Chapter, Paragraph, Number
1 I, 3,19 | plaats in de wereld is voor iemand die, zoals de ongeborenen
2 I, 3,19 | sociale structuur, of voor iemand die op genade en ongenade
3 II, 5,37 | geschapen heeft: “Tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan
4 II, 6,40 | persoonlijke verwonding van iemand anders (vgl.Ex 21,12-27).
5 II, 6,41 | een natuurlijke broer, iemand die tot hetzelfde volk hoort,
6 II, 6,41 | de naaste moet worden van iemand in nood, zo, dat deze verantwoordelijkheid
7 II, 8,44 | de Psalmen 35. ~Hoe kan iemand menen dat zelfs maar één
8 III, 1,52| 52. “En zie, iemand kwam naar Hem toe en zei: “
9 III, 2,56| bejaarde, ongeneeslijk zieke of iemand die in doodstrijd verkeert.
10 III, 2,56| privileges of uitzonderingen. Of iemand heer van de wereld is of
11 III, 4,64| worden met het leven van iemand die lijdt, moet euthanasie
12 III, 5,66| van een ongeborene of van iemand die zich in totale zwakte
13 III, 5,66| wordt ook beweerd dat alleen iemand die zich in de concrete
14 III, 6,73| godslastering, enzovoorts. Wanneer iemand met deze misdaden niets
15 IV, 4 | voor nut heeft het, wanneer iemand zegt, dat hij het geloof
16 IV, 4,85 | voor nut heeft het, wanneer iemand zegt, dat hij het geloof
17 IV, 4,89 | zijn niet het monopolie van iemand, maar taak en verantwoordelijkheid
18 IV, 6,95 | rijpheid bevordert en die iemand in staat stelt om de “echtelijke”
|