Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | duidt Hij op dat “nieuwe”en “eeuwige”leven dat bestaat in de
2 II, 1,29 | ons op te wekken tot het eeuwige leven”22. ~
3 II, 1,30 | leven is verschenen, het eeuwige leven dat bij de Vader was,
4 II, 1,30 | Woord van leven”, wordt Gods eeuwige leven dus verkondigd en
5 II, 1,30 | en betekenis, want Gods eeuwige leven is in feite het doel
6 II, 2,31 | door deelname aan zijn eeuwige leven. ~
7 II, 4,35 | levensgeest verklaart de eeuwige onvoldaanheid die de mens
8 II, 5,37 | is aan het leven van de “Eeuwige”. Alwie gelooft in Jezus
9 II, 5,37 | verklaart Jezus zelf waar het eeuwige leven in bestaat: “Dit is
10 II, 5,37 | in bestaat: “Dit is het eeuwige leven: dat zij U kennen,
11 III, 2,54 | dat geen moordenaar het eeuwige leven in zich heeft”(1Joh
12 III, 5,70 | en zo is ontleend aan de eeuwige wet. Wanneer ze echter van
13 IV, 2,78 | 2); ja, Hij is zelf “het eeuwige leven, dat bij de Vader
14 IV, 2,78 | volheid is gericht, op het “eeuwige leven”, dan krijgt ook het
15 IV, 2,79 | voor de zekere hoop op het eeuwige leven; het betekent de bevestiging
16 IV, 3,82 | leven geeft: “We moeten het eeuwige Leven vieren, waaruit ieder
17 Slot, 0,100| veroordeling tot definitieve en eeuwige dood. ~Daarom is Maria, “
|