Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,9 | Ambrosius schreef: “Nadat op het moment waarop de zonde was binnengeslopen,
2 I, 2,15 | dood te vervroegen naar een moment dat geschikter wordt geacht. ~
3 I, 3,18 | momenten van het bestaan: het moment van de geboorte en dat van
4 II, 3,33 | onzekerheid, al vanaf het moment van zijn geboorte. Hij wordt
5 II, 8,44 | menen dat zelfs maar één moment in dit wonderlijke proces
6 II, 8,45 | van de persoon vanaf het moment van de ontvangenis verheerlijkt
7 III, 3,58| menselijk leven. Maar “vanaf het moment dat de eicel bevrucht wordt,
8 III, 3,58| het dat niet is vanaf dat moment. Voor deze van alle tijden
9 III, 3,58| te onderscheiden op het moment van het eerste verschijnen
10 III, 3,58| voortplanting, vanaf het eerste moment van zijn ontstaan, dat onvoorwaardelijk
11 III, 3,58| daarom moeten vanaf datzelfde moment zijn rechten als persoon
12 III, 3,59| en onaantastbaar op ieder moment van zijn bestaan, inclusief
13 III, 3,59| discussies over het specifieke moment van de instorting van de
14 III, 4,63| verzekeren dat de patiënt op dat moment menselijk gesteund en begeleid
15 IV, 2,79 | en bevorderen, op ieder moment en in iedere omstandigheid
16 IV, 3,83 | menselijk leven op ieder moment en onder iedere omstandigheid
17 IV, 4,85 | uitdrukking komt. Dat is op dit moment een bijzonder dringende
|