Als je het leven wilt binnengaan,
17 III, 1,52| Jezus antwoordde: “Als je het leven wilt binnengaan,
18 IV, 4,85 | Johannes Chrysostomus: “Wil je eer bewijzen aan het lichaam
|