Chapter, Paragraph, Number
1 I, 2,13 | de foetus te doden in de moederschoot, zonder een beroep te hoeven
2 I, 2,14 | is voor inplanting in de moederschoot, en deze zgn. “overtollige
3 I, 2,14 | stellen die het kind in de moederschoot wellicht nodig heeft, wordt
4 I, 3,18 | of hen die juist in de moederschoot ontvangen zijn? Deze aanvallen
5 II, 6,41 | inclusief de kinderen in de moederschoot (vgl.Ex 21,22; 22,20-26).
6 II, 8,44 | vorming van het leven in de moederschoot, de geboorte en de intieme
7 II, 8,44 | Vóór Ik je vormde in de moederschoot kende Ik jou en vóór je
8 II, 8,44 | leven van een kind in de moederschoot komen telkens weer voor
9 III, 3,58 | doden van het kind in de moederschoot. Schuldig kan vooral de
10 III, 3,58(59)| mij: “Voordat ik u in de moederschoot vormde, kende ik u, en voordat
11 III, 3,59 | het menselijk wezen in de moederschoot dat zij als logisch gevolg
12 III, 3,59 | De mens behoort vanaf de moederschoot aan God toe die hem zoekt
13 III, 3,59 | Reeds daar, nog in de moederschoot zijn zij het persoonlijke
14 III, 3,59 | zelfs als zij nog in de moederschoot zijn, “reeds onder de bescherming
15 III, 3,60 | het menselijk leven in de moederschoot rechtstreeks tracht te vernietigen “
16 IV, 3,82 | Vader, die ons vormde in de moederschoot en die ons zag en beminde
|